Latoenski, Ariman en Lavrovitsj

Rol

De critici Latoenski en Ariman en de letterkundige Mstislav Lavrovitsj hebben nogal wat macht over de meester. Zij vormen de redactieraad die moet beslissen of zijn roman kan uitgegeven worden.

Deze redactieraad wijst het manuscript over Pontius Pilatus af en het wordt dus niet gepubliceerd. Volgens redactiesecretaris Lapsjonnikova, "een mens met ogen die scheel staan van het voortdurende gelieg", heeft de uitgeverij nog materiaal genoeg liggen voor de eerste twee jaar, waardoor de vraag om de roman uit te geven, automatisch "afvalt". En toch wordt het bekritiseerd in de pers.

Ariman zet het offensief in. Onder de titel Een aanval van de vijand waars-chuwt hij dat de meester een apologie van Jezus Christus in de pers pro-beert binnen te smokkelen. Een dag later schrijft Mstislav Lavrovitsj een tweede artikel, waarin hij oproept om "terug te slaan". Hij heeft het over pilatisme en een ikonenkladderaar die op het onzalige idee was gekomen een apologie de pers binnen te smokkelen. En Latoenski publiceert die-zelfde dag een artikel met als kop Een militante oud-gelovige. Vreugdeloze herfstdagen breken aan. Het monsterlijke debacle met zijn roman heeft als het ware een stuk uit de ziel van de meester gesneden. De psychische desintegratie treedt in…

Margarita zal tijdens haar vlucht op de bezem wraak nemen op Latoenski - "Latoenski vierentachtig... Latoenski vierentachtig...", herhaalt ze de hele tijd in een roes terwijl ze de trappen opstormt van het Dramlitgebouw, waar Latoenski in appartement 84 woont.

Achtergronden

De naam Latoenski is waarschijnlijk een samenvoeging van de namen van twee echte critici, die Boelgakov vijandig gezind waren. De eerste is Osaf Semenovitsj Litovskij (1892-1971), hoofd van het Главрепертком (Glavrepertkom) of het Centraal Comité voor Repertoires van 1930 tot 1937, die de term Boelgakovsjtsjina of Boelgakovisme in omloop bracht na de eerste opvoeringen van De dagen van de Toerbins. De tweede is de criticus Aleksander Robertovitsj Orlinski, die opriep tot verzet tegen het Boelgakovisme.

Osaf Semeznovitsj Litovskij woonde trouwens echt in het gebouw in La-vroesjinski pereulok 17, dat Boelgakov als prototype had gebruikt voor Dramlit. En hij woonde ook op de zevende verdieping, in appartement 84, hetzelfde appartement dat door Margarita in de roman verwoest werd na haar vlucht op de bezem over Moskou.

Ariman is wellicht Leopold Leonidovitsj Averbatsj (1903-1939), secretaris van de schrijversbond RAPP, de Российская Ассоциация Пролетарских Писателей of de Russische Vereniging van Proletarische Schrijvers, en onverdraagzaam voorvechter van een proletarische literatuur. In 1926 schreef hij За пролетарскую литературу (Za proletarskoejoe lieratoeri) of Over de proletarische literatuur. Hij verzette zich scherp tegen Boelgakov. Ariman is overigens ook de naam van de oude Perzische god van dood en vernieling.

Lavrovitsj zou Vsevolod Vitaljevitsj Visjnevski (1900-1951) kunnen zijn, de man die Boelgakovs stukken Бег (De Vlucht) en Мольер (Molière) liet afvoeren van het repertoire van het Moskouse Kunsttheater.

De beschrijving van de kritiek op het werk van de meester bevat karakteristieken van al deze critici. Boelgakov wou dus blijkbaar de hele literaire machine symboliseren, eerder dan individuele critici. Dat is misschien ook de reden waarom Margarita, na haar vlucht op de bezem, er genoegen mee neemt om alleen Latoenski's flat te vernielen, en niet de persoon zelf. Wraak tegenover het systeem eerder dan personen. Eén van de kenmerken van dat systeem was dat boeken waarvan de publicatie geweigerd was, en die dus niemand buiten de intieme kring van de schrijver kon gelezen hebben, toch werden gehekeld in de pers. Hetzelfde gebeurde eind van de jaren '50 toen Boris Pasternak geprobeerd had om Dokter Zjivago te laten uitgeven.

Volgens Alfred Nikolajevitsj Barkov, een eigenzinnig Oekraïens filoloog en polemist, is Latoenski gebaseerd op de voormalige Volkscommissaris voor Onderwijs, Voorlichting en Wetenschappen Anatolij Vasiljevitsj Loenatsjarski (1875-1933), en is De meester en Margarita overigens in zijn geheel een parodie op diens toneelstuk Faust en de Stad. Volgens Georgij Lesskis, die commentaren gaf op de Moskouse uitgave van 1990 waarop de Nederlandse vertalers zich baseerden, stond Loenatsjarski echter model voor het romanpersonage Berlioz.