Het Variété Theater

Nederlands > Plaatsen uit de roman > Het Variété Theater

Context

In het Variété Theater geven Woland en zijn helpers een show van zwarte magie, waarin conférencier George Bengalski wordt onthoofd, waarin de aanwezige dames naar hartelust mogen grabbelen uit een overvloed aan luxueuze kleren en juwelen, wat tot chaotische en hilarische scènes leidt, waarin er tsjervontsi of briefjes van 10 roebel - «Tientjes! Tientjes!» - op de toeschouwers neerdwarrelen, en waarin de eregast van die avond, Arkadi Appolonovitsj Semplejarov, de voorzitter van de Akoestische Commissie der Moskouse Schouwburgen, in het bijzijn van zijn vrouw en zijn schattig nichtje publiekelijk ontmaskerd wordt als een schuinmarcheerder. Het Variété Theater «viel ten prooi aan een chaos van Babylonische allure».


Prototype

Het Театр Варьете of Variété Theater uit de roman bestond niet echt, het is een fictief gebouw gemodelleerd op de Государственный Московский мюзик-холл [Gosoedarstvenni Moskovski mjoezik-holl] of de Moskouse Staats Music Hall uit de jaren '20. De Music Hall was gevestigd aan het begin van de Bolsjaja Sadovaja op het Triumfalnajaplein waar nu het Московский академический театр Сатиры [Moskovski akademitsjeski teatr Satiri] of het Moskouse Academisch Satiretheater gevestigd is.

Dit gebouw, vlakbij het appartement waar Woland en zijn gevolg hun intrek zouden nemen, was in 1911 opgevat als een rond circus door architekt Bogdan Michailovitsj Nilus (1866-1919). Hij had het ontworpen als het eerste Russische circus van de gebroeders Nikitin, Dmitri (1835-1918), Akim (1843-1917), en Pjotr (1846-1921), die daarmee de concurrentie aangingen met het bestaande circus op Tsvetnoj Boulevard. Boelgakov heeft het Nikitin circus nog kunnen bezoeken vóór het de deuren sloot in het begin van de jaren '20, en heeft het beschreven in zijn romans De eieren der Rampp-spoed en Hondehart, en in het theaterstuk De vlucht. In 1926 werd het circus omgebouwd tot theater en kreeg het de naam van Tweede Staatscircus - Music Hall, en nadien Moskouse Music Hall. Het had 1766 zitplaatsen en verschillende balkons.

In de eerste versies van De meester en Margarita had het Variété Theater een andere naam: het heette toen Театр Кабаре [Teatr Kabare] of Cabaret Theater.

De naam Variété Theater heeft Boelgakov ontleend aan het Théâtre des variétés, een theater in Parijs dat bekend stond voor zijn vaudeville. Het werd in 1789 opgericht in het Palais Royal door Marguerite Brunet (1730-1820), bijgenaamd Mademoiselle Montance. Toen het bij keizerlijk decreet in 1807 gesloten werd, verhuisde het hele gezelschap naar de Boulevard Montmartre nr. 7, waar het nog steeds gevestigd is.


Artiesten

In de in 1930 verschenen gids Theaters van Moskou wordt de Music Hall beschreven als een plaats waar, naast het vaste gezelschap, ook veel Sovjet- en buitenlandse ariesten optraden. In het vaudeville theater dat in die tijd in de Music Hall werd gebracht, werden verschillende, vaak komische, acts na elkaar gespeeld en als één show gebracht. Ze werden aan elkaar gepraat door conférenciers als Georgi (Georges) Razdolsky en Alexander Alexandrovich Grill, die beiden inspiratie hebben gegeven voor het personage van Georges Bengalski in De meester en Margarita.

De lijst van artiesten die in de Music Hall optraden zal bij de lezers van De meester en Margarita vast enkele belletjes doen rinkelen.

De eerste in de rij was Nikolaj Alexandrovitsj Smirnov (1880-1958) die optrad als Orlando, een illusionist en hypnotiseur aan wie duivelse krachten werden togeschreven. Volgens een hardnekkige legende zou hij in het midden van de jaren '30 zijn gearresteerd, maar zou hij de onderzoekers en de bewakers hebben gehypnotiseerd om ongehinderd naar huis te gaan. Anderen beweren dan weer dat hij meewerkte met de NKVD. Dat verhaal is gebaseerd op het feit dan Smirnov's dochter Antonina Nikolajevna (1921-1974) getrouwd was met Viktor Semjonovitsj Abakoemov (1908-1954), een medewerker van de NKVD die in 1946 aan het hoofd zou komen van de Staatsveiligheid.

In 1928, in de periode dat Boelgakov aan de eerste versie van De meester en Margarita begon te schjrijven, was Harry August Jansen (1883-1955) op tournee in Moskou. Hij was een Amerikaanse artiest van Deense origine, die optrad als Dante the Magician. Door zijn make-up zag hij eruit als Mephistopheles, de duivel die onder meer verschijnt in de Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). Hij trad onder meer op in de Music Hall in Moskou. Volgens de toeschouwers keek hij naar het publiek «met de neerbuigende glimlach van een duivel-filosoof».

In 1940 publiceerde Jansen Sim-Sala-Bim, 50 Tricks For Everybody, een programmabrochure van 28 pagina's, waarin hij zelf verschillende van zijn truuks «ontmaskerde».

Een vaste waarde in de Music Hall in de jaren ’30 was de Труппа Польди [Troeppa Poldi] of het Poldi gezelschap, dat was de artiestennaam voor het gezin Podrezov dat fietskunsten vertoonde, en door Boelgakov aan het begin van hoofdstuk 12 van De meester en Margarita het Gezin Giulli wordt genoemd. Op posters uit die tijd kunnen de man met de gele bolhoed en de blonde vrouw op een éénwielige fiets herkend worden. Boelgakov schrijft dat de blondine een трико [triko] draagt, dat is de Russische transliteratie van het Franse  tricot of trui - het eerste van de vele Franse woorden die hij in dat hoofdstuk zal gebruiken.

Een andere artiest die regelmatig optrad in de Music Hall was de Griekse illusionist Kostantin Michailovitsj Kasfikis (1892-1934). Hij trad op onder de artiestennaam Kostano. Eén van zijn acts was de Geldfabriek, een apparaat waarin hij witte vellen papier stopte, die er na wat manipulaties weer uitkwamen als «echt geld».

Metro: Маяковская (Mayakovskaya)



Deze pagina delen |