De meester

Nederlands > De personages > Hoofdpersonages > De meester

Context

De meester is een schrijver die, in de tijd van Jozef Stalin (1878-1953), een roman heeft geschreven over Pontius Pilatus (?-39), de Romeinse prefect van Judea die volgens de christelijke evangeliën het doodvonnis van Jezus van Nazareth (0-33) heeft bekrachtigd. In de atheïstische Sovjet-Unie van die tijd was dat een verboden onderwerp, zodat de meester in de pers zwaar werd aangepakt, hoewel zijn roman nooit gepubliceerd werd. Hij wordt gearresteerd en geïnterneerd in het psychiatrisch ziekenhuis van dokter Stravinski, waar hij de dichter Ivan Bezdomny ontmoet.

Vóór zijn internering was de meester zo aangeslagen door de verwijten dat hij vlagen van waanzin kreeg en zijn eigen identiteit verloochende. «У меня нет больше фамилии» of «Ik heb geen naam meer», zegt hij aan de dichter wanneer hij zijn verhaal vertelt. Ooit was hij een historicus - hetzelfde beroep dat Ivan zal beginnen uit te voeren aan het einde van de roman -, maar toen hij een grote som geld won bij een loterij, liet hij zijn job staan om aan zijn boek te werken. Op een dag ontmoette hij Margarita, op wie hij hopeloos verliefd werd. Toen hij zijn boek wou verbranden redde Margarita een stuk ervan en bewaarde het.

In het ziekenhuis heeft de meester sleutels gestolen waarmee hij zou kunnen ontsnappen, maar hij doet dat niet, want hijj «kan nergens heen». Ondertussen heeft Margarita, zonder nieuws over waar de meester was, de duivel Woland geholpen bij zijn jaarlijks bal, en als beloning zorgt deze ervoor dat zij haar geliefde terugvindt. De meester en Margarita worden herenigd om nooit meer gescheiden te worden.


Prototype

Het meest voor de hand liggende prototype voor de meester is Boelgakov zelf, terwijl het personage Margarita gebaseerd is op Boelgakovs derde vrouw, Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970), geboren Njoerenberg. Pas in hoofdstuk 13 worden we voorgesteld aan de meester, een man van 38. Dat was ook Boelgakovs leeftijd toen hij aan De meester en Margarita begon te schrijven.

De roman van de meester stuit op veel tegenstand omdat hij een religieus onderwerp behandelt, met name de innerlijke strijd die Pilatus volgens veel evangelisten voerde toen hij geconfronteerd werd met Jesjoea Ha-Notsri, wat de de Aramese naam is voor Jezus van Nazareth. De roman van de meester zou nooit gepubliceerd worden, net zoals De meester en Margarita, een «boek over de duivel», nooit tijdens Boelgakovs leven zou gepubliceerd worden. De kritiek op de roman van de meester is een weerspiegeling van de felle perscampagnes die werden gevoerd tegen Boelgakovs eigen werken als De eieren der Rampp-spoed en De Witte Garde, en tegen zijn toneelstukken, vooral De Vlucht.

Boelgakovs archief bevat uittreksels van de krant Rabosjaja Moskva, met onder meer een artikel van de criticus Aleksander Robertovitsj Krips (1892-1938), die schreef onder het pseudoniem Aleksander Robertovitsj Orlinski, waarin deze betoogde: «Wij zullen staken en vechten tegen het Boelgakovisme!». In De meester en Margarita parafraseert Boelgakov deze aanval wanneer hij de criticus Lavrovitsj laat oproepen om «te staken en te vechten tegen het Pilatisme». Boelgakov hield nauwgezet bij hoe vaak hij werd aangevallen in de pers. In zijn brief aan de sovjetautoriteiten in 1930 schreef hij dat hij, in tien jaar schrijversschap, 301 artikelen over zichzelf had gelezen «Из них: похвальных - было 3, враждебно-ругательных - 298» of «3 ervan waren lovend en 298 vijandig en beledigend». Zijn toneelstukken werden overigens haast allemaal verboden.

In de roman wordt niet duidelijk omschreven waarom en hoe de meester in het psychiatrisch ziekenhuis terecht komt. Is het een vergetelheid van de auteur? Of een gevolg van het ontbreken van een definitieve eindredactie? Waarschijnlijk niet. We mogen veronderstellen dat Boelgakov met deze onduidelijkheid bewust de praktijken van de Sovjetautoriteiten van die tijd wou behandelen. Wanneer iemand «verdween» was hij vaak gearresteerd door de geheime politie, en werd daar door de autoriteiten op een vage, onpersoonlijke en heimelijke manier op gereageerd.

De meester en Margarita wemelt van de verwijzingen die het personage van de meester in verband brengen met Boelgakov zelf. Het souterrain waar de meester zijn roman schrijft stemt perfect overeen met het huisje van de broers Sergej en Vladimir Topleninov in Mansoerovski pereulok 9 in Moskou, waar Boelgakov graag kwam en waar hij ook aan De meester en Margarita gewerkt heeft. En het personage van Margarita duikt in de roman pas op in 1929, kort nadat hij Elena Sergejevna heeft ontmoet. Die ontmoeting vond overigens plaats in de Bolsjoj Gnezdnikovski pereulok 10, «een zijstraat van de Tverskaja» waar ook de meester en Margarita elkaar voor het eerst ontmoeten.

In Boelgakovs vroegste versie van De meester en Margarita werd de rol van de meester gespeeld door Fesija, een wijze die begaan was met de duivelskunsten uit de Middeleeuwen en de Italiaanse Renaissance. Fesija was veel méér bezig met duivelse krachten dan de latere meester, hij stond dichter bij de Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). De figuur van Fesija was wellicht geïnspireerd door de religieuze filosoof Pavel Alexandrovitsj Florenski (1882-1937), die gearresteerd werd in 1928. Hij werd verbannen naar Nizjni Novgorod, en op 8 december 1937 doodgeschoten.


Meer achtergrondinformatie

Veel mensen die naar het personage van de meester verwijzen schrijven «Meester», met een hoofdletter «M», alsof het om een eigennaam gaat. Maar dat is in strijd met de geest van de roman, want de meester heeft zijn naam afgezworen. In de originele tekst van Boelgakov zelf lezen we overal «мастер» [master], met een kleine letter «м». In Rusland is het immers de gewoonte om, ook vandaag nog, de omschrijving «meester» te gebruiken om een vakman aan te duiden, iemand die, vergelijkbaar met de meesters in de gilden en ambachten uit de Middeleeuwen, een hoge graad van bedrevenheid heeft bereikt in zijn werk, met een uitstekende kennis van zijn vak.

De meester heeft dus verzaakt aan zijn naam. Dat heeft regisseur Aleksandar Petrović er niet van weerhouden om hem in zijn film Il maestro e Margherita uit  1972 toch een naam te geven. In die film stelt de meester zich voor als Nikolaj Afanasjevitsj Maksoedov. Dat is het hoofdpersonage uit Boelgakovs onvoltooide autobiografische roman Zwarte sneeuw. Andere titels van dit boek zijn Theatrale roman en Aantekeningen van een overledene. Ook regisseur Vladimir Bortko refereerde naar deze naam in zijn TV-serie Master i Margarita uit 2005. Wanneer Behemoth na het bal het manuscript van de roman over Pilatus terug geeft aan de meester zien we een glimp van de voorpagina waarop de naam Nikolaj Afanasievitsj Maksoedov vermeld staat.

De reactie van de meester op de perskritieken doet ook wel denken aan de schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol (1809-1852). De meester verbrandde zijn manuscript over Pilatus, Boelgakov verbrandde op 18 maart 1930 zijn manuscript van De Hoef van de ingenieur, één van de eerste versies van De meester en Margarita, en Gogol verbrandde op 12 februari 1852 het tweede deel van Dode Zielen. Boelgakov bewonderde Gogol. Hij heeft diens Dode Zielen bewerkt tot een theaterstuk. In een brief aan zijn vriend Pavel Sergejevitsj Popov (1892-1964) schreef Boelgakov op 24 april 1932: «de kachel werd al geruime tijd geleden mijn favoriete uitgever».

De eigenzinnige Oekraïense polemist Alfred Nikolajevitsj Barkov (1941-2004) stelde dat niet Boelgakov, maar eerder de Russische auteur Maxim Gorki (1868-1936) model zou gestaan hebben voor de meester. Boelgakov zelf zou dan het prototype geweest zijn voor het personage Ivan Bezdomny.



Deze pagina delen |