Het spasohuis

Het Spasohuis ligt vlakbij Arbat, Spasopeskovskaja plosjad 10. Sinds 1933 doet het dienst als residentie van de Amerikaanse ambassadeur. Boelgakov heeft dit huis - en de beruchte feesten die er vaak plaatsvonden - gebruikt als inspiratiebron voor het grote bal van Satan in de roman.

Het terrein van het Spasohuis werd in de 17de eeuw gebruikt door de hondenmeesters en de valkeniers van de Tsaar. Het huis en het plein waaraan het stond, waren genoemd naar een alleraardigst Russisch-orthodox kerkje ernaast: Церковь Спасителя (Tserkov Spasitelja) of de kerk van de Verlosser.

In 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, kreeg het huis zijn huidige vorm in opdracht van de rijke koopman en industrieel Nikolaj Aleksandrovitsj Vtorov (1866-1918). De architecten Adamovitsj en Majat maakten er hun werk van. Ze bouwden het in de New Empire stijl, met een indrukwekkend interieur. De grote hal is meer dan 20 meter lang en wordt gekenmerkt door een enorme kroonluchter van Russisch kristal. Na de revolutie, in 1920, onteigende de nieuwe Sovjetregering het huis en gebruikte het voor officiële doeleinden. De eerste nieuwe bewoner was de Volkscommisaris voor Buitenlandse Zaken.

In 1933 knoopten de Verenigde Staten van Amerika en de Sovjetunie voor het eerst sinds jaren weer diplomatieke betrekkingen aan. Na de Oktoberrevolutie van 7 november 1917 erkenden de Verenigde Staten de bolsjeviekenregering niet, en precies één jaar later, op 7 november 1918, riepen ze hun ambassadeur terug. De ambassade in Moskou werd helemaal gesloten op 14 september 1919. Maar in 1933 werd opnieuw een ambassadeur gestuurd: William Bullit (1873-1953). Die kreeg van de Sovjetregering drie mogelijke residenties aangeboden. Hij koos voor het Spasohuis. In maart 1934 nam hij er zijn intrek, en in 1935 werd de nieuwe grote balzaal afgewerkt. In de zomer van 1934 werden er de eerste feesten gehouden, die al snel berucht gingen worden.

Eén van de meest memorable feesten was ongetwijfeld de Kerstreceptie die ambassadeur Bullitt in 1934 in het Spasohuis had gehouden. Charles Thayer, één van de medewerkers op de ambassade, heeft dit kleurrijk beschreven in zijn boek Bears in the Caviar (1951). Ambassadeur Bullitt, niet erg onder de indruk van het "party circuit" in Stalin's Moskou, had zijn staf opgedragen om een unieke receptie te organiseren. "The sky's the limit", had hij gezegd. Hijzelf ging de stad uit en liet de details over aan zijn medewerkers. Die huurden een honderdtal zeldzame vinken, een kleine beer, hanen en andere erfdieren, een orkest uit Praag, bloemen uit Helsinki, paté uit Straatsburg, een zwaarddanser uit Tbilisi, en nog veel méér ongewone dingen die de Sovjetgasten moesten imponeren.

Op het feest was bjna elk belangrijk lid van het Politburo aanwezig en de crème-de-le-crème van de kunstenaarselite.

Tijdens het feest gingen plots de lichten uit en de aanwezigen zagen drie grote zeeleeuwen uit de badkamer in de zaal komen. Eén ervan balanceerde een kleine kerstboom op de neus, de tweede een dienschaal met glazen, en de derde een fles champagne. Daarna speelden ze zelfs accordeon. Maar plots sloeg de trainer van de dieren – die zwaar gedronken had – zijn voet om en hij lette daardoor even niet op. De "artiesten" voelden zich wat vrijer en stormden door de zaal. De andere dieren, die geleend waren van de Moskouse dierentuin, reageerden prompt. Ook zij veroorzaakten veel tumult. De kleine beer vernielde het uniform van een Sovjetgeneraal en de niet erg zindelijke vinken vlogen met veel lawaai en aldoor poepjes droppend door het hele huis – tijdens het feest en nog vele dagen later.

Het is geen toeval dat het bal van Wodan hier plaatsvindt, want Boelgakov kwam wel eens naar deze feestjes. Toen William Bullit een voorstelling van De dagen van de Toerbins in het Kunsttheater had bezocht, leidde dit tot een hele reeks uitnodigingen voor gezellige avondjes. Gasten van de Amerikaanse ambassade kwamen de Boelgakovs opzoeken in hun appartement en die werden dan op hun beurt weer uitgenodigd voor een reeks luisterrijke feesten. Op één ervan, op 23 april 1935, werden Boelgakov en Elena Sergejevna teruggebracht met een auto van de ambassade. Tijdens die rit onmoetten ze ook Boris Sergejevitsj Sjteiger (1892-1937), de "luistervink" die model stond voor de figuur van Baron Meigel in de roman.

Metro: Смоленская (Smolenskaya)