Het souterrain van de meester

Nederlands > Plaatsen > Plaatsen uit de roman > Het souterrain van de meester

De meester vertelde aan Ivan Bezdomny in het ziekenhuis dat hij, na het winnen van honderdduizend roebel in een staatsloterij, zijn kamer in de Мясницкая улица [Mjasnitskaja oelitsa] of de Beenhouwersstraat - «Bah, dat pesthol!», gromde hij - kon verlaten om in te trekken in het souterrain van een vrijstaand huisje met tuin in een straatje bij de Arbat. Hij was niet weinig trots op zijn wastafel met stromend water.

Sommige oudere gebouwen in Moskou hadden nog geen stromend water. Geen wonder dus dat de meester erg opgezet is met zijn wastafel - hij vermeldt ze «met een vreemd soort trots». De reden daarvoor is dat in de gemeenschappelijke appartementen van die tijd de wasbakken alleen voorkwamen in de gedeelde ruimten van keuken en badkamer. Anders dan de meeste mensen kon de meester zich dus privé wassen.

In de jaren '20, gedurende de periode van de Nieuwe Economische Politiek (NEP) mochten privépersonen kleine huizen bouwen en bezitten. Bij zo'n eigenaar, een застройщик [zastrojstsjik] of bouwer - huurde Boelgakov in 1927 ook zelf een paar kamers. Maar dat is niet het souterrain dat hij in De meester en Margarita beschrijft.

Het beschreven huisje is dat van de broers Sergej Sergejevitsj Topleninov en Vladimir Sergejevitsj Topleninov in Mansoerovski pereulok 9. Sergej, de jongste, was decorbouwer en make-up artiest bij onder meer het Moskouse Kunsttheater MKhAT, Vladimir was een acteur bij verschillende gezelschappen. Toen Sergej trouwde en verhuisde werd een deel van het huis verhuurd aan dramaturg en scenarioschrijver Sergej Aleksandrovitsj Jermolinski (1900-1984) en zijn vrouw Maria Artemjevna Tsjimishkian (1904-?).

Vanaf 1916 kwam Boelgakov daar vaak en hij heeft er ook aan De meester en Margarita gewerkt en er stukken uit voorgelezen. Jevgenia Vladimirnova Vlasova, de echtgenote van Vladimir Topleninov, herinnerde zich dat hij daar schreef bij het licht van de kandelaar en het geknetter van het haardvuur. Sergej Jermolinski herinnerde zich dat, wanneer Boelgakov bij hen op bezoek was, ze Vladimir Topleninov wel eens met zijn borstelsteel op zijn plafond hoorden kloppen om hen uit te nodigen om in zijn souterrain een glas te komen drinken.

Boelgakov moet daar vrij gelukkige tijden gekend hebben. In die periode ontmoette hij ook Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970). Sergej Jermolinski vertelt over een geïmproviseerd café en «vrienden, vrienden, vrienden...». Het mag dus niet verbazen dat hij ook de meester hier zijn gelukkige dagen met zijn geliefde laat beleven. Maar Boelgakovs tweede vrouw Ljoebov Jevgenjeva Belozerskaja (1895-1987) verborg niet dat ze Sergej Jermolinski niet vertrouwde. Zij noemde hem iemand met twee gezichten, en noemde hem als prortype voor het personage van Aloisi Mogarytsj in De meester en Margarita.

In de smalle hall van het huisje stond inderdaad een porceleinen wasbak, en een paar stappen verder staan bij de omheining inderdaad «een seringestruik en een linde». Het huisje werd gebouwd in 1834 en het mag een wonder heten dat het er nog staat. Het is erg vervallen en oogt zeker niet meer als een huisje waar je wil wonen.

Boelgakovs tweede vrouw, Ljoebov Jevgenjeva Belozerskaja (1895-1987), denkt echter dat het prototype voor het verblijf van de meester het appartement was van Pavel Sergejevitsj Popov (1892-1964) in Plotnikov pereulok 10. Dit laatste is wel dichter bij de Arbat, maar het is in een gebouw van zes verdiepingen dat bezwaarlijk een «klein huisje in een tuin» kan genoemd worden.

Zowel Pavel Sergejevitsj Popov als Sergei Sergejevitsj Topleninov werden in de jaren '30 gearresteerd.

De meester werd verraden door Aloisi Mogarytsj, een journalist die hoopte zijn kelderwoning te kunnen inpalmen. De huisvestingssituatie in Moskou was erg precair, en leidde tot willekeur, corruptie en dus ook verraad.

Klik hier om er meer te vernemen over de huisvesting in de Sovjetunie

Metro: Парк культуры - (Park Kulturi)



Deze pagina delen |