Spreek nooit met onbekenden

Citaat

«Maar goed, wie zijt ge dan?»
«Deel van die kracht en sterkt'
die steeds het kwade wil
en steeds ten goede werkt.»

Het citaat komt uit een scène getiteld De studeerkamer van Faust in het eerste deel van het drama Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1842). De vraag wordt gesteld door Faust; het antwoord komt van de duivel Mephistopheles.

Spreek nooit met onbekenden

Deze titel is een ironische verwijzing naar de houding van veel Moskovieten in een periode waarin werkelijk een spionage-obsessie heerste. In zijn toespraak tot een gezamenlijke vergadering van het Centraal Comité en de Centrale Controle Commissie van de Communistische Partij op 11 januari 1933, had Secretaris-generaal Jozef Stalin (1878-1953) gewaarschuwd dat «de vorigen» (de aanhangers van het vorige bewind) over het hele land verspreid zaten en dat ze er op uit waren om «onheil en schade» aan te richten. Het was gevaarlijk om met hen te praten, en zij die het aandurfden zouden worden vervolgd door de geheime politie van de Sovjets op verdenking van spionage. Buitenlanders behoorden tot «het ras van de onbekenden en de vreemdelingen», en je kon niet met hen praten.

Vreemdelingen die de Sovjetunie bezochten werden nauwlettend in het oog gehouden door de geheime dienst НКВД [NKVD], de Народный комиссариат внутренних дел [Narodnij Komissariat Vnoetrennich Del] of Volkscommissariaat voor Interne Zaken, die overal verklikkers en infiltranten aan het werk had. Later, tijdens de Koude Oorlog tussen de Sovjetunie en het Westen, werd deze dienst berucht als de КГБ [KGB], het Комитет государственной безопасности [Komitet gosoedarstvennoj bezopasnosti] of Comité voor staatsveiligheid. Tegenwoordig heet de dienst ФСБ [FSB], dee Федеральная служба безопасности Российской Федерации [Federalnaja sloezjba bezopasnosti Rossijskoj Federatsii] of Federale veiligheidsdienst van de Russische federatie.

In De meester en Margarita noemt Boelgakov de NKVD nooit bij naam. De dienst is echter alom tegenwoordig in de roman, maar wordt aangeduid met het onpersoonlijke «men» of «ze», of betiteld als «een zekere organisatie».

U kan méér lezen over de houding van de Russen tegenover buitenlanders in de sectie Sociale en culturele context van de Master & Margarita website.

De Patriarchvijver

De vijver is gesitueerd in een park nabij Boelgakovs vroegere woning aan Bolsjaja Sadovaja ulitsa of Grote Tuinstraat in Moskou. In het Russisch heet deze plaats Патриаршие пруды [Patriarsjije Proedy] of de Patriarchvijvers - in het meervoud, omdat er vroeger op deze plaats drie vijvers waren.

Veel straten, pleinen en gebouwen kregen in de Sovjetperiode een nieuwe naam. In de tijd toen Boelgakov zijn roman schreef heette de Patriarchvijver eigenlijk de Пионерские пруды [Pionerskije Proedy] of Pioniersvijvers. Boelgakov gebruikt in De meester en Margarita echter consequent de prerevolutionaire namen, die vaak een christelijk orthodoxe oorsprong hadden.

De Patriarchvijver
De Patriarchvijver in Moskou

Grijs zomertenue en onberispelijk dophoedje

De eerste van de twee personen aan de Patriarchvijer ziet eruit als een echte functionaris. Met de beschrijving van «brilleglazen van metafysische afmetingen» geeft Boelgakov een indicatie van zijn waardering voor deze figuren.

Een dophoedje is klein bol hoedje voor dames. Waarom de vertaler dit woord gebruikt heeft is onduidelijk, want Boelgakov beschreef geen dophoedje. Hij beschreef een приличную шляпу [prilitsjnoejoe sjljapoe] of een deftige hoed. Hoeden werden na de revolutie niet veel meer gedragen, tenzij dan door intellectuelen van de oude stempel. Ze begonnen in de jaren '30 in de Sovjetunie echter weer ingang te vinden, vooral bij de nieuwe elite. In de Russische tekst staat dat de veertiger zijn hoed пирожком [pirozjkom] draagt, «als een pasteitje». Dat zou wel eens een satirische beschrijving kunnen zijn van de verburgerlijking van de revolutionaire intelligentsia die «maniertjes» begon te vertonen.

Georgi Andrejevski (°1940), die jarenlang voor de procureur-generaal van de USSR werkte, publiceerde een reeks boeken met de titel Het dagelijkse leven in Moskou tijdens het Stalin-tijdperk. Hij citeerde een Franse journalist waarvan hij de naam in het Cyrillisch als Морис Родэ-Сэн [Maurice Rode-Sen] spelde, maar waarover ik verder geen informatie heb gevonden. Deze journalist zou in 1934 in het emigrantentijdschrift Иллюстрированная Россия [Illjoestrirovannaja Rossija] of Geïllustreerd Rusland het volgende hebben geschreven: «Het is schokkend om te zien hoe de mensen in Moskou gekleed zijn. Schoenen zijn een zeldzaamheid. Sommige passanten verschillen echter sterk van de massa. Zij zijn beter gekleed en dragen allemaal, zonder uitzondering, een tas. Het zijn de officiëlen, de heersers van de Sovjetmaatschappij. Schoenen, tassen en hoeden, daaraan herken je deze Sovjet kaste».

Overigens was Boelgakov zelf in gezelschap steeds zeer fatsoenlijk gekleed. Hij droeg niet alleen een hoed, maar ook een knijpbril.

Ruitjespet, houthakkershemd en zwarte gymnastiekschoenen

De tweede figuur beantwoordt aan het stereotype van de proletarische dichter die er veel minder bourgeois uitzag. De Nederlandse vertaler beschrijft een houthakkershemd, maar Boelgakov schrijft dat de dichter в ковбойке [v kovbojke] was, en dat betekent in een geruit hemd of, anders gezegd, in een cowboyhemd, want ковбойкa [kovbojka] of ruitjeshemd is afgeleid van ковбой [kovboj], de Russische transliteratie van cowboy.

Michail Aleksandrovitsj Berlioz

Deze absoluut on-Russische naam van de voorzitter van Massolit refereert naar de Franse componist Louis Hector Berlioz (1803-1869) die de opera La damnation de Faust heeft geschreven. In deze opera spelen vier personages: Faust (tenor), de duivel Méphistophélès (bariton), Marguerite (mezzosopraan) en Brander (bas).

Hector Berlioz schreef ook de bekende Symphonie Fantastique (1830), één van de beroemdste voorbeelden van programmamuziek. In de vierde beweging van deze symfonie, de Marche au supplice of de Gang naar het schavot - droomt het hoofpersonnage zijn eigen onthoofding, en in het vijfde deel - Songe d'une nuit du sabbat of Droom van een heksensabbat - ziet hij zich, volgens een programmaboekje uit 1855, op een heksensabbat, «te midden van vreeselijke fratzen, heksen, gedrochten van allen aard, die zich tot de lijkstatie vereenigd hebben in helsche orgiën». Beide thema's zullen later in de roman belangrijk blijken.

Voor de trivia: de componist Hector Berlioz heeft, net als Boelgakov, geneeskunde gestudeerd vóór hij zich aan de kunst wijdde.

Hector Berlioz
Componist Hector Berlioz

Een meer gedetailleerde beschrijving van Michail Aleksandrovitsj Berlioz kan u vinden in de sectie Personages van de Master & Margarita website.

Massolit

Massolit is een verzonnen maar erg geloofwaardige samentrekking, het is een parodie op de vele dergelijke afkortingen die in het postrevolutionaire Rusland werden geïntroduceerd. Verder in het boek volgen er nog andere van die samentrekkingen zoals het Dramlithuis (het huis voor Dramaturgen en Literatoren) of findirecteur (financieel directeur), en zo verder.

In de tijd van Boelgakov moesten schrijvers lid zijn van officiële literaire bonden wanneer ze hun werk gepubliceerd wilden zien. Voorbeelden van zulke bonden waren de Российская Ассоциация Пролетарских Писателей (РАПП) [Rossijskaja Assotsiatsija Proletarskich Pisatelej (RAPP)] of de Russische vereniging van proletarische schrijvers en de Московская Ассоциация Пролетарских Писателей (MAPP) [Moskovskaja Assotsiatsija Proletarskich Pisatelej (MAPP)] of Vereniging van proletarische schrijvers van Moskou. De namen van deze verenigingen zijn echt: In de Sovjetunie werden bijzonder veel afgrijselijke afkortingen gebruikt.

Boelgakov baseerde het fictieve Massolit op de RAPP en de MAPP. In de roman wordt geen verklaring voor de afkorting gegeven. Maar het zou wel eens Мастера Социалистической литературы [Mastera Sotsialistitsjeskoj literatoery] of Meesters voor Socialistische Literatuur kunnen betekenen, naar analogie van de Мастера Коммунистической Драмы (Масткомдрам) [Mastera Kommoenistitsjeskoj Dramy (Mastkomdram)] of Meesters voor Communistisch Drama, een vereniging die wél echt bestond in de jaren '20.

Volgens de Russische Boelgakovexpert Boris Vadimovitsj Sokolov (°1957), auteur van de Boelgakovencyclopedie, zou de naam Массолит [Massolit] een afkorting kunnen zijn van Масонские литературы [Masonskije literatoeri] of Maçonnieke schrijvers. Sokolov argumenteert zijn stelling door te verwijzen naar een artikel van Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), theoloog en kerkhistoricus, en de vader van Michail Afanasievitsj. In 1903 had die een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev. Boelgakov senior schreef daarin dat de vrijmetselaars een nieuw geloof wilden invoeren. Een vals geloof, volgens hem, want hun enige betrachting zou het verhogen van de persoonlijke welvaart van de leden geweest zijn. Het lijkt mij echter wat ver gezocht dat de naam Massolit zou verwijzen naar de vrijmetselarij. In dat geval zou Boelgakov immers Масолит [Masolit] geschreven hebben, met slechts één «s», quod non.

Boelgakov had wel interesse voor de symbolen van de vrijmetselarij, en verwijst er op andere plaatsen in de roman wel degelijk naar. Een meer gedetailleerde beschrijving van de verwijzingen naar de vrijmetselarij in De meester e Margarita kan u vinden in de sectie Context van de Master & Margarita website.

Afanasi Ivanovitsj Boelgakov
Afanasi Ivanovitsj Boelgakov

Ivan Nikolajevitsj Ponyrjov

Бездомный [Bezdomny], de schuilnaam van de dichter Ivan Nikolajevitsj Ponyryov, betekent de Dakloze in het Russisch.

In een eerdere versie van de roman heette de dichter Безродный [Bezrodny], wat de Eenzame betekent. Veel van de zogenaamde proletarische schrijvers gebruikten dergelijke schuilnamen. De meest bekende is wellicht Aleksej Maksimovitsj Pesjkov (1868-1936) die zichzelf Maksim Gorki. Горький [Gorki] betekent de Bittere. Andere voorbeelden zijn Голодны [Golodni], de Hongerige, Беспощадный [Besposjtsjadni], de Meedogenloze, of Приблудный [Pribloedni], de Verdwaalde.

De schuilnaam Bezdomny doet denken aan de naam van Demjan Bedni (1883-1945). Бедный [Bedni], de Arme, heet in het echt Efim Alexandrovitsj Pridvorov. Pridvorov schreef antireligieuze werken in de jaren '20, zoals bijvoorbeeld Het Nieuwe Testament zonder Tekortkomingen van de Evangelist Demjan. In 1925 maakte Boelgakov hierover een notitie in zijn dagboeken die later in de KGB-archieven werden teruggevonden: «Hij stelt Jezus Christus voor als een bedrieger en een oplichter... voor zo'n misdaad bestaan geen woorden». Het zou wel eens kunnen dat Boelgakov de idee kreeg om De meester en Margarita te schrijven na het lezen van Bedni's werk.

Maar Bezdomny lijkt ook sterk op Aleksandr Ilitsj Bezymenski (1898-1973). Безыменский [Bezymenski] betekent de Naamloze. Hij was een proletarisch dichter die een toneelstuk had geschreven dat ten dele De Dagen van de Toerbins van Boelgakov zelf parodieerde.

Aleksandr Ilitsj Bezimenski

Een meer gedetailleerde beschrijving van Ivan Nikolajevitsj Ponyrjov kan u vinden in de sectie Personages van de Master & Margarita website.

Spuitwater en bier

Boelgakov hoefde echt niet te overdrijven om dit gesprek op een parodie te laten lijken, want dergelijke dialogen konden werkelijk dagelijks gehoord worden in de voormalige Sovjetunie. Zowel de situatie van het tekort aan goederen als de beschrijving van het gedrag van de protagonisten waren dagelijkse kost. Alleen in een берёзка [berjozka] of valutawinkel was er overvloed.

U kan méér lezen over de valutawinkels in de sectie Context van de Master & Margarita website.

In de originele Russische tekst schreef Boelgakov niet gewoon over spuitwater. Hij gebruikte het woord нарзан [narzan]. Sinds 1894 wordt het Narzan mineraalwater gebotteld in Kislovodsk, een stad in de regio Stavropol in de noordelijke Kaukasus. Boelgakov schreef narzan, zonder hoofdletter, want het water was zo populair dat de merknaam een soortnaam werd.

Kislovodsk

Letterlijk betekent Kislovodsk zure waters. Het was een populair kuuroord in de noordelijke Kaukasus, bekend om zijn minerale bronnen. Het Narzan mineraal water wordt hier gebotteld. Voor Russen met connecties was «het Zuiden», met de Kaukasus, de Krim en Sotsji aan de Zwarte Zee, het meest prestigieuze vakantieoord.

Kislovodsk
Kislovodsk

Na de oprichting van de Союз советских писателей [Sojoez sovjetskich pisatelej] of Bond van Sovjetschrijvers in 1932 konden schrijvers in de Sovjetunie een путёвка [poetjovka] voor Kislovodsk krijgen. Een poetjovka is een soort verwijskaart die de Sovjetburgers nodig hadden om naar een sanatorium te kunnen gaan. Een verblijf in een sanatorium was - en is in veel gevallen nog steeds - een combinatie van een vakantie aan zee met een door dokters vastgelegde процедура [protsedoera] of procedure. Dat is een min of meer coherent programma van kuren, bewegingsoefeningen en diverse gezondheidsbehandelingen.

… daaruit wond zich een doorzichtig heerschap

In de periode dat Boelgakov De meester en Margarita schreef, kreeg hij haast niets meer gepubliceerd. Wellicht daardoor hernam hij hier en daar thema’s of situaties die hij reeds eerder beschreven had, maar die geen of slechts een beperkt publiek hadden bereikt. Het doorzichtig heerschap dat hier voor Berlioz verschijnt, lijkt op een thema dat reeds voorkwam in het feuilleton Столица в блокноте [Stolitsa v bloknotje] of De hoofdstad op een blocnote, gepubliceerd in het blad Nakanune in december 1922 en februari 1923: «… achter de rug van de jongeman kwam zonder signaal van zijn kant (bolsjewistische trucs!) vanuit de lucht een politieagent».

Een groot opgezet dichtwerk met antigodsdienstige strekking

Antireligieuze demonstraties van allerlei soort waren een wijdverbreid fenomeen in de Sovjetunie van die tijd, zoals de beeldenstormende poëzie van Demjan Bedni (1883-1945), pseudoniem van Efim Aleksandrovitsj Pridvorov. In zijn dagboek uit Boelgakov zijn verontwaardiging hiervoor en hij noemt dit fenomeen een godslastering. Het is niet uitgesloten dat zijn eerste schetsen voor De meester en Magarita ontstaan zijn als een reactie op deze ruwe propaganda.

Berlioz bestelde een gedicht bij gelegenheid van het feest van Pasen met het oog op propagandavoering. Dat was niet uitzonderlijk. In de Sovjetunie werden aan de vooravond van grote feestdagen vaak atheïstische literaire werken geschreven.

U kan méér lezen over het atheïsme en propaganda in de Sovjetunie in de Context sectie van de Master & Margarita website.

Je reinste mythe

De uitspraak dat Jezus als persoon een mythe is komt uit de theorie van Bruno Bauer (1809-1882), een Duits theoloog, filosoof en historicus, en leerling van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) die hem ooit nog een academische prijs gaf omdat hij in een filosofisch essay kritiek had gegeven op Immanuel Kant (1724-1804). Kant had zich ondermeer ingespannen om het bewijs te leveren dat God bestaat. Maar Bauer voerde ook hevige polemieken met anderen die, zoals hijzelf, stelden dat de historische Jezus niet bestaan heeft, zoals David Strauss (1808-1874).

Philo van Alexandrië

Philo van Alexandrië (20 BC-54) was een Grieks filosoof van Joodse afkomst, een bijbel exegeet en een theoloog. Hij beïnvloedde zowel de Neo-Platonisten als de vroege Christelijke denkers.

Philo van Alexandrië
Philo van Alexandrië

Josefus Flavius

Josefus Flavius (57-100) was een Joods generaal en historicus, geboren in Jeruzalem, hij is de schrijver van De Joodse Oorlog en Geschiedenis van de Joden. Eigenlijk vergist Berlioz zich hier wanneer hij zegt dat de «schitterende erudiet» Flavius nooit een woord heeft gezegd over het bestaan van Jezus, want Christus wordt wel degelijk vermeld in dit laatste werk.

Josefus Flavius
Josefus Flavius

Tacitus' Annales

Annales is een werk over de geschiedenis van het Romeinse Rijk in de eerste eeuw, geschreven door de Romeinse historicus Cornelius Tacitus (55-120) dat de jaren 14 tot 66 behandelt. Hij schreef ook het boek Geschiedenis, en dat ging over de jaren 69-70. Van de Annalen zijn de jaren 14-37 [de regeerperiode van keizer Tiberius] en 47-66 [Claudius en Nero] bewaard gebleven, maar met lacunes. Op één van de pagina's refereert Tacitus naar Jezus Christus, zijn terechtstelling door Pontius Pilatus en het bestaan van de eerste Christenen in Rome.

Moderne geschiedkundigen geloven niet dat de passage waarnaar Berlioz verwijst «een zeer late inlas» is. Nochtans, in The Prospect of a Christian Interpolation in Tacitus, Annals 15.44, een artikel dat gepubliceerd werd in 2014, gebruikte de Amerikaanse atheistïsche activist en blogger Richard Cevantis Carrier (°1969), een belangrijke verdediger van de Jezusmythe, haast dezelfde woorden door te zeggen dat de executie van Christus door procurator Pontius Pilatus tijdens het bewind van Tiberius «een christelijke inlassing» is.

Cornelius Tacitus
Cornelius Tacitus

Osiris

In het Oude Egypte was Osiris de beschermer van de dood, hij was broer en tevens echtgenoot van Isis, en vader van Horus, de god met het hoofd van een valk.

Thammoez

Thammoez is een Syrisch-Phoenicische halfgod. Zijn Griekse equivalent Adonis is wellicht beter bekend.

Mardoek

Mardoek is een Babylonische zonnegod, leider van een revolte tegen de oude godheden en de grondlegger van een nieuwe orde.

Witzli-Poetzli

Witzli-Poetzli, die soms ook omschreven wordt als Huitzilopochtli, is de oorlogsgod van de Azteken, aan wie mensenoffers werden gebracht.

Een knop in de vorm van een poedelkop

In Goethe's Faust verschijnt Mephistopheles voor het eerst aan Faust door de vorm van een zwarte poedel aan te nemen.

Een vreemdeling

Vreemdelingen wekten in de Sovjetunie zowel nieuwsgierigheid als achtedocht op. Omdat ze zowel de schone schijn en de glamour van het «buitenland» vertegenwoordigden, maar ook een risico op spionage. Praten met vreemdelingen kon iemand moeilijkheden bezorgen met de geheime politie. Er kwamen maar zelden vreemdelingen op bezoek, en zij die het deden moesten zich laten registreren bij de autoriteiten en in speciale hotels verblijven, en ze werden van nabij in de gaten gehouden.

Een buitenlander wordt in het Russisch tegenwoordig meestal aangeduid met het woord иностранец [inostranjets], maar vroeger werd het woord немец [nemets] gebruikt. Dat laatste had echter een dubbele betekenis, het betekende, naast buitenlander, ook Duitser. Wanneer Ivan in het eerste hoofdstuk van De meester en Margarita aan Woland vraagt «Вы немец?» [Vy nemets?], dan kan dat dus «bent u Duitser?» betekenen, maar net zo goed «bent u vreemdeling?». Немец [nemets] zou afgeleid zijn van het werkwoord неметь [nemet], dat verstommen betekent. Een nemets is dan een stomme, in de zin van iemand die geen Russisch spreekt.

Lees meer over Russen en vreemdelingen in de Context sectie van de Master & Margarita website.

De Phoenicische Adonis

De Phoenicische Adonis die Berlioz bedoelt is de halfgod Thammoez, het Syrisch-Phoenicische equivalent van de Griekse god Adonis.

De Phrygische Attis

Attis is een Phrygische god. Hij is de levensgezel van Cybele. Hij werd gecastreerd en bloedde dood.

De Perzische Mithras

Mithras is de Griekse naam voor de Perzische Mithra, een god die steeds de waarheid spreekt, met duizend oren, met tienduizend ogen, lang, die beschikt over de volledige kennis, die sterk is, en altijd wakker. Mithra is ook de beschermer en bewaarder van alle aspecten van de interpersoonlijke relaties, zoals vriendschap en liefde, en nauw verbonden met de godin Aredvi Sura Anahita, de hypostasis van kennis.

De drie wijzen uit het Oosten

In de Russische brontekst staat er приход волхвов [prichod volchvov]. Letterlijk vertaald is dat de komst van de tovenaars. De Nederlandse vertaler heeft dat goed geïnterpreteerd door het als de drie wijzen uit het Oosten te vertalen, want священные волхвы [svjatsjennije volchvi] betekent letterlijk de heilige tovenaars, maar wordt in het Russisch gebruikt om de drie Koningen aan te duiden. In het Evangelie van Mattheus is overigens geen sprake van koningen of wijzen, maar van magiërs. Mattheus 2:1-12 - «Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, ten tijde van koning Herodes, kwamen er uit het Oosten magiërs in Jeruzalem aan.»

In de Engelse vertalingen van De meester en Margarita is er sprake van «the coming of the Magi», in de Franse vertaling wordt dat «l’arrivée des Rois mages». Een Magus was een lid van een Perzische priesterkaste, en wordt vaak vertaald als wijze, maar ook soms als magiër, wichelaar of sterrenkijker.

Neemt u mij niet kwalijk dat ik me als onbekende veroorloof...

De introductie van de vreemdeling inspireerde Mick Jagger van de Britse band The Rolling Stones om de song Sympaty For The Devil te schrijven, één jaar nadat De meester en Margarita voor het eerst was gepubliceerd. De Britse zangeres Marianne Faithfull, de vriendin van Jagger op dat moment, vertelde in 2005 in een interview met Sylvie Simmons van Mojo Magazine: «Ik had er bij Mick op aangedrongen om De meester en Margarita te lezen en, na uitvoerige gesprekken met mij, schreef hij die song.»

De song begint met de woorden: «Please, allow me to introduce myself...» of «Alstublieft, veroorlooft u mij dat ik mijzelf voorstel...». De Franse regisseur Jean-Luc Godard (°1930) bracht in 1968 de film One Plus One uit, geheel gewijd aan de totstandkoming van de song Sympathy For The Devil.

Die oude onrustzaaier Immanuel

Immanuel Kant (1724-1804), was een Duits idealistisch filosoof. In zijn Kritik der reinen Vernunft (1781) of Kritiek van de zuivere rede stelde hij dat wij, hoewel wij het niet kunnen bewijzen, door de zuivere rede - het vermogen om de zintuigelijke werkelijkheid te overstijgen en daar niet meer afhankelijk van te zijn - kunnen concluderen dat onder meer vrijheid, immoraliteit en God bestaan.

Immanuel Kant
Immanuel Kant

De vijf bewijzen die Immanuel Kant volgens Woland zou hebben vernietigd en waaraan hij zijn eigen zesde bewijs heeft toegevoegd, zijn de zogenaamde Quinquae viae, dat zijn vijf godsbewijzen geformuleerd door de katholieke filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) in zijn Summa Theologiae (1265-1274).

In hoofdstuk 3 kan u meer lezen over deze bewijzen.

Schiller

Friedrich Schiller (1759-1805) was een Duits dichter en dramaturg, en een liberaal idealist. Schiller was in zijn werk aanvankelijk revolutionair georiënteerd. Dat wil zeggen zoals het woord revolutionair in die tijd werd opgevat: als een streven naar vrijheid en gelijkheid en het afwijzen van willekeur en onrechtvaardigheid. In latere jaren was hij gematigder. Schiller is onder andere bekend van het gedicht An die Freude (1785) dat door zijn tijdgenoot Ludwig von Beethoven (1770-1827) gedeeltelijk verwerkt werd in het slotdeel van zijn Negende Symfonie. Een bekende uitspraak van Schiller betreffende het werk van Immanuel Kant over de vrijheid is: «je kan omdat je moet».

Friedrich Schiller
Friedrich Schiller

Schiller onderhield een productieve, maar gecompliceerde, vriendschap met de toen reeds beroemde en invloedrijke Johann Wolfgang Goethe (1749-1842), met wie hij vaak discussiëerde over thema's in verband met de esthetica, waarbij hij Goethe aanmoedigde om nauwelijks begonnen schetsen af te werken. Ze werkten ook samen aan Die Xenien (Xenien), een verzameling korte satirische gedichten waarin zowel Schiller als Goethe verbaal geweld pleegden tegen diegenen die zij beschouwden als vijanden van hun esthetische agenda.

Strauss

De Strauss die hier bedoeld wordt is David Strauss (1808-1874), een Duits theoloog, en de auteur van Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet. Hij bekommerde zich niet om de realiteitswaarde van de figuur Jezus, maar gaf een mythische interpretatie van het nieuwe testament in de context van het poetisch bewustzijn van de Joodse en vroegchristelijke cultuur. De persoon Jezus was volgens hem een fictie die voort was gekomen uit culturele en literaire verwachtingen.

David Strauss
David Strauss

U kan Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet in het Engels downloaden in de sectie Archieven van de Master & Margarita website.

Solovki

Solovki is de gangbare benaming van de Solovetski eilanden in de Witte Zee. Op het domein van een vroeger klooster op deze eilanden was het Solovetskikamp voor Speciale Doeleinden gelegen, één van de vroegste en meest beruchte concentratiekampen. De laatste gevangenen werden in 1959 op een boot geladen en verdronken in de Witte Zee.

De drie jaar in Solovki zou kunnen verwijzen naar een incident dat zich heeft voorgedaan in 1926, twee jaar vóór Boelgakov aan De meester en Margarita begon te schrijven. Toen werden in Leningrad een aantal vrijmetselaars gearresteerd door de geheime politie OGPU, de voorloper van de NKVD. Eén van de arrestanten was de advocaat Boris Viktorovitsj Kiritsjenko (1883-1941?), die door het leven ging onder de schuilnaam Boris Viktorovitsj Astromov.

Astromov verklaarde dat hij al 2000 jaar oud was en dat hij een volgeling van Kant was. Hij werd veroordeeld omdat hij zou geholpen hebben bij een «internationale bourgeois-samenzwering tegen de Sovjetunie». Hij kreeg een gevangenisstraf van vijf jaar in een concentratiekamp, later vervangen door een periode van drie jaar. In december 1926 kreeg hij gratie en werd hij verbannen naar Siberië. In 1940 werd hij opnieuw gearresteerd door de NKVD. Nadien werd niets meer over hem vernomen.

De interesse van Boelgakov voor de vrijmetselarij kan onder meer verklaard worden door het feit dat, in 1903, zijn vader Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), die theoloog en kerkhistoricus was, een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev. Ook op andere plaatsen in de roman verwijst Boelgakov naar de vrijmetselarij.

U kan méér lezen over de vrijmetselarij in De meester en Margarita in de sectie Context van de Master & Margarita website.

Boris Viktorovitsj Astromov
Boris Viktorovitsj Astromov

Dat doet de mens zelf

Bezdomny citeert een vers uit het gedicht Наше воскресенье [Nasje voskresenje] of Onze opstanding, geschreven door Vladimir Majakovski (1893-1930) in 1923: «нам не бог начертал бег […] миром правит сам человек» of «geen god bepaalt onze vlucht […] de wereld wordt bestuurd door de mens zelf».

Tussen zes planken

Het verhaal dat Woland hier zo plastisch beschrijft, is ontleend aan Господин из Сан-Франциско [Gospodin iz San Frantsisko] of De heer uit San Fransisco, een verhaal uit 1915 van Nobelprijswinnaar Ivan Boenin (1870-1953). Boenin zelf zei dat hij op de idee van dit verhaal was gekomen toen hij in een Moskouse boekhandel de cover had gezien van de novelle Dood in Venetië van Thomas Mann (1875-1955).

Boelgakov moet een speciale voorkeur gehad hebben voor dit verhaal, want hij verwees er ook naar in zijn roman De witte garde: «Jelena [Toerbin] had een koud wordend kopje en De heer uit San Francisco voor zich».

Eigen Merk

In de Russische tekst zegt Ivan dat hij Наша Марка [Nasja Marka] rookt. De Nederlandse vertaler maakt daar Eigen Merk van. Een juistere vertaling zou echter Ons Merk geweest zijn. De sigaretten van Nasja Marka werden oorspronkelijk geproduceerd door V.I. Asmolov & Co in Rostov aan de Don. Nasja Marka is een nog steeds bestaand en erg populair Russisch sigarettenmerk dat in 2003 zijn honderdste verjaardag vierde. In 1920 werd het bedrijf genationaliseerd en de naam veranderde in de Don Staats Tabaksfabriek (DSTF). De productie daalde prompt met 60 % tegenover 1916. Maar de NEP gaf een nieuwe impuls en in 1926 was de productie reeds viermaal méér dan in 1922. Na de Sovjetperiode, in 1992, werd de DSTF gereorganiseerd en de naam veranderde in JSC Donskoy Tabak. Bij het eeuwfeest van Nasja Marka in 2003 werd een nieuw complex gebouwd met een productiecapaciteit van 60 miljard sigaretten per jaar. JSC Donskoy Tabak maakt nu deel uit van de agroholding AGROCOM.

Nasja Marka
Nasja Marka

De manier waarop Woland een sigaret aanbiedt doet sterk denken aan een scène uit Goethe's Faust. De duivel Mephistopheles vraagt aan enkele drinkebroers in de Auerbachs Keller in Leipzig: «Nun sagt, was wünschet ihr zu schmecken?» of «Zeg mij, wat wenst u proeven?», waarop prompt de wedervraag komt: «Wie meint Ihr das? Habt Ihr so mancherlei?» of «Hoe bedoelt u dat? Heeft u dan zoveel keuze?». Net zoals Ivan vraagt: «Heeft u dan soms een compleet assortiment?» wanneer Woland hem vraagt wat hij het liefst rookt.

Een driehoek op de sigarettenkoker

De sigarettenkoker van de onbekende bevat inderdaad Eigen Merk - en dat is niet zo verwonderlijk: de duivel is traditioneel begiftigd met het vermogen om gelijk welk verlangd voorwerp te doen verschijnen. Maar Berlioz en Ivan zijn nog méér verbaasd door de driehoek die de koker siert. Dat is één van de symbolen van de duivel. Hij duikt voortdurend op in de esoterie (de joodse mystiek, de mystiek van de getallen, de vrijmetselarij). Het is de omkeerbare figuur bij uitstek, vaak geassocieerd met zijn spiegelbeeld, zoals in het zegel van Salomon en de Davidster (David was de vader van Salomon). Dit zegel wordt gevormd door twee in elkaar geschoven driehoeken: de ene - met de punt naar beneden - vertegenwoordigt de negatieve krachten of de duivel, de andere - met de punt naar boven - vertegenwoordigt de positieve krachten of God. Het evenwicht van beide driehoeken is de Sleutel tot de Wijsheid.

Het zegel van Salomon
Het zegel van Salomon

Op het deksel van de sigarettenkoker «schitterde een wit-blauw vuur» in de driehoek van briljanten. Blauw is de hoogste kleur van de vrijmetselarij. Het staat symbool voor perfectie, waarheid en onsterfelijkheid. Een driehoek met het alziend oog hangt in alle tempels van vrijmetselaarsloges aan de wand tegenover de ingang, in wat symbolisch als het oosten wordt aangeduid.

Driehoek met het alziend oog
Driehoek met het alziend oog

De interesse van Boelgakov voor de symbolen van de vrijmetselarij kan onder meer verklaard worden door het feit dat zijn vader Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), die theoloog en kerkhistoricus was, in 1903 een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev.

U kan méér lezen over de vrijmetselarij in De meester en Margarita in de sectie Context van de Master & Margarita website.

Vijanden? Interventionisten?

In de vroege Sovjetperiode werd er constant gesproken over vijanden van de revolutie en buitenlandse interventionisten die op de loer lagen om de nieuwe arbeidersstaat te ondermijnen.

Komsomol

Komsomol is een typische sovjetsamentrekking van Коммунистический союз молодёжи [Kommoenistitsjeskij Sojoez Molodjozji] of Verbond van de Communistische Jeugd. Van alle goede Sovjetjongeren werd verwacht dat ze erbij aansloten.

Komsomol had weinig directe invloed op de Communistische Partij, maar speelde een belangrijke rol als mechanisme om de waarden van de communistische partij aan de jongeren aan te leren, en als platform om jongeren in de politieke arena te loodsen. De bestuurster van de tram die Berlioz zal onthoofden, is lid van Komsomol. Dat weten we omdat ze een «vuurrode halsdoek» had.

Komsomol
Komsomol propaganda

De opgroeiende Sovjetburger diende een ideologisch traject af te leggen, dat begon bij de Pioniers of de Всесоюзная пионерская организация [Vsesokoeznaja pionjerskaja organizatsia]. Wanneer men 14 werd, stapte men over naar de Komsomol, waar men tot zijn 28ste bleef. Daarna konden getalenteerde leden lid worden van de Communistische Partij, wat een voorwaarde was voor een hogere functie. De Komsomol diende daardoor ook als een vergaarbak voor jonge talenten, en als een springplank voor de carrière. Uit de jeugdbeweging gezet worden wegens bijvoorbeeld wangedrag op school, of wegens het verspreiden van politiek incorrecte opvattingen was derhalve een zeer zware straf: het betekende dat een carrière binnen de Sovjet-Unie niet meer mogelijk was.

Annoesjka

Annoesjka is één van de weinige figuren uit De meester en Margarita die door de schrijver uit het echte leven werd geplukt zonder aanpassingen. Tatiana Lappa (1892-1982), Boelgakovs eerste vrouw herinnert zich een Annoesjka Gorjatsjeva die in het nummer 48 rechtover hen woonde. Haar flat was een soort arbeiderswoning met 7 kamers naast een centrale gang. Annoesjka Gorjatsjeva had een zoon die zij vaak sloeg. Zij stookten hun eigen vodka, waren vaak dronken, vochten dan en maakten veel lawaai.

In een eerdere versie van de roman heette ze Pelagejoesjka, in een andere heette ze Annoesjka Basina. Zij speelde ook een rol in Huis nr. 13. De Elpit-arbcommune, een kortverhaal uit 1922, en in Theatrale roman, ook bekend als Zwarte sneeuw, een roman uit 1937.

Boelgakov kon zich behoorlijk ergeren aan die echte Annoesjka, zoals blijkt wat hij noteerde in zijn dagboek op 29 oktober 1923: «De eerste verwarmde dag werd gekenmerkt door het feit dat de beruchte Annoesjka het keukenraam de hele nacht wijd open liet staan. Ik weet werkelijk niet wat te doen met het tuig dat hier woont».

Annoesjka Gorjatsjeva
Annoesjka Gorjatsjeva

Een Russische emigrant

Veel Russen die tegen de revolutie gekant waren emigreerden naar het buitenland, en vormden belangrijke Russische kolonies in verschillende hoofdsteden - Berlijn, Parijs, Praag, Harbin, Shanghai - waar ze potentiële spionnen en interventionisten waren.

Herbert Aurilachs

Herbert Aurilachs (958-1005) was een theoloog en wiskundige, waarvan werd aangenomen dat hij een tovenaar en alchemist was. In 999 werd hij paus onder de naam Sylvester II.

Herbert Aurilachs
Paus Sylvester II

Nisan

Nisan is, volgens de wereldlijke volgorde, de zevende maand van de Joodse maankalender. Oorspronkelijk, volgens de religieuze volgorde was het de eerste maand. De vijftiende dag van Nisan (beginnend met de zonsondergang van de veertiende) is de start van het feest van Pesach (Hebreeuws: פסח - afgeleid van overslaan of Pasach). Het is de dag van de volle maan, want de joodse maanden beginnen op de dag volgend op de astronomische nieuwe maan. Pesach is ook bekend als Passover, het lentefeest, vrijheidsfeest of matzefeest, dat de exodus van de Joden uit Egypte herdenkt.

Vorige      Volgende