De showprocessen

Nederlands > Context > Historisch en politiek > De showprocessen

In de periode van 1936 tot 1938 werden, als onderdeel van Stalins Grote Zuiveringspolitiek, drie grote showprocessen gevoerd. Twintig jaar later, in 1956, zou partijleider Nikita Sergekevitsj Chroesjtsjov (1894-1971) toegeven dat de processen in scène waren gezet. Velen van de beklaagden waren bolsjevieken van het eerste uur, vaak vertrouwelingen van Lenin. Tussen het tweede en derde proces werd ook nog een proces ingelast tegen negen hooggeplaatste militairen.


Het proces van de zestien (1936)

Het eerste showproces, bekend geworden als het Proces van de zestien, vond plaats van 19 tot 24 augustus 1936 in de Oktoberzaal van het Huis der Bonden in Moskou. De belangrijkste beschuldigden waren Grigori Jevsejevitsj Zinovjev (1883-1936) en Lev Borisovitsj Kamenev (1883-1936), oude strijdmakkers van Lenin en partijleiders van het eerste uur, maar ook sympathisanten van Leon Trotski (1879-1940) in diens strijd met Stalin in de jaren twintig. De voornaamste aanklacht was het lidmaatschap van het zogenaamd Verenigd Trotskistisch-Zinovjistisch Centrum een volledig gefingeerde terroristische organisatie. Aanvankelijk weigerden Zinovjev en Kamenev te bekennen, maar Stalin gaf hen de verzekering dat ze niet geëxecuteerd zouden worden als ze dat wel zouden doen.

Het Proces van de zestien stond formeel onder leiding van NKVD-hoofd en Volkscommissaris van Binnenlandse Zaken Genrich Grigorjevitsj Jagoda (1891-1938), maar achter de schermen werd het geregisseerd door Nikolaj Ivanovitsj Jezjov (1895-1940), die Jagoda spoedig na het proces zou opvolgen.

Het publiek bestond vrijwel uitsluitend uit NKVD-agenten, aangevuld met enkele journalisten. De pers zorgde er voor, op instructie van Stalin, en deels ook via de dichter Demjan Bedni (1883-1945), dat de volkswoede zich op de beschuldigden richtte. Uiteindelijk legden alle beklaagden een volledige bekentenis af. Ondanks de eerdere belofte van Stalin werden ze binnen de 24 uur na het proces geëxecuteerd in het NKVD-hoofdkwartier aan het Loebjankaplein.


Het proces van de zeventien (1937)

In januari 1937 volgde het tweede proces. Deze keer werden Georgi Leonidovitsj Pjatakov (1890-1937), Adjunct-volkscommissaris van zware industrie, Karl Berngardovitsj Radek (1885-1939), één van de mede-auteurs van de Sovjet grondwet, en Grigori Jakovlovitsj Sokolnikov (1888-1939), plaatsvervangend Volkscommissaris van de industrie, en veertien andere voormalige aanhangers van Leon Trotski berecht op beschuldiging van industriële sabotage en spionage.

Nikolaj Jezjov was inmiddels hoofd van de NKVD geworden en was opnieuw samen met Stalin het brein achter het spektakel. Het scenario was evenwel niet steeds nauwkeurig uitgewerkt. Zo zou, bijvoorbeeld, Pjakatov in 1935 naar Oslo zijn gevlogen om daar Trotskij te ontmoeten, maar de vlucht bleek nooit te hebben plaatsgevonden, en het hotel Bristol, waar de ontmoeting zou hebben plaatsgevonden, was reeds jaren eerder gesloopt. Toch werden alle beklaagden schuldig bevonden. Dertien van hen kregen de doodstraf. Vier anderen, onder wie Karl Radek en Grigori Sokolnikov, werden tot dwangarbeid veroordeeld nadat ze belastende verklaringen had ondertekend over Nikolaj Ivanovitsj Boecharin (1888-1938), de hoofdredacteur van de krant Izvestia, over Aleksej Ivanovitsj Rykov (1881-1938), de voormalige voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen, en over Michail Nikolajevitsj Toechatsjevskij (1893-1937), de Vicevolkscommissaris van Defensie, die kort nadien geslachtofferd zouden worden.

Zowel Radek als Sokolnikov stierven in 1939 in een werkkamp, volgens de aanvankelijke lezing telkens na een vechtpartij met een medegevangene, maar later, tijdens de politieke dooiperiode onder Chroesjtsjov, bleek dat beiden werden vermoord door de NKVD op direct bevel van Lavrenti Pavlovitsj Beria (1899-1953).


Het proces tegen de militairen

Na het tweede Moskouse showproces richtte Stalin zijn pijlen op een aantal hooggeplaatste militairen van de Sovjet-Unie, meer in het bijzonder op zijn rivaal uit de Burgeroorlog, maarschalk Michail Nikolajevitsj Toechatsjevski (1893-1937). Maar Toechatsjevski was niet alleen: bijna alle opperbevelhebbers van het Rode Leger werden gearresteerd. De beschuldigingen waren gebaseerd op documenten die zouden aangetoond hebben dat Toechatsjevskij een compromitterende correspondentie had gevoerd met het oppperbevel van de Nazi's. Nikolaj Jezjov hield persoonlijk toezicht op de verhoren, die vaak met folteringen gepaard gingen. De teruggevonden bekentenis van Toechatsjevski zat onder de bloedspatten. Omdat het voor de meeste leden van het Politbureau moeilijk te geloven was dat al deze topmilitairen  schuldig waren aan de ten laste gelegde samenzweringen of spionage voor Duitsland, stelde Stalin voor hen te laten berechten door een tribunaal van andere vooraanstaande militairen. Het proces vond plaats op 11 juni 1937 en verliep buitengewoon snel: nog voor de lunch werden de vonnissen uitgesproken en nog dezelfde dag werden alle aangeklaagden geëxecuteerd.

De rechters zouden zelf het proces ook niet lang overleven. Van de negen militairen die de beklaagden hadden veroordeeld, werden er zes binnen een jaar na het proces zelf gearresteerd en geëxecuteerd. Uiteindelijk werden alle commandanten van militaire districten doodgeschoten.


Het proces van de eenentwintig (1938)

Het derde showproces tenslotte, de Zaak van het Anti-Sovjet Blok van Rechtsgezinden en Troskisten, vond plaats in maart 1938. Naast Nikolaj Boecharin en Aleksej Rykov, die tijdens het tweede showproces reeds waren beschuldigd door Karl Radek en Grigori Sokolnikov, stond ook de voormalige Volkscommissaris van Binnenlandse Zaken die het eerste showproces formeel had geleid, Genrich Grigorjevitsj Jagoda (1891-1938), terecht. Er werd een enorm complex aan samenhangende beschuldigingen gefabriceerd, waaronder de moord op Sergej Mironovitsj Kirov (1886-1934), die wellicht door Stalin zelf was beraamd, de moord op schrijver Maksim Gorki (1868-1936), het beramen van moorden op Lenin en Stalin, en talrijke andere sabotage- en spionageactiviteiten en moordcomplotten.

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger (1884-1958), die het proces mocht bezoeken, schreef dat «als men een regisseur zou hebben opgedragen om dit proces in scène te zetten, deze waarschijnlijk jarenlange repetities nodig gehad zou hebben om zo’n samenspel van de beklaagden te bereiken».

Alle 21 beklaagden werden schuldig bevonden. Op drie na kregen ze allen de doodstraf, die direct na het proces werd voltrokken.

Het derde grote showproces, en vooral de terechtstelling van Genrich Jagoda, betekende meteen het begin van de neergang van «regisseur» Nikolaj Jezjov. Zijn ster had zijn hoogtepunt bereikt op 20 december 1937, toen in het Bolsjojtheater het 20-jarige jubileum van de NKVD werd gevierd en Jezjovs beeltenis naast die van Stalin prijkte.

Maar na het derde showproces, in augustus 1938, kreeg Jezjov plots een gedeputeerde toegewezen in de persoon van Lavrenti Pavlovitsj Beria (1899 - 1953). Vanaf september moesten zelfs alle NKVD-resoluties door deze laatste mee ondertekend worden. Na hevige kritiek van Stalin en Molotov werd Jezjov in november 1938 «op eigen verzoek» ontslagen als Volkscommissaris van Inerne Zaken. Op 3 maart 1939 werd hij van al zijn publieke functies ontheven, al mocht hij nog wel Volkscommissaris van Watertransport blijven. Dit commissariaat werd echter opgeheven op 9 april 1939 en de dag nadien werd Jezjov gearresteerd. Op 3 februari 1940 volgde zijn proces in besloten kring, en één dag later werd hij geëxecuteerd.


Showprocessen in de Russische Federatie

De massale executies behoren wel tot het verleden, maar sinds het eerste aantreden van Vladimir Poetin (°Leningrad, 07/10/1952) als president in 2000, kent de Russische Federatie toch opnieuw het verschijnsel van de schijnprocessen. Vóór hij president werd, had Poetin carrière gemaakt bij de geheime politie van de Sovjet-Unie. Van 1985 tot 1990 was hij in Dresden, in de toenmalige DDR, als KGB officier verantwoordelijk voor het verhoor en de internering van dissidenten en van westerse spionnen die de Sovjet-Unie wilden binnendringen. En vlak vóór hij in 1999 minister werd in de regering van Boris Jeltsin, stond hij aan het hoofd van de FSB, de opvolger van de KGB.


Michail Chodorkovski en Platon Lebedev

Als president toonde Poetin dat hij de technieken van de oude KGB nog goed onder de knie had. Het opmerkelijkste voorbeeld zijn wellicht de processen tegen Michail Chodorkovski (°1963) en Platon Lebedev (°1956), de gewezen eigenaars van het oliebedrijf Yukos. Chodorkovski had zich niet alleen laten opmerken door zijn kritiek op de corruptie in het Russische staatsbestel, maar ook door zijn inzet voor meer openheid met zijn beweging Открытая Россия [Otkrytaja Rossija] of Open Rusland, en zijn steun aan oppositiepartijen.

In februari 2003, tijdens een op de televisie uitgezonden bijeenkomst in het Kremlin, had Chodorkovski Poetin publiekelijk aangesproken over corruptie. Hij had gezegd dat belangrijke overheidsfunctionarissen miljoenen aan steekpenningen incasseerden en liet een PowerPoint-presentatie zien met gegevens van de kosten van corruptie op de Russische economie. In oktober 2003 werden Chodorkovski en Lebedev gearresteerd op verdenking van belastingontduiking, fraude en verduistering. Yukos werd zo goed als ontmanteld, waarbij de meest winstgevende onderdelen te beurt vielen aan Rosneft, een oliebedrijf dat geleid wordt door Igor Ivanovitsj Setsjin (°1960). Setsjin is een voormalig KGB-spion en één van de meest conservatieve adviseurs van Vladimir Poetin. Hij was vice-premier in het kabinet van Poetin en leider van het Комманда Силовиков [Kommanda Silovikov] of De Mannen van de Macht, een lobby van voormalige KGB-agenten - en dus vrienden van Poetin - in het Kremlin.

In een poging om de aandacht van het proces af te leiden, werd het gevoerd in de minder beduidende rechtbank van het Mesjtsjanskij district in Moskou. Achter de schermen speelden echter het Kremlin en het Moskouse Eerste Gerechtshof, de hoogste rechterlijke instantie van de stad Moskou, een sturende rol. Op 31 mei 2005 werden Chodorkovski en Lebedev veroordeeld wegens belastingontduiking en fraude tot 9 jaar gevangenisstraf. Op 22 september 2005 werd in een zitting van slechts één dag het vonnis in hoger beroep bevestigd waarbij de opgelegde straf tot 8 jaar werd verlaagd.

Omdat Chodorkovski en Lebedev dreigden voorwaardelijk vrij te komen nog vóór de presidentsverkiezingen van 2012, en dus mogelijk het heraantreden van Poetin als president konden verstoren, doken nieuwe «strafbare feiten» op, en werd een tweede proces tegen hen op touw gezet, waarbij ze onder meer beschuldigd werden van de diefstal van 350 miljoen ton olie. Naast het feit dat dit fysiek haast onmogelijk is, bleek ook dat rechter Viktor Nikolajevitsj Danilkin (°1957) regelmatig tijdens de processen werd bijgestuurd door het Kremlin. Danilkin had moeite met de soms absurde beschuldigingen en moest dus regelmatig «bijgepraat» worden.

Natalja Vasiljeva, een assistente van rechter Danilkin, getuigde op 14 februari 2011 dat de rechter zijn vonnis had voorbereid om het voor te lezen op 16 december 2010. Op 15 december echter werd de uitspraak om onduidelijke redenen verdaagd naar 27 december. Op 16 december werd duidelijk waarom: Poetin hield die dag een geruchtmakende toespraak waarin hij zei dat Chodorkovski een dief was en dus in de gevangenis thuishoorde. Vasiljeva getuigde dat het oorspronkelijke vonnis van Danilkin gewijzigd werd en dat de rechter het nieuwe vonnis tegen zijn wil had voorgelezen. Als gevolg van dat aangepaste vonnis konden Chodorkovski en Lebedev niet vóór augustus 2014 vrijkomen.

In 2011 vroeg de toenmalige Russische president Dmitri Anatoljevitsj Medvedev aan de Kremlin Raad voor Mensenrechten om de zaak Chodorkovski nader te onderzoeken. De Raad kwam tot de conclusie dat Chodorkovski en Lebedev onschuldig waren. Het leidde niet tot een vrijlating, integendeel: de negen leden van de Raad werden beschuldigd van omkoping. Vijf van hen werden het voorwerp van ondervragingen en vervolgingen. Sommigen verloren hun baan of moesten naar het buitenland uitwijken. Bovendien werd een derde rechtzaak tegen Chodorkovski en Lebedev voorbereid.

In de aanloop naar de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji, een project waar Poetin wou schitteren voor het oog van de wereld, hadden heel wat wereldleiders aangekondigd dat ze niet aanwezig zouden zijn. Echte redenen werden niet opgegeven, maar het was duidelijk dat de wijze waarop de mensenrechten werden geschonden in Rusland aan de basis lag. Vooral de arrestatie van 30 Greenpeace activisten enkele maanden eerder, de zaak Chodorkovski en de Russische anti-homowet waren een doorn in het oog. Op 17 december 2013 had de Amerikaanse president Barack Obama gezegd dat hij zelf niet zou komen. In de delegatie die hem zou vertegenwoordigen benoemde hij twee notoire homo's: tennislegende Billie Jean King (°1943) en hockeyspeler Caitlin Cahow (°1985). Volgens de Amerikaans-Russische journaliste Masha Gessen doemde voor Poetin het spookbeeld op om zich bij de opening van zijn persoonlijk prestigeproject omringd te zien met «alleen de Oekraïense president en twee Amerikaanse homo's». Hoedanook, op 19 december 2013 kondigde Poetin onverwacht aan dat Michail Chodorkovski gratie kon krijgen, wat de dag nadien ook meteen gebeurde: op 20 december 2013 landde Chodorkovski als een vrij man in Berlijn. Volgens Poetin kan hij ongehinderd terug naar Rusland komen, maar of dat ooit zal gebeuren is twijfelachtig, want de onderzoeken in de mogelijke derde rechtzaak werden niet stopgezet.

Op 28 juli 2014 werd Rusland door het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag veroordeeld voor de wijze waarop Michail Chodorkovski en Yukos werden behandeld. Naast het feit dat Rusland veroordeeld werd tot een zeer zware schadevergoeding van 50 miljard dollar, was het Hof ook zeer hard in zijn motivatie. De ontmanteling van Yukos was politiek gemotiveerd, met als doel het bedrijf het faillissement in te duwen, zijn activa aan te slaan en toe te wijzen aan staatsbedrijven en de CEO van het bedrijf, Michail Chodorovskij, politiek monddood te maken.

Het gaat om de grootste schadevergoeding ooit toegekend door het Hof in Den Haag: ze is 20 keer groter dan de op een na grootste en houdt niet eens rekening met klachten van minderheidsaandeelhouders van wie de dossiers nog moeten worden onderzocht.

De gevolgen voor Rusland zijn enorm: de som bedraagt 11 % van ‘s lands nationale valutareserves en 10 % van het overheidsbudget. Ook zullen er gevolgen zijn voor Rosneft, de energiereus die de meeste van Yukos’ activa in handen kreeg, en die sinds kort BP als minderheidsaandeelhouder heeft. De Russen moeten tegen 2 januari 2015 met geld over de brug komen, zoniet beginnen verwijlintresten te lopen. Hoewel Rusland het vonnis niet kan aanvechten zal het «alle middelen aanwenden om het ongedaan te maken». Betaalt het land niet dan kunnen volgens de conventie op arbitrage uit 1958 Russische activa in 150 landen worden aangeslagen om het vonnis uit te voeren.

In de entourage van Poetin maakt men zich allerminst zorgen. Een van de mensen uit diens inner circle zei tegen de Financial Times dat het vonnis in het licht van de geopolitieke problemen met Oekraïne onbelangrijk was: «Er komt een oorlog in Europa. Denkt u nu echt dat dit van enig belang is?»

Op 20 september 2014 herlanceerde Michail Chodorkovski de beweging Open Rusland tijdens een online conferentie. De organisatie wil burgers samenbrengen die zowel in als buiten Rusland wonen, die de Europese waarden delen van een sterke, dynamische en toekomstgerichte staat gebaseerd op de principes van de democratie en van de rechtsstaat.

Klik hier om meer te lezen over de zaak Chodorkovski


Aleksej Navalni

Een andere tegenstander van Vladimir Poetin, de bekende blogger Aleksej Anatoljevitsj Navalni, werd even vakkundig geëlimineerd. Navalni, die in 2009 nog door de Russische zakenkrant Vedomosti werd uitgeroepen tot Persoon van het Jaar, werd bekend door zijn blogs en door enkele initiatieven van burgerlijke emancipatie. Eén van zijn strategiën bestond er bijvoorbeeld in om minderheidsaandeelhouder te worden in verschillende grote Russische staatsbedrijven. Als aandeelhouder hoopte hij financiële informatie te krijgen die hem kon toelaten om de financiële activa en de financiële structuur van deze bedrijven transparanter te maken. Navalni werd meerdere keren opgepakt en tot enkele weken celstraf veroordeeld voor het deelnemen aan manifestaties.

Op 10 juli 2013, toen hij zich was gaan registreren als kandidaat voor het burgemeesterschap van de stad Moskou, werd hij onder de ogen van een massa toeschouwers en de media aangehouden. Op 17 juli werd zijn kandidatuur formeel aanvaard. De dag nadien echter, op 18 juli 2013 werd hij op een proces in de stad Krilov veroordeeld tot 5 jaar strafkamp. De aanklacht was zo mogelijk nog absuder dan in het geval van Chodorkovski en Lebedev. Volgens de rechter had Navalni, toen hij in 2009 adviseur was van Nikita Belych, de gouverneur van de oblast Kirov, 10.000 kubieke meter hout van het staatsbedrijf KirovLes ver onder de waarde hebben laten verkopen, en zou hij daarmee 400.000 euro achterover gedrukt hebben. Het verdict van de rechter kwam woord voor woord overeen met de beschuldiging van de openbare aanklager, behalve wat de straf betreft: de aanklager had zes jaar cel strafkamp geëist.

De avond van de uitspraak verzamelden duizenden mensen in de straten van Moskou en andere grote steden, ondanks het formele verbod op demonstraties. Deze samenkomsten, en wellicht ook internationale druk, zorgde ervoor dat de dag nadien er verrassend nieuws uit de lucht viel: op initiatief van de openbare aanklager werd Navalni vrijgelaten op borgtocht. Hij is weer vrij tot zijn proces in beroep behandeld wordt.

Er wordt evenwel gesuggereerd dat de Russische overheid hem hiermee een laatste kans wil geven om Rusland te ontvluchten. Journalist en mensenrechtenactivist Alexandr Podrabinek, mede-ondertekenaar van de Verklaring van Praag, suggereerde op de website van het Institute of Modern Russia dat de autoriteiten het moment gemist hebben dat Navalny kon worden gedood zonder al te veel publiciteit. Het Kremlin zou hem willen zien emigreren indien hij daarna niet meer terug kon keren naar Rusland. Ze zouden dus willen dat hij probeert te ontsnappen aan de rechtbank en dat hij ergens politiek asiel aanvraagt, want dan kan hij niet ongestraft naar Rusland terugkeren.

In februari 2014 werden Aleksej Navalni en zijn broer Oleg vervolgd voor het verduisteren en witwassen van geld na een klacht van Bruno Leproux, algemeen directeur van het Russische dochterbedrijf van het Franse merk van cosmetica en schoonheidsproducten Yves Rocher. De aanklagers beweerden dat ze meer dan 26,7 miljoen roebel of 540.000 dollar hadden verduisterd of van de Russische dochteronderneming Yves Rocher Vostok tussen 2008 en 2012. Ondanks het feit dat Yves Rocher Frankrijk ontkende dat ere verliezen werden geleden, werd Navalny onder huisarrest geplaatst op 28 februari 2014, en werd hem verboden te communiceren met anderen dan zijn familie, nadat hij de hem opgelegde reisbeperkingen zou hebben overtreden.

Daarna volgden twee verrassende gebeurtenissen. Oorspronkelijk was gepland dat het vonnis zou worden uitgesproken op 15 januari 2015. Sympathisanten hadden voor die dag demonstraties voorzien in heel wat steden. Niet alleen in Rusland, overigens. In veel steden in Europa en de Verenigde Staten hadden supporters van Navalni activiteiten gepland vóór de deuren van winkels en kantoren van Yves Rocher. Maar dan, op 29 december 2014, kondigde de rechter plots aan dat ze het vonnis de volgende dag reeds zou uitspreken, op 30 december 2014. De tweede verrassing was dat Aleksej Navalni slechts een voorwaardelijke straf kreeg van 3,5 jaar, terwijl zijn broer Oleg werd veroordeeld tot 3,5 jaar effectieve celstraf en meteen na het vonnis werd gearresteerd. Het lijkt erop dat, door Aleksej's broer harder te straffen, de Russische autoriteiten een extra psychologische druk op de familie Navalni willen zetten om ze te doen zwijgen.


Sergej Magnitsky

Indien u dacht dat dit het meest absurde voorbeeld was, dan heeft u het mis. De rechtbank van het district Tver veroordeelde op 11 juli 2013 Sergej Leonidovitsj Magnitsky voor het verduisteren van 230 miljoen dollar. Macaber detail: Magnitsky was toen reeds drie en een half jaar dood. Op 16 november 2009 was hij overleden in een cel van de Boetyrka gevangenis in Moskou. Hij zat toen reeds elf maanden vast zonder proces en zou dus, volgens de Russische wet, acht dagen later moeten vrijgelaten worden.

Sergej Magnitsky was een advocaat die werkte in opdracht van Bill Browder, de Amerikaanse eigenaar van het bedrijf Hermitage Capital Management, een investeringsfonds uit Londen, gespecialiseerd in de Russische markt. Magnitsky had ontdekt dat, onder de hoede van de Russische minister van Binnenlandse Zaken en hoge functionarissen, een systeem was opgezet waarbij 230 miljoen dollar van het bedrijf werd gestolen.

Op 4 juni 2007 hadden 20 fiscale ambtenaren het Moskouse kantoor van Browder onderzocht, en de documenten die ze daar aantroffen gebruikt om het bedrijf van eigenaar te doen veranderen en om het zwaar verlieslatend te maken. De nieuwe eigenaar bleek ene Victor Aleksandrovitsj Markelov te zijn, een veroordeelde moordenaar die twee jaar eerder was vrijgelaten. Kort daarop bleek dat het bedrijf zoveel verlies had geleden dat het recht had op een belastingteruggave van 230 miljoen dollar. Op 24 december 2007 werd dat bedrag ook effectief terugbetaald... aan de «nieuwe eigenaar».

Browder contacteerde de Russische overheid met de bevindingen van Magnitsky, en eiste dat het geld zou teruggegeven worden, niet aan Hermitage, maar aan het Russische volk, en om de schuldigen te vervolgen. De Russische overheid stelde daarop een vervolging in, echter niet tegen de politiemensen en functionarissen die bij de diefstal betrokken waren. Neen, in plaats daarvan werd Magnitsky beschuldigd van het verduisteren van 17 miljoen dollar, terwijl aan Browder de toegang tot de Russische Federatie ontzegd werd.

Sergej Magnitsky werd naar de Boetyrka gevangenis overgebracht, één van de beruchtste detentiecentra in Rusland. Regelmatig werd hem medische zorg ontzegd.

Een onderzoekscommissie, die werkte in opdracht van president Dmitrij Medvedev, zou in juli 2011 aantonen dat de aanklacht van de procureur tegen Magnitsky verzonnen was. De commissie toonde tevens aan dat zijn dood het gevolg was van het ontzeggen van medische verzorging, en ze vond zelfs bewijzen van marteling.

Bill Browder begon daarop te lobbyen in de de Verenigde Staten, en met succes: op 14 december 2012 ondertekende president Barack Obama de Magnitsky Act. Deze wet verbood alle verantwoordelijken voor de dood van Magnitsky de toegang tot de Verenigde Staten en tot het gebruik van het Amerikaanse banksysteem.

De Russische overheid reageerde op haar beurt. Op 28 december 2012 oordeelde de rechtbank van het district Tver echter dat de betrokken dokters van de de Boetyrka gevangenis niets kon ten laste worden gelegd, en de dode Magnitsky werd alsnog voor de rechtbank gedaagd. Hij werd schuldig bevonden. Toen de advocaten van Magnitsky te kennen gaven dat ze in beroep zouden gaan, reageerde de Russische overheid met de laconieke mededeling dat «doden geen beroep kunnen aantekenen».


Niet voor iedereen

Op 29 maart 2001 om 22.00 uur werden bij de douanepost Bietingen in de buurt van Gottmadingen, Duitsland, een man en een vrouw aangehouden die hadden geprobeerd om te voet de grens met Zwitserland over te steken. Zij droegen een handtas en een aktentas met computers disks en documenten. De vrouw heette Tamara Roeditsj (°1959), moleculair bioloog, geboren in Moskou in 1959. De man heette Oleg Lototsky (°1962), vriend en zakenpartner van mevrouw Roeditsj, geboren in 1962. Ze zeiden dat ze op zakenreis waren naar Zürich. De douanepost Bietingen ligt echter niet op de normale routes naar Zwitserland, en er komen zelden individuele personen langs .

De documenten die ze bij zich hadden toonden verrichtingen ter waarde van 5 miljard dollar op rekeningnummers van 6 banken, waaronder Crédit Suisse, de Deutsche Bank, ABN AMRO Bank en de Bank of Cyprus. In het verslag dat door de douane werd overgemaakt aan het Centraal Bureau voor de bestrijding van financiële criminaliteit in Baden-Württemberg, staat te lezen dat de gevolmachtigde ondertekenaar Vladimir Poetin was, op dat moment president van de Russische Federatie.

Voor zover wij weten werd Vladimir Poetin niet ondervraagd over dit incident en is hij nog steeds een vrij man.


Kom terug, Michail Boelgakov

De gebeurtenissen rond Gavalny en Magnitsky riepen niet alleen in Rusland, maar ook wereldwijd reacties op. Op 20 juli 2013 ontlokten ze aan Denis MacShane, de voormalige minister van Europese Zaken van het Verenigd Koninkrijk, zelfs de uitspraak: “Where are you Mikhail Bulgakov when we need you?”


Niet iedereen komt voor het gerecht

Heel wat tegenstanders van het regime van Vladimir Poetin werden nooit voor het gerecht gebracht, maar meteen uitgeschakeld. Vooral journalisten die kritische artikelen schreven over het regime werden vaak op brutale wijze vermoord. Niet minder dan 144 journalisten werden gedood tussen 1999, het jaar waarin Poetin voor het eerst president werd, en 2014. Eén van hen was Anna Politkovskaja, over wie u hier méér kan lezen.


Boris Nemtsov

Een andere opponent van het regime die gewelddadig om het leven kwam was Boris Jefimovitsj Nemtsov.

Nemtsov kwam in de politiek tijdens de mislukte staatsgreep tegen voormalig Sovjetleider Mikhail Sergejevitsj Gorbatsjov (°1931) in augustus 1991. Hij organiseerde toen mee het protest van burgers bij de verdediging van het parlementsgebouw tegen opstandige militairen die daarna afdropen. De coup van de militairen mislukte en Boris Nemtsov werd opgemerkt en opgenomen in de groep medewerkers van toenmalig Russisch president Boris Nikolajevitsj Jeltsin (1931-2007). Als gouverneur van zijn thuisstad Nizjni Novgorod, en vanaf 1997 ook als vicepremier en minister van Energie speelde hij een grote rol bij de privatisering van voormalige communistische staatsbedrijven.

In 1998 moest hij ontslag nemen en richtte hij de liberale partij Unie van Rechtse Krachten op. Hij werd een kopstuk van de liberale oppositie tegen president Vladimir Poetin. In 2004 ondersteunde hij de Oranjerevolutie in buurland Oekraïne en was hij zelfs economisch adviseur van toenmalig president Viktor Ansrijovitsj Joesjtsjenko (°1953), die in die verkiezingsstrijd een ernstige vervorming van het gezicht opliep als gevolg van een dioxinevergiftiging.

Boris Nemtsov werd op vrijdag 27 februari 2015 in het centrum van Moskou neergeschoten. Hij werd 55 jaar. Een ongeïdentifieerde schutter schoot hem vier keer in de rug toen hij de Bolsjoj Moskvoretsky Most, een brug op nog geen 100 meter van het Kremlin, overliep. Hij overleed enkele uren nadat hij een oproep had gedaan om de zondag nadien in een massamanifestatie te protesteren tegen de oorlog in Oekraïne. Enkele dagen vóór de moord had hij in een interview gezegd dat hij vreesde dat de president hem dood wou voor zijn oppositie tegen die oorlog. De plaats waar de moord gebeurde, en waar uw webmaster dagelijks kwam toen hij in Moskou woonde, is nochtans vergeven van de CCTV camera’s en er patrouilleren voortdurend politiewagens. Er moeten ongetwijfeld beelden van bestaan. Opvallend was dat de Russische Minister van Binnenlandse Zaken, Vladimir Aleksandrovitsj Kolokoltsev, meteen na de feiten ter plaatse was om «persoonlijk het onderzoek te leiden».

In 2013 publiceerde Mentsov Olympische Winterspelen in de subtropen, een verslag over de corruptie en het misbruik rond de organisatie van de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji. De vroegere president van Georgië, Micheil Saakasjvili, zei aan nieuwszender CNN dat Nemtsov op het moment van de moord aan een rapport werkte over de Russiche betrokkenheid in het conflict met Oekraïne. «Hij bereidde zijn standpunt over Oekraïne voor”, zei Saakasjvili. “Hij wou aan het Russische publiek vertellen wat er echt aan de gang is.» Mogelijk is dat Nemtsov fataal geworden. Aleksandr Ryklin, een vriend van hem verklaarde: «Iedereen die het nu voor Oekraïne opneemt, wordt door Russische media uitgemaakt voor verrader. Er wordt een sfeer gecreëerd waarin iedereen die het niet eens is met Poetin, een landverrader is, en dat geldt zeker als het om Oekraïne gaat.»

Rusland ontkent officieel dat zijn soldaten in Oekraïne vechten. Toch sneuvelen dagelijks Russische militairen in deze «niet-verklaarde oorlog». Hun lichamen worden als Груз 200 [Groez 200] of Lading 200 in vrachtauto’s terug naar Rusland gevoerd. Lading 200 is de code die algemeen in Rusland wordt gebruikt voor het terugbezorgen van dode lichamen van op het slagveld. Nemtsov werd vermoord kort nadat hij had bekendgemaakt dat hij een uitvoerig rapport over de Russische betrokkenheid in Oekraïne zou publiceren onder de titel Путин. Война. [Poetin. Vojna] of Poetin. Oorlog. Na de dood van Nemtsov hebben enkele van zijn collega's het rapport verder afgewerkt en via het internet verspreid.

Hier kan u het rapport van Boris Mentsov downloaden [ru]

 

Deze pagina delen |