Jehoeda van Karioth

Nederlands > De personages > Bijbelse personages > Jehoeda van Karioth

Rol

Bij de eerste voorleiding van Jesjoea vraagt Pilatus hem of hij Jehoeda uit Karioth kent. En inderdaad, twee dagen eerder had hij deze jongeman ontmoet, die hem bij hem thuis in de Benedenstad uitgenodigd had. «Een goed mens, een heel goed en weetgierig man», zegt hij over hem. Jehoeda legde grote belangstelling aan de dag voor Jesjoea's denkbeelden en ontving hem bijzonder gastvrij. «En hij ontstak de lampen...» zegt Pilatus. Jesjoea is een tikje verwonderd over de welingelichtheid van de procurator. «Inderdaad», vervolgt hij, «en hij verzocht me voor hem mijn denkbeelden te ontvouwen aangaande de staatsmacht. Die kwestie interesseerde hem enorm». En nadat Jesjoea zijn visie uiteengezet had, kwamen er mensen binnenstormen die hem in de boeien sloegen en gevangen zetten.

Jehoeda duikt pas weer terug op in hoofdstuk 25, wanneer de procurator er met Afranius over praat. Het zou om een knappe jongeman gaan die dertig tetradrachmen zou hebben gekregen voor zijn verraad, en hij zou in een wisselkantoor van een familielid werken. Pilatus vertrouwt Afranius toe dat hij weet heeft van plannen om Jehoeda te vermoorden.

Even later loopt een jongeman met een keurig bijgeknipt baardje, gekleed in een schone witte kaffiya en een nieuwe blauwe feesttalith met kwastjes aan de zoom door de Benedenstad. Jehoeda is duidelijk uitgedost voor het grote feest. Hij gaat het paleis van Kajafas binnen om het weer iets later te verlaten. Dan komt hij Niza tegen, wat hem dermate opwindt dat zijn hart begint te springen als een vogel onder een zwarte doek. Zij lokt hem naar de olijfhof maar dat zal hem zwaar bezuren. Hij wordt van zijn dertig tetradrachmen beroofd en neergestoken. De ganse hof van Gethsemane galmde van nachtegalenzang.

Achtergronden

De Judas van Boelgakov vertoont redelijk wat verschillen met de bijbelse Judas. In het Nieuwe Testament is Judas één van de twaalf apostelen, en kent hij Jezus dus al langer dan twee dagen. De apostelen trokken drie jaar met Jezus van Nazareth op. In de Bijbel wordt Judas ook niet vermoord, maar pleegt hij zelfmoord, verteerd door wroeging en spijt. Na zijn dood wordt hij in de groep van de 12 apostelen vervangen door Mattias. Boelgakov heeft van hem een spion gemaakt, door geld en ook wel door liefde gedreven.

Met zijn opmerking van Pilatus over het ontsteken van de lampen wou hij Jesjoea sarren omdat die niet doorhad dat het ontsteken van lampen een sein was. Het teken voor de mannen buiten dat hij kon aangehouden worden.

Er bestaat ook een Evangelie van Judas. Er werd lang aangenomen dat de tekst voorgoed was verdwenen. De vroege kerkvader Irenaeus van Lyon (140-202) verwijst naar het Evangelie van Judas in zijn pamflet Tegen de Ketters uit de tweede eeuw na Christus. De titel van dit pamflet is op zich erg veelzeggend, en het geeft ons een uniek inzicht in een van de voornaamste redenen waarom het Evangelie van Judas zo lang verborgen bleef. In tegenstelling tot de andere evangeliën, staat hier niet de verrijzenis en het messianistische aspect van Christus centraal, maar wel de leer van Jezus, en de manier waarop hij die toelicht tot de apostelen en Judas in het bijzonder. «Kom, dat ik je geheimen toelicht die nog niemand heeft aanschouwd», stelt Christus tot Judas, en wijdt hem in in de kennis over het ontstaan van het heelal, en over de goddelijke kracht die al aanwezig is in sommige stervelingen.

Daarnaast toont het Evangelie van Judas ook een heel andere, meer ontspannen Christus die erg vaak lacht, en hier en daar zelfs de spot drijft met de immer niet-begrijpende apostelen. De inhoud van de dialogen vormt even simpel als explosief materiaal voor het kerkelijke erfgoed. "Jij zal hen allen overtreffen", stelt Christus tot Judas, "want jij zal de man opofferen die mij kleedt." Judas, zo impliceert deze tekst, volgde met zijn verraad enkel de bevelen op van zijn meester zodat Jezus, na de kruisiging, zou kunnen verrijzen. Zijn offer is daarom het allergrootste, niet alleen omdat er zonder zijn verraad geen verrijzenis en dus ook geen vergeving van de zonden zou zijn, maar ook omdat Judas' naam voor altijd besmeurd de geschiedenis in zou gaan.

Dertig tetradrachmen

In het evangelie volgens Mattheus krijgt Judas voor zijn verraad dertig zilverlingen, en gooide zijn bloedgeld nadien in de tempel. Mattheus 27:3 - «Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilveren penningen aan den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht». Dertig zilverlingen was een relatief kleine som geld. Overigens was Mattheus niet origineel met die idee. Zowel het bedrag als het gebaar om het geld terug te geven heeft hij gehaald uit het Boek Zacharius van het Oude Testament, dat reeds omstreeks 520BC geschreven werd. Zacharias 11:12 - Want ik had tot henlieden gezegd: Indien het goed is in uw ogen, brengt mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben mijn loon gewogen, dertig zilverlingen. 11:13 - Doch de Heere zeide tot mij: Werp ze henen voor den pottenbakker: een heerlijken prijs, dien ik waard geacht ben geweest van hen! En ik nam die dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis des Heeren, voor den pottenbakker.

Bij Boelgakov krijgt Jehoeda wel méér betaald. Boelgakov spreekt van dertig tetradrachmen. Een tetradrachme was een munt van de stadstaat Athene, het was een zilveren munt die vier drachmen waard was. Vanwege zijn grote waardevastheid noemt men de tetradrachme ook wel de dollar van de oudheid. Als betaalmiddel voor dagelijkse boodschapjes was de tetradrachme niet geschikt. Mensen betaalden die met oboloi. Er gingen 24 oboloi in één tetradrachme.

Boelgakov laat Jehoeda niet zelf het geld bij de hogepriester binnengooien in De meester en Margarita. Dat doen de moordenaars, maar het bloed op de buidel is van Jehoeda uit Karioth.



Deze pagina delen |