Politieke moorden in de Russische Federatie

Nederlands > Context > Historisch en politiek > Politieke moorden

Sedert het eerste aantreden van Vladimir Poetin als president van de Russische federatie werden reeds méér dan 200 journalisten en politieke tegenstanders van zijn regime vermoord of werden er moordpogingen ondernomen.

Een opvallend feit daarbij is dat het vuile werk vaak wordt uitgevoerd door Tsetsjenen. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie had Tsjetsjenië, net als veel andere Sovjet-republieken, zich onafhankelijk verklaard. Maar na twee boedige oorlogen, gekenmerkt door een grote hoeveelheid van misdaden tegen de menselijkheid, werd Tsjetsjenië door Rusland geannexeerd. De fundamentalistische islamist Ramzan Kadyrov (°1976) werd in 2007 door Poetin aangesteld als waarnemend president. Zijn doodseskaders, de Kadyrovtsy, zijn formeel ontbonden, maar worden in werkelijkheid nog steeds ingezet om terreur te zaaien.

Een tweede groep die wel eens werd ingezet om tegenstanders van het regime van Poetin te liquideren was de zogenaamde Wagnergroep. Dat is een paramilitaire organisatie die lang heeft opgetreden als privé-militie van Vladimir Poetin, en die geleid werd door Jevgeni Viktorovitsj Prigozjin (1961-2023), de man die in 2014 10 miljoen dollar kreeg van Poetin om zijn beruchte trollenfabiek in Sint-Petersburg uit te bouwen.

De Wagnergroep streed in de Syrische burgeroorlog aan de zijde van dictator Bashar al-Assad (°1965), en werd in 2022 ook in Oekraïne ingezet, onder meer om moordpogingen te ondernemen op president Volodimir Oleksandrovitsj Zelenski (°1978) en om de Azovstal fabrieken in Marioepol te ontruimen. Later vocht de groep ook op huurbasis voor militaire junta's om massamoorden uit te voeren in Afrika, onder meer in Niger, Soedan, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali. De verhouding tussen de vuilgebekte Prigozjin en Poetin begon echter steeds meer te vertroebelen, en nadat de Wagnergroep op 23 juni 2023 de stad Rostov aan de Don was binnengevallen om van daaruit een raid op Moskou te beginnen, had Poetin blijkbaar besloten dat het genoeg was geweest. Op 23 augustus 2023 stortte een Embraer Legacy 600 privévliegtuig van de Wagnergroep neer boven het gehucht Koezjenkino in de oblast Tver. Het toestel had Prigozjin en Wagnergroep-oprichter Dmitri Valerjevitsj Oetkin (1970-2023) aan boord. Er waren geen overlevenden.


Anna Politkovskaja

Anna Stepanovna Politkovskaja (1958-2006) was één van de weinige onafhankelijke journalisten in Rusland. Ze schreef voor de Novaja Gazeta, de enige krant die nog echt kritisch durft te zijn, en publiceerde een paar boeken waarvan Vuile Oorlog het meest bekend is. Ze werd vaak bedreigd. Een Russische legerofficier werd in 2003 hiervoor aangeklaagd maar vrijgesproken. Op 7 oktober 2006, op de verjaardag van Vladimir Vladimirovitsj Poetin (°1952), werd zij op 48-jarige leeftijd vermoord aangetroffen in een lift van haar appartementsgebouw, ze bleek te zijn doodgeschoten. De moordenaar had het moordwapen, een revolver met kogels, in de lift achtergelaten.

In februari 2009 werden vier verdachten voor de rechter gebracht: Pavel Rjagoezov, een luitenant-kolonel van de FSB, Sergej Chadzjikoerbanov, een voormalig officier van de Moskouse politie-eenheid tegen de Georganiseerde misdaad, en de twee Tsjetsjeense broers Ibrahim Machmoedov en Dzjabrail Machmoedov. Een derde broer, Roestam Machmoedov, die de schoten zou hebben gelost, kon niet worden gearresteerd omdat hij zich in België schuil hield. De drie beschuldigden werden door een jury vrijgesproken. Na algemeen protest, voornamelijk uit westerse hoek, beval het Russische Hooggerechtshof een nieuw proces. In de lente van 2011 werd een delegatie van Russische speurders naar België gestuurd, waar Roestam Machmoedov en zijn oom Lom-Ali Gaitoekajev in de gevangenissen van Luik en Dendermonde werden ondervraagd en nadien aan de Russische overheid uitgeleverd.

Op 14 december 2012 werd een ander voormalig politie-officier, Dmitri Joerjevitsj Pavljoetsjenkov (°1968), veroordeeld tot 11 jaar strafkolonie voor betrokkenheid bij de moord op Politkovskaja. Ten tijde van de moord was Pavljoetsjenkov luitenant-kolonel van de vierde divisie van de Moskouse recherche. Hij vertelde aan de onderzoekers dat de moord werd georganiseerd door Lom-Ali Gaitoekajev in opdracht van de zakenman Boris Abramovitsj  Berezovski (1946-2013), en dat specifiek gevraagd was om ze te laten plaatsvinden op de verjaardag van Poetin. Gaitoekajev zou de opdracht gekregen hebben in juli 2006, en zou Pavljoetsjenkov, Chadzjikoerbanov en zijn drie neven hebben aangesproken om ze uit te voeren. Aleksandr Ivanovitsj Bastrykin (°1953), die aan het hoofd stond van de onderzoekscommissie naar de moord, verklaarde dat er geen aanwijzingen waren voor de betrokkenheid van Berezovski.

Berezovski, een zakenman en een vriend van de voormalige Russische president Boris Nikolajevitsj Jeltsin (1931-2007), was in Rusland bij verstek veroordeeld voor verduistering, fraude en het witwassen van geld, en woonde in een zelf opgelegde ballingschap in het Verenigd Koninkrijk sinds 2001. Hij kreeg de status van vluchteling in Londen en een paspoort waarin hij zijn naam veranderde in Platon Jelenin. Hij bleef een fervent criticus van Vladimir Poetin, en werd op 23 maart 2013 dood aangetroffen in zijn flat met een strop om de hals.

Op 20 mei 2014 werden de drie gebroeders Machmoedov, hun oom Lom-Ali Gaitoekajev en Sergej Chadzjikoerbanov uiteindelijk door een jury in Moskou schuldig bevonden aan de moord op Anna Politkovskaja.

Op 9 juni 2014 werden Lom-Ali Gaitoekajev en Roestam Machmoedov veroordeeld tot levenslang. Sergej Chadzjikoerbanov kreeg 20 jaar, terwijl de twee andere Machmoedov broers werden veroordeeld tot 12 en 14 jaar als medeplichtigen. De vijf wisselden een glimlach uit in hun glazen kooien in de rechtszaal voor ze het verdict aanhoorden.

De woordvoerder van de Onderzoekscommissie naar de moord, Vladimir Ivanovitsj Markin (°1956), zei dat de autoriteiten nog op zoek zijn naar het echte brein achter de moord. «Er worden exhaustieve maatregelen genomen om de initiatiefnemer achter de moord te vinden», zei hij.


Joeri Sjtsjekotsjichin

Joeri Petrovitsj Sjtsjekotsjichin (1950-2003) kende Anna Politkovskaja zeer goed. Hij was haar adjunct-hoofdredacteur van bij de Novaja Gazeta. Hij was een onderzoeksjournalist, schrijver en ook een tijd liberale wetgever in het Russische parlement. Sjtsjekotsjichin schreef en voerde campagne tegen de invloed van de georganiseerde misdaad en corruptie. Zijn laatste non-fictieboek, Slaven van de KGB, ging over mensen die als KGB-informanten werkten.

Als journalist voor de Novaja Gazeta deed Sjtsjekotsjichin onderzoek naar bomaanslagen op Russische appartementen in september 1999 die de Tweede Tsjetsjeense oorlog veroorzaakten en die waarschijnlijk waren geregisseerd door de Russische geheime diensten, en die ook een rol hebben gespeeld bij het aan de macht komen van Vladimir Poetin. Joeri Sjtsjekotsjichin onderzocht ook het Three Whales Corruption Scandal, waarbij hooggeplaatste FSB-officieren betrokken waren die een rol zouden hebben gespeeld in het witwassen van geld via de Bank of New York.

Shchekochikhin stierf plotseling op 3 juli 2003 aan een mysterieuze ziekte een paar dagen vóór zijn geplande vertrek naar de Verenigde Staten, waar hij van plan was om FBI-onderzoekers te ontmoeten. Zijn medische documenten zijn volgens de Novaja Gazeta ofwel verloren gegaan of vernietigd door de autoriteiten.

De symptomen van zijn ziekte pasten in een patroon van vergiftiging door radioactief materiaal en waren vergelijkbaar met de symptomen van Alexander Litvinenko - waarover hieronder méér - en nog enkele andere tegenstanders van Poetin. Volgens Litvinenko was de dood van Joeri Sjtsjekotsjichin een politiek gemotiveerde moord.


Boris Nemtsov

Een andere opponent van het regime die gewelddadig om het leven kwam was Boris Jefimovitsj Nemtsov (1959-2015).

Nemtsov kwam in de politiek tijdens de mislukte staatsgreep tegen voormalig Sovjetleider Mikhail Sergejevitsj Gorbatsjov (°1931) in augustus 1991. Hij organiseerde toen mee het protest van burgers bij de verdediging van het parlementsgebouw tegen opstandige militairen die daarna afdropen. De coup van de militairen mislukte en Boris Nemtsov werd opgemerkt en opgenomen in de groep medewerkers van toenmalig Russisch president Boris Nikolajevitsj Jeltsin (1931-2007). Als gouverneur van zijn thuisstad Nizjni Novgorod, en vanaf 1997 ook als vicepremier en minister van Energie speelde hij een grote rol bij de privatisering van voormalige communistische staatsbedrijven.

In 1998 moest hij ontslag nemen en richtte hij de liberale partij Unie van Rechtse Krachten op. Hij werd een kopstuk van de liberale oppositie tegen president Vladimir Poetin. In 2004 ondersteunde hij de Oranjerevolutie in buurland Oekraïne en was hij zelfs economisch adviseur van toenmalig president Viktor Ansrijovitsj Joesjtsjenko (°1953), die in tijdens de verkiezingsstrijd een ernstige vervorming van het gezicht opliep als gevolg van een dioxinevergiftiging.

Boris Nemtsov werd op vrijdag 27 februari 2015 in het centrum van Moskou neergeschoten. Hij werd 55 jaar. Een ongeïdentifieerde schutter schoot hem vier keer in de rug toen hij de Bolsjoj Moskvoretsky Most, een brug op nog geen 100 meter van het Kremlin, overliep. Hij overleed enkele uren nadat hij een oproep had gedaan om de zondag nadien in een massamanifestatie te protesteren tegen de oorlog in Oekraïne. Enkele dagen vóór de moord had hij in een interview gezegd dat hij vreesde dat de president hem dood wou voor zijn oppositie tegen die oorlog. De plaats waar de moord gebeurde, en waar uw webmaster dagelijks kwam toen hij in Moskou woonde, is nochtans vergeven van de CCTV camera’s en er patrouilleren voortdurend politiewagens. Er moeten ongetwijfeld beelden van bestaan. Opvallend was dat de Russische Minister van Binnenlandse Zaken, Vladimir Aleksandrovitsj Kolokoltsev (°1961), meteen na de feiten ter plaatse was om «persoonlijk het onderzoek te leiden».

In 2013 publiceerde Mentsov Olympische Winterspelen in de subtropen, een verslag over de corruptie en het misbruik rond de organisatie van de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji. De vroegere president van Georgië, Micheil Saakasjvili (°1967), zei aan nieuwszender CNN dat Nemtsov op het moment van de moord aan een rapport werkte over de Russiche betrokkenheid in het conflict met Oekraïne. «Hij bereidde zijn standpunt over Oekraïne voor”, zei Saakasjvili. «Hij wou aan het Russische publiek vertellen wat er echt aan de gang is». Mogelijk is dat Nemtsov fataal geworden. Een vriend van hem, Aleksandr Ryklin (°1958), verklaarde: «Iedereen die het nu voor Oekraïne opneemt, wordt door Russische media uitgemaakt voor verrader. Er wordt een sfeer gecreëerd waarin iedereen die het niet eens is met Poetin, een landverrader is, en dat geldt zeker als het om Oekraïne gaat».

Rusland ontkende toen officieel dat zijn soldaten in Oekraïne vochten. Toch sneuvelden dagelijks Russische militairen in deze «niet-verklaarde oorlog». Hun lichamen werden als Груз 200 [Groez 200] of Lading 200 in vrachtauto’s terug naar Rusland gevoerd. Lading 200 is de code die algemeen in Rusland wordt gebruikt voor het terugbezorgen van dode lichamen van op het slagveld. Nemtsov werd vermoord kort nadat hij had bekendgemaakt dat hij een uitvoerig rapport over de Russische betrokkenheid in Oekraïne zou publiceren onder de titel Путин. Война. [Poetin. Vojna] of Poetin. Oorlog. Na de dood van Nemtsov hebben enkele van zijn collega's het rapport verder afgewerkt en via het internet verspreid.

Hier kan u het rapport van Boris Mentsov downloaden [ru]


Volgens de Britse Minister van Defensie Ben Wallace heeft Rusland voor het probleem van de Lading 200 een «oplossing» bedacht. Het land heeft nu mobiele crematoria die de troepen in oorlogstijd kunnen volgen en dode soldaten kunnen doen «verdampen». Het Britse ministerie van Defensie heeft een video vrijgegeven van de vrachtwagens die lichamen kunnen verbranden en maakte op 23 februari 2022 bekend dat het Kremlin ze zou kunnen inzetten in zijn oorlog met Oekraïne om het aantal slachtoffers te verbergen.

Op 29 juni 2017 werd de Tsjetsjeense ex-militair Zaur Dadajev (°1982) veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor de moord op Nemtsov. Hij was opgepakt samen met vier metgezellen die werden veroordeeld tot straffen tussen elf en negentien jaar opsluiting. De familie van Nemtsov is ervan overtuigd dat de vijf niet de echte daders zijn, maar slechts pionnen van het werkelijke brein achter de aanslag: de Tsjetsjeense leider Ramzan Achmadovitsj Kadyrov (°1976). Kadyrov noemde Dadajev «één van de dapperste strijders die hij ooit gekend heeft».


Sergej en Julia Skripal

Op 4 maart 2018 werden de overgelopen Russische geheime agent Sergej Viktorovitsj Skripal (°1951) en zijn dochter Julia (°1985) door novitsjok aangetast in de Engelse stad Salisbury. Novitsjok is één van de dodelijkste zenuwgassen. Het is veel sterker dan andere giffen zoals sarin en zou moeilijker bestreden kunnen worden met atropine. Het is een erg dodelijk wapen dat zeker niet overal te krijgen is en dat brengt de verdenking wel heel erg naar de Russische overheid.

Skripal was lang ziek, maar overleefde. De Britse politieagent Nick Bailey die het huis van Skripal had onderzocht is gestorven, Hij werd vergiftigd door achtergebleven resten van het gif.

Later dat jaar, op 8 juli, overleed de 44-jarige Dawn Sturgess in Amesbury, Wiltshire, 11 km ten noorden van Salisbury. Haar vriend Charley Rowley had een flacon die er uitzag als een flesje Nina Ricci parfum opgevist uit de vuilnisbak van een liefdadigheidsinstelling, en aan haar cadeau gedaan. De politie denkt dat de daders van de aanslag op de Skripals de flacon daar hadden weggegooid na hun aanslag.

De aanslag wordt door de Britten toegeschreven aan Aleksandr Petrov (°1979) en Roeslan Borsjirov (°1979), twee Russische «toeristen» die in Salisbury waren geweest. Op een video nadien wilden de twee mannen dat niet bevestigen noch ontkennen, ze zegden alleen dat ze «de kathedraal van Salisbury wilden bezoeken als toerist». Later zou de website van onderzoeksjournalisten Bellingcat [1] het tweetal identificeren als dokter Aleksander Jevgenjevitsj Misjkin en kolonel Anatoli Vladimirovitsj Tsjepiga, beiden lid van de Russische militaire inlichtingendienst ГРУ [GROe].


Moordpoging op Aleksej Navalny

Ook Aleksej Navalny, waarover u veel méér kan lezen op deze pagina, werd ooit met novitsjok vergiftigd. Op 20 augustus 2020 werd Navalny, per vliegtuig onderweg van Tomsk naar Moskou, onwel en hij moest op de afdeling intensieve zorg van een ziekenhuis in Omsk worden opgenomen. Het incident veroorzaakte internationale commotie en riep vragen op van regeringsleiders als de Duitse kanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron. Nadat het ziekenhuis in Omsk aanvankelijk geen vergiftigingsverschijnselen had opgemerkt en weigerde om Navalny voor verdere behandeling naar Duitsland te laten vertrekken, werd hij op 22 augustus naar Berlijn overgebracht. Daar ontdekten de dokters dat hij vergiftigd was met novitsjok.

Aleksej Navalny overleefde de aanslag. De Russische openbare aanklager weigerde een onderzoek in te stellen omdat er «geen tekenen van een misdaad waren», en het Kremlin ontkende betrokken te zijn bij de zaak.

De onderzoekswebsites Bellingcat [1] en The Insider, in samenwerking met de nieuwszender CNN en het Duitse weekblad Der Spiegel vonden niet alleen tekenen van een misdaad, zij vonden ook de namen van de daders. Met deze informatie ging Navalny dan zelf aan de slag om achter de waarheid te komen.

Hij nam een telefoongesprek op met Konstantin Borisovitsj Koedrjavtsev (°1979), één van de FSB-agenten die de kleren van Navalny na de vergiftiging moest gaan terughalen om de sporen van de novitsjok te verwijderen voordat ze door onafhankelijke deskundigen konden worden getest. Navalny gebruikte spoofingsoftware voor nummerherkenning om te doen uitschijnen dat de oproep afkomstig was van een FSB-kantoor. Tijdens het telefoongesprek deed hij zich voor als een assistent van de secretaris van de Russische Veiligheidsraad Nikolaj Platonovitsj Patroesjev (°1951), en zei hij dat hij moest onderzoeken waarom de missie was mislukt.

Koedrjavtsev bekende argeloos dat de novitsjok op Navalny's ondergoed was aangebracht terwijl hij in het hotel in Tomsk verbleef, en dat het gif blijkbaar te langzaam was opgenomen door zijn lichaam. Hij zei dat de piloten de vlucht te snel hadden omgeleid naar Omsk en dat de artsen in Omsk «vrijwel onmiddellijk» een tegengif hadden toegediend.

De opname van het telefoongesprek werd vrijgegeven op 21 december 2020.

Klik hier om het volledige gesprek te beluisteren met Engelse tekst

Op 17 januari 2021 keerde Navalny terug naar Rusland. Hij werd bij zijn aankomst meteen gearresteerd. Als reden werd opgevoerd dat hij de voorwaarden van zijn voorwaardelijke veroordeling in een eerdere zaak zou geschonden hebben. Hij werd tot twee jaar en acht maanden cel veroordeeld.

Navalny werd opgesloten in de strafkolonie IK-6 in Melechovo, 150 kilometer te oosten van Moskou. Op 5 december 2023 verdween hij spoorloos. Op 10 januari 2024 verscheen hij terug op de sociale media, en vertelde hij dat hij was overgebracht naar Strafkolonie IK-3 in Charp, vlakbij de poolcirkel. Op 17 februari 2024 meldde de gevangenis dat hij die dag om 14.17 plaatsekijke tijd was overleden.


Sergej Magnitsky

Indien u dacht dat het vorige verhaal het meest absurde voorbeeld was, dan heeft u het mis. De rechtbank van het district Tver veroordeelde op 11 juli 2013 Sergej Leonidovitsj Magnitsky (1972-2009) voor het verduisteren van 230 miljoen dollar. Macaber detail: Magnitsky was toen reeds drie en een half jaar dood. Op 16 november 2009 was hij overleden in een cel van de Boetyrka gevangenis in Moskou. Hij zat toen reeds elf maanden vast zonder proces en zou dus, volgens de Russische wet, acht dagen later moeten vrijgelaten worden.

Sergej Magnitsky was een advocaat die werkte in opdracht van Bill Browder (°1964), de Amerikaanse eigenaar van het bedrijf Hermitage Capital Management, een investeringsfonds uit Londen, gespecialiseerd in de Russische markt. Magnitsky had ontdekt dat, onder de hoede van de Russische minister van Binnenlandse Zaken en hoge functionarissen, een systeem was opgezet waarbij 230 miljoen dollar van het bedrijf werd gestolen.

Op 4 juni 2007 hadden 20 fiscale ambtenaren het Moskouse kantoor van Browder onderzocht, en de documenten die ze daar aantroffen gebruikt om het bedrijf van eigenaar te doen veranderen en om het zwaar verlieslatend te maken. De nieuwe eigenaar bleek ene Victor Aleksandrovitsj Markelov (°1967) te zijn, een veroordeelde moordenaar die twee jaar eerder was vrijgelaten. Kort daarop bleek dat het bedrijf zoveel verlies had geleden dat het recht had op een belastingteruggave van 230 miljoen dollar. Op 24 december 2007 werd dat bedrag ook effectief terugbetaald... niet aan Bill Bowder, maar aan de «nieuwe eigenaar».

Browder contacteerde de Russische overheid met de bevindingen van Magnitsky, en eiste dat het geld zou teruggegeven worden, niet aan Hermitage, maar aan het Russische volk. Hij vroeg ook om de schuldigen te vervolgen. De Russische overheid stelde daarop een vervolging in, echter niet tegen de politiemensen en functionarissen die bij de diefstal betrokken waren. Neen, in plaats daarvan werd Magnitsky beschuldigd van het verduisteren van 17 miljoen dollar, terwijl aan Browder de toegang tot de Russische Federatie ontzegd werd.

Sergej Magnitsky werd naar de Boetyrka gevangenis overgebracht, één van de beruchtste detentiecentra in Rusland. Regelmatig werd hem medische zorg ontzegd.

Een onderzoekscommissie, die werkte in opdracht van president Dmitri Medvedev (°1965), zou in juli 2011 aantonen dat de aanklacht van de procureur tegen Magnitsky verzonnen was. De commissie toonde tevens aan dat zijn dood het gevolg was van het ontzeggen van medische verzorging, en ze vond zelfs bewijzen van marteling.

Bill Browder begon daarop te lobbyen in de de Verenigde Staten, en met succes: op 14 december 2012 ondertekende president Barack Obama de Magnitsky Act. Deze wet verbood alle verantwoordelijken voor de dood van Magnitsky de toegang tot de Verenigde Staten en tot het gebruik van het Amerikaanse banksysteem.

De Russische overheid reageerde op haar beurt. Op 28 december 2012 oordeelde de rechtbank van het district Tver dat de betrokken dokters van de de Boetyrka gevangenis niets kon ten laste worden gelegd, en de dode Magnitsky werd alsnog voor de rechtbank gedaagd. Hij werd schuldig bevonden. Toen de advocaten van Magnitsky te kennen gaven dat ze in beroep zouden gaan, reageerde de Russische overheid met de laconieke mededeling dat «doden geen beroep kunnen aantekenen». Maar hoe ze dan toch wel veroordeeld kunnen worden, werd er niet bij gezegd.


Aleksandr Litvinenko

Aleksandr Valterovitsj Litvinenko (1962-2006) werkte bij de Centrale Staf van de Contraspionage toen hij in 1994 deel uitmaakte van het team dat een moordaanslag op de oligarch Boris Berezovski (1946-2013) moest onderzoeken. Nadien werd hij veiligheidsverantwoordelijke van de oligarch. Tijdens zijn loopbaan bij de FSB ontdekte Litvinenko verschillende connecties tussen de hoogste top van de Russische veiligheidsdiensten en Russische maffiabendes zoals de Solntsevo gang. Hij rapporteerde hierover aan de toenmalige president Boris Jeltsin (1931-2007).

Op 25 juli 1998 werd Aleksandr Litvinenko door Berezovski geïntroduceerd bij Vladimir Poetin (°1952), die op diezelfde dag hoofd van de FSB was geworden. Hij bracht aan Poetin verslag uit over de corruptie bij de FSB, maar die was niet geïnteresseerd. Na de eerste ontmoeting zei Litvinenko daarover aan zijn vrouw: «Ik kon aan zijn ogen zien hoe hij mij haatte». Litvinenko had gezegd dat hij een onderzoek voerde naar de Oezbeekse drugbaronnen die bescherming genoten van de FSB, een onderzoek dat door Poetin werd afgeremd.

Nadat hij samen met vier andere FSB-officieren een persconferentie had georganiseerd waarin vier hooggeplaatsten van de misdaadbestrijding werden beschuldigd van een complot om Berezovski te vermoorden, werd Litvinenko ontslagen. Later, in een interview met journaliste Jelena Viktorovna Tregoebova (°1973), zou Vladimir Poetin verklaren dat hij zelf had aangedrongen op het ontslag van Litvinenko, omdat «officieren van de FSB geen interne schandalen moeten bekendmaken».

Litvinenko werd gearresteerd en weer vrijgelaten in 2000, waarna hij asiel kreeg in het Verenigd Koninkrijk. Hij werkte er als journalist, schrijver en consultant voor de Britse inlichtingendiensten. Ondertussen bleef hij schrijven over geheime operaties van de FSB, onder meer over de bomaanslagen op Russische appartementen in september 1999 waar ook de hierboven vermelde Joeri Petrovitsj Sjtsjekotsjichin (1950-2003) van de Novaja Gazeta onderzoek naar had gedaan. In 2002 werd Litvinenko bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie en een half jaar wegens vermeende corruptie. Dat weerhield hem niet om verder onderzoek te verrichten naar de Russische veiligheidsdiensten en hun banden met terroristische organisaties over de hele wereld.

In 2006 bezorgde hij een lijvig dossier over de zaak Yukos aan Leonid Borisovitsj Nevzlin (°1959), een medewerker van Michail Chodorkovski en Platon Lebedev. In dat dossier werd melding gemaakt van verschillende verdwijningen en moorden. Hij wees ook Poetin aan als opdrachtgever voor de moord op de journaliste Anna Politkovskaja, en verzamelde tevens bewijzen over de politieke achtergronden van de moord op haar adjunct-hoofdredacteur Joeri Sjtsjekotsjichin.

Met dat laatste heeft hij wellicht zijn doodvonnis getekend. Op 1 november 2006 werd Litvinenko ziek en werd hij met vergiftigingsverschijnselen opgenomen in een ziekenhuis. Later onderzoek wees uit dat het hij via een theepot in het Londense Millennium Hotel een hoge dosis radioactirf polonium-210 toegediend. Hij overleed op 23 november 2006.

Eind januari 2007 werd bekend dat de Engelse recherche voldoende belastend bewijsmateriaal had tegen Andrej Konstantinovitsj Loegovoj (°1966) en Dmitri Vladimirovitsj Kovtoen (°1965), twee zakenmannen die vroeger voor de KGB werkten en die Litvinenko hebben ontmoet in het Millennium Hotel op de dag dat hij ziek werd. Maar omdat ze in Rusland wonen kunnen ze niet worden vervolgd.


È pericoloso sporgersi

In 2022, na het begin van de Russische oorlog in Oekraïne, kwamen 35 invloedrijke Russen om het leven in twijfelachtige omstandigheden. Onder hen oligarchen, hoge ambtenaren en politici. Enkele merkwaardige details: zij hadden zich allemaal uitgesproken tegen de oorlog in Oekraïne, en een groot aantal van hen was «uit een raam gevallen».

De meest prominente slachtoffers van deze «ongevallen» waren Ravil Maganov (1983-2022), voorzitter van de Russische oliegigant Lukoil, Aleksander Subbotin (1955-2022), een andere voormalige topman van Lukoil, Pavel Antov (1957-2022), eigenaar van de vleesverwerkingsfabriek Vladimir Standard, Pavel Psjelnikov (1965-2022), topman van de Russische spoorwegen, Anatoli Gerasjenko (1950-2022), gewezen hoofd van het Moskouse Instituut voor de Luchtvaart, en Vasili Melnikov (1979-2022), mede-eigenaar van het oliebedrijf Neftechimic Prekarpatja.

Hetzelfde fatale lot hadden ook reeds enkele artsen ondervonden in 2020. Zij hadden zich op sociale media kritisch uitgelaten over het falende beleid van de Russische overheid ten tijde van de COVID-19 pandemie. Eén van hen was Natalya Lebedeva (1972-2020), hoofd van de ambulancedienst van Звездный городок [Zvezdny gorodok] of Sterrenstad, het Russische trainingscentrum voor kosmonauten, waarvan alleen ingewijden weten waar het ligt.

[1] Bellingcat is een in Nederland gevestigde groep van onderzoeksjournalisten die gespecialiseerd is in fact-checking en open-source intelligence. De groep werd in juli 2014 opgericht door de Britse journalist en voormalig blogger Eliot Higgins. Ze onthulden bijvoorbeeld hoe Malaysia Airlines-vlucht 17, een passagiersvlucht van Amsterdam naar Kuala Lumpur, werd neergeschoten terwijl ze op 17 juli 2014 boven Oost-Oekraïne vloog. Er werd officieel geconcludeerd dat de raket waarmee MH17 werd neergeschoten, afkomstig was van de 53e luchtafweerraketbrigade uit Koersk in de Russische Federatie.

Op vrijdag 15 juli 2022 bestempelde Rusland het onderzoeksbureau Bellingcat als een ongewenste organisatie, waardoor haar activiteiten in het land verboden werden. Het Russische parket van de procureur-generaal beschuldigde Bellingcat en haar Russische partner The Insider ervan een bedreiging te vormen voor de veiligheid van de Russische Federatie. Elke Rus die met de groep samenwerkt of hun werk citeert, wordt nu strafrechtelijk vervolgd.

 

Deze pagina delen |