26. De begrafenis

Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 26

Banga

Banga is de trouwe hond van Pilatus. Bij hem kon hij vrijuit zijn hart uitstorten over de migraine die hem martelde. Banga beminde zijn baas als de machtigste op aarde, de gebieder over alle andere mensen, dank zij wie de hond zich ook zelf als een bevoorrecht, hoger en bijzonder wezen beschouwde. Hij wou zijn meester troosten en de narigheid samen met hem trotseren. Hij zou dan ook 2000 jaar bij hem blijven, en later ook met hem de maanweg opsnellen.

De koosnaam voor Boelgakovs tweede vrouw Ljoebov Jevgenjevna Belozerskaja (1895-1987) was Ljoebanga. Zij was degene die dieren in zijn leven bracht. In 1928 maakte Boelgakov een tekening, opgedragen aan Ljoebanga. Het is een schets van hun домовой [domovoj] of huisgeest die ze de troetelnaam Rogasj hadden gegeven, en die wegloopt met een ring van 5 karaat.

Banga en Pilatus inspireerden de rockgroep Pearl Jam tot de song Pilate.

Klik hier om meer over Pilate te lezen en het nummer te beluisteren

Banga inspireerde ook de Amerikaanse rock legende Patti Smith om de song Banga te schrijven.

Bekijk hier een akoestische versie met gitarist Lenny Kaye


Niza

Net als Margarita sluipt Niza weg bij haar echtgenoot om haar geliefde te ontmoeten. Maar zij zal hem echter niet steunen.

Niza wordt met veel geheimzinnigheid geportretteerd. Is zij misschien een dubbelspion? Wellicht wel. Ze is zeker de minnares van Jehoeda, en misschien ook wel van Afranius. In elk geval was het niet alleen voor het geld dat Jehoeda bereid was om Jesjoea in de val te lokken.

Klik hier om meer te lezen over Niza


Iemand die je niet meteen herkent wordt rijk

«кого не узнают, станет богатым» of «Iemand die je niet herkent wordt rijk» - is geen Griekse, Hebreeuwse of Aramese uitdrukking, maar wel een Russisch gezegde.


De Olijfhof in Gethsemane

Gethsemane betekent olijfpers in het Aramees. Boelgakov heeft dit waarschijnlijk overgenomen uit The Life of Christ van Frederic Farrar (1831-1903), die schreef: «The name Gethsemane means 'the oil-press', and doubtless it was so called from a press to crush the olives yielded by the countless trees from which the hill derives its designation».

De tuin van Gethsemane ligt in het Oosten van Jeruzalem, tegenover het Kedrondal, aan de voet van de Olijfberg.


Dertig tetradrachmen

Bij Boelgakov krijgt Jehoeda méér betaald dan de dertig zilverlingen die Judas volgens de Bijbel kreeg om Jezus te verraden. Hij spreekt van dertig tetradrachmen. Een tetradrachme was de munt van de stadstaat Athene, het was een zilveren munt die vier drachmen waard was. Vanwege zijn grote waardevastheid noemt men de tetradrachme ook wel «de dollar van de oudheid». Als betaalmiddel voor dagelijkse boodschapjes was de tetradrachme niet geschikt. Mensen betaalden die met oboloi. Er gingen 24 oboloi in één tetradrachme.

In de bijbel zelf gooit Judas het geld zelf binnen bij de hogepriester. In De meester en Margarita wordt dat gedaan door zijn moordenaars, maar het bloed op de buidel is van Jehoeda uit Karioth.

Klik hier om meer te lezen over het bloedgeld van Jehoeda


Voortaan zullen we atijd bij elkaar blijven

Sommige bronnen vermelden dat Boelgakov deze idee van Jezus en Pilatus «die voor altijd bij elkaar zullen blijven» uit het zogenaamde Evangelie van Nicodemus zou gehaald hebben. Dit apocriefe Evangelie wordt ook wel de Handelingen van Pilatus genoemd omdat het zich concentreert op de lijdensweg van Jezus, en het is zeker een inspiratiebron geweest voor Boelgakov, maar de hier vermelde zin heb ik er niet in teruggevonden.

Het dichtst bij komt de volgende zin, uit Nicodemus VIII (XXIV) 1 - «En voortaan waren alle heiligen samen bijeen onder de hand van de Heer».

Het Evangelie van Nicodemus kan u hier downloaden


De moord op Jehoeda

De moordscène in Gethsemane lijkt sterk op het Russisch kortverhaal Gethsemane van Aleksandr Mitrofanovitsj Fjedorov (1868-1949), gepubliceerd in het magazine Novoje slovo in 1910. Boelgakov zou de scène in het maanlicht uit dit verhaal gehaald hebben. Fjedorov belicht, net als Boelgakov, de ironie van de verrader die zelf verraden wordt.


De wachtposten zaten op stenen banken te dobbelen

In de Bijbel dobbelen de soldaten om Jezus' kleren na de kruisiging Mattheüs 27:35 - «Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen». Markus 15:24 - «En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, werpende het lot over dezelve, wat een iegelijk wegnemen zou».


De zoon van een koning-sterrenwichelaar en een molenaarsdochter, de schone Pila

Boelgakov noemt Pilatus «de zoon van een koning-sterrenwichelaar en een molenaarsdochter, de schone Pila». Historische bronnen om deze afkomst van Pilatus te staven zijn er niet, maar de Franse Boelgakov experte Marianne Gourg schreef in haar commentaar bij Claude Ligny's vertaling van Le Maître et Marguerite in 1995 dat Boelgakov dit detail zou kunnen gevonden hebben in het gedicht De vita Pilati of Over het leven van Pilatus van de in het Latijn schrijvende Vlaamse 12de-eeuwse dichter Petrus Pictor of Peter de Schilder, afkomstig uit Sint-Omaars (Saint-Omer) in Frans-Vlaanderen. Dat gedicht bestond in een Russische vertaling. Het bevat 369 coupletten op rijm en is gebaseerd zijn op verschillende legenden die de ronde deden over Pontius Pilatus. Eén van die legenden die in de streek van Mainz in Duitsland werd verteld gaat over de afstamming van Pilatus. Deze legende handelt over de astroloog Ata en de molenaarsdochter Pila, en werd ook vermeld in Pontius Pilatus, der fünfte Prokurator von Judäa und Richter Jesu von Nasareth of Pontius Pilatus, de vijfde procurator van Judea en rechter van Jezus van Nazareth van de Duitse schrijver Gustav Adolf Müller (1866-1928), dat gepubliceerd werd in Stuttgart in 1888.

Pilatus' naam zou dus afgeleid zijn van Pila, de naam van zijn moeder. Pila zou dan weer afgeleid zijn van pilum, dat speer betekent.


de bedelaar uit En-Sarid

In hoofdstuk 2 had Jesjoea aan Pontius Pilatus gezegd dat hij uit Gamala kwam. Boelgakov heeft in de verschillende versies van De meester en Margarita wel vaker de woonplaats van Jesjoea veranderd. In drie eerdere versies kwam Jesjoea uit En-Nazira, de Arabische naam van Nazareth. In de op één na laatste versie werd het En-Sarid, wat een variant zou zijn voor de naam van Nazareth. Pas in de definitieve versie heeft Boelgakov in hoofdstuk 2 de naam Gamala geïntroduceerd, maar blijkbaar heeft hij niet meer de tijd gevonden om dat grondig te bekijken, want hier in hoofdstuk 26 staat nog steeds de bedelaar uit En-Sarid.


Valerius Gratus

Valerius Gratus was Pilatus' voorganger, hij was Romeins procurator van 15 tot 25. Hij was de eerste prefect over Judea die benoemd werd door keizer Tiberius (42 BC-37). Hij had Josef Kajafas benoemd tot hogepriester. Kajafas bleef hogepriester gedurende de rest van Gratus' bewindsperiode en die van zijn opvolger Pontius Pilatus.


Heeft hij er niet zelf een eind aan gemaakt?

Deze idee vat de ironie van het hele gesprek samen, want beide mannen weten zeer goed dat dat niet kan. Maar in hun slinkse manier van praten doen ze alsof het een mysterie is. De hoofdbedoeling van het gesprek is om tot een «scenario» te komen dat de sporen naar hun samenzwering moet uitwissen. Dat was in feite de manier waarop ook in de Sovjetunie verhaaltjes werden gebrouwen rond «verdwijningen».

Volgens de Bijbel pleegde Judas zelfmoord nadat hij zelf de dertig zilveringen had teruggegeven aan de hogepriesters. Mattheüs 27:5 - «En als hij de zilveren penningen in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven».


Eén lichaam hadden ze niet aangetroffen

Het gerucht over de diefstal van Jezus’ lichaam wordt vermeld in Mattheüs 28:13-15 - «En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen. En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt. En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag».


Tolmaios

Tolmaios is een naam die voorkomt in Hérodias van Gustave Flaubert (1821-1880). Dat werk dateert van 1877 en er komt een man met die naam in voor uit de kringen van de tetrarch Herodes Antipas (20 BC-39). In de versie van De meester en Margarita van1929 heette Afranius nog Tolmai. Die naam komt ook voor in The Life of Christ van Frederic Farrar (1831-1903).

The Life of Christ kan u hier downloaden


een ring

In 1969 vond de Israëlische archeologieprofessor Gideon Foerster (°1935) een Romeinse ring bij opgravingen in Herodion, het paleizencomplex van Herodes de Grote (?75 BC-04). Bijna 50 jaar later, op 29 november 2018, meldde de Israëlische krant הארץ [Haaretz] of Het land dat het om een ring van Pontius Pilatus zou kunnen gaan.

Toen de ring werd opgegraven, konden archeologen niet zien dat er een inscriptie op zat. Die werd pas zichtbaar toen in 2018 een techniek gebruikt werd die bekend staat als Reflectance Transformation Imaging (RTI) of reflectantie-transformatie beeldvorming. Zo ontdekte men het Griekse woord Πιλάτο [Pilato] of «van Pilatus» op de ring.

De archeologen betwijfelen of het echt om een ring van Pilatus gaat. Hij is immers niet van goud of zilver, maar van eenvoudig metaal. Maar omdat het lichaam van Pontius Pilatus nooit werd gevonden, wordt in sommige christelijke kringen nu de mogelijkheid geopperd dat Pilatus hem kwijt raakte bij «het wassen van zijn handen in onschuld».

Michail Boelgakov wist uiteraard niet van het bestaan van de ring toen hij De meester en Margarita schreef. Maar het is wel merkwaardig dat regisseur Vladimir Bortko (°1946) in episode 9 van zijn televisiereeks Master i Margarita uit 2005 een korte scène inlaste die niet in de roman beschreven staat. In deze episode zien we hoe Afranius, na zijn laatste ontmoeting met Pontius Pilatus, zijn pas ontvangen cadeau met enige minachting in de goot werpt bij het verlaten van het paleis van Herodes, ongeveer op de plaats waar de ring in 1969 werd gevonden.


Gisteren aten we zoete lentevijgen

Boelgakov schrijft over баккуроты [bakkoeroty], en dat is de transliteratie van het Aramese woord voor zoete vijgen. Zoete vijgen stonden typisch op het menu van het avondmaal op Passover.

Boelgakov heeft in zijn nota’s daarover aantekeningen gemaakt die hij gehaald had uit The Life of Christ van Frederic Farrar (1831-1903). Hij had ook notities opgetekend uit het dagboek van Konstantin Aleksandrovitsj Oespenski (1804-1885), bekend geworden als bisschop Porphyrius Oespenski. Dat was een bekend Russisch bijbels archeoloog die onder meer de Codex Sinaiticus van de bijbel heeft ontdekt, een handgeschreven versie van de Griekse bijbel die hij aan de tsaar schonk. In zijn dagboek had Boelgakov genoteerd dat zoete vijgen volrijp waren in de tweede helft van april, in de periode dus waarin de Pilatusscènes zich afspelen.


De reine rivier van levenswater

De uitdrukking «de reine rivier van levenswater» lijkt wel erg op Openbaring 22:1 - «En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams».


Pontius Pilatus, de vijfde procurator van Judea

In hoofdstuk 13 zegt de meester reeds tegen Ivan dat zijn roman zou eindigen met de woorden «Pontius Pilatus, de vijfde procurator van Judea», en zo gebeurt het ook.



Deze pagina delen |