De held van het verhaal doet zijn intrede

De titel van het hoofdstuk

De Russische titel is Явление героя [Javlenije geroja] wat je zou kunnen vertalen als De verschijning van de held. Het begrip Явление [Javlenije] of verschijning wordt in de Bijbel vaak gebruikt wanneer Christus zich toont aan het volk of aan zijn leerlingen.

Gladgeschoren...

De meester wordt ons voorgesteld als een «gladgeschoren man, met een scherpgesneden neus, verontruste ogen en een lok donker haar over zijn voorhoofd». Hij moest «achter in de dertig zijn». Boelgakov is wel iets specifieker dan de Nederlandse vertaler. Hij schrijft «человек примерно лет тридцати восьми» of «de persoon was ongeveer achtendertig jaar». Boelgakov was zelf 38 jaar oud in 1929. Sommige lezers herkennen in deze beschrijving Nikolai Vasiljevitsj Gogol (1809-1852). Gogol verbrandde het manuscript van het tweede deel van Dode Zielen.

Daar zitten we dan

Het werkwoord dat Boelgakov in het Russisch gebruikt - Сидим [sidim] - betekent naast wij zitten ook zoveel als «we zijn gevangen».

Ik kan niet tegen lawaai, drukte, gewelddadigheid en dat soort dingen

De afkeer van de meester voor lawaai en geschreeuw wordt beschreven in bijna letterlijk de woorden van Wagner in Faust.

Gisterenavond heb ik in het restaurant een vent een hengst op z’n smoel verkocht

Dergelijke daden van vandalisme waren kenmerkend voor arbeiders en boeren in de jaren 1920 in de Sovjet-Unie. De autoriteiten waren zeer bezorgd om deze vorm van «sociale promiscuïteit», die werd verklaard door een «gebrek aan culturele behoeften» en het lage opleidingsniveau van de bevolking. Kenmerkend voor deze tijd was ook een wijdverspreid antisemitisme.

Het incident waar Bezdomny in betrokken was doet denken aan de dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin (1895-1925), die korte tijd getrouwd geweest is met de 18 jaar oudere Amerikaanse danseres Isadora Duncan (1877-1927). Jesenin en Duncan hadden elkaar ontmoet in De Stallen van Pegasus, een café dat gevestigd was in de kelder van het gebouw aan Bolsjaja Sadovaja nr. 10. Jelsenin sloeg zijn vrouw regelmatig, en in 1923 werd hij in een psychiatrische inrichting opgenomen. Een jaar later werd hij wegens dronkenschap, geweldpleging en antisemitische incidenten geweerd uit het restaurant van het Herzenhuis, het schrijvershuis dat model stond voor Gribojedov.

Sergej Jesenin en Isadora Duncan
Sergej Jesenin en Isadora Duncan

Houdt u niet mijn gedichten?

De meester houdt niet van Ivans poëzie zelfs zonder ze gelezen te hebben. Boelgakov geeft hiermee commentaar op de lage kwaliteit en de weinig originele aard van de officieel aanvaarde en gepubliceerde poëzie in de Sovjetunie. Wanneer het gepubliceerd wordt en beroemd is, kan het niet goed zijn!

De aandachtige lezer zal gemerkt hebben dat in deze vraag van Ivan het woordje «van» ontbreekt. Niet mijn fout... het stond er ook niet in het boek.

In 1936, toen de werktitel voor De meester en Margarita nog De grote kanselier was, antwoordde de meester:

«Op de wijde rivier, waar de karper springt,
over de volle zon, de wind en de intensiteit van de sterkte van de velden,
en harmonie...
heeft u dat geschreven?»

Zijn uw verzen goed? "Ze zijn monsterlijk!"

Letterlijk staat er wel degelijk Чудовищны [Tsjoedovosjtsjny] of monsterlijk. Zelfs Ivan is er zich dus van bewust dat de officieel goedgekeurde gedichten niet goed zijn. De Engelse vertaler Michael Glenny gaat hier een beetje uit de bocht. Hij vertaalt Ivan's reactie als «stupendous» of «verbazend».

Vreemde valuta, Poesjkin, Koerolesov

Boelgakov introduceert hier nogmaals een personage zonder te vertellen wie het is. Dat komen we pas te weten in hoofdstuk 15. Koerolesov is de acteur die in de droom van Nikanor Ivanovitsj fragmenten voordraagt uit Ridder Schraalhans van de Russische dichter Aleksandr Sergejevitsj Poesjkin (1799-1837).

De criticus Latoenski

De criticus Latoenski is waarschijnlijk een hint naar één van Boelgakovs meest onvermoeibare tegenstanders, Osaf Semenovitsj Litovski (1892-1971), de voorzitter van het Главный репертуарный комитет (Главрепертком) [Glavni repertoearni komitet] (Glavrepertkom) of Centraal Comité voor Repertoires. In een debat in het Meyerhold Theater had Litovski de term Булгаковщина [Boelgakovsjtsjina] of Boelgakovisme gelanceerd na de eerste opvoeringen van Boelgakovs toneelstuk De dagen van de Toerbins.

Litovski woonde ook echt in het gebouw aan Lavroesjinski pereulok 17, dat Boelgakov zal gebruiken in hoofdstuk 21 als het prototype voor het Dramlithuis. Hij woonde op de zevende verdieping in appartement 84, exact hetzelfde appartement dat Margarita in dat hoofdstuk zal vernielen.

Mstislav Lavrovitsj

Lavrovitsj is een parodie op Vsevolod Vitaljevitsj Visjnevskii (1900-1951), schrijver van romans en toneelstukken en aartsrivaal van Boelgakov. Hij verhinderde dat Boelgakov's stukken Бег [Beg] of De vlucht en Мольер (Moljer) of Molière konden opgevoerd worden.

De opera «Faust»

Boelgakov vermeldt hier uitdrukkelijk zijn favoriete opera, terwijl hij op andere plaatsen slechts details erover geeft, of indirecte aanwijzingen. Maar die volstaan hier niet, want Ivan heeft blijkbaar de signalen niet begrepen die hem hadden kunnen doen inzien dat hij de duivel heeft ontmoet aan de Patriarchvijver.

Een zwart mutsje , met gele zijde was er een “M” op geborduurd

De meester haalde uit de zak van zijn kamerjas een bijzonder smerig zwart mutsje tevoorschijn, waarop met gele zijde een «M» geborduurd was. Boelgakov had zelf zo'n mutsje. Zijn derde echtgenote, Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970), had dat voor hem gemaakt.

In het Engels wordt de protagonist van de roman vaak als «the Master» aangeduid, met een hoofdletter «M». Ook in het Nederlands lezen we regelmatig teksten met «de Meester». De Belgische professor Emmanuel Waegemans, bijvoorbeeld, wisselt nogal af. In zijn boekje De meester en Margarita. Een sleutel tot de roman, waarin hij in 2007 de annotaties van deze website in boekvorm kopieerde, schrijft hij de ene keer «de meester», en dan weer «de Meester». Nochtans schrijft Boelgakov altijd мастер [master], met een kleine «м». Wat overigens logisch is, want met een hoofdletter zou het generieke zelfstandig naamwoord мастер [master] veranderen in een eigennaam, en de meester «heeft geen naam meer», zoals u in de volgende paragraaf zal lezen.

Waarom schrijven dan zoveel mensen, met inbegrip van academici en vertalers, «the Master» of «de Meester»? De eerste reden voor dit misverstand kan liggen het feit dat de Russische titel van de roman geschreven wordt als Мастер и Маргарита [Master i Margarita], met een hoofdletter «М». Maar dat is uitsluitend te wijten aan het feit dat het om het eerste woord van de titel gaat, vermits de Russische taal geen lidwoorden als «de» of «een» heeft. Indien Boelgakov de omgekeerde volgorde had gehanteerd, dan zou het Маргарита и мастер [Margarita i master] zijn geweest, en het woord мастер [master] zou met een kleine letter zijn geschreven.

Verward? Ik ben nog niet klaar. In het Engels worden zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden in titels over het algemeen met hoofdletters geschreven. Bijgevolg moet in de titel van de roman en in de titels van de hoofdstukken «the Master» met een hoofdletter worden geschreven, maar niet in de tekst. Dus moet ook in De meester en Margarita, de meester met een kleine «m» worden geschreven, met uitzondering van de titels van de hoofdstukken. En toch schrijven bijvoorbeeld de Engels vertalers Richard Pevear en Larissa Volokhonsky over de hele lijn «de Meester», en de Franse vertaler Claude Ligny schrijft «le Maître». Maar andere vertalers volgen de logica van Boelgakov, zoals de Nederlandse Marko Fondse met «de meester», de Spaanse Amaya Lacasa Sancha met «el maestro» en het Britse Michael Glenny met «the master».

Ik heb geen naam meer

De naam van de meester wordt nergens onthuld in de roman. «Ik heb geen naam meer» betekent ook: ik ben mijn identiteit kwijt.

In de film The Master and Margareth uit 1972 maakt de Servische regisseur Aleksandar Petrović (1929-1994) volgens mij een onvergeeflijke fout door de meester wél een naam te geven. Persoonlijk vind ik dat u het niet moet doen, maar als u het echt niet kan laten, kunt u dat hier bekijken.

De naam die Petrović aan de meester gaf, is de naam van de hoofdpersoon van Boelgakov's roman Zwarte sneeuw, ook wel bekend als Een theatrale roman.

Uit welke taal?

Deze dialoog is zeer vergelijkbaar met een scène uit De graaf van Monte Cristo, een roman geschreven door de Franse schrijver Alexandre Dumas (1802-1870), afgewerkt in 1844. Edmond Dantès, de hoofdpersoon, ontmoet de «gekke priester» Abbé Faria wanneer ze beiden gevangen zitten in het Château d'If in de Middellandse Zee. Faria had een tunnel gegraven om een weg naar de vrijheid te vinden, maar als gevolg van een verkeerde berekening belandde hij in de cel van Dantès. De twee werden vrienden en één van de dialogen die ze hadden was de volgende:

(Dantès) «U spreekt ongetwijfeld meerdere talen?»
(Faria) «Ja, ik spreek vijf moderne talen: Duits, Frans, Italiaans, Engels en Spaans. En met behulp van het oude Grieks leerde ik ook modern Grieks. Ik spreek het niet zo goed als ik had gewenst, maar ik probeer nog steeds beter te worden.»

Bezdomny gebruikt het woordt «taal» in het enkelvoud. Hij lijkt dus te denken dat de meester slechts één vreemde taal spreekt - wat reeds een hele prestatie was in de Sovjet-Unie. Geen wonder dus dat hij afgunstig «Tsjonge!» fluistert wanneer hij hoort dat het er vijf zijn.

En op een keer won hij honderdduizend roebel met een obligatie

De Sovjet overheid organiseerde regelmatig loterijen om verschillende activiteiten te financieren. Eén van de manieren waarop ze dat deden was via obligaties. De burgers werden «gevraagd» om obligaties te kopen op hun werk. Daaraan werd vaak een loterij verbonden waarmee sommige obligaties een belangrijke som geld konden winnen. Omdat er weinig veilige plaatsen bestonden, bleek de meester zijn obligatie te bewaren in een wasmand.

Kamer in de Beenhouwersstraat

De Мясницкая улица [Mjasnitskaja ulitsa], hier correct vertaald als de Beenhouwersstraat, verbindt het Loebjankaplein met het Toergenjevskajaplein, vlakbij Tsjistije Proedi. Tussen 1935 en 1990 heette ze Kirovstraat. Vandaag is in deze straat één van de leukste Moskouse boekhandels, de Biblio-Globus, gevestigd. Die ligt vlak naast het Majakovskimuseum.

Twee kamers in het souterrain van een vrijstaand huisje met tuin

Gedurende de periode van de Nieuwe Economische Politiek (NEP) mochten privépersonen kleine huizen bouwen en bezitten. Het huisje dat Boelgakov beschrijft is dat van de broers Sergej Sergejevitsj Topleninov en Vladimir Sergejevitsj Topleninov in Mansoerovski pereulok nr. 9 in Moskou. Sergej, de jongste, was decorbouwer en make-up artiest bij onder meer het Moskouse Kunsttheater MKHAT, Vladimir was een acteur bij verschillende gezelschappen. Toen Sergej trouwde en verhuisde werd een deel van het huis verhuurd aan dramaturg en scenarioschrijver Sergej Aleksandrovitsj Jermolinski (1900-1984) en zijn vrouw Maria Artemjevna Tsjimisjkjan.

Vanaf 1916 kwam Boelgakov daar vaak. Hij heeft er ook aan De meester en Margarita gewerkt en er stukken uit voorgelezen aan zijn vrienden.Ljoebov Jevgenjeva Belozerskaja (1894-1987), de tweede echtgenote van Boelgakov, vertrouwde Jermolinskyniet. Zij noemde hem «een man met twee gezichten», en suggereerde dat Boelgakov hem had gebruikt als het prototype voor het personage vanAloisi Mogarytsj in De meester en Margarita.

Het souterrain van de meester
Mansoerovski pereulok nr. 9

U kan meer lezen over het souterrain van de meester in de sectie Plaatsen vab de Master & Margarita website.

Een wastafel met stromend water

Sommige oudere gebouwen in Moskou hadden nog geen stromend water. De meester is erg opgezet met zijn wastafel, hij vermeldt ze «met een vreemd soort trots». De reden daarvoor is dat in de gemeenschappelijke appartementen van die tijd de wasbakken alleen voorkwamen in de gedeelde ruimten van keuken en badkamer. Anders dan de meeste mensen kon de meester zich dus privé wassen.

In het halletje van het huisje van de Topleninovs stond inderdaad een porceleinen wasbak, en een paar stappen verder staan bij de omheining inderdaad «een seringenstruik en een linde». Het huisje werd gebouwd in 1834 en het mag een wonder heten dat het er nog staat. Het is erg vervallen en oogt zeker niet meer als een huisje waar je wil in wonen.

In de film [Est] Ouest uit 1999, toont de Franse regisseur Régis Warnier (°1948) enkele aspecten over de toewijzing van kamers in gebouwen in de Sovjetunie.

De slotzin van de roman

«...de vijfde procurator van Judea, de ridder Pontius Pilatus» wordt de slotzin van de roman van de meester. Er is betwisting over de vraag of Pilatus de vijfde of de zesde procurator was. Boelgakov koos voor de vijfde, volgens sommigen omdat hij dan een mooiere alliteratie kreeg in het Russisch: пятый прокуратор Иудеи, Понтий Пилат [pjatni prokoerator Joedei, Ponti Pilat]. Hij gebruikte ongeveer dezelfde woorden om zelf De meester en Margarita mee te besluiten.

Op de Arbat had je een fabelachtige eettent

Die fabelachtige eettent is het restaurant Praga kunnen zijn, op Arbat nr. 2, het eerste gebouw dat je ziet wanneer je vanuit het metrostation Arbatskaya naar de Arbat gaat. Oorspronkelijk stond op deze plaats een restaurant dat door koetsiers werd gefrequenteerd, de huisbrouwerij Braga. In 1896 won de koopman Pjotr Semenovitsj Tararykin het gebouw door voor een weddenschap te biljarten met zijn linkerhand. Hij keek op geen kosten voor de renovatie van het restaurant, en deed daarvoor een beroep op architect Lev Nikolajevitsj Kekoesjev (1862-1916/1919). De beste chefs van Moskou werkten er, zoals de Belgisch-Russische Lucien Olivier (1838-1883), de ontwerper van de welbekende Salade Olivier, en Ivan Jakovlevitsj Testov (1890-?). Na de revolutie werd de Praga een goedkoop cafeteria, en in de jaren '30 een speciale kantine voor Stalin's lijfwachten. Vandaag is het opnieuw een duur en elegant restaurant met negen vorstelijke eetzalen en aparte kleinere privéruimten.

Restaurant Praga
Restaurant Praga

Walgelijk gele, onheilspellende bloemen

Hoewel de gele bloemen die Margarita draagt niet nader worden genoemd in Boek Een van de roman, zal elke moskoviet uit de Sovjetperiode ze meteen herkend hebben als mimosa's, de eerste bloemen die verschenen in de lente, en die in Moskou geïmporteerd werden uit het zuiden.

Het is wellicht betekenisvol dat zowel de mimosa's als Margarita zelf pas benoemd worden in Boek Twee. De meester houdt niet van die bloemen, want ze zijn voor hem een symbool van ellende. En dat was, en is nog steeds, een algemene opvatting. Geel was de kleur van het gekkenhuis - overheidsgebouwen waren donkergeel geschilderd - een «geel huis» is een «gekkenhuis». Maar geel is ook de kleur van het verraad - het is absoluut fout om gele bloemen te geven aan een geliefde in Rusland.

In zijn TV-reeks Mistrz i Malgorzata uit 1990, toont de Poolse regisseur Maciej Wojtyszko (°1946) duidelijk hoezeer de meester de fameuze gele bloemen verafschuwt.

Uw webmaster ondertitelde deze TV-reeks in het Nederlands, Engels, Spaans, Frans, Duits en Italiaans. Met een klik op onderstaande knop kan u de DVD bestellen in onze web shop.

Order DVD

Een zijstraat van de Tverskaja

Toen Boelgakov en Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970) elkaar voor het eerst ontmoetten op 28 februari 1929, gingen ze weg van een feestje op Bolsjoi Gnezdnikovski pereulok nr. 10, een zijstraat van Tverskaja, om door Moskou te kuieren.

U kan méér lezen over Bolsjoi Gnezdnikovski pereulok in dee sectie Plaatsen van de Master & Margarita website.

Tverskaja

Tverskaja oelitsa is nog steeds de hoofdstraat van Moskou. Ze werd later omgedoopt in Gorki oelitsa, en dan weer Tverskaja. Het is de straat die in de richting gaat van Tver, later herdoopd tot Kalinin, en nu weer Tver.

Varenka... Manetsjka, met die streepjesjurk

De meester herinnert zich nauwelijks de naam van de vrouw waarmee hij samen was voor hij Margarita ontmoette. Het is mij niet bekend of Boelga-kov met Varenka of Manetsjka, «met die streepjesjurk» een concrete persoon bedoelde. Varenka en Manetsjka zijn beide Russische koosnaampjes, respectievelijk voor Barbara en Maria.

Deze passage doet denken aan een scène uit De Terugkeer, een roman van Andrej Bely (1880-1934), pseudoniem van Boris Nikolajevitsj Boegajev, waarin de held, Evgeni Handrikov na een verblijf in een psychiatrische inrichting niet meer wist hoe zijn vrouw heette, maar zich nog wel de kleur van haar jurk herinnerde.

Mijn maîtresse

De verhouding van de meester en Margarita komt overeen met deze van Boelgakov zelf met Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970), geboren Njoerenberg, die haar goedgeplaatste militaire echtgenoot in de steek liet voor de relatief minder goed boerende schrijver. Aanvankelijk was hun relatie moeilijk omdat ze beiden gehuwd waren, maar uiteindelijk werd Elena Sergejevna toch Boelgakovs vrouw. Het personage van Margarita verscheen pas in de roman na de kennismaking van Boelgakov en Elena Sergejevna.

Hij zou niemand ooit haar naam vertellen

We komen de naam van de geliefde van de meester later te weten, in Boek Twee, maar het is niet de meester die hem onthult.

Het bureau... boeken en nog eens boeken tot aan de beroete zoldering

De meester herinnert zich «het bureau... en boeken en nog eens boeken vanaf de gebeitste vloer tot aan de beroete zoldering». Deze beschrijving komt zeer goed overeen met de studeerkamer van Boelgakov zelf.

Een roman over zo’n vreemd onderwerp

Het beleid tegenover literatuur dat door de communistische partij in 1928 werd aangenomen wordt gekenmerkt door de term Социальный заказ [sotsialni zakaz] of de sociale opdracht. Het lag in de lijn van het eerste Vijfjarenplan, en de uitwerking werd verzekerd door de Российская Ассоциация Пролетарских Писателей (РАПП) [Rossiskaja assotsiatsija Proletarskich Pisatelej] (RAPP) of de Russische associatiie van proletarische schrijvers en de uitgeverijen. Onder dit beleid werden specifieke thema’s opgelegd aan individuele schrijvers met de bedoeling van de «socialistische opbouw» te stimuleren. Het thema dat Bezdomny moest behandelen hield verband met de staatsideologie tegenover godsdienst. Hoewel de Sovjetunie officieel een atheïstische staat was, steunden de leiders van de Schrijversbond het behandelen van een dergelijke thema, tenminste voor zover het werd geschreven vanuit de «juiste» marxistische visie.

Boelgakov neemt deze sociale opdracht specifiek op de korrel wanneer zijn held, de meester, zich herinnert dat de redacteur van de uitgeverij waaraan hij zijn manuscript had aangeboden, hem de zijns inziens volkomen idiote vraag stelde «wie hem had aangezet tot het schrijven van een roman over zo’n vreemd onderwerp». Een boek over Pilatus maakte duidelijk geen deel uit van zijn sociale opdracht.

Er zijn nogal veel overeenkomsten tussen Boelgakovs leven en dat van de meester. De eerste roman van Boelgakov, De Witte Garde, werd slechts gedeeltelijk gepubliceerd in een magazine in 1925, maar hij las het voor in verschillende literaire groeperingen, en in het algemeen kreeg hij te horen dat een dergelijk onderwerp nooit gepubliceerd zou geraken. De echte aanvallen kwamen echter in 1926 wanneer Boelgakov er een succesvol toneelstuk van maakte in het Moskouse Kunsttheater onder de naam De Dagen van de Toerbins. Een vreemder onderwerp kon er in die tijd nauwelijks bedacht worden: het ging immers over de lotgevallen van een pro-monarchistische familie in Kiev tijdens de burgeroorlog. De aanvallen op de meester die in dit hoofdstuk van De meester en Margarita worden beschreven zijn duidelijk weerspiegelingen van de kritieken die Boelgakov zelf had gekregen.

Ariman

Boelgakov gaf de naam van de Perzische slechte geest Ariman aan een echte criticus: Leopold Leonidovitsj Averbatsj (1903-1939), secretaris van de Российская Ассоциация Пролетарских Писателей (РАПП) [Rossiskaja assotsiatsija Proletarskich Pisatelej] (RAPP) of de Russische associatiie van proletarische schrijvers. Averbatsj vervolgde Boelgakov hardnekkig in zijn geschriften. In 1926 schreef hij За пролетарскую литературу [Za proletarskoejoe lieratoeri] of Over de proletarische literatuur, waarin hij Boelgakov vermeldde als «de meest prominente vertegenwoordiger van de rechtervleugel».

Met rode bloemblaadjes bezaaide titelblad

Boelgakov refereert hier naar een feit uit zijn privéleven, dat in oktober 1968 door Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970) werd verteld aan Bulgakovspecialiste Marietta Tsjoedakova (°1937). «In de zomer van 1929 ging ik naar Jessentoeki om te worden behandeld. Boelgakov schreef me een mooie brief, bezaaid met bloemblaadjes van rode rozen. Maar ik kon die brieven niet houden. In een van zijn brieven schreef hij: «Ik heb u een waardig geschenk bereid». Toen ik terug in Moskou was gaf hij me de tekst van de autobiografische novelle Aan een geheime vriend».

Schuine regen

Het beeld van de schuine regen is ontleend aan het gedicht Naar huis! van Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1893-1930). Boelgakov moet het gekend hebben van de tijdschriftpublicatie in 1926. Toen Majakovski het later bundelde schrapte hij op aanraden van zijn vriend Osip Maksimovitsj Brik (1888-1945) de slotregels, de beste van het gedicht. Ze luidden:

Ik wil begrip van mijn land, meer niet.
En wat
als begrip uitblijft?

Dan passeer ik vergeefs
zijn grondgebied
zoals regen
schuin overdrijft.

Het lijkt erop dat Boelgakov zich via de meester met deze regels identificeert.

Pilatisme

Boelgakov's archief bevat uittreksels van de krant Rabosjaja Moskva, met onder meer een artikel Wij zullen staken en vechten tegen het Boelgakovisme! [Oedarim po boelgakovsjtsjine] In De meester en Margarita schrijft Lavrovitsj een krantenartikel waarin hij voorstelt «te sttrijden en te vechten tegen het Pilatisme» [oedarit' po pilatsjine]. Boelgakov voelde zichzelf, zoals de meester, aangevallen in de pers. In zijn brief aan de sovjetautoriteiten in 1930 wist hij zelfs precies hoe vaak. Hij had, in tien jaar schrijversschap, 301 artikelen over zichzelf gelezen - 3 ervan waren lovend en 298 vijandig en beledigend. Zijn toneelstukken werden overigens haast allemaal verboden.

Ondertekend met M.Z.

In de Nederlandse vertaling van De meester en Margarita worden de initialen «M.Z.» vermeld, maar in de Franse en Engelse vertalingen van het boek staan de initialen «N.E.». In Russische uitgaven vinden we beide terug. In de Russische tekst op het internet staat подписанная буквами "Н.Э." of ondertekend met de initialen «N.E.», maar in veel gedrukte versies van de roman lezen we подписанная буквами "М.З." of ondertekend met de initialen «M.Z.». Wie «N.E.» is weet ik (nog) niet, maar «M.Z.» staat voor Michail Borisovitsj Zagorski (1885-1951), een schrijver en criticus die felle kritieken had geschreven op Boelgakov's toneelstukken Het purperen eiland en De dagen van de Toerbins.

In een eerdere versie van de roman bedacht Boelgakov deze figuur met nog een andere naam die overeenstemde met de initialen «M.Z.». Hij heette daarin immers З. Мышьяк [Z. Mysjjak], wat zoveel betekent als Z. Arsenicum.

Een militante oud-gelovige

De староверы [starovjery], ook soms betiteld als старообрядцы [staroobrjadtsy], of de oud-gelovigen braken met de Russisch-Orthdoxe kerk in het midden van de 17de eeuw uit protest tegen de hervormingen van de patriarch Nikon van Moskou, geboren Nikita Minin (1605-1681). Latoenski gebruikt deze term hier een beetje ijdel. Op 5 oktober 1926 werd Boelgakov op gelijkaardige wijze bestempeld als een militante witte gardist door de criticus Aleksander Robertovitsj Orlinski (?-1938) in het blad Nasja Gazeta. Boelgakovs toneelstuk De Dagen van de Toerbins werd toen omschreven als een «politieke demonstratie waarin de auteur knipoogt naar de overblijfselen van de Witte Garde».

Vreugdeloze herfstdagen braken aan

Deze tijd van het jaar is erg betekenisvol voor de Russische lezers, want in de herfst en in de lente verhoogde het aantal arrestaties steeds drastisch, omdat de regering de aandacht wilde afleiden van haar economische en culturele tekortkomingen.

Aloisi Mogarytsj

Het kan de lezer verbazen waarom ik het personage Aloisi Mogarytsj op deze plaats vermeld. In de Nederlandse vertaling van Marko Fondse an Aai Prins - en ook in veel andere - verschijnt Mogarytsj immers pas in hoofdstuk 24, wanneer hij door Woland ter verantwoording wordt geroepen voor wat hij de meester heeft aangedaan. Maar in de oospronkelijke Russische tekst verschijnt Aloisi Mogarytsj reeds op het einde van hoofdstuk 13. Hij duikt op in het tuintje van de meester, stelt zich voor als een journalist, en blijkt verbazend veel te weten over de werkwijze en de criteria die gehanteerd worden door de autoriteiten om manuscripten te verbieden. De meester vertelt aan Ivan dat hij zelfs bevriend met hem geraakt.

Deze scène is één va de vele zogenaamde losse eindjes in De meester en Margarita. Aangezien Boelgakov overleed nog vóór hij de eindredactie van de tekst had kunnen voltooien, vertoont de roman een aantal imperfecties. Het voortdurend herschrijven, inkorten en weer uitbreiden van de roman zorgde voor een aantal losse eindjes en zelfs enkele contradicties in de tekst. 

Uw webmaster vertaalde dit losse eindje in het Nederlands, en u kan het downloaden in de sectie Archieven section van de Master & Margarita website. In de sectie Personages kan u méér lezen over Aloisi Mogarytsj. Op de volgende video kan u de eerste ontmoeting van de meester en Aloisi Mogarytsj zien zoals ze verfilmd werd door Vladimir Bortko in zijn TV-reeks Master i Margarita in 2005.

Uw webmaster ondertitelde deze TV-reeks in het Nederlands, Engels, Spaans, Frans, Duits en Italiaans. Met een klik op onderstaande knop kan u de DVD bestellen in onze web shop.

Order DVD

En begon ze te verbranden

Boelgakov deed dit zelf met enkele van zijn eigen manuscripten, waaronder een vroegere versie van De meester en Margarita, in 1930, toen zijn werk volledig verbannen was uit de theaters.

Er werd op mijn raam geklopt

Het vervolg krijgt alleen Ivan te horen. Maar voor de Russische lezer is het duidelijk dat de meester gearresteerd werd. Als hij daarna naar zijn woning terugkeert blijkt deze door een ander te zijn bewoond: «Uit mijn vertrekken klonk grammofoonmuziek». De toedracht wordt in Boek Twee onthuld, wanneer Aloisi Mogarytsj bij Woland ter verantwoording geroepen wordt.

Half januari…

Uit het eerste hoofdstuk weten we dat Ivan werd geïnterneerd op «een gruwelijke meiavond». Met de aanduiding «half januari» weten we nu ook dat de meester ongeveer vier maanden in een instelling heeft doorgebracht.

… zat ik in deze zelfde jas, maar dan zonder knopen

Deze laconieke referentie is de enige indicatie van waar de meester die vier verloren maanden heeft doorgebracht. Het was immers de gewoonte om broeksriemen, schoenveters en knopen van de kleding van diegenen die werden «vastgehouden voor ondervraging».

De angst had iedere vezel van mijn lichaam in zijn greep

Veel van de details van de angstaanvallen die de meester beschrijft zijn autobiografisch. In het midden van de jaren '30 leed Boelgakov zelf aan agorafobie en werd hij op diverse manieren behandeld.

Vorige      Volgende