De eenakterschrijver Choestov

Nederlands > De personages > Personages in Moskou > De eenakterschrijver Choestov

Context

De eenakterschrijver Choestov speelt geen actieve rol in het verhaal van De meester en Margarita, maar hij wordt wel negen keer vermeld.

In hoofdstuk 7, wanneer Stjopa Lichodejev in zijn appartement nr. 50 in Bolsjaja Sadovaja nr. 302-bis ontwaakt in het bijzijn van Woland, herinnert hij zich in zijn roes dat er de vorige avond «zo het een en ander gepasseerd was op de datsja van de eenakterschrijver Choestov in Schodnja» en dat daar een dame was die hij «zo nodig moest zoenen». Stjopa verbaast er zich over dat Woland Choestov kent, en dat hij hem zelfs heel raak weet te typeren met een «zo getrouwe, precieze en bondige karaktertrek».

Later, in hoofdstuk 21, wanneer Margarita tijdens haar vlucht op de bezem halt houdt bij het schrijvershuis Dramlit om een ravage aan te richten in het appartement nr. 84 van de criticus Latoenski, komen we te weten dat bij de Choestovs, in nr. 80, «het water in de keuken en het toilet door het plafond heen plensde».


Prototype

Er zijn verschillende aanwijzingen om aan te nemen dat Boelgakov, bij het beschrijven van Choestov, moet gedacht hebben aan Karl Bernhardovitsj Radek (1885-1939), die met zijn echte naam Karol Sobelzon heette. Radek was geboren in Lemberg in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, dat is de huidige stad Lviv in Oekraïne. Reeds op jeudige leeftijd sloot Radek zich aan bij socialistische partijen, eerst in Polen en daarna in Duitsland. In 1914 leerde hij in Zwitserland Vladimir Iljitsj Lenin (1870-1924) kennen, en na de Oktoberrevolutie in 1917 werd hij lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hij speelde een grote rol in de organisatie van de internationale communistische beweging, en werd in 1920 zelfs secretaris van de Komintern of de Derde Internationale. Hij werd ook medewerker van de kranten Pravda en Izvestia.

Na de dood van Lenin verloor Radek zijn plek in het Centraal Comité en in 1927 werd hij uit de partij gestoten vanwege zijn steun aan Leon Trotski (1879 -1940), maar in 1930 kreeg hij zijn lidmaatschap weer terug. Tijdens de Grote Zuiveringen van Stalin werd hij echter gearresteerd, en op het Tweede Moskouse showproces in januari 1937 werd hij veroordeeld tot tien jaar dwangarbeid.  Radek stierf in 1939 in een werkkamp, volgens de aanvankelijke lezing na een vechtpartij met een medegevangene, maar later bleek dat hij was vermoord door de NKVD op direct bevel van Lavrenti Pavlovitsj Beria (1899-1953).

Het is geen toeval dat Lichodejev bang is dat Choestov zou te weten komen dat hij «port over de wodka heen heeft gedronken»  en dat Woland dit feit wel vertrouwelijk wil houden, maar dat hij «niet kan instaan voor die Choestov», want «één vluchtige blik was voldoende om in te zien dat hij een ploert, een intrigant, een draaier en een kruiper is». Dit refereert naar het feit dat Karl Radek op het Tweede Moskouse showproces een relatief milde straf heeft gekregen omdat hij belastende verklaringen had afgelegd over Nikolaj Ivanovitsj Boecharin (1888-1938) en nog enkele andere functionarissen. Boecharin was een Sovjet-Russisch econoom die van 1917 tot 1929 hoofdredacteur van de Pravda was, en later, van 1934 tot 1938, hoofdredacteur van Izvestia. Door de verklaringen van Karl Radek werd Boecharin op het Derde Moskouse showproces, in maart 1938, ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

Anna Michailovna Larina (1914-1994), de vrouw van Nikolaj Boecharin, schreef later het boek Незабываемое [Nezabyvajemoje] of Onvergetelijk, dat in 1991 in het Nederlands werden gepubliceerd als De revolutie ging in het rood gekleed. Daarin vinden we een verklaring van Boelgakovs verwijzing naar de datsja van het personage Choestov in Schodnja: «We woonden in de buurt van het station Schodnja, waar huisjes waren die eigendom waren van de redactie van Izvestia. Niet ver van ons was de datsja van Karl Radek».

De manier waarop Woland Choestov beschrijft als een ploert, een intrigant, een draaier en een kruiper, komt overigens goed overeen met wat de socialistische feministe Angelika Isaakovna Balabanova (1875-1965) over Karl Radek schreef in Mijn leven is een strijd. Memoires van een Russische socialiste 1897-1938. Daarin kunnen we lezen: «Hij was een buitengewone mengeling van immoraliteit, cynisme en spontane evaluatie van ideeën, boeken, muziek, mensen. Net zoals er mensen zijn die geen kleuren onderscheiden, kende Radek geen morele waarden. In de politiek veranderde hij zijn standpunt heel snel en maakte hij zich de meest controversiële slogans eigen».

Tenslotte vinden we nog een hint naar Karl Radek in de beschrijving van de dame die Stjopa Lichodejev «zo nodig moest zoenen» in de datsja van Choestov in Schodnja. In de laatste versie van De meester en Margarita wordt deze dame niet duidelijk omschreven. Er wordt alleen gezegd dat ze «bij de omroep scheen te werken, of misschien ook niet». In De Prins van de duisternis, één van de vroegere versies van De meester en Margarita, lezen we echter dat Choestov een dame gekust had die «niet de vrouw van Choestov was», en dat ze «in een naburige datsja verbleef». Dat zou een verwijzing kunnen zijn naar Larissa Michailovna Reisner (1895-1926). Karl Radek was gehuwd en had een dochter, maar het was algemeen bekend dat Larissa Reisner, een schrijfster en correspondente van Izvestia, zijn maîtresse was.



Deze pagina delen |