Het muzikale landschap in de Sovjet-Unie

Nederlands > Context > Muziek

Kort na de revolutie in 1917 ontstond in de Sovjet-Unie, onder invloed van de marxistische denker Aleksandr Bogdanov (1873-1928), de beweging пролеткульт (proletkoelt), voluit пролетарская культура (proletarskaja koeltoera) of proletarische cultuur. Bogdanov pleitte voor autonomie in de kunst, die niet afhankelijk mocht zijn van politieke controle door de communistische partij. De kunst moest de proletariërs verheffen en hen tot klassebewustzijn brengen, zonder een beroep te doen op burgerlijke specialisten of revolutionaire intellectuelen.

In 1920 werd op aansporing van Lenin de organisatie van het muziekleven in handen gelegd van het Народный комиссариат просвещения (Narodi kommissariat prosvesjtsjenija] of het Volkscommissariaat voor Verlichting.

De proletkoelt werd aanvankelijk gesteund door het Narkompros, met als voorname pleitbezorger de Volkscommissaris voor Onderwijs, Voorlichting en Wetenschappen Anatoli Vasiljevitsj Loenatsjarski (1875-1933). Loenatsjarski, die erin slaagde om een grootscheepse alfabetiseringscampagne op gang te brengen, zou volgens sommige letterkundigen model gestaan hebben voor de figuur van Michail Berlioz in De meester en Margarita. Maar anderen denken dat hij het prototype was van de criticus Latoenski.

Na de dood van Lenin in 1924 werden de creatie en de uitvoering van vernieuwende muziek echter al snel weer gekortwiekt. Loenatsjarski hielp eerst zelf nog om de censuur te organiseren, maar werd later door Jozef Stalin (1878-1953) weggepromoveerd. Al wat afweek van de normen van de partij of wat als bedreigend werd ervaren voor het regime, werd bekritiseerd of verboden.

Toen in de jaren ’20 de jazz muziek kwam aangewaaid uit de Verenigde Staten, werd ze eerst argwanend bekeken, en toen ze succes bleek te hebben werden initiatieven genomen om ze onder controle van het regime te brengen. De oprichting van het Staats Jazzorkest van de USSR onder leiding van componist Matvej Isaakovitsj Blanter (1903-1990) en dirigent Viktor Nikolajevitsj Knoesjevitskij (1906-1972) in 1936 was een onderdeel van dat controle-apparaat. De erkende en toegelaten jazz bands waren eigenlijk big bands met een repertoire van foxtrots, tango’s, dixieland, swing en andere min of meer «keurig dansbare ritmes».

Een belangrijke rol in het verspreiden van muziek die niet bedreigend was voor het regime was weggelegd voor het medium film. Meer nog: de filmmuziek werd een belangrijk instrument van de Sovjet propaganda om de reële of verzonnen verwezenlijkingen van de staat te verheerlijken en de utopie van de nieuwe Sovjet burger levend te houden. Het genre creëerde zijn eigen helden. Naast de bekende componist Sergej Sergejevitsj Prokofjev (1891-1953) die de muziek schreef voor de historische epossen van Sergej Michailovitsj Eisenstein (1898-1948), werd ook componist Isaak Osipovitsj Doenajevski (1900-1955) populair met zijn pompeuze marsen en jazzmuziek voor de films van Grigori Vasiljevitsj Aleksandrov (1903-1983).

Melodija

In 1948 hadden enkele platenmaatschappijen geluidsdragers op vinyl in de markt geïntroduceerd, CBS kwam met de 33-toeren langspeelplaat en RCA met de 45-toeren single. Toen deze geluidsdragers in 1958 ook stereo muziek konden afspelen, kwam de verspreiding van populaire muziek in een stroomversnelling terecht, ook in de Sovjet-Unie. Het regime reageerde door in 1964 het Staatsbedrijf voor de productie, opslag en distributie van geluidsopnamen Мелодия [Melodija] op te richten.

Melodija kreeg grote budgetten toegekend en bouwde in het hele land een netwerk van opnamestudio’s, productiebedrijven, distributiecentra en een promotiesysteem. Jaarlijks werden tot 200 miljoen platen en een miljoen geluidscassettes geproduceerd. Uiteraard werd alleen door de Staat goedgekeurde muziek verdeeld.  

De barden

In de periode van 1973 tot 1986, die vaak aangeduid wordt als de эпоха застоя [epocha zastoja] of het tijdperk van de stagnatie, en die grofweg overeenkomt met de periode waarin Leonid Iljitsj Brezjnev (1906-1982), Joeri Vladimirovitsj Andropov (1914-1984) and Konstantin Oestinovitsj Tsjernenko (1911-1985) het bewind voerden, werd de muziek van de Russische barden erg populair. De bekendsten onder hen waren Boelat Sjalvovitsj Okoedzjava (1924-1997), de dichter van de Arbat, en Vladimir Semjonovitsj Vysotski (1938-1980).

De liedjes van de barden werden zelden of nooit door Melodija verdeeld. Naar analogie van de самиздат [samizdat], of het clandestien publiceren in eigen beheer in de literatuur, werden de liedjes van de barden vaak verspreid via de магнитиздат [magnitizdat]. De term is een samentrekking van магнитная пленка [magnitnaja pljenka] of magnetische band en издать [izdat] of publiceren.

Lichte muziek

In de jaren ’60 probeerden de Sovjet-autoriteiten de opkomende pop- en rockmuziek onder controle te krijgen door middel van VIA’s. Dat was de afkorting voor de zogenaamde Вокально-Инструментальные Ансамбли [Vokalno-instroementalnye Ansambli] of Vocaal-instrumentale ensembles. Een VIA was een door de Staat goedgekeurde band van professionele muzikanten, die muziek uitvoerde die geschreven was door professionele componisten van de Unie van Sovjet Componisten.

Rock and roll en punk

De populariteit van zowel de jazz als de barden begon te tanen in de jaren '80, maar deze van de rockmuziek ging in stijgende lijn. Aanvankelijk vond deze muziek ook geen onderdak bij Melodija, en werd de minder gepolijste muziek ook in magnitizdat opgenomen en verdeeld. Maar ondanks het feit dat de teksten van de пункы [poenki] of punk bands en металлисты [metallisti] of heavy metal bands de limieten van het politiek toelaatbare vaak overschreden, en ondanks het feit dat hun luide muziek vaak door rebelse jongeren werd gesmaakt, werden hun optredens zowel in Moskou als in Leningrad meer en meer toegestaan. In de jaren '90 verloor de Russische rockmuziek echter veel van de innovatieve en satirische karakteristieken uit de magnitizdat periode, en nu verschillen Russische rock en punk bands nog weinig van de westerse.



Deze pagina delen |