De roden en de witten

Nederlands > Context > Historisch en politiek > De Roden en de Witten

Vooraf

Op het einde van de 19de eeuw, toen de industrialisering in West-Europa reeds voor een diepgaande transformatie van de maatschappij had gezorgd, maakte de Russische plattelandsbevolking nog 90% uit van het totaal. Het was dus niet echt te verwachten dat uitgerekend dààr de eerste socialistische revolutie zou slagen. Volgens de verwachtingen van de meeste marxisten had immers de eerste machtsovername moeten plaatsvinden in een ontwikkeld kapitalistisch land zoals Duitsland of Engeland. In Rusland was het lijfeigenschap in 1861 formeel afgeschaft, maar in de praktijk veranderde er weinig. Het verschil tussen de rijken en de armen was zeer groot. Het verzet tegen het regime van tsaar Nicolaas II (1868-1918) nam toe.

1903

Sinds haar ontstaan in 1898 werd de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij verboden en zij ontplooide haar activiteiten daarom ook vanuit het buitenland. In augustus 1903 wordt het tweede Congres van de Russische Sociaal-democratische Arbeiderspartij in Londen gehouden. Wel, om eerlijk te zijn: het was op 30 juli in Brussel begonnen maar na een ingrijpen van de politie moest het naar Londen verhuizen. Tijdens het congres moest er gestemd worden over de samenstelling van de redactie van het partijblad de Искра [Iskra] of De Vonk. De stemming leverde een meerderheid op voor de groep rond Vladimir Iljitsj Oeljanov (1870 - 1924), beter bekend als Vladimir Lenin. Deze groep begon zichzelf de bolsjevieken te noemen - dat komt van больше [bolsje] dat «méér» betekent. De anderen werden de mensjevieken genoemd - dat komt op zijn beurt van меньше [mensje], dat «minder» betekent. De mensjevieken stonden onder leiding van Joeli Osipovitsj Zederbaum (1873-1923), beter bekend als Julius Martov. Bolsjevieken en mensjevieken komen tegenover elkaar te staan. De bolsjevieken vormden de revolutionaire vleugel van de partij. Zij wilden door een revolutie het staatsapparaat ondermijnen en uitschakelen. De mensjevieken wilden tijdelijk blijven samenwerken met de liberale en sociale groepen om hervormingen op gang te brengen. Bij tal van andere kwesties werden de aanhangers van Lenin echter weggestemd. De bolsjevieken zouden zich later, vanaf de jaren '20, de Communistische Partij van de Sovjetunie noemen.

1904

Japan bezorgt de Russen de ene nederlaag na de andere tijdens de Russisch-Japanse Oorlog. Het volk mort en in december breekt er een stakingsgolf uit in Sint-Petersburg.

1905

Op 9 januari proberen enkele burgers een petitie aan te bieden aan tsaar Nicolaas II. De demonstratie wordt uit elkaar geschoten en gaat de geschiedenis in als Bloedige Zondag. In mei wordt de Russische Oostzeevloot gekelderd door Japan. In oktober is tsaar Nicolaas II genoodzaakt om met zijn Oktobermanifest naar buiten te komen. Daarmee wordt de autocratie afgeschaft en wordt Rusland een constitutionele monarchie. De eerste Doema (volksvertegenwoordiging) wordt gekozen.

In Sint-Petersburg wordt een eerste совет [sovjet] of raad van arbeiders gevormd om de algemene staking van dat moment in goede banen te leiden. Dit voorbeeld wordt al snel ook in andere steden gevolgd. Oorspronkelijk had het begrip sovjet betrekking op lokale raden van arbeiders, boeren en soldaten.

1914

Rusland raakt betrokken bij de Eerste Wereldoorlog aan het Oostfront, dat zich uitstrekte van van de Baltische Zee tot de Zwarte Zee. De troepen van de tsaar zijn geen partij voor de coalitie van Duitsland, Oostenrijk, Pruisen en Hongarije. Voor Lenin is van het begin af aan duidelijk dat Rusland op een nederlaag afstevent. In augustus wordt de Duits klinkende naam van de hoofdstad Sankt-Petersburg veranderd in Petrograd.

1915

De tsaar ontslaat zijn opperbevelhebbers en neemt zelf de leiding over het leger en de vloot.

1916

De toestand aan het front wordt langzamerhand onhoudbaar. Een hongeropstand dreigt.

1917

Ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag demonstreert een massa vrouwen voor meer voedsel. Stakende arbeiders van de Poetilov-fabrieken voegen zich bij hen. De volgende dag volgen er nog meer demonstraties waarin leuzen worden meegedragen als «Weg met de oorlog» en «Weg met de autocratie». Op 25 februari breekt een algemene staking uit in Petrograd. In tegenstelling tot de revolutie van 1905 weigeren de soldaten deze keer op de menigte te schieten.

Op 26 februari besluit Nicolaas II om de Doema te ontbinden. Maar de afgevaardigden leggen het bevel van de tsaar naast zich neer en vormen een Voorlopig Comité. Het Voorlopig Comité zal spoedig herdoopt worden in Voorlopige Regering, aanvankelijk onder leiding van prins Georgi Jevgenjevitsj Lvov (1861-1925), en vanaf juli van Alexander Fjodorovitsj Kerjenski (1881-1970), een mensjeviek uit de sovjet van Petrograd, waar de bolsjeviek Lev Davidovitsj Bronstein (1879-1940), beter bekend als Leon Trotski, voorzitter was. De onmacht van de Voorlopige Regering om de Eerste Wereldoorlog te beëindigen maakte dat de mensjevieken hun invloed verloren ten gunste van de bolsjevieken. De Voorlopige Regering en de sovjet van Petrograd zullen met elkaar de strijd aangaan om de uitoefening van de staatsmacht.

Op 2 maart kondigt tsaar Nicolaas II zijn aftreden aan. De sovjet van Petrograds vaardigt Bevel nr. 1 uit waarmee alle politieke acitiviteiten van het leger voortaan onder de zeggingschap van de sovjet vallen. Een dag later weigert de broer van de tsaar de troon. Lenin komt vanuit Zwitserland naar Petrograd. Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili (1878-1953), beter bekend als Jozef Stalin, keert terug uit Siberië.

Met een losse flodder van de kruiser Aurora begint op 25 oktober - of op 7 november volgens de gregoriaanse kalender - de machtsovername door de bolsjevieken. Het Winterpaleis wordt bestormd, nadat Trotski's militaire revolutionaire comité alle strategische punten in Petrograd had bezet. In de stad werden alvast pamfletten verspreid waarin de val van de Voorlopige regering werd aangekondigd. In december wordt de geheime politie Tsjeka opgericht onder leiding van Felix Edmoendovitsj Dzerzjinski (1877–1926).

Tussen 1917 en 1920 woedde er in Rusland een hevige strijd tussen de bolsjevieken, de Roden, en de troepen van het oude tsarenregime, de Witten. Waar de term Witten vandaan kwam, is niet helemaal duidelijk. Wellicht was er een verband met de koninklijke standaard van de Franse Bourbons, die wit was. In het negentiende-eeuwse Frankrijk werd de naam Witten gebruikt voor de ultra-koningsgezinden. Ongetwijfeld speelt bij deze naamgeving ook de tegenstelling tot de Roden een rol. Onder de Witten waren zeer uiteenlopende groepen als de liberalen, gematigde socialisten, monarchisten, mensjivieken, kozakken en doorgewinterde conservatieven te vinden. Wat hen bond was hun afkeer van het bolsjevisme en ze werden geleid door tsaristische generaals. Eén van de laatste bolwerken van de Witten was de havenstad Odessa aan de Zwarte Zee, tot ook daar de sovjets voor de poort stonden. Duizenden vluchtelingen stroomden naar de laatste stoomboten die, vies en afgebladderd, lagen te wachten in de haven.

In zijn roman De Witte Garde en zijn theaterbewerking De dagen van de Toerbins, beschrijft Michail Boelgakov het lot van het gezin Toerbin, dat in Kiev leefde toen de verschillende legers uit de burgeroorlog - de Witten, de Roden, het Duitse Keizerlijke Leger en Oekraïense nationalisten - elkaar bevochten in de stad.

Klik hier om meer te lezen over De Witte Garde van Michail Boelgakov

1918

Tijdens de burgeroorlog tussen de Roden en de Witten wordt op 16 juli Nicolaas II met zijn gezin vermoord, en samen met hen de kok, de dokter, de kamerjuffrouw en de kamenier. Volgens een hardnekkige legende zou de jongste dochter, Anastasia, de slachting overleefd hebben.

In maart verhuist Lenin de regering van Petrograd naar Moskou, dat vanaf dan de hoofdstad van de Sovjetunie is.

1919

Op 4 maart 1919 wordt in Moskou op aandringen van Lenin de Derde Communistische Internationale of Comintern opgericht, waarvan Grigori Jevsejevitsj Zinovjev (1883-1936) de eerste voorzitter wordt.

De burgeroorlog werd aan weerszijden zeer wreed uitgevochten. De Witten vermoordden 100.000 joden in georganiseerde pogroms. De Witte generaal Pjotr Nikolajevitsj Wrangel (1878-1928) liet Rode officieren executeren om hun soldaten te overtuigen om zich bij zijn legers aan te sluiten, terwijl generaal Aleksandr Vasiljevitsj Koltsjak (1874-1920) in Omsk een compleet Rood leger liet vermoorden. Witte Kozakken sleepten Rode gevangenen aan lasso's over de grond, en kookten lastige guerrilla's in de ketels van locomotieven. Zij werden in wreedheid echter overtroefd door de Roden, die onder andere hele dorpen uitroeiden. Priesters werden door de Roden op palen gespiesd, en Witte officieren werden kooien met ratten op het lichaam gebonden, die vervolgens verhit werden waardoor de ratten zich door de lichamen heen vraten. Klagers werden zonder pardon tegen de muur gezet.

Kind van de rekening werden uiteraard de burgers. Rode en Witte terreur eisten miljoenen levens. Tevens braken er hongersnoden en ziekten uit. En alsof de burgers van de Roden en Witten nog niet genoeg te vrezen hadden, moesten ze ook nog bang zijn voor elkaar: plunderingen, moord, berovingen en zelfs kannibalisme werden gesignaleerd. Er wordt geschat dat tussen 1918 en 1923 ongeveer 15 miljoen Russen het leven hebben gelaten.

1920

De burgeroorlog nadert langzamerhand zijn einde. De Witten hebben het onderspit gedolven tegen de Roden. Ondanks hulp van Amerikanen, Britten, Fransen en Japanners, waren de Witten zó verdeeld dat zij het moesten afleggen tegen het Rode Leger van Trotski.

1921

In maart komen de matrozen van Kronstadt in opstand tegen het gebrek aan democratie en de dictatuur van de bolsjevieken. De opstand wordt hardhandig neergeslagen. Lenin formuleert de Nieuwe Economische Politiek (NEP). Met deze maatregelen verliet hij het strakke oorlogscommunisme van de jaren daarvoor. Dat was rampzalig gebleken voor zowel de landbouw als de industrie. Rusland leed honger.

Onder de NEP mochten boeren er weer een eigen bedrijfje op na houden. Zij mochten hun overschotten - na betaling van een belasting - op de vrije markt brengen. Ook in de handel en de lichte industrie kregen particulieren meer mogelijkheden. Maar de zware industrie, het bankwezen, het transport en de buitenlandse handel (die bijna niets meer voorstelde), bleven stevig in handen van de staat.

De NEP bleek al spoedig een succes. Maar de rechtlijnige communisten waren van mening dat met de NEP te veel werd afgeweken van het ware communisme en zij zagen met lede ogen aan hoe boeren zich als kleine ondernemers konden ontwikkelen. Wanneer later Stalin de macht zal overnemen, zal hij dan ook snel een einde maken aan de NEP en zijn eerste vijfjarenplan met een sterk gedirigeerde collectivisering invoeren.

1922

Stalin wordt op 3 april tot secretaris-generaal van de communistische partij benoemd. Op 16 april sluiten Duitsland en communistisch Rusland het Verdrag van Rapallo. In dit verdrag wordt de Sovjetunie door Duitsland erkend en ziet de Sovjetunie af van Duitse herstelbetalingen. Lenin maakt op 25 december zijn testament op. Op 30 december komt de of Unie van Socialistische Sovjet Republieken of USSR tot stand.

In zijn testament schrijft Lenin: «Kameraad Stalin heeft door het feit dat hij secretaris-generaal is geworden, een geweldige macht in handen gekregen, en ik ben er niet helemaal van overtuigd dat hij die macht met de nodige behoedzaamheid zal weten te gebruiken. Van de andere kant geeft kameraad Trotski niet alleen blijk van uitstekende kwaliteiten - persoonlijk is hij vast de bekwaamste man in het huidige Centraal Comité -, maar ook van verregaande zelfoverschatting. Deze verschillen tussen de twee begaafdste leiders van het huidige Centraal Comité zouden tot een scheuring kunnen leiden, die ze zelf helemaal niet willen, en als onze Partij daartegen geen maatregelen treft, kan die scheuring zich volkomen onverwacht voltrekken.»

1923

Lenin schrijft een naschrift bij zijn testament dat weinig vleiend is voor Stalin. «Stalin is meedogenloos, en als die fout in onze onderlinge verhoudingen als communisten nog te verdragen is, dan kan ze toch helemaal niet geduld worden in de werkkamer van de secretaris-generaal. Daarom stel ik de leden van de Partij voor dat ze een middel zoeken om Stalin uit die functie te verwijderen en ze aan iemand anders te geven, die zich echter in ieder opzicht hierin van Stalin mag onderscheiden, dat hij beter is dan hem - dat wil zeggen: geduldiger, loyaler, hoffelijker, inschikkelijker voor partijgenoten, niet zo humeurig, enzovoort...»

Na Lenins dood weten Sovnarkom en Politburo voorzitter Lev Borisovitsj Kamenev (1883-1936), Comintern voorzitter Grigori Jevsejevitsj Zinovjev en Secretaris-generaal Jozef Stalin (1878-1953) te voorkomen dat het testament van Lenin binnen de partij bekend raakt en besproken wordt. Pas na de dood van Stalin komt het boven water en blijkt hoezeer Lenin gelijk had in zijn oordeel over Stalin.



Deze pagina delen |