Stefan Bogdanovitsj Lichodejev (Stjopa)

Nederlands > De personages > Personages in Moskou > Stefan Bogdanovitsj Lichodejev

Context

In hoofdstuk 7 van De meester en Margarita kunnen we lezen dat Stepan (Stjopa) Bogdanovitsj Lichodejev de directeur is van het Variété Theater die wakker wordt met een kater en Woland op hem ziet wachten. Hij woont in het beruchte appartement 50, samen met de onfortuinlijke Berlioz.

Woland herinnert Lichodejev eraan dat hij hem beloofd had om zeven opvoeringen van zwarte magie te mogen geven in zijn theater. Lichodejev herinnert zich niets van een dergelijke overeenkomst. Maar Woland toont hem een contract met zijn handtekening; het ziet ernaar uit dat Woland de situatie manipuleert, maar Lichodejev is gebonden door de overeenkomst. Wanneer hij versuft beseft dat hij Woland de toelating moet geven om op te treden, stelt Woland de theaterdirecteur voor aan zijn entourage - Behemoth, Korovjev, en de kleine roodharige Azazello - en hij zegt dat ze appartement nummer 50 zullen nodig hebben. Woland en zijn groep hebben geen hoge pet op van mensen als Stjopa Lichodejev; zij vinden dat mensen zoals hij, op hoge posten, uitschot zijn - «Hij rijdt gratis met een staatswagen!», klikte de kat, kauwend op een paddenstoel. «Mijn gevolg heeft woonruimte nodig», zegt Woland tot Lichodejev, «zodat er dus iemand te veel is in dit appartement. En ik heb sterk de indruk dat u die iemand bent».

Kort daarna zit Stjopa plots in Jalta.


Prototype

In de versie van 1929 van De meester en Margarita heette deze figuur niet Stjopa Lichodejev, maar Garoesja Pedoelajev. Die was gebaseerd op Toeadzjin Peizoelajev (?-1936). Peizoelajev was een advocaat die Boelgakov gekend heeft toen hij in Vladikavkaz in de Kaukasus woonde van 1919 tot 1921. Hij was de co-auteur van De zonen van de moellah, één van de allereerste toneelstukken van Michail Boelgakov, dat in de maand mei 1921 werd opgevoerd door een lokaal theatergezelschap. Dit toneelstuk werd met groot succes opgevoerd, eerst in de Russische versie, later in een Ossetische vertaling gemaakt door Boris (Besa) Ivanovitsj Totrov (1882-1964), de oprichter van het Ossetisch Nationaal Theater. Ondanks het succes was Boelgakov erg teleurgesteld over het stuk. In sommige latere verhalen zoals Aantekeningen op manchetten (1922/1923) en Bohemen (1925) schreef hij erover: «Wie dit stuk koopt, is een idioot». Peizoelajev heeft het echter weten te verkopen. Boelgakov verbrandde de tekst in 1923, maar aangezien «Manuscripten niet branden» dook een Russisch exemplaar op in het archief van een Ingoesj-schrijver in Grozny, in de Tsjetsjeense Republiek, eind jaren zestig. Het wordt het nu bewaard in het Pasjkovhuis in Moskou.

In de versie van 1929 van De meester en Margarita stuurde Woland Pedoelajev trouwens niet naar Jalta, maar naar Vladikavkaz. In latere versies werd de naam Pedoelajev veranderd in Stepa Bombejev en in Stepan Lichodejev, maar pas in de versie van 1937 werd hij naar Jalta gestuurd. In de uiteindelijke versie behoudt Lichodejev wel een spoor van de eerdere versie: hij komt namelijk terug met een «Kaukasische bontmuts en een vilten kozakkenmantel». De echte Pejzoelajev stierf in 1936 en wellicht heeft Boelgakov toen, uit respect, het personage Pedoelajev vervangen door Lichodjeev en besloten om hem naar Jalta te sturen.

De familienaam van Stjopa is zeker geen compliment, want Лиходей [Likhodiej] betekent ellendeling, schurk of booswicht.

Zijn patroniem of vadersnaam Богданович [Bogdanovitsj] komt van Богдан [Bogdan], een Slavische naam die een samentrekking is van de woorden Богом данный [Bogom danny] of Gegeven door God. Het is opmerkelijk dat de duivel Woland dit «godsgeschenk» naar Yalta stuurde.


Yalta

De situatie op Jalta  verwijst dan weer naar Aardbeving, een verhaal uit 1929 van schrijver Michail Michailovitsj Zosjtsjenko (1895-1958) waarin de held, Ivan Jakovlevitsj Snopkov, in ondergoed door Jalta dwaalt, ook als gevolg van een drankprobleem. Hij had namelijk, vóór de aardbeving uit de titel, anderhalve fles vodka leeggemaakt, hij was dan in slaap gevallen en door plunderaars van zijn kleren beroofd. Dergelijke toestanden zijn overigens ook echt waargenomen bij de aardbeving die op 11 september 1927 de buurt van Jalta heeft geteisterd.


Zwarte katers en geheugenverlies

Het syndroom van het zien van zware katers en van geheugenverlies ten gevolge van het drinken van porto kwam reeds voor in vroegere werken van Boelgakov: Чаша жизни [Tsjasja zjizni] of Het kopje van het leven (1922) en День нашей жизни [Dien nasjej zjizni] of Dagen van ons leven (1923).


Een «twijfelachtig gesprek»

Lichodejevs bezorgdheid over het zegel op de deur van Berlioz en een «twijfelachtig gesprek» dat had plaatsgehad op de vierentwintigste april in het appartement is een allusie op het lot van één Boelgakovs vrienden, de acteur Nikolaj Vasiljevitsj Bezekirsi. Bezekirsi was gearresteerd en voor drie jaar verbannen naar Rjazan omwille van «een contarevolutionair gesprek in een zeker huis dat ik vaak bezocht». Boelgakov had hierover een brief van Bezekirski ontvangen in april 1929.



Deze pagina delen |