Het gebeurde in Gribojedov

Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov

De dramaturg, dichter en diplomaat Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov (1795-1829) is wellicht het best bekend omwille van zijn komedie Горе от ума [Gorje ot oema] of Verdriet door Verstand, het eerste echte meesterwerk uit het Russisch theater.

Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov
Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov

Maar het Gribojedovhuis heeft nooit echt bestaan. Wanneer we de routebeschrijving van Boelgakov volgen, komen we aan Tverskoj Boulevard 25. Daar staat een huis dat aan de beschrijving beantwoordt: het Herzenhuis, waar Aleksandr Ivanovitsj Herzen (1812-1870), een andere Russische schrijver, geboren werd in 1812.

Ook qua bestemming komt het Herzenhuis overeen met het huis van Gribodejov. In de jaren '20 waren in dit huis veel literaire organisaties ondergebracht. De Российская Ассоциация Пролетарских Писателей (РАПП) [Rossiskaja Assotsiatsija Proletarskich Pisatelej (RAPP)] of de Russische vereniging van proletarische schrijvers, verder de Московская Ассоциация Пролетарских Писателей (MAPP) [Moskovskaja Assotsiatsija Proletarskich Pisatelej (MAPP)] of de Vereniging van proletarische schrijvers van Moskou en de Литературный Организация Красной Армии и Флота(ЛОКАФ) [Literatoerni Organizatsia Krasnoj Armi i Flota (LOKAF)] of de Literaire Unie van het Rode Leger en de Zeemacht. Boelgakov heeft zijn fictieve MASSOLIT gebaseerd op de RAPP en de MAPP.

The Herzen house
The Herzen house

In De meester en Margarita geeft Boelgakov geen verklaring voor de afkorting MASSOLIT. Maar het zou wel eens Мастера Социалистической литературы [Mastera Sotsialistitsjeskoj literatoery] of Meesters voor Socialistische Literatuur kunnen betekenen, naar analogie van de Мастера Коммунистической Драмы (МАСТКОМДРАМ) [Mastera Kommoenistitsjeskoj Dramy (MASTKOMDRAM)] of Meesters voor Communistisch Drama, een vereniging die wél echt bestond in de jaren '20.

Tot 1931 was er in het Herzenhuis ook een schrijversrestaurant gevestigd. Dat werd indertijd door Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1894-1930) nog belachelijk gemaakt in zijn satirisch gedicht Herzenhuis. Sinds 1930 is er het Maxim Gorki Literair Instituut gevestigd, dat aspirant-schrijvers opleidt.

Een armetierige tuin

Boelgakov gebruikt het begrip чахлый сад [tsjachli sad] of onvolgroeide tuin. De voortuin van het Herzenhuis kan dezer dagen zeker niet «onvolgroeid» of «armetierig» genoemd worden. Ik weet niet hoe het was in de tijd van Boelgakov, maar het lijkt er sterk op dat hij met deze omschrijving de polemiek wou aangaan met Vladimir Majakovski  (1893-1930), meer bepaald omwille van de optimistische pathos die deze laatste vertoonde in zijn beroemde versregels uit het gedicht Verhaal van kameraad Chrenov.

«Ik weet - de stad zal er komen
Ik weet - de tuin zal bloeien
Wanneer er zulke mensen
In het Sovjetland bestaan.»

Dit gedicht uit 1929 bewierookt de opbouw van de Siberische industriestad Novokoeznetsk, die toen nog Koeznetsk heette. De stalinistische industrialisatie zou Koeznetsk in de jaren 1930 omvormen tot een belangrijk centrum van steenkoolwinning en industrie, en hanteerde bij haar urbanisatie de principes van de Garden City of tuinstad. Dat was een methode van stedebouwkundige planning, ontwikkeld in 1898 door de Engelse Sir Ebenezer Howard (1850-1928). Tuinsteden moesten geplande, zelfvoorzienende gemeenschappen zijn omringd door greenbelts of groene gordels, en met proportionele zones voor bewoning, industrie en landbouw. Vooral tegenover dat proportionele stond Boelgakov vrij sceptisch, en hij verweet Majakovski dat hij een ode had geschreven aan een stad die hij nooit zelf bezocht had.

Uiteindelijk zou Boelgakov het gelijk aan zijn kant krijgen met zijn scepticisme. Ondanks de groene gordel heeft Novokoeznetsk nu één van de hoogste concentraties luchtvervuiling van Rusland. Volgens een onderzoek uit 1997 bedroeg het zwavelgehalte bij één van de fabrieken 312 maal de toegestane norm, het fluoridegehalte bij een farmaceutische fabriek 300 maal, en het benzopyreengehalte van de stad 10 maal.

Onderstaande video over Novokoeznetsk werd gemaakt in 1949 om 20 jaar Stalinstad te verheerlijken. Na 39 seconden hoort u bovenstaande versregels van Majakovski.

Het vers van Majakovski werd opnieuw zeer populair in 2014 bij critici van het regime van Vladimir Poetin. Het werd gretig hernomen op blogs en sociale media toen bleek dat, amper 6 weken na de Olympische Winterspelen in Sotsji, de vrijwel volledige infrastructuur die daarvoor was gebouwd verworden was tot een spookstad. De organisatie van deze spelen had 51 miljard dollar gekost.

M.V. Podlozjnaja

Deze naam is niet zonder betekenis: het Russische woord подложный [podlozjnij], in het vrouwelijk подложная [podlozjnaja] betekent vals, onecht, vervalst.

Perelygino

Met deze naam parodieert Boelgakov duidelijk het echt bestaande Peredelkino, het schrijversdorp buiten Moskou waar veel gezagsgetrouwe auteurs een buitenhuis kregen toegewezen. Het was een gepriviligieerd en zeer gegeerd oord.

De naam Perelygino is niet zomaar een simpele vervorming van Peredelkino, want het Russische woord лгун [lgoen] betekent leugenaar. In één van de eerdere versies van de roman heette het schrijversdorp overigens Перевракино [Perevrakino], en dat komt van van враки [vraki] of leugens. Het komt er dus op neer dat Perelygino zoveel betekent als Leugenaarsdorp.

In 1958 werd het wereldberoemd toen Boris Pasternak (1890-1960) de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Hij had daar zijn datsja en heeft er zijn boek Dokter Zjivago geschreven. Peredelkino is nu een prestigieuze plek voor een buitenhuis. Omdat de schrijvers geen geld hebben om «hun» huis te kopen, nemen de nieuwe rijken er bezit van de oude houten datsja's, breken ze af en zetten er grote stenen paleizen voor in de plaats.

De datsja van Boris Pasternak in Peredelkino
De datsja van Boris Pasternak in Peredelkino

Jalta, Soeoek-Su... (Winterpaleis)

Aan deze lijst van vakantieoorden in de Krim, de Kaukasus en Kazakhstan, voegt Boelgakov ongegeneerd het Winterpaleis in Leningrad toe, de vroegere residentie van de tsaar.

Een restaurant, en wat voor een!

Zelfs tot in de laatste dagen van de Sovjetunie behoorden de restaurants van de Schrijversbond, de Bond van Journalisten, de Bond van Cineasten en de Acteursbond tot de beste en de goedkoopste in Moskou, maar om er binnen te geraken had je een pasje van de bond nodig.

Amvrosi en Foka

Amvrosi komt van het Griekse αμβροσία [amvrosia] of onsterfelijk. Het was ook de naam van het eten van de goden dat onsterfelijkheid bood aan al wie ervan at. Foka is de naam van de held uit de fabel De Vissoep van Demjan van de bekendste Russische fabeldichter Ivan Andrejevitsj Krylov (1769-1844). Foka verwerpt overdaad, nota bene van voedsel.

Het Colosseum, waar een of andere jonge vlerk je met een tros druiven op de smoel slaat

Sommige Boelgakovkenners denken dat met het Колизей [Kolizej] of Colosseum het restaurant van het hotel Metropol wordt bedoeld. Het is echter waarschijnlijker dat Boelgakov het Дом Союзов [Dom Sojoezov] of Huis van de Bonden viseerde, en meer bepaald de beroemde Колонный зал [Kolonnyj zal] of Zuilenhal van dat gebouw. Want Колизей zou wel eens een samentrekking kunnen zijn van Колонный зал.

Op 17 augustus 1934 ging in die zaal het eerste Congres door van de pas opgerichte Союз советских писателей [Sojoez Sovietskich Pisatelej] of Sovjet Schrijversbond. Boelgakov was daar niet voor uitgenodigd, maar had wel vernomen hoe het daar aan toe was gegaan. De afgevaardigden werden er behoorlijk verwend. Per persoon en per dag werd er 40 roebel aan voeding besteed. Ter vergelijking: een gewoon diner kostte toen ongeveer 85 kopeken, en in een sjiek restaurant betaalde je er ongeveer 5 roebel voor. Het incident met de tros druiven verwijst naar het slotbanket van het Congres in de Zuilenhal. Veel aanwezigen waren dronken en een jonge dichter had een mep gegeven aan Aleksandr Jakovlevitsj Tairov (1885-1950), de directeur van het Камерный театр [Kamerny teater] of Kamertheater. Tairov had in 1928-1929 meer dan 60 keer het stuk Het paarse eiland van Boelgakov opgevoerd.

De Zuilenhal van het Huis van de Bonden
De Zuilenhal van het Huis van de Bonden

Daarin zaten twaalf literatoren

“Daarin zaten twaalf literatoren, in vergadering bijeen, gekweld te wachten op Michail Aleksandrovitsj Berlioz.” Deze zin is een typisch voorbeeld van het satirische stijlkenmerk om situaties van de ene wereld over te plaatsen naar de andere. De schrijvers in Gribojedov lijken wel de apostelen die op Jezus zitten te wachten voor het Laatste Avondmaal.

Eerder dan specifieke schrijvers te parodiëren, hanteert Boelgakov in deze passage een door Gogol ook gebruikte stijlfiguur om betekenisvolle en grappig klinkende namen te verzinnen. Глухарев [Gloecharjov] betekent korhoen, Драгунский [Dragoenski] betekent dragonder, Павианов [Pavianov] betekent baviaan en Богохульский [Bogochoelski] betekent. godslasteraar

De belletrist Beskoednikov

De belletrist Beskoednikov is «een rustige, keurig geklede man met aandachtige en tegelijk ongrijpbare dwaalogen». In een vroegere versie van de roman werd hij omschreven als «een goed uitziende, Frans aandoende man met een kostuum en soliede schoenen van Franse makelij». Het prototype voor de belletrist Beskoednikov zou de schrijver en dramaturg Vladimir Michailovitsj Kirsjon (1902-1938) kunnen zijn. Hij was één van de secretarissen van de RAPP in Moskou, en één van de hevigste tegenstanders van Boelgakov. In augustus 1937 werd Kirsjon samen met andere voormalige leiders van de RAPP gearresteerd, en een jaar later werd hij geëxecuteerd in de Boetyrka gevangenis in Moskou.

In de derde versie van De meester en Margarita, waaraan Boelgakov gewerkt heeft van 1932 tot 1934, werd het personage Beskoednikov echter geïntroduceerd als «de voorzitter van de Sectie Scenarioschrijvers» van MASSOLIT. Dat zou erop kunnen wijzen dat het prototype voor dit personage wel eens Joeri Livovitsj Sljozkin (1885-1947) zou kunnen geweest zijn. In zijn notities, onder de titel Resultaten 1928-1929, schreef Boelgakov: «Sljozkin kondigde trots aan dat hij verkozen werd tot voorzitter van het Bureau van de sectie Drama». Sljozkin was een schrijver die Boelgakov had ontmoet in 1920 in Vladikavkaz. Een jaar later introduceerde hij Boelgakov in het literaire milieu in Moskou. Maar in 1925 gebruikte deze «zogenaamde vriend» hem op een eerder boosaardige manier als het prototype voor de journalist Alexej Vasiljevitsj in zijn roman Девушка с гор [Deboesjka s gor] of Het meisje uit de bergen. Als revanche gebruikte Boelgakov dan weer Sljozkin als het prototype voor de oude, betuttelende en jaloerse schrijver Likospastov - «een ongelooflijk stuk uitschot» - in zijn Theatrale roman.

De dichter Dvoebratski

Dvoebratski komt van het Russische woord Двубратский [dvoebratskij], letterlijk betekent dat twee-broederlijk, maar het wordt ook gebruikt in de betekenis van opportunistisch. Waarschijnlijk stond de dichter Aleksandr Ilitsj Bezymenski (1898-1973) model voor Dvoebratski. Bezymenski betekent de Naamloze, wat voeding geeft aan de theorie van sommigen dat Bezymenski model zou gestaan hebben voor Ivan Bezdomny, de Dakloze. De naam Bezymenski was evenwel geen pseudoniem. Bezymenski was een zodanig proletarische dichter dat hij zei: «indien mijn naam bij mijn geboorte niet Bezymensky was geweest, dan had ik hem gekozen als pseudoniem».

In 1929 had Bezymensky het theaterstuk Выстрел [Vystrel] of Het Schot geschreven, dat deels een parodie was op De dagen van de Toerbins van Boelgakov. In de 1929-1932 versie van De meester en Margarita heette de dichter Dvoebratski nog Aleksandr Ivanovitsj Zjitomirski. Zjitomir is de stad, 140 km ten westen van Kiev, waar Bezymenski geboren werd.

Alexander Ilich Bezymensky
Alexander Ilich Bezymensky

Stuurman George

Het ligt voor de hand dat we in de figuur van Stuurman George, wat een mannelijk pseudoniem is voor Natasja Loekinisja Nepremenova in de roman, een parodie vermoeden op de Franse schrijfster Amandine Dupin (1804-1876) die de schuilaam Georges Sand gebruikte. Sand was een negetiendeeuwse feministe, die onder meer een negen jaar lange relatie heeft gehad met de componist Frédéric Chopin (1810-1849). Zij schreef socialistisch geïnspireerde romans en was ook politiek actief, onder meer door in 1848 deel uit te maken van de Voorlopige Regering in de aanloop naar de Tweede Republiek in Frankrijk.

Georges Sand (Amandine Dupin)
Georges Sand (Amandine Dupin)

Maar volgens Elena Sergejevna, Boelgakovs derde echtgenote,had hij nog enkele anderen geïntegreerd in zijn beschrijving van de figuur van Stuurman George. Bijvoorbeeld de dramaturge Sofija Aleksandrovna Apraksina-Lavrinajtis (1885-?), die onder de mannelijke schuilnaam Сергей Мятежный [Sergey Myatezhny] of Sergej de Rebel schreef. Zij kende Boelgakov en bood hem in maart 1939 vruchteloos een libretto aan voor het Bolsjoi Theater. Nog een andere inspiratiebron voor Stuurman George was Larissa Michajlovna Rejsner (1895-1926), schrijfster en deelneemster aan de burgeroorlog waarin ze actief meewerkte op de schepen van de Rode Vloot.

De scenarioschrijver Gloecharjov

Gloecharjov komt van het Russische woord глухарь [gloechar], en dat is een korhoen.

Tamara Halvemaan

Een beetje inconsequent met de andere namen hebben de Nederlandse vertalers hier de naam Полумесяц [Poloemesjats], wat inderdaad halve maan betekent, vernederlandst.

De romancier Zjoekopov

Zjoekopov komt van het Russische woord жук [zjoek], wat kever of tor betekent.

Tsjerdaktsji

Tsjerdaktsji komt van het Russische woord чердак [tsjerdak], en dat betekent (rommel)zolder of vliering.

De schrijver Iohann uit Kronstadt

Met deze figuur doelt Boelgakov op twee filmscenario's van Vsevolod Vitaljevitsj Visjnevskii (1900-1951), de man waarop hij zich inspireerde om de figuur van Mstislav Lavrovitsj uit te diepen. In deze scenario's, Wij uit Kronstadt (1933) en Wij zijn het Russisch Volk (1937), komt de figuur voor van Iohann Ilijitsj Sergejev (1829-1908), bijgenaamd Vader Iohann, de rector van de kathedraal van Kronstadt, niet ver van Sint-Petersburg. Hij organiseerde bijzonder veel activiteiten voor de armen en werd door de Russisch orthodoxe kerk heilig verklaard.

Iohann Ilijitsj Sergejev (Vader Iohann)
Iohann Ilijitsj Sergejev (Vader Iohann)

Mstislav Lavrovitsj

Mstislav Lavrovitsj is een parodie op Vsevolod Vitaljevitsj Visjnevskii (1900-1951), schrijver van romans en toneelstukken en aartsrivaal van Boelgakov. Hij verhinderde dat Boelgakovs stukken Бег [Beg] of De Vlucht en Мольер [Molière] konden opgevoerd worden.

Kljazma

De Kljazma is een rivier die niet ver van Moskou ontspringt en 686 km verder uitmondt in de Oka, die zelf dan uitmondt in de Volga. Boelgakov situeert zijn Perelygino aan de oever van deze rivier, hoewel het echte Peredelkino aan de andere kant van Moskou, in het zuidwesten ligt.

Datsjas

Een datsja is een zomerhuis op de Russische buiten. De Russische gewoonte om er een buitenhuis op na te houden ontstond in de eerste jaren na de bouw van Sint Petersburg. Het woord дача [datsja] komt van дать [dat], dat geven betekent. Tsaar Peter de Grote (1672-1725) gaf stukken land buiten de stad weg aan hoge staatsfunctionarissen om daar een villa op te kunnen bouwen. Zo bond hij zijn mensen aan zich en kon hij tegelijkertijd zijn nieuwe stad uitbreiden.

Tot ver in de twintigste eeuw was de datsja een begeerd, maar ook een ongemakkelijk bezit. Het leven op de datsja werd door de autoriteiten geassocieerd met nietsdoen en met het onproductieve gebruik van land. Volgens de communistische ideologie behoorde vrije tijd in dienst te staan van de opbouw van de socialistische maatschappij en de persoonlijke ontwikkeling tot een goed staatsburger. Maar, zoals zo vaak, konden gezagsgetrouwe functionarissen, militairen en schrijvers vaak wel genieten van de geneugten.

De sfeer op een datsja in de Stalinperiode wordt bijzonder goed weergegeven in de veel bekroonde film Утомлённые солнцем (Oetomljonnje Solntsem) of Burnt By The Sun van Nikita Sergejevitsj Michalkov (°1945) uit 1994, beter bekend onder de Franse titel Soleil Trompeur. We zien kolonel Kotov met zijn gezin - zijn vrouw Maroussia, zijn dochtertje Nadia en nog wat oma’s, opa’s, ooms en tantes - een vrije dag doorbrengen in hun datsja in 1936.

U kan méér lezen over de Russen en hun datsjas in de sectie Context van de Master & Margarita website.

Zjeldybin

Ik weet (nog) niet of er een reëel prototype bestaat voor de letterkundige Zjeldybin.

Hallelujah

Deze charleston, geschreven door Vincent Youmans (1898-1946) en waar Boelgakov bijzonder veel van hield, komt drie keer voor in het boek.

Hier kan u zien hoe de befaamde jazzband van Gribojedov Hallelujah speelt in de TV-reeks Master i Margarita van regisseur Vladimir Bortko uit 2005.

Gribojedovs befaamde jazzband

Bij deze jazzband had Boelgakov het ensemble Московские ребята [Moskovskije rebjata] of Moskouse Vrienden voor ogen, ook bekend als het Aleksandr Tsfasman jazz-orkest. Aleksandr Tsfasman (1906-1971) speelde sinds het midden van de jaren ’20 een belangrijke rol in de ontwikkeling van de populaire muziek in de Sovjetunie. In 1923 werd hij hoofd van de muziekafdeling van de Dramastudio Gribojedov in Moskou.

In 1926 nam Tsfasman met zijn band de eerste jazzplaat in de Sovjetunie op met het nummer Hallelujah vermeld in de vorige paragraaf, en trad hij ook regelmatig op in het restaurant Casino op Triumfalnajaplein, op enkele stappen van Bolsjaja Sadovaja oelitsa nr. 10.

Karbonade éénmaal!...

«Karbonade eenmaal! Sjasliek tweemaal! Van de haas driemaal!». Zo commandeerde een stem in de drukte van het restaurant van Gribojedov terwijl de jazzband Halleluja speelde. Normaal gesproken niks om er een commentaar aan te wijden, tot ik merkte dat in de Engelse en Franse vertalingen andere gerechten besteld worden – en dat die vaak helemaal niet in Boelgakov’s tekst voorkomen. Kijk even:

«Karbonade eenmaal! Sjasliek tweemaal! Van de haas driemaal!» (Nederlands, Fondse en Prins)
«Chops once! Kebab twice! Chicken a la King!» (Engels, Glenny)
«One Karsky shashlik! Two Zubrovkas! Home-style tripe!» (Engels, Pevear)
«Une brochette à la kars, une ! Deux vodka Zoubrovka, deux ! En flacons de maîtres!» (Frans, Ligny)

In de Russische brontekst lezen we:«Карский раз! Зубрик два! Фляки господарские», wat als volgt vertaald zou moeten worden:

«Karski sjasliek eenmaal! Zoebrovka tweemaal! Een Flijaki gospodarskje!»

Karski sjasliek is een vleesspies op Karische wijze - bereid zoals aan de Karische zee (de Noordelijke ijszee) dus. Een vreemd gerecht, want op die plaats in het hoge noorden van Siberië verwacht je eerder vis- dan vleesgerechten.

Zoebrovka is een Poolse vodka met een tinctuur (alcoholische oplossing) van Hierochloe odorata, ook wel veenreukgras of bizongras genoemd. Daarom mag hij niet in de Verenigde Staten worden ingevoerd, want veenreukgras bevat, zoals veel gras- en weideplanten, coumarine. Dat is de stof die verantwoordelijk voor de typische hooigeur van drogend en gedroogd gras, maar die ook kankerverwekkend is.

Het is tenslotte geen wonder dat de vertalers geen raad wisten met Flijaki gospodarskje. De Engelse home-style tripe vertaling van Pevear zit blijkbaar het dichtst bij de waarheid. Het is een soepje van ingewanden en je hebt er voor nodig: 1kg runderingewanden, 400 gram groenten, 500 gram beenderen van rund, 60 gram vet, 30 gram bloem, muskaatnoot, rode en zwarte peper, gember, oregano, zout, en 50 gram Zwitserse kaas. Приятного аппетита! [Priatnevo appetita!] of Smakelijk!

Een knappe man met een dolkvormige baard

Let de piraat in de Caraïbische zee introduceert Boelgakov Archibald Archibaldovitsj,de directeur van het restaurant, die ook “de piraat” genoemd werd.

De persoon die model stond voor Archibald Archibaldovitsj was Iakov Danilovitsj Rozental (1893-1966), bijgenaamd de Baard. Daarom noemde Boelgakov hem soms de piraat.

Iakov Rozental was van 1925 tot 1931 de directeur van het restaurant van het Hertzenhuis dat model stond voor Gribojedov, en van het restaurant van de Journalistenbond. De Boelgakovs kenden hem goed, Elena Sergejevna vermeldde hem in haar dagboek.

Iakov Danilovitsj Rozental
Iakov Danilovitsj Rozental

O goden, goden, geeft mij vergif!

De verteller citeert hier nogmaals de woorden uit Verdi's Aïda die Pilatus in de roman uitspreekt, in hoofdstuk 2.

Het telegraafkantoor geen overlast aandoen

De roman is doorspekt met referenties naar werken van andere Russische schrijvers. Hier parodieert Boelgakov de dichter Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1893-1930), waarmee hij vaak ging biljarten, maar die in 1928 mee opriep tot het verbieden van Boelgakov's toneelstuk De dagen van de Toerbins. Majakovski pleegde zelfmoord in 1930. Uit een onafgewerkt gedicht dat hij had nagelaten komt de volgende passage:

«… wat zal ik nog met express telegrammen
je wakker maken en je lastigvallen.»

Wij, wij leven nog...

Hier citeert Boelgakov uit de novelle De dood van Iwan Iljitsj van Lev Nikolajevitsj Tolstoj (1828-1910). Het dateert uit uit Tolstojs late periode en wordt beschouwd als een van beste werken. De personages uit dit verhaal had precies dezelfde reactie bij de dood van Iwan Ilitsj: iedereen die ervan hoorde dacht: «Wel, hij is dood, maar ik leef nog!»

Lev Nikolajevitsj Tolstoj
Lev Nikolajevitsj Tolstoj

Wat was dat nou voor een naam met een W?

«We, Wi, Wa, Wo... Wagner?» Een nieuwe referentie naar een ander literair werk. Dit keer naar Goethe’s Faust. Wagner is de onderzoeksassistent van dokter Faust.

Koetsiers

De paardenkoetsen werden steeds meer verdrongen door de auto, maar tot 1940 waren ze nog steeds volop te zien in het straatbeeld van Moskou

Rjoechin

Door het gesprek met het standbeeld van Poesjkin maakt Boelgakov duidelijk voor wie Rjoechin staat. Het gaat om Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1893-1930) die in 1924, ter gelegenheid van de viering van de 125ste verjaardag van Poesjkin's geboorte, het gedicht Jubeljarig schreef waarin hij 's nachts Poesjkin van zijn sokkel aan Tverskaja bulvar licht en hem op een wandeling door Moskou deelgenoot maakt van zijn inzichten.

Vladimir Vladimirovitsj Majakovski
Vladimir Vladimirovitsj Majakovski

Het bekvechten tussen Rjoechin en Ivan Bezdomny is een parodie van de vaak wisselende relatie tussen Majakovski en een andere dichter, namelijk Aleksandr Ilitsj Bezymenski (1898-1973), die reeds eerder op deze pagina werd vermeld als de Naamloze.

Vorige      Volgende