De meester
Nederlands > De personages > Hoofdpersonages > De meester
Rol
De meester is een schrijver die aan een boek bezig is over Pontius Pilatus. "У меня нет больше фамилии" - "Ik heb geen naam meer," zegt hij aan de dichter Ivan wanneer ze elkaar ontmoeten in het psychiatrisch ziekenhuis van dokter Stravinski, waar ze allebei werden geïnterneerd. De meester vertelt zijn verhaal aan de dichter. Ooit was hij een historicus (hetzelfde beroep dat Ivan zal beginnen uit te voeren aan het einde van het boek), maar toen hij een grote som geld won bij een loterij, liet hij zijn job staan om aan het boek te werken. Op een dag ontmoette hij Margarita, op wie hij hopeloos verliefd werd. Toen hij zijn boek presenteerde aan enkele uitgevers, werd het afgewezen en, hoewel het nooit was gepubliceerd, begonnen de recensenten in de kranten het aan te vallen. In een vlaag van waanzin beelde de meester zich in dat een octopus hem probeerde te verdrinken in zijn inkt, en hij verbrandde zijn boek. Margarita redde een stuk en bewaarde het, maar de meester werd geïnterneerd en zag haar niet meer weer.
In het ziekenhuis heeft de meester sleutels gestolen waarmee hij zou kunnen ontsnappen, maar hij "kan nergens heen". Maar Margarita heeft de Duivel geholpen bij zijn bal en als beloning zorgt deze ervoor dat zij en de meester toch weer terug kunnen samenkomen. Woland (de Duivel) zorgt ervoor dat ze terug in het oude appartement van de meester kunnen, dat hun bankrekening weer werkt, dat de meester weer de goede papieren krijgt en dat het verbrande manuscript op mirakuleuze wijze weer in zijn oorspronkelijke staat terugkeert. Op het einde van het boek neemt Woland de meester met zich mee. Dat doet hij op verzoek van Jezus want deze kan hem niet opnemen omdat, zo zegt hij, "de meester geen licht verdiend heeft. Hij heeft vrede verdiend". Margarita mag met de meester meegaan, zodat ze nooit meer gescheiden worden.
Achtergronden
Het eerste model voor de schrijver-held van Boelgakovs roman is uiteraard de auteur zelf, terwijl Margarita gebaseerd is op zijn derde vrouw, Elena Sergeevna Shilovskaja. Pas in hoofdstuk 13 worden we voorgesteld aan de meester, een man van 38. Dat was ook Boelgakovs leeftijd in 1929, toen hij aan de roman begon.
De meester werkt aan een roman die op heel wat tegenstand stuit. Het is een roman over de innerlijke strijd die Pontius Pilatus voerde toen hij geconfronteerd werd met de Nazareeër Jezus Christus. De kritiek op de roman van de meester is een weerspiegeling van de perscampagnes tegen Boelgakovs eigen werken als De eieren der Rampp-spoed, en De Witte Garde, en tegen zijn toneelstukken, vooral De Vlucht.
Boelgakovs archief bevat uittreksels van de krant Rabosjaja Moskva, met onder meer een artikel getiteld "Wij zullen staken en vechten tegen het Boelgakovisme!" [Udarim po Boelgakovshchine!]. In de roman schrijft Lavrovitsj een krantenartikel waarin hij voorstelt "te staken en te vechten tegen het Pilatisme" [udarit' po pilatchine]. Boelgakov voelde zichzelf, zoals de meester, aangevallen in de pers. In zijn brief aan de sovjetautoriteiten in 1930 wist hij zelfs precies hoe vaak. Hij had, in tien jaar schrijversschap, 301 artikelen over zichzelf gelezen - 3 ervan waren lovend en 298 vijandig en beledigend. Zijn toneelstukken werden overigens haast allemaal verboden.
In de roman wordt niet duidelijk omschreven waarom en hoe de meester in het psychiatrisch ziekenhuis terecht komt. Is het een vergetelheid van de auteur? Of een gevolg van het ontbreken van een definitieve eindredactie? Waarschijnlijk niet. We mogen veronderstellen dat Boelgakov met deze onduidelijkheid de praktijken van de Sovjetautoriteiten van die tijd wou behandelen. Wanneer iemand "verdween" was hij vaak gearresteerd door de geheime politie, en werd daar door de autoriteiten op een vage, onpersoonlijke en heimelijke manier op gereageerd.
De beschrijving van de meester doet ook denken aan een ander literair model, de schrijver Nikolaj Gogol (1809-1852). De meester verbrandde zijn manuscript over Pilatus, Boelgakov verbrandde zijn roman over de meester, en Gogol het tweede deel van Dode Zielen. Boelgakov bewonderde Gogol. Hij heeft diens Dode Zielen bewerkt tot een theaterstuk.
In Boelgakovs vroegste versie van de roman werd de rol van de meester gespeeld door Fesija, een wijze die begaan was met de duivelskunsten uit de Middeleeuwen en de Italiaanse Renaissance. Fesija was veel méér bezig met duivelse krachten dan de latere meester, hij stond dichter bij Goethe's Faust. De figuur van Fesija was wellicht geïnspireerd door de religieuze filosoof Pavel Florenski (1882-1937), die gearresteerd werd in 1928.
De eigenzinnige Oekraïense polemist Alfred Nikolajevitsj Barkov stelt dat niet Boelgakov, maar de Russische auteur Maxim Gorki model zou gestaan hebben voor de meester. Boelgakov zelf zou in die veronderstelling de inspiratiebron geweest zijn voor Ivan Bezdomny.
hoofdpersonages
Uw gids door de roman
Per hoofdstuk worden in een handige gids alle namen van personen en plaatsentypische begrippen en uitdrukkingen en de opmerkelijke citaten uit de roman verklaard en in hun politieke, sociale, economische of culturele context geplaatst.