Josef Kajafas

Nederlands > De personages > Bijbelse personages > Josef Kajafas

Context

Josef Kajafas is een hogepriester in Jersjalaim en voorzitter van het Sanhedrin. Deze rechtbank heeft Jesjoea Ha-Notsri ter dood veroordeeld, en het vonnis moet door Pontius Pilatus bekrachtigd worden. Dat gebeurt, zodat er die dag vier misdadigers moeten terechtgesteld worden: Dismas, Hestas, Bar-Abbas en deze Jesjoea.

Ter ere van het grote feest van Pesach dat die dag begint dient één van hen krachtens de wet en de gebruiken te worden vrijgelaten. Aan de eerste twee «hoeven geen woorden te worden vuilgemaakt». Zij hadden het volk opgejut tegen de Caesar in Rome. Dus wil Pilatus van Kajafas weten welke misdadiger het Sanhedrin wenst vrij te laten: Bar-Abbas of Ha-Notsri. Het Sanhedrin kiest Bar-Abbas. Pilatus probeert Ha-Notsri te redden, maar dan toont Kajafas hoe handig hij is in het manipuleren van onderhandelingen, en Bar-Abbas gaat vrijuit.


Prototype

Het Sanhedrin was de Joodse rechterlijke raad tijdens het Romeinse bestuur. Het volgde de Joodse wet onder supervisie van de Romeinen. Het Sanhedrin was niet direct bevoegd tot het uitspreken van doodstraffen, behalve voor tempelschennis. Daarom moest hun doodvonnis over Jezus van Nazareth bekrachtigd worden door de Romeinse prefect Pontius Pilatus. Het Sanhedrin werd voorgezeten door de hogepriester.

De כהן גדול  [kohen gadol]  of hogepriester is in het jodendom de leider van de כֹּהֲנִים [kohaniem] of priesters die de tempeldienst verrichten. De Joodse historicus Titus Flavius Josephus  (37-100), die door Michail Berlioz wordt geciteerd in hoofdstuk 1 van De meester en Margarita, wordt algemeen beschouwd als de meest betrouwbare historische bron wanneer het gaat over de hogepriester Josef Kajafas, ook wel Kajefas, Qajjafa of Caïphas genoemd.

In zijn werk Oude geschiedenis van de Joden, geschreven tussen 79 en 94, vermeldt Josefus Flavius dat Kajafas tot hogepriester benoemd werd in het jaar 18 door Valerius Gratus, de voorganger van Pontius Pilatus als prefect van Judea.

Nadat Valerius Gratus in een periode van twee jaar drie verschillende andere hogepriesters had benoemd en weer ontslagen, zorgde Josef Kajafas voor een ongeziene stabiliteit. Vermoedelijk is het te danken aan zijn nauwe banden met het Romeinse bestuur, vooral met Pontius Pilatus, dat Kajafas niet minder dan achttien jaar het ambt van hogepriester bekleedde, wat uitzonderlijk lang was. De keerzijde was echter dat, toen Pilatus wegens zijn gewelddadige optreden tegen de Samaritanen in ongenade viel, ook het lot van Kajafas was bezegeld: de Syrische gouverneur Lucius Vitellius (5BC-51) onthief hem uit zijn ambt in hetzelfde jaar dat Pilatus naar Rome werd teruggeroepen.

Het paleis van Kajafas, waar Jehoeda in de roman zijn geld ging halen, bevond zich op de berg Sion. Bovenop de ruïnes van dit paleis werd in 1939 de Kerk van Sint-Petrus in Gallicantu of de Kerk van kraaiende haan gebouwd. Gallicantu is Latijn voor hanengekraai. De kerk draagt die naam omdat, volgens de canonieke evangeliën, de apostel Petrus op deze plaats Jezus van Nazareth tot driemaal zou verloochend hebben, en tot driemaal toe een haan zou gekraaid hebben.


Verschillen met de bijbel

In de canonieke evangeliën zijn het niet Pilatus of het Sanhedrin die de keuze maken over welke veroordeelde moet vrijgelaten worden, maar het bijeengestroomde volk van Judea, hiertoe wel aangespoord door de hogepriesters en ouderlingen. Mattheus 27:20 - «Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden».

In De meester en Margarita laat Boelgakov de beslissing genomen worden door Kajafas, die dat wel doet in de hem eigen stijl. Hij hoedt er zich de hele tijd voor om in de ik-persoon te spreken wanneer het over het lot van Jesjoea gaat, hij gebruikt steeds de derde persoon. Maar Boelgakov legt duidelijk niet de schuld bij het gehele joodse volk, wel bij de leiders die het volk manipuleerden om hun privileges te behouden. Maar Pilatus waarschuwt Kajafas wel dat niet alleen hij vanaf nu geen rust meer zal kennen, maar ook zijn gehele volk.

In de canonieke evangeliën zegt hij dat tot het gehele volk. Mattheus 27:23 - «Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden!» 27:24 - A«ls nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien». 27:25 - «En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed kome over ons, en over onze kinderen».



Deze pagina delen |