Baron Meigel

Nederlands > De personages > Personages in Moskou > Baron Meigel

Rol

De «eerbiedwaardige baron Meigel, verbonden aan de Toneelcommissie» betrad als laatste gast het bal van Woland. In zijn functie van «gids» toonde hij «buitenlandse gasten de bezienswaardigheden van de hoofdstad». Magarita herkende hem. Zij had hem «bij verschillende gelegenheden» reeds in de theaters en eethuizen van Moskou ontmoet. Zodra de baron van Woland's komst naar Moskou had gehoord, had hij hem zijn «specialistische diensten» aangeboden.

Maar Woland had Meigel door. Volgens Woland gingen er geruchten dat de baron «buitengewoon weetgierig» is. Een spion, met andere woorden. Hij vermoedt dat Meigel zich in zijn gunst heeft proberen te manoeuvreren om hem zoveel mogelijk af te luisteren. En hij beveelt Abaddon om hem ter plekke te liquideren.

Achtergrond

Het levende voorbeeld voor de figuur van Baron Meigel is baron Boris Sergejevitsj (von) Steiger (1892-1937). Die werkte in de jaren '20 en '30 in Moskou voor het Народный комиссариат просвещения (Наркомпрос) [Narodni kommisariat prosvesjtsjenija] (Narkompros) of Volkscommissariaat voor Verlichting, waar hij verantwoordelijk was voor Externe relaties. Hij was tegelijk ook agent van het Объединённое государственное политическое управление (ОГПУ) [Obedinjonnoje gosoedarstvennoje polititsjeskoje oepravlenje] (OGPU) of de Verenigde politieke staatsadministratie, de geheime dienst die in 1934 werd ondergebracht bij de beruchte NKVD.

Steiger wordt meermaals vermeld in de dagboeken van Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970). Hij onderhield regelmatig contact met de Amerikaanse ambassade en bracht verslag uit over vreemdelingen die iets met het theater te maken hadden, en over de Sovjetburgers die met de ambassade contact hadden. Sjteiger was vaak aanwezig op de excentrieke recepties die ambassadeur William Bullitt gaf in de jaren 1934-1936.

Eén van deze recepties, georganiseerd op 23 april 1935, inspireerde Michail Boelgakov voor zijn beschrijving van het Bal van Satan in De meester en Margarita. Na deze receptie werden Boelgakov en Elena Sergejevna terug naar huis gebracht met een auto van de ambassade, en Baron Boris Steiger stapte plots mee in de auto. Elena Sergejevna schreef in haar dagboek: «We wilden weggaan om halfvier, maar ze lieten ons niet vertrekken. We vertrokken om halfzes in een van de auto's van de ambassade. Een zekere Steiger, geloof ik, een man die we niet kenden, maar die iedereen in Moskou kent en die altijd kan worden gevonden waar er buitenlanders zijn, zat bij ons in de auto. Hij zat naast de chauffeur en wij zaten achterin. Het was al het daglicht toen we thuis kwamen.»

Steiger had ook goede connecties in het buitenland. Zijn broer was de dichter baron Anatoli Sergejevitsj Steiger (1907-1944) en zijn zus was de dichteres barones Alla Sergejevna Steiger-Golovina (1909-1987). Beiden waren tijdens de revolutie gevlucht. Zij woonden achtereenvolgens in Turkije, Tsjechoslovakije, Frankrijk en Zwitserland. Zus Alla verhuisde in 1955 naar Brussel. Hun vader, baron Sergej Edwardovitsj Steiger (1868-1937) was vóór de revolutie afgevaardigde in de Doema voor het district Kanev in Oekraïne.

In 1937 werd baron Steiger gearresteerd en geëxecuteerd, samen met Avel Sofronovitsj Enoekidze (1877-1937), een Georgiër die, van 1922 tot 1935, bestuursvoorzitter was van het Bolsjoi Theater en van het Moskouse Kunsttheater MKhAT en die, net als Shteiger, ook voor de Narkompros werkte. Enoekidze speelt overigens ook een rol in De meester en Margarita: hij stond model voor het personage van Arkadij Appolonovitsj Semplejarov, de zelfvoldane voorzitter van de Akkoestische Commissie der Moskouse Schouwburgen, die in hoofdstuk 12 eiste dat Woland «de techniek van zijn trucs zou ontmaskeren». Korovjev beantwoordde die eis met een opvallende ontmaskering: hij onthulde dat Semplejarov de avond voordien had doorgebracht in het gezelschap van de acrtice Militsa Andrejevna Pokobatko, bij wie hij vier uur verbleef, terwijl zijn vrouw geloofde dat hij op een vergadering van de Akkoestische Commissie was.

Charles Thayer, een medewerker van de Amerikaanse ambassade in Moskou in de tijd van Boelgakov, vermeldde baron Steiger in zijn boek Bears in the Caviar (1951) - hetzelfde boek waarin hij de beruchte Kerstreceptie van 1934 beschreef:

«In 1937 waren de grote Sovjet-zuiveringsprocessen aan de gang en het isolement van de buitenlanders in Moskou was praktisch voltooid. Mijn oude vrienden waren de één na de ander verwenen, of hadden alle contact met ons verbroken. Het was nooit gemakkelijk om vrienden te hebben onder de Russen, en het deed pijn wanneer de weinigen die vriendelijk met ons waren geweest ons hun rug begonnen toe te keren wanneer ze ons zagen in de straat of in de foyer van de Opera. Om de twee of drie dagen lazen we in de kranten de naam van een kennis die veroordeeld was voor spionage of die had bekend dat hij een saboteur was of die werd ontmaskerd als een verrader: Toechatsjevski, Jegorov, Radek, Boecharin en de fabelachtige Baron Steiger.

Steiger was afkomstig van een oude Baltische familie en ten tijde van de revolutie had hij zijn lot verbonden met de Sovjets. Sommige mensen zeiden dat hij het deed om de toestemming te krijgen om zijn vader naar Frankrijk te laten emigreren. Wat ook de reden was, hij leek Sovjets goed gediend te hebben. Hij was een beschaafde man met een uitstekend gevoel voor humor en een waaier van verhalen die hij graag in vlekkeloos Frans te berde bracht. Hij had een aantal mysterieuze connecties in het Kremlin en diende vaak als een short cut tussen het Kremlin en de buitenlandse ambassades, waar hij het grootste deel van zijn tijd leek door te brengen. Nadat Stalin eens aan één van onze ambassadeurs had verteld hoeveel hij hield van Edgeworth pijptabak, werd mij verteld dat ik aan Steiger één keer per maand een blikje Edgeworth moest leveren.

Naarmate het tempo van de zuiveringen toenam, leek Steiger meer en meer depressief te worden. Maar hij heeft nooit nagelaten om bij elke diplomatieke gebeurtenis present te zijn. Op een avond na een feestje op de ambassade bracht ik Steiger naar huis met mijn auto. De kranten hadden die dag gemeld dat een aantal van onze wederzijdse vrienden waren geëxecuteerd op de gebruikelijke Sovjet-wijze - met een schot door de achterkant van het hoofd.

Terwijl we door de koude besneeuwde straten reden was Steiger veel stiller dan gewoonlijk. Ik probeerde een gesprek aan te knopen over het weer. «Ja,» antwoordde hij uiteindelijk. «Het is gevaarlijk weer nu - zeer verraderlijk. In tijden als deze moet men zeer voorzichtig zijn en de achterkant van het hoofd beschermen». Hij streelde zijn nek en lachte. Daarna verviel hij in stilte.

De volgende dag daagde Steiger niet op bij een feestje op de ambassade. Een paar weken later vermeldde de Pravda dat Boris Sergejevitsj Steiger een verrader bleek te zijn en was doodgeschoten - door de achterkant van het hoofd.

Charles Thayer, Bears in the Caviar, Michael Joseph Ltd., London, 1951, pp.155-156.



Deze pagina delen |