Michail Aleksandrovitsj Berlioz

Nederlands > De personages > Personages in Moskou > Michail Aleksandrovitsj Berlioz

Rol

Michail Aleksandrovitsj Berlioz is redacteur van «een dik literair-cultureel tijdschrift», en voorzitter van één van de meest vooraanstaande Moskouse letterkundige groeperingen, aangeduid met de afkorting MASSOLIT. Hij is een man van middelbare leeftijd, een typische vertegenwoordiger van de intellectuele elite, een goed volger van de officiële lijn. Hij heeft het dus moeilijk met de afwijkende opvattingen die Woland bij hun ontmoeting aan de Patriarchvijver tentoonspreidt. En zeker met zijn buitennatuurlijke gaven. Want die vreemde buitenlander kent zijn naam en voornaam, en weet dat hij een oom heeft in Kiev. En hij weet nog méér...

- «Bent u alleen gekomen, of met uw echtgenote?»
- «Alleen, alleen, ik ben altijd alleen,» antwoordde de prof bitter.
- «En waar is uw bagage, professor?» informeerde Berlioz sluw. «In Metropol? Waar verblijft u?»
- «Ik?... Nergens,» antwoordde de getikte Duitser, terwijl zijn groene oog smartelijk en wild over de vijver dwaalde.
- «Wat?... Maar... waar moet u dan wonen?»
- «In uw appartement,» antwoordde de krankzinnige met een vrijpostig knipoogje.
- «Het zou... het zou me een waar genoegen zijn...» schutterde Berlioz, «maar eerlijk gezegd heb ik niet veel comfort te bieden... en in Metropol hebben ze prachtige suites, dat is een eersteklas hotel.»

Berlioz kan tijdens deze dialoog uiteraard nog niet weten dat hij zijn appartement aan Bolsjaja Sadovaja 302-bis nooit meer zou terugzien en dat Wodan er even later zijn intrek zou nemen.

Berlioz is het prototype van de trouwe aanhanger die carrière maakt door zijn aanhankelijkheid aan de lijn, eerder dan door zijn eigen intellectuele capaciteiten. Zolang hij in Woland nog een vreemde historicus, een onwetende toerist, vermoedt declameert hij de officiële lijn dat Jezus nooit bestaan heeft. Maar wanneer hij ondervindt dat de professor hem intellectueel overklast wordt hij voorzichtiger. Maar hij aanvaardt de logica van de andere opvatting niet, en gaat er ook niet langer mee in discussie. Integendeel, hoe méér de opvattingen van de vreemde bezoeker afwijken van wat officieel wordt aangenomen, hoe méér hij ervan overtuigd is dat het een krankzinnige moet zijn. Iemand waarvan dus afstand moet genomen worden en vooral: iemand die moet aangegeven worden.

Op dat moment ontwaakt in Berlioz de sluwe verklikker die zijn mond houdt en het goede moment afwacht. Woland vraagt of, à propos, de duivel dan ook niet bestaat. Wanneer Berlioz merkt dat de jonge Ivan daar «neen» op wil antwoorden fluistert hij: «Niet tegenspreken», met, zoals Boelgakov beschrijft, «klankloze lippen, terwijl hij achteroverleunde en achter de rug van de professor om gezichten trok». Maar, helaas voor hem, wanneer hij naar een telefooncel loopt om de vreemdelingendienst ervan te verwittigen dat er «bij de Patriarchvijver een buitenlandse adviseur zit in duidelijk abnormale geestestoestand» wordt hij door de tram onthoofd.

Achtergrond

MASSOLIT is een afkorting waarvoor er in het boek geen verklaring wordt gegeven. Maar het zou wel een samentrekking kunnen zijn van Мастери Социалистической литературы of Meesters voor Socialistische Literatuu, naar analogie van MASTKOMDRAM, wat de samentrekking was van Мастери Коммунистической Драмы of Meesters voor Communistisch Drama, een vereniging die wél echt bestond in de jaren '20.

Zoals nog enkele andere personages (Rimski en Stravinski) in de roman, deelt Michail Aleksandrovitsj zijn naam met een componist: Hector Berlioz (1803-1869), de componist van La Damnation de Faust (De Verdoemenis van Faust, 1846), een concertopera gebaseerd op de Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1842). In deze opera komen vier personen voor: Faust (tenor), de duivel Méphistophélès (bariton), Marguerite (mezzosopraan) en Brander (bas).

Hector Berlioz componeerde ook de bekende Symphonie Fantastique (1830), één van de bekendste voorbeelden van programmamuziek. In het vierde deel van deze symfonie - Marche au supplice (Gang naar het schavot) - droomt het hoofpersonnage zijn eigen onthoofding, en in het vijfde deel - Songe d'une nuit du sabbat (Droom van een heksensabbat) - ziet hij zich, volgens een programmaboekje uit 1855, op een heksensabbat, «te midden van vreeselijke fratzen, heksen, gedrochten van allen aard, die zich tot de lijkstatie vereenigd hebben in helsche orgiën».

Voor de trivia: de componist Hector Berlioz heeft, net als Boelgakov, geneeskunde gestudeerd vóór hij zich aan de kunst wijdde. En het personage Michail Aleksandrovitsj Berlioz heeft dezelfde initialen als Michail Afanasievitsj Boelgakov.

De onthoofding van Berlioz zou ook kunnen geïnspireerd zijn op een verhaal dat de ronde deed in verband met Nikolaj Vasilievitsj Gogol (1809-1852), schrijver van onder meer Dode Zielen. Er werd immers verteld dat de Sovjets, toen ze Gogol wilden opgraven om hem elders te begraven, zijn lichaam aantroffen zonder hoofd. Er gingen hardnekkige geruchten dat Aleksej Aleksandrovitsj Bachroesjin (1865–1929) de schedel gestolen had. Bachroesjin, een succesvol zakenman, gemeenteraadslid in Moskou, erelid van de Keizerlijke Academie voor de Wetenschappen en één van de stichters van de Russische Theatervereniging, was verzamelaar van theatermemorabilia, en hij zou Gogols schedel hebben laten stelen in 1909.

Of het verhaal waar is, is nooit bewezen, maar dat Bachroesjin een indrukwekkende theaterverzameling had is wél waar. Ze wordt nog steeds permanent tentoongesteld in het wereldvermaarde A. A. Bachroesjin Nationaal Centraal Theater Museum in Bachroesjin oelitsa 31, dat is in het Zamoskvoresje district, één van de meest pittoreske buurten van Moskou.

Volgens Georgi Lesskis, die commentaren gaf op de Moskouse uitgave van 1990 van De meester en Margarita waarop de Nederlandse vertalers zich baseerden, is het personage van Michail Aleksandrovitsj Berlioz gebaseerd op de Volkscommissaris voor Onderwijs, Voorlichting en Wetenschappen Anatolij Vasiljevitsj Loenatsjarski (1875-1933).

Een ander Boelgakovkenner, de eigenzinnige Oekraïense filoloog en polemist Alfred Nikolajevitsj Barkov, denkt echter dat Loenatsjarski model stond voor de criticus Latoenski.



Deze pagina delen |