Josef Kajafas

Nederlands > De personages > Bijbelse personages > Josef Kajafas

Rol

Josef Kajafas is een joods hogepriester en tevens voorzitter van het Sanhedrin. Deze rechtbank had Jesjoea Ha-Notsri ter dood veroordeeld, en het vonnis moet door Pontius Pilatus bekrachtigd worden. Dat gebeurt, zodat er die dag vier boeven moeten terechtgesteld worden: Dismas, Hestas, Bar-Abbas en deze Jesjoea. Ter ere van het grote feest van Pesach dat die dag begint dient één van hen krachtens wet en gebruiken te worden vrijgelaten. Aan de eerste twee «hoeven geen woorden te worden vuilgemaakt». Zij hadden het volk opgejut tegen de Caesar. Dus wil Pilatus van Kajafas weten welke misdadiger het Sanhedrin wenst vrij te laten: Bar-Abbas of Ha-Notsri. Het Sanhedrin kiest Bar-Abbas. Pilatus probeert Ha-Notsri te redden, maar dan toont Kajafas hoe handig hij is in het manipuleren van onderhandelingen. Bar-Abbas gaat vrijuit.

Achtergrond

Het Sanhedrin was de Joodse rechterlijke raad tijdens het Romeinse bestuur. Deze raad diende als rechtbank Het Sanhedrin volgde de Joodse wet onder supervisie van de Romeinen. Het Sanhedrin was niet rechtstreeks bevoegd tot het uitspreken van doodstraffen, behalve voor tempelschennis. Daarom moest hun doodvonnis over Jezus van Nazareth bekrachtigd worden door Pilatus. Het Sanhedrin werd voorgezeten door de hogepriester. De historische Josef Kajafas was in die functie aangesteld door de voorganger van Pontius Pilatus, Valerius Gratus, in het jaar 18.

In het bijbelverhaal zijn het niet Pilatus of het Sanhedrin die de keuze maken over wie er vrijgelaten moet worden, maar het bijeengestroomde volk van Judea, hiertoe wel aangespoord door de hogepriesters en ouderlingen. Mattheus 27:20 - Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden.

In de roman laat Boelgakov de beslissing genomen worden door Kajafas, die dat wel doet in de hem eigen stijl. Hij hoedt er zich de hele tijd voor om niet in de ik-persoon te spreken wanneer het over het lot van Jesjoea gaat, hij gebruikt steeds de derde persoon. Maar Boelgakov legt duidelijk niet de schuld bij het gehele joodse volk, wel bij de leiders die het volk manipuleerden om hun privileges te behouden. Maar Pilatus waarschuwt Kajafas wel dat niet alleen hij vanaf nu geen rust meer zal kennen, maar ook zijn gehele volk.

In het evangelie zegt hij dat tot het gehele volk. Mattheus 27:23 - Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden! 27:24 - Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. 27:25 - En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed kome over ons, en over onze kinderen.



Deze pagina delen |