Klassieke muziek in de Sovjet-Unie

Nederlands > Context > Muziek > Klassieke muziek

In de eerste jaren van de Sovjet-Unie, in de roes van de revolutie en onder invloed van de proletkoelt, kende de klassieke muziek aanvankelijk een golf van experimenten, zoals orkesten die speelden zonder dirigent. Onder Stalin werden  de innovaties op het vlak van inhoud en vorm echter drastisch teruggeschroefd, en gold het classicisme als norm.

De Союз композиторов СССР [Sojoez kompositorov SSSR] of de Unie van Sovjet Componisten moest daarbij als regulator optreden. De Unie werd opgericht in uitvoering van een resolutie van de Communistische Partij van 23 april 1932 voor de Herstructurering van literaire en artistieke organisaties.

De Unie werd een machtige organisatie die volledige zeggenschap kreeg over uitvoeringen van muziekwerken, artistieke organisaties, orkesten, ensembles, auteursrechten, concertzalen, muziekuitgevers, theaters, radio en televisie, cultuurinstellingen, conservatoria en andere instellingen, en muziekwinkels. De Unie controleerde alle met muziek verwante beroepen en onderhandelde over de relatie tussen de componisten en de Partij.

Een van de bekendste componisten in de Stalin periode was ongetwijfeld Sergej Sergejevitsj Prokofjev (1891-1953). Hij is vooral bekend door het muzikale sprookje Peter en de wolf, dat ook nu nog bij kinderen in de hele wereld populair is.

Andere invloedrijke componisten waren Dmitri Iljitsj Sjostakovitsj (1906-1975) en Aram Dimitrjevitsj Chatsjatoerjan (1903-1978). Hun werken werden vaak verboden omwille van hun zogenaamd formalisme, wat inhield dat zij componeerden om de vorm en niet ten dienste van het communistische ideaal. Daarom zagen ze zich verplicht om bijvoorbeeld filmmuziek te componeren, of om zich toe te leggen op het schrijven van melodietjes voor массовые песни [massovje pesni] of massaliedjes op teksten van officieel goedgekeurde Sovjet dichters.

De relatie tussen creatieve intelligentia, de partijbureaucratie en de elite van de Communistische Partij was complex, veranderlijk en vaak ook onvoorspelbaar, en remde in hoge mate de artistieke expressie in die tijd. De opera Lady Macbeth uit het district Mtsensk van Dmitri Sjostakovitsj, bijvoorbeeld, kende zijn première in het Maly Theater in Leningrad op 22 januari 1934. Twee jaar lang werd de opera met groot succes opgevoerd in de Sovjet-Unie. In 1936 kwam daar abrupt een eind aan toen een anoniem krantenartikel in de Pravda het werk verpletterend bekritiseerde. Het artikel was getiteld Chaos in plaats van muziek en wordt zelfs door sommigen toegeschreven aan Jozef Stalin. De toenmalige leiding van de Sovjet-Unie en de Unie van Sovjet Componisten veroordeelden vanaf dan het werk als te modern en decadent.

In 1946 vaardigde Andrej Aleksandrovitsj Zjdanov (1896-1948), een vooraanstaand lid van het Politbureau, de Zjdanovdoctrine uit. De doctrine hield in dat de wereld was verdeeld in twee kampen: een imperialistisch deel geleid door de Verenigde Staten van Amerika en een democratisch deel geleid door de Sovjet-Unie. Elk land moest een kant kiezen, neutraliteit in de doctrine was onmogelijk. De Zjdanov doctrine veranderde snel in een cultureel beleid dat inhield dat artiesten, kunstenaars, muzikanten en schrijvers volgens de denkbeelden van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie moesten werken.

In 1948 schreef Zjdanov een tweede resolutie die specifiek gericht was tegen componisten. De Unie van Sovjet Componisten organiseerde een speciaal congres waarbij vele componisten beschuldigd werden van modernisme en bourgeois decadentie, en waarbij ze aangemaand werden om publiekelijk berouw te tonen. Onder meer Chatsjatoerjan voelde zich genoodzaakt om zich in het tijdschrift Sovjetskaja Moezika te verontschuldigen, waardoor erger werd voorkomen. Toch moeten deze aantijgingen hem diep geraakt hebben: na de dood van Stalin trok hij openlijk van leer tegen de bureaucratische bevoogding die volgens hem het artistieke creatieve proces tot het niveau van ambtelijke besluitvorming degradeerde.

Hoewel de autoriteiten na de dood van Stalin minder streng waren, werden als avant-gardistisch of westers geboekstaafde werken toch met de nodige argwaan bekeken. Een componist als Alfred Garrievitsj Schnittke (1934-1998), bijvoorbeeld, zag veel van zijn werken verboden worden en mocht niet meer naar het buitenland. Om aan de kost te komen schreef hij meer dan 70 soundtracks voor films. In 1990, na de val van de Sovjet-Unie vestigde hij zich in Hamburg. Eén van zijn laatste realisaties vóór zijn dood was de soundtrack voor de film Master i Margarita van Joerij Kara in 1994.

Klik hier om meer over Alfred Schnittke te lezen

Audio

    Sergej Prokofjev - Peter en de wolf (fragment)



Deze pagina delen |