Arkadi Appolonovitsj Semplejarov

Nederlands > De personages > Personages in Moskou > Arkadi Appolonovitsj Semplejarov

Rol

Arkadi Appolonovitsj Semplejarov is in de roman de zelfvoldane voorzitter van de Akkoestische Commissie der Moskouse Schouwburgen. Tijdens de voorstelling in het Variété Theater bevindt hij zich in loge nummer 2 met twee dames: zijn echtgenote en een beginnende en veelbelovende actrice uit Saratov, die bij hen logeert. Nadat de aanwezige dames zich hebben mogen tegoed doen aan kleren en juwelen, onderbreekt hij de voorstelling door te eisen dat Woland de techniek van zijn trucs ontmaskert, «vooral die met de bankbiljetten».

In plaats daarvan ontmaskert Fagot iets anders, namelijk dat Semplejarov de avond voordien niet op een vergadering van de Akkoestische Commissie aan de Чистые пруды [Tsjistije Proedi] of Schone Vijvers was, maar wel in de Jelochovskajastraat bij de actrice Militsa Andrejevnza Pokobatko van het reizende districtstheater. En dat bezoek heeft «een uur of vier geduurd».

Nadat de duivel uit Moskou verdwenen is brengt Arkadi Semplejarov een erg moeilijke avond door in «één der Moskouse instellingen», namelijk bij de geheime politie van de NKVD aan het Loebjankaplein. Hij wordt er ondervraagd over de gebeurtenissen en kan niet ontsnappen aan de confrontatie met zijn affaire met Militsa Pokobatko, maar ook met zijn nichtje uit Saratov en «nog veel meer zaken die Arkadi Apollonovitsj onuitsprekelijk de dampen aandeden». Maar toch komt alles goed. De verklaringen van «een zo intelligent en welopgevoed man als Arkadi Apollonovitsj, een zinnige en gekwalificeerde getuige (…) hielpen het onderzoek aanzienlijk vooruit». Niet dat de daders ooit gevat worden, maar toch...

Achtergrond

De zogenaamde Akkoestische Commissie der Moskouse Schouwburgen bestond niet echt. Boelgakov modelleerde deze instelling meer dan waarschijnlijk op het Управления театральных зрелищных предприятий (УTЗП) [Oepravlenija teatralnych zrelisjtsjych predpijati] (UTZP) of het Directoraat voor Theatergezelschappen dat behoorde tot het Народный комиссариат просвещения (Наркомпрос) [Narodni komissariat prosvesjtsjenija] (Narkompros) of het Volkscommisariaat voor Verlichting. Het Narkompros had een aantal verschillende secties om het onderwijs en de kunst in de Sovjet-Unie te controleren. De UTZP, opgericht in 1936, was bedoeld om één enkele autoriteit te creëren voor alle theatergezelschappen, waarvan het aantal geschat werd op ongeveer 900.

Boelgakov situeert zijn Commissie aan de Чистые пруды (Tsjistije Proedi) of de Schone Vijvers. Daar huisden in de Sovjetperiode inderdaad drie organisaties die zich bezighielden met het bewaken en vooral censureren van diverse kunstvormen, en die alle drie behoorden tot het Народный комиссариат просвещения (Наркомпрос) of Volkscommissariaat voor Verlichting (Narkompros):

- het Управления Московских зрелищных предприятий Наркомпроса (УМЗП) [Oepravlenija Moskovskich zrelisjtsjych predpijati Narkomposa] (UMZP) of het Directoraat voor Moskouse Amusementsondernemingen van het Volkscommissariaat voor Verlichting (UMZP)

- the Главный репертуарный комитет (Главрепертком) [Glavny repertuarny komitet] (Glavrepertkom) or the Central Committee for Repertoires, created in 1923, which had to approve theatre playes before the could be staged.

- het <Главный репертуарный комитет (Главрепертком) [Glavni repertoearni komitet] (Glavrepertkom) of het Centraal Comité voor Repertoires.

Arkadi Semplejarov woont volgens Boelgakov aan de Каменный мост [Kamenni Most] of Stenen Brug in het Дом на набережной [Dom na neberezjnoj] of het Huis aan de kade. Daar woonde in werkelijkheid een man genaamd Jakov Stanislavovits Ganetski (1879-1937), de echte directeur van de Государственного объединения музыки, эстрады и цирка (ГОМЕЦ) [Gosoedarstvennogo obedinenija mozzyki, estradi i tsirka] (GOMEC) of de Staatsunie voor Music-Hall, Concert- en Circusondernemingen, één van de organisaties die censuur uitoefenden op schrijvers en dramaturgen.

Het UTZP stond onder leiding van Michail Pavlovitsj Arkadiev (1896-1937) en dat was wellicht de inspiratiebron voor de voornaam Arkadi. Het Glavrepertkom werd van 1930 tot 1937 geleid door Osaf Semenovitsj Litovski (1892-1971), één van Boelgakovs grootste vijanden, en de man die waarschijnlijk model stond voor de romanfiguur Latoenski.

Volgens de Boelgakovencyclopedie zou de familienaam Semplejarov dan ontleend zijn aan een goede vriend van Boelgakov, componist en dirigent Alexander Afanasevitsj Spendiarov (1871-1928). Spendiarov was echter niet zo zelfvoldaan en arrogant als Semplejarov in het Variété Theater. Integendeel, hij was eerder angstig en afwezig zoals de Semplejarov die we later in het boek tegenkomen, in hoofdstuk 27, [ziek te bed en helse smarten verdurend] wanneer hij gevorderd wordt om naar het kantoor van de geheime politie te komen.

Voor de zelfingenomen Semplejarov in het theater zou Boelgakov zich geïnspireerd hebben op Avel Sofronovitsj Enoekidze (1877-1937), een Georgiër die van 1922 tot 1935 voorzitter was van het bestuur van het Bolsjoi Theater en het Kunsttheater MKhAT. Enukidze was ook lid van het Narkompros, dat met enkele van zijn onderafdelingen kantoor hield aan Tsjistije Proedi nummer 6, waar Boelgakov zijn Akoestische Commissie der Moskouse Schouwburgen situeert. Enoekidze was niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon, vooral de actrices van de theaters die aan zijn Commissie onderworpen waren konden op zijn belangstelling rekenen. In juni 1935 werd hij uit de partijorganen verwijderd, en in december 1937 werd hij veroordeeld en geëxecuteerd voor terroristische daden tegen het vaderland en spionage. Samen met hem werd ook baron Boris Sergejevitsj Steiger (1892-1937), die model stond voor baron Meigel in de roman, veroordeeld en geëxecuteerd.

Zowel de tussenkomst van Semplejarov in het Variété Theater als de situatie met het nichtje uit Saratov doen tenslotte denken aan Vsevolod Emiljevitsj Meyerhold (1874-1940), een entoesiast activist van het Sovjettheater, maar een tegenstander van het Sociaal Realisme, die bij de Theaterafdeling van het Narkompros had gewerkt tot hij in 1922 in Moskou zijn eigen Meyerhold Theater startte. In maart 1936 zou hij tijdens een discussie gezegd hebben dat «de massa van de toeschouwers om een uitleg vraagt».

De link met het nichtje wordt gelegd omdat Meyherhold nauwe banden onderhield met de streek van Saratov, en omdat zijn tweede vrouw, Zynaida Nikolaevna Rajkh (1894-1939) twintig jaar jonger was dan hij. Toen zij in 1939 dood werd aangetroffen in hun appartement, werd Meyerhold zwaar gefolterd om te bekennen dat hij haar vermoord had. Hij werd veroordeeld tot de kogel, en vermoedelijk op 1 februari 1940 geëxecuteerd.



Deze pagina delen |