De schrijvers in Gribojedov

Nederlands > De personages > Personages in Moskou > De schrijvers in Gribojedov

Boelgakov beschrijft de bezoekers van Gribojedov op de avond van de dood van Berlioz. Meestal doet hij dat heel summier, maar met enkele treffende eigenschappen. Vaak gaat het om al dan niet verborgen hints die de lezer moeten in staat stellen ze in verband te brengen met reële personages.

Er zijn vooreerst de twaalf bestuursleden van MASSOLIT. Hun voorzitter, Berlioz, net onthoofd, is om evidente redenen niet aanwezig. Tien van hen worden door Boelgakov met naam genoemd: Beskoediknov, Dvoebratski, Stuurman George, Zagrivov, Poprichin, Ababkov, Gloecharjov, Deniskin, Kvant en Zjeldybin. Naar de twee andere figuren hebben we het raden. Misschien is één van hen de stem die maar één keer tussenkomt in de discussie, namelijk wanneer Stuurman zegt dat ze met drieduizend man in MASSOLIT zitten. «Drieduizend honderd en elf», corrigeerde iemand uit een hoek.

Verder zijn er die avond nog prominent aanwezig op de dansvloer: de dichteres Tamara Halvemaan, de romancier Zjoepokov, de architecte Smejkina-Hall, de genaamden Dragoenski en Tsjerdaktsji, de schrijver Iohann uit Kronstadt en ene Vitja Koefkit uit Rostov, een regisseur naar het schijnt. En ook de meest vooraanstaande lieden van de poëtische sectie van MASSOLIT - Pavianov, Bogochoelski, Sladki, Sjpitsjkin en Adelfina Boezdjak worden vermeld.

Eerder dan specifieke schrijvers te parodiëren, hanteert Boelgakov in deze passage een door Gogol ook gebruikte stijlfiguur om betekenisvolle en grappig klinkende namen te verzinnen, zoals:

Gloecharjov - Глухарев - korhoen
Dragoenski - Драгунский - dragonder
Pavianov - Павианов - baviaan
Bogochoelski - Богохульский - godslasteraar

De belletrist Beskoednikov

De belletrist Beskoednikov is «een rustige, keurig geklede man met aandachtige en tegelijk ongrijpbare dwaalogen». In een vroegere versie van de roman werd hij omschreven als «een goed uitziende, Frans aandoende man met een kostuum en soliede schoenen van Franse makelij». Het prototype voor de belletrist Beskoednikov zou de schrijver en dramaturg Vladimir Michailovitsj Kirsjon (1902-1938) kunnen zijn. Hij was één van de secretarissen van de RAPP in Moskou, en één van de hevigste tegenstanders van Boelgakov. In augustus 1937 werd Kirsjon samen met andere voormalige leiders van de RAPP gearresteerd, en een jaar later werd hij geëxecuteerd in de Boetyrka gevangenis in Moskou.

In de derde versie van De meester en Margarita, waaraan Boelgakov gewerkt heeft van 1932 tot 1934, werd het personage Beskoednikov echter geïntroduceerd als «de voorzitter van de Sectie Scenarioschrijvers» van MASSOLIT. Dat zou erop kunnen wijzen dat het prototype voor dit personage wel eens Joeri Livovitsj Sljozkin (1885-1947) zou kunnen geweest zijn. In zijn notities, onder de titel Resultaten 1928-1929, schreef Boelgakov: «Sljozkin kondigde trots aan dat hij verkozen werd tot voorzitter van het Bureau van de sectie Drama». Sljozkin was een schrijver die Boelgakov had ontmoet in 1920 in Vladikavkaz. Een jaar later introduceerde hij Boelgakov in het literaire milieu in Moskou. Maar in 1925 gebruikte deze «zogenaamde vriend» hem op een eerder boosaardige manier als het prototype voor de journalist Alexej Vasiljevitsj in zijn roman Девушка с гор [Deboesjka s gor] of Het meisje uit de bergen. Als revanche gebruikte Boelgakov dan weer Sljozkin als het prototype voor de oude, betuttelende en jaloerse schrijver Likospastov - «een ongelooflijk stuk uitschot» - in zijn Theatrale roman.

De dichter Dvoebratski

Dvoebratski komt van het Russische woord Двубратский [dvoebratskij], letterlijk betekent dat twee-broederlijk, maar het wordt ook gebruikt in de betekenis van opportunistisch. Waarschijnlijk stond de dichter Aleksandr Ilitsj Bezymenski (1898-1973) model voor Dvoebratski. Bezymenski betekent de Naamloze, wat voeding geeft aan de theorie van sommigen dat Bezymenski model zou gestaan hebben voor Ivan Bezdomny, de Dakloze. De naam Bezymenski was evenwel geen pseudoniem. Bezymenski was een zodanig proletarische dichter dat hij zei: «indien mijn naam bij mijn geboorte niet Bezymensky was geweest, dan had ik hem gekozen als pseudoniem».

In 1929 had Bezymensky het theaterstuk Выстрел [Vystrel] of Het Schot geschreven, dat deels een parodie was op De dagen van de Toerbins van Boelgakov. In de 1929-1932 versie van De meester en Margarita heette de dichter Dvoebratski nog Aleksandr Ivanovitsj Zjitomirski. Zjitomir is de stad, 140 km ten westen van Kiev, waar Bezymenski geboren werd.

Stuurman George

Het ligt voor de hand dat we in de figuur van Stuurman George, wat een mannelijk pseudoniem is voor Natasja Loekinisja Nepremenova in de roman, een parodie vermoeden op de Franse schrijfster Amandine Dupin (1804-1876) die de schuilaam Georges Sand gebruikte. Sand was een negetiendeeuwse feministe, die onder meer een negen jaar lange relatie heeft gehad met de componist Frédéric Chopin (1810-1849). Zij schreef socialistisch geïnspireerde romans en was ook politiek actief, onder meer door in 1848 deel uit te maken van de Voorlopige Regering in de aanloop naar de Tweede Republiek in Frankrijk.

Maar volgens Elena Sergejevna integreerde Boelgakov nog enkele anderen in zijn beschrijving van de figuur van Stuurman George. Bijvoorbeeld de dramaturge Sofija Aleksandrovna Apraksina-Lavrinajtis (1885-?), die ook onder een mannelijke schuilnaam schreef. Zij was actief als Сергей Мятежный [Sergej Mijatezjni] of Sergej de rebel. Zij kende Boelgakov en bood hem in maart 1939 vruchteloos een libretto aan voor het Bolsjoi Theater. Nog een andere inspiratiebron voor Stuurman George was Larissa Michajlovna Rejsner (1895-1926), schrijfster en deelneemster aan de burgeroorlog waarin ze actief meewerkte op de schepen van de Rode Vloot.

De scenarioschrijver Gloecharjov

Gloecharjov komt van het Russische woord глухарь [gloechar], en dat is een korhoen.

Tamara Halvemaan

Een beetje inconsequent met de andere namen hebben de Nederlandse vertalers hier de naam Полумесяц [Poloemesjats], wat inderdaad halve maan betekent, vernederlandst.

De romancier Zjoekopov

Zjoekopov komt van het Russische woord жук [zjoek], wat kever of tor betekent.

Tsjerdaktsji

Tsjerdaktsji komt van het Russische woord чердак [tsjerdak], en dat betekent (rommel)zolder of vliering.

De schrijver Iohann uit Kronstadt

Met deze figuur doelt Boelgakov op twee filmscenario's van Vsevolod Vitaljevitsj Visjnevski (1900-1951), de man waarop hij zich inspireerde om de figuur van Mstislav Lavrovitsj uit te diepen. In deze scenario's, Wij uit Kronstadt (1933) en Wij zijn het Russisch Volk (1937), komt de figuur voor van Iohann Iljitsj Sergejev (1829-1908), bijgenaamd Vader Iohann, de rector van de kathedraal van Kronstadt, niet ver van Sint-Petersburg. Hij organiseerde bijzonder veel activiteiten voor de armen en werd door de Russisch orthodoxe kerk heilig verklaard.

Mstislav Lavrovitsj

Mstislav Lavrovitsj is de criticus die, zonder dat hij gepubliceerd was, de roman van de meester verguisde in de krant en die opriep om hard terug te slaan tegen «pilatisme» en «ikonenkladderaars». Volgens de verzamelde literatoren in Gribojedov heeft hij «wel vijf kamers voor zich in Perelygino». Perelygino staat symbool voor Peredelkino, een plaats op 25 km in het zuidwesten van Moskou. Het was erg populair bij de culturele en literaire elite in de Sovjetperiode. In 1958 werd het wereldberoemd toen Boris Leonidovitsj Pasternak (1890-1960) de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Hij had daar zijn datsja en heeft er zijn boek Dokter Zjivago geschreven. Nu kopen de nieuwe rijken het dorp voledig op. Zij breken de houten huisjes af en zetten er halve paleizen voor in de plaats.

Lavrovitsj is een parodie op Vsevolod Vitaljevitsj Visjnevskii (1900-1951), schrijver van romans en toneelstukken en aartsrivaal van Boelgakov. Hij verhinderde dat Boelgakovs stukken Бег [Beg] of De Vlucht en Мольер [Molière] konden opgevoerd worden.



Deze pagina delen |