De meester

Nederlands > De personages > Hoofdpersonages > De meester

Rol

De meester is een schrijver die aan een boek bezig is over Pontius Pilatus. Wanneer hij de dichter Ivan ontmoet in het psychiatrisch ziekenhuis van dokter Stravinski, waar ze allebei werden geïnterneerd, zegt hij: «У меня нет больше фамилии» of «Ik heb geen naam meer». De meester vertelt zijn verhaal aan de dichter. Ooit was hij een historicus (hetzelfde beroep dat Ivan zal beginnen uit te voeren aan het einde van de roman), maar toen hij een grote som geld won bij een loterij, liet hij zijn job staan om aan zijn boek te werken. Op een dag ontmoette hij Margarita, op wie hij hopeloos verliefd werd. Toen hij zijn boek presenteerde aan enkele uitgevers, werd het afgewezen en, hoewel het nooit was gepubliceerd, begonnen de recensenten in de kranten het aan te vallen. In een vlaag van waanzin beelde de meester zich in dat een octopus hem probeerde te verdrinken in zijn inkt, en hij verbrandde zijn boek. Margarita redde een stuk en bewaarde het, maar de meester werd geïnterneerd en zag haar niet meer weer.

In het ziekenhuis heeft de meester sleutels gestolen waarmee hij zou kunnen ontsnappen, maar hij «kan nergens heen». Ondertussen heeft Margarita de Duivel Woland geholpen bij zijn bal en als beloning zorgt deze ervoor dat zij en de meester toch weer terug kunnen samenkomen. Margarita mag met de meester meegaan, zodat ze nooit meer gescheiden worden.

Achtergrond

Het eerste model voor de schrijver-held van Boelgakovs roman is de auteur zelf, terwijl Margarita gebaseerd is op zijn derde vrouw, Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970). Pas in hoofdstuk 13 worden we voorgesteld aan de meester, een man van 38. Dat was ook Boelgakovs leeftijd toen hij aan de roman begon.

De meester werkt aan een roman die op heel wat tegenstand stuit. Het is een roman over de innerlijke strijd die Pontius Pilatus voerde toen hij geconfronteerd werd met de Nazareeër Jezus Christus. De kritiek op de roman van de meester is een weerspiegeling van de perscampagnes tegen Boelgakovs eigen werken als De eieren der Rampp-spoed en De Witte Garde, en tegen zijn toneelstukken, vooral De Vlucht.

Boelgakovs archief bevat uittreksels van de krant Rabosjaja Moskva, met onder meer een artikel getiteld «Wij zullen staken en vechten tegen het Boelgakovisme!» [Oedarim po Boelgakovsjtsjine!]. In de roman schrijft Lavrovitsj een krantenartikel waarin hij voorstelt «te staken en te vechten tegen het Pilatisme» [oedarit po pilatsjine]. Boelgakov voelde zichzelf, zoals de meester, aangevallen in de pers. In zijn brief aan de sovjetautoriteiten in 1930 wist hij zelfs precies hoe vaak. Hij had, in tien jaar schrijversschap, 301 artikelen over zichzelf gelezen «Из них: похвальных - было 3, враждебно-ругательных - 298» of «3 ervan waren lovend en 298 vijandig en beledigend». Zijn toneelstukken werden overigens haast allemaal verboden.

In de roman wordt niet duidelijk omschreven waarom en hoe de meester in het psychiatrisch ziekenhuis terecht komt. Is het een vergetelheid van de auteur? Of een gevolg van het ontbreken van een definitieve eindredactie? Waarschijnlijk niet. We mogen veronderstellen dat Boelgakov de praktijken van de Sovjetautoriteiten van die tijd wou behandelen met deze onduidelijkheid. Wanneer iemand «verdween» was hij vaak gearresteerd door de geheime politie, en werd daar door de autoriteiten op een vage, onpersoonlijke en heimelijke manier op gereageerd.

De beschrijving van de meester doet ook denken aan een ander literair model, de schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol (1809-1852). De meester verbrandde zijn manuscript over Pilatus, Boelgakov verbrandde zijn roman over de meester, en Gogol verbrandde het tweede deel van Dode Zielen. Boelgakov bewonderde Gogol. Hij heeft diens Dode Zielen bewerkt tot een theaterstuk.

In Boelgakovs vroegste versie van De meester en Margarita werd de rol van de meester gespeeld door Fesija, een wijze die begaan was met de duivelskunsten uit de Middeleeuwen en de Italiaanse Renaissance. Fesija was veel méér bezig met duivelse krachten dan de latere meester, hij stond dichter bij de Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). De figuur van Fesija was wellicht geïnspireerd door de religieuze filosoof Pavel Alexandrovitsj Florenski (1882-1937), die gearresteerd werd in 1928. Hij werd verbannen naar Nizjni Novgorod, en op 8 december 1937 doodgeschoten.

De eigenzinnige Oekraïense polemist Alfred Nikolajevitsj Barkov (1941-2004) stelde dat niet Boelgakov, maar de Russische auteur Maxim Gorki (1868-1936) model zou gestaan hebben voor de meester. Boelgakov zelf zou dan de inspiratiebron geweest zijn voor het personage Ivan Bezdomny



Deze pagina delen |