Annoesjka

Nederlands > De personages > Personages in Moskou > Annoesjka

Rol

Annoesjka heeft de zonnebloemolie niet alleen al gekocht, maar zelfs al gemorst. Zodat uw vergadering dus niet zal doorgaan...", zei Woland tegen Berlioz toen hij hem in het park aan de Patriarchvijver aankondigde dat hij zou onthoofd worden.

Vlak na de onthoofding van Berlioz schreeuwde op straat de ene vrouw de andere toe: "Annoesjka! Onze Annoesjka! Ze was zonnebloemolie gaan halen bij de kruidenier en heeft de hele literfles stukgeslagen tegen de draaistang van het hek! D'r hele rok zat onder. Schelden dat ze deed, vloeken!... De stumperd is er vast over uitgegleden en op de rails gesmakt..."

Al wat we van Annoesjka's afkomst weten is dat je haar iedere dag kon tegenkomen, nu eens met een kan, dan weer met aan tas, in een petroleumzaakje of op de markt, onder de poort van het woonblok... Het woonblok? Inderdaad, Annoesjka woont in het beruchte woonblok op Sadovaja, in appartement 48 nog wel! En, waar ze ook is, of waar haar gezicht ook opduikt, er breekt steevast heibel uit. Haar bijnaam is "De Pest".

Toen Annoesjka toevallig uit het woonblok kwam op het moment dat Margarita daar vertrok na haar hereniging met de Meester, had zij het hoefijzertje, dat Margarita laten vallen, opgeraapt. Azazello, die was teruggekomen om het te zoeken, bood Annoesjka tweehonderd roebel aan. Met dat geld was Annoesjka naar een warenhuis op de Arbat gegaan om een lap katoen te kopen, maar toen ze betaalde bleek het met een tiendollarbiljet te zijn... Vreemd geld dus. Op het bezitten van vreemd geld stonden zware straffen. Annoesjka's uitleg over de figuren in het huis aan de Sadovaja en het hoefijzertje werd eerst aandachtig aanhoord, maar verveelde dan de politierechercheur dermate dat hij een groen formulier invulde - ze was uit arrest ontslagen.

Achtergrond

Annoesjka is, samen met professor Koezmin, de enige figuur die door de schrijver uit het echte leven werd geplukt zonder aanpassingen. Boelgakovs eerste vrouw herinnert zich een Annoesjka Gorjasjeva die in het nummer 48 rechtover hen woonde. Haar flat was een soort arbeiderswoning met 7 kamers naast een centrale gang. Annoesjka Gorjasjeva had een zoon die zij vaak sloeg. Zij stookten hun eigen vodka, waren vaak dronken, vochten dan en maakten veel lawaai.

Boelgakov kon zich behoorlijk ergeren aan die echte Annoesjka, zoals blijkt wat hij noteerde in zijn dagboek op 29 oktober 1923: "De eerste verwarmde dag werd gekenmerkt door het feit dat de beruchte Annoesjka het keukenraam de hele nacht wijd open liet staan. Ik weet werkelijk niet wat te doen met het tuig dat hier woont."



Deze pagina delen |