Grand gala ten huize van satan

Een ovaal medaillon waarop een zwarte poedel stond afgebeeld

De poedel komt vaak terug in dit hoofdstuk, en de aandachtige lezer weet ondertussen waarom: in Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) verschijnt Mephistopheles voor het eerst aan Faust onder de vorm van een poedel.

Margarita zag zich omgeven door een oerwoud

Op 23 april 1935 beschreef Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970), de echtgenote van Boelgakov, in haar dagboek een receptie, die zij een bal noemde. Deze receptie ging door in het Spasohuis, de residentie van de Amerikaanse ambassadeur in Moskou.

«Nooit in mijn leven heb ik zo'n bal gezien. Iedereen was in rok gekleed en er waren maar een paar colberts en smokings.

Er waren mensen aan het dansen in een zaal met pilaren, strijklichten vanaf de galerij en achter een net, dat het orkest afzonderde, bevonden zich levende fazanten en andere vogels. We soupeerden aan losse tafels in een enorme eetzaal, met levende jonge beertjes in een hoek, geitejongen en ook haantjes in kooien. Bij het souper waren er accordeonisten.

Het souper was in een zaal waar de met voedsel beladen tafels bedekt waren met een doorzichtige groene stof en van binnen uit oplichtte. Er waren massa's tulpen en rozen. Het spreekt vanzelf dat er een buitengewone overvloed van voedsel en champagne was. Op de bovenverdieping (het is een reusachtig en luxueus huis) hadden zij een sjasjliekstand ingericht en voerden mensen Kaukasische dansen uit.

Wij wilden om 3.30 vertrekken, maar wij mochten niet weggaan. En wij vertrokken om 5.30 in een van de ambassadeauto's. In de auto voegde zich een man bij ons die wij niet eerder ontmoet hadden, maar die in geheel Moskou bekend is en altijd daar te vinden is waar buitenlanders zijn - ik geloof dat hij Steiger heet. Hij zat naast de chauffeur en wij zaten achterin. Tegen de tijd dat we thuis waren was het al helder daglicht.»

Ook de tulpen worden nog in dit hoofdstuk vermeld, net zoals vele andere buitenissige details die de feestjes van de Amerikaanse ambassadeur William Bullitt (1873-1953) kenmerkten, en die door Charles Thayer (1910-1969), één van de medewerkers op de ambassade, kleurrijk beschreven werden in zijn boek Bears in the Caviar (1951). De man die volgens Elena Sergejevna Steiger heette, was Boris Sergejevitsj Steiger (1892-1937), de «luistervink» die model stond voor de figuur van Baron Meigel in de roman.

Op de Master & Margarita website kan u de hoofdstukken van Bears in the Caviar downloaden die de bals van William Bullitt in het Spasohuis beschrijven.

Bears in the Caviar door Charles Thayer
Bears in the Caviar door Charles Thayer

Hallelujah

Opnieuw - voor de derde keer in de roman - speelt Hallelujah van Vincent Youmans (1898-1946). We kwamen het eerder al tegen in Gribojedov (hoofdstuk 5) en bij dokter Koezmin (hoofdstuk 18).

Een onafzienbare schouw

In België zetten we ons schoentje aan de schouw op de vooravond van 6 december, voor de komst van Sinterklaas (280-342), ooit vroeger bisschop in Myra, Turkije, en nog steeds de patroonheilige van de kinderen.

In Rusland was de schoorsteen eerder een belangrijke rituele plaats, als een pad naar de andere wereld. Het was de in- en uitgang voor bovennatuurlijke wezens met inbegrip van duivels en heksen zoals in Kerstnacht van Nikolas Vassiljevich Gogol (1809-1852), en de ziel verdween door de schoorsteenpijp na de dood. In de romanversie van 1936 komt Margarita zelf het appartement van Berlioz' voor de heksensabbat binnen via de schoorsteen.

Man in jaquet en naakte vrouw

«De mannen in jaquet en de vrouwen naakt» - dat was blijkbaar de originele dresscode voor het bal van Satan. De uitnodiging die de Boelgakovs kregen voor de receptie op de Amerikaanse ambassade in 1935 bevatte een handgeschreven nota «jaquet of zwart pak». Het is weinig waarschijnlijk dat één van de vrouwen naakt was op die receptie.

Een jaquet of een zwarte rok horen ook tot de voorgeschreven kleding voor logebroeders in de vrijmetselarij. De interesse van Boelgakov voor de symbolen van de vrijmetselarij kan onder meer verklaard worden door het feit dat zijn vader Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), die theoloog en kerkhistoricus was, een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev in 1903.

U kan meer méér lezen over de vrijmetselarij in De meester en Margarita in de sectie Context van de «Master & Margarita» website.

Afanasi Ivanovitsj Boelgakov
Afanasi Ivanovitsj Boelgakov

De gasten op het bal

Op het bal van Satan hebben de genodigden allemaal enkele kenmerken gemeen. Ze zijn dood, natuurlijk, en, met uitzondering van de muzikanten, hebben ze allemaal wel iets gedaan waardoor ze in de hel terechtgekomen zijn, of hadden kunnen terechtkomen. Het feit dat ze dood zijn heeft één groot voordeel. Boelgakov hoefde hun namen en hun karakters niet meer te verhullen.

Johann Strauss

De «walskoning» is de Weense componist Johann Strauss jr. (1825-1899). Zijn vader, Johann Strauss sr. (1804-1849) was reeds niet onverdienstelijk als componist. Zijn bekendste werk was de Radetzky Marsch. Maar zoon Johann of Schani zou snel boven hem uittronen met onvergetelijke walsen als An der schönen blauen Donau, de Kaiserwalzer en Wiener Blut, en met de operettes Die Fledermaus en Der Zigeunerbaron. De Weense wals werd in de tijd waarin Johann Strauss jr. leefde niet in schouwburgen of concertgebouwen gespeeld zoals dat nu het geval is, maar voornamelijk in danszalen of op recepties en andere mondaine aangelegenheden.

Johann Strauss jr.
Johann Strauss jr.

Henri Vieuxtemps

Vieuxtemps is Henri Vieuxtemps (1820-1881), een Belgisch vioolvirtuoos uit Verviers die op tienjarige leeftijd reeds zijn debuut maakte in Parijs, waar hij was geïntroduceerd door de Leuvense vioolvirtuoos Charles Auguste de Bériot (1802-1870). Vieuxtemps reisde de wereld rond, gaf les aan de conservatoria van Brussel en Sint-Petersburg, en was daar van 1846 tot 1851 violist aan het keizerlijk hof en tevens eerste solist van de Keizerlijke Schouwburg. Hij was ook zeer succesvol met zijn eigen composities, waaronder 7 vioolconcerten, kamermuziek en werken voor viool en piano. Het was niet ongebruikelijk dat muzikanten van over de hele wereld werden geëngageerd om te spelen op grote recepties zoals bijvoorbeeld in het Spasohuis.

Henri Vieuxtemps
Henri Vieuxtemps

Zij kusten haar knie

De binnenkomende gasten begroeten Margarita door haar knie te kussen. Sommigen zien hierin een verwijzing naar de vrijmetselarij, door op te merken dat de leerlingen bij hun inwijding hun rechterknie moeten ontbloten. De gasten op het bal kussen inderdaad Margarita’s rechterknie.

Inwijdingsritueel van een vrijmetselaar
Inwijdingsritueel van een vrijmetselaar

Monsieur Jacques

Monsieur Jacques is de rijke Franse koopman Jacques Cœur (1395-1456), die onder Karel VII (1403-1461) hoofdintenant voor financiën werd. Hij verstrekte de koning grote leningen om de oorlog te financieren. De start van zijn levensloop was niet erg fortuinlijk want, vóór hij op legale wijze succesvol werd, werd hij geassocieerd met een valsmunter. Hij werd er later van beschuldigd dat hij de minnares van de koning, Agnes Sorel (1422-1450), had willen vergiftigen.

Hij werd ter dood veroordeeld, wat later werd omgezet in een levenslange verbanning en een geldboete. Zijn bezittingen werden geconfisqueerd zodat de koning zijn lening niet hoefde terug te betalen. Later werd Jacques Cœur door Louis XI postuum in ere hersteld. In De meester en Margarita wordt hij door Korovjev nog een landverrader en een alchimist genoemd, maar dat was hij in werkelijkheid niet. Hij liet een prachtig kasteel bouwen in zijn geboorteplaats Bourges.

Monsieur Jacques
Monsieur Jacques

Graaf Robert

Graaf Robert, door Korovjev «de minnaar van de koningin» genoemd, is Robert Dudley (1532-1588), graaf van Leicester en reeds van kindsaf vertrouweling van koningin Elizabeth I (1533-1603). Hij was de vijfde in een reeks van dertien kinderen. Zijn echtgenote,Amy Robsart (1534-1560), kwam in onopgehelderde omstandigheden om het leven maar niet, zoals Boelgakov suggereert, door vergiftiging. Zij was gewoon van een trap gevallen.

De geruchten over een relatie tussen de graaf en Elizabeth I waren niet van de lucht. Velen namen aan dat Dudley zijn vrouw had vermoord om met Elizabeth te kunnen trouwen. Ironisch genoeg verhinderde de dood van Amy dat mogelijke huwelijk want Elizabeth was niet ongevoelig voor de publieke opinie daaromtrent. Zij benoemde Graaf Robert nog tot admiraal - hij moest de Spaanse Armada verslaan - maar hij stierf kort na zijn benoeming.

Graaf Robert
Graaf Robert

Signora Tofana

In de Энциклопедический словарь Брокгауза и Ефрона [Entsiklopeditsjeski slovar Brokgauza i Jefrona] of Brockhaus en Efron Encyclopedisch Woordenboek vond Bulgakov de naam van Signora Tofana of Teofania di Adamo (1653-?) onder het lemma Аква Тофана [Akva Tofana]. Zij maakte deel uit van een «dynastie» van gifmengsters uit de 17de eeuw. Het gif dat hun naam kreeg, aqua tofana, bevatte waarschijnlijk arsenicum en wolfskers (een plant met zeer giftige bessen die bij ons wel eens in de Ardennen wordt aangetroffen). Er zijn kinderen gestorven na het eten van niet meer dan drie bessen. Aqua tofana was een kleurloze en smaakloze vloeistof, en daarom ideaal om echtgenoten of familieleden om te brengen.

Van de eerste Tofana, Teofania di Palermo, is weinig bekend, behalve dat ze werd terechtgesteld voor verschillende gifmoorden.

De tweede Tofana, Teofania di Adamo (1653-?), kwam uit Napels, en zou het recept van de eerste Tofana hebben gekregen. Zij zou gedreven zijn geweest door mannenhaat en zou het gif ook verhandeld hebben in flesjes met de beeltenis van Sint-Nicolaas, vandaar de handelsnaam Manna di San Nicola. Haar gif zou haar minstens 600 personen het leven hebben gekost. Zij werd publiekelijk gefolterd en geëxecuteerd.

De derde Tofana, Giulia Tofana, opereerde in Rome en zou de zus of de dochter van de tweede geweest zijn. Zij zou tot de galg zijn veroordeeld geweest, en terechtgesteld op de Campo di Fiore.

The Love Potion door Evelyn De Morgan
The Love Potion door Evelyn De Morgan

Een Spaanse laars

Een Spaanse laars is een houten marteltuig. Dat was een soort mal die om het been werd gezet en steeds strakker werd getrokken. Wanneer een heks niet wou bekennen werden met dit gruwelijke tuig haar benen gebroken.

Dokter James Fian, een schoolmeester in Saltpans (Schotland) was een mannelijke heks die werd verdacht van hoogverraad tegen de koning. Hij zou in 1591 in Edinburg verbrand worden. Hij omschreef dat hij werd “onderworpen aan de hevigste en wreedste pijn ter wereld, namelijk de Spaanse laars”, met het gevolg dat «zijn benen verpletterd werden en zo plat gedrukt werden als maar mogelijk is, en de botten en het vlees zo gekneusd werden dat bloed en beenmerg er in grote hoeveelheden uitspatten».

Frieda

In het archief van Boelgakov werd een uittreksel teruggevonden van het boek Die sexuelle Frage van de Zwitserse neuroloog en psychiater Auguste Forel (1848-1931). Omdat Forel geloofde dat de ziel en de hersenen onlosmakelijk met elkaar waren verbonden, kwam hij enige malen in conflict met de Katholieke Kerk.

Forel maakte zich niet alleen sterk voor zijn patiënten, maar hield zich ook bezig met maatschappelijk hervormingen. Hij had veel alcoholisten als patiënt en mede daardoor was hij actief in de Zwitserse beweging tegen alcoholmisbruik. Zelf was hij geheelonthouder. In Die sexuelle Frage beschreef hij de seksuele problemen die hij waargenomen had in zijn praktijk. Hij had het daarin onder meer over Fried Keller - die een jongetje doodde, en een zekere Konijetsko - die een baby had gewurgd met een zakdoek.

Fried Keller werkte in een café in het Zwitserse kanton Sankt Gallen. De gehuwde eigenaar viel op haar en toen ze 19 was lokte hij haar naar de kelder. In mei 1899 beviel ze van een jongetje in het ziekenhuis van Sankt Gallen. Haar kind werd in een opvangtehuis geplaatst maar moest daar na 5 jaar weer weg. Forel beschreef heel gedetailleerd de gemoedstoestand van Fried Keller tijdens de dagen voorafgaand aan Paasmaandag 1904, toen ze haar kind zou terugzien. Maar ze kreeg er te horen dat de zusters van het opvangtehuis besloten hadden het kind naar een tante in Zürich te sturen. Toen sleurde ze haar kind mee en bracht het naar het bos. Daar groef ze een graf met de handen, wurgde het kind met een stuk kant en ging terug naar huis. Maar het kind werd gevonden door zigeuners na een hevige regenbui, en Fried Keller werd gearresteerd op 14 juli.

Konijetsko was een 19-jarige arbeidster uit Silesië. Zij geraakte zwanger in vergelijkbare omstandigheden, en wurgde haar pasgeboren kind met een zakdoek op 25 februari 1908. Zij werd veroordeeld tot 2 jaar gevangenis, waarbij er in Zwitserland stemmen van protest opgingen omdat de echte dader - de vader van het kind die haar in de steek liet - niet gestraft werd.

Boelgakov vervlocht het verhaal van beide vrouwen in de persoon van Frieda op het bal, en gaf daarmee uiteraard voeding aan zij die De meester en Margarita graag koppelen aan Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832), waarin Gretchen ook haar pasgeboren baby vermoordt.

Auguste Forel
Auguste Forel

De markiezin

De markiezin is Marie-Madeleine Dreux d'Aubray (1630-1676), markiezin de Brinvilliers, een beruchte gifmengster die met behulp van haar minnaar, legerkapitein Godin de Sainte-Croix (?-1672), een einde maakte aan het leven van haar vader, haar broer en haar twee zussen om aan hun erfenissen te geraken. Zij zou daarbij het beruchte aqua tofana gebruikt hebben. Er gingen ook geruchten dat zij arme mensen ombracht in de ziekenhuizen die zij bezocht. Zij werd veroordeeld tot de waterproef, dat is het verplicht drinken van zestien pinten water, gevolgd door onthoofding en verbranding.

Marquise de Brinvilliers
Marquise de Brinvilliers ondergaat de waterproef

Madame Minkin

Madame Minkin, of voluit Anastasija Fjodorovna Minkina (1782-1825), was de huishoudster en minnares van Graaf Aleksej Araktsjejev (1769-1854), militair adviseur van tsaar Alexander I (1777-1825). Zij was een buitengewoon wrede en verderfelijke vrouw - op een dag verbrandde ze, verblind door jaloezie, het aangezicht van een meid met krulijzers. Haar eigen huispersoneel kwam in opstand en bracht haar om het leven in 1825. Aleksej Araktsjejev zelf deed voor zijn minnares niet onder. De boerinnen op zijn landgoed Groezino nabij Novgorod waren verplicht om één kind per jaar te baren, en omdat hij verzot was op het gezang van de nachtegalen liet hij alle katten op zijn domein ophangen.

Anastasija Fjodorovna Minkina
Anastasija Fjodorovna Minkina

Keizer Rudolf

Rudolf II van Habsburg (1552-1612), Duits keizer en zoon van Maximiliaan II (1527-1576), woonde in Praag en was de beschermheer van Tycho Brahe (1546-1601) en Johannes Kepler (1571-1630). Brahe ontdekte in 1572 een nieuwe ster in het sterrenbeeld Cassiopeia. Hij beschreef deze gebeurtenis in zijn boek De Stella Nova. Later werd bekend dat het om een supernova ging. Het bewees dat de sfeer der sterren zoals die beschreven was door Aristoteles (384 BC-322 BC) niet onveranderlijk was. Johannes Kepler was een assistent van Tycho Brahe. Hij werd bekend door zijn uitwerking van de wetten van de bewegingen van de planeten. Isaac Newton (1643-1727) zou later zijn ontdekkingen uitdiepen en gebruiken voor de ontwikkeling van zijn wet van de zwaartekracht.

Rudolf II van Habsburg
Rudolf II van Habsburg

De Moskouse kleermaakster

De Moskouse kleermaakster is Zoja Denisovna Pelts, de heldin van Boelgakovs eigen toneelstuk Zoja's appartement. Zoja beheerde een bordeel onder het mom van een kleermakersatelier. Haar meisjes waren zogenaamd modellen en zij was bezeten van de wens om de Sovjetunie te kunnen omruilen voor Parijs.

Er worden diverse prototypes genoemd voor het personage van Zoja. De eerste zou een zekere Adèle Adolfovna Trostjanskaja kunnen zijn. Zij had echt een bordeel vermomd als een kledingwinkel. Boelgakov had een artikel over haar proces gelezen in de krant Krasnaja Gazeta in oktober 1924. Later zou er ook een artikel in dezelfde krant verschenen zijn over een zekere Zoja Boejalskaja die werd gearresteerd omdat ze een bordeel had dat vermomd was als een naaiatelier. Tot slot is er Zoja Petrovna Zjatova, die werd gearresteerd in het voorjaar van 1921 in Moskou, omdat ze een clandestien restaurant uitbaatte. Onder de klanten die samen met haar werden gearresteerd bevonden zich de dichters Anatoli Borisovitsj Marienhof (1897-1962) en Sergej Aleksandrovitsj Jesenin (1895-1925), de echtgenoot van de Amerikaanse danseres Isadora Duncan (1877-1927).

Zoja Zjatova had haar bedrijf in het appartement nr. 38 van Bolsjaja Sadovaja nr. 10, waar ze een tijdje verbleef. Dat appartement hoorde toe aan de Armeens-Russische avant-garde kunstenaar Georgi Bogdanovitsj Jakoelov (1848-1928). Voor de beschrijving van de fysieke kenmerken van zijn Zoja, had Boelgakov zich geïnspireerd de vrouw van Jakoelov, Natalja Joelevna Sjiff.

Caligula

Caligula is de bijnaam van Gaius Caesar (12BC-41). Hij was de jongste zoon van Germanicus (15BC-19) en Agrippina de Oudere (14BC-33), en volgde Tiberius (42BC-37) op als keizer van Rome. Hij werd bestempeld als krankzinnig, onderwierp Rome aan tal van tyrannieke wreedheden en werd uiteindelijk vermoord. Caligula was opgegroeid in soldatenkampen. Onder de soldaten was hij populair en daar komt ook zijn bijnaam Caligula, van het Latijn caligae (soldatenlaarsjes) vandaan. Overigens werd deze bijnaam in zijn eigen tijd zelden gebruikt, maar latere historici deden hem zijn echte naam verdringen.

Messalina

Messalina, voluit Valeria Messalina (15BC-48) was de derde vrouw van de Romeinse keizer Claudius (10BC-54), de opvolger van voormelde Caligula. Ze was als dochter van Domitia Longina (10BC-54) en Valerius Messalla Barbatus (11BC-21) afkomstig uit een respectabele Romeinse familie, maar zij stond bekend om haar zedeloosheid. Zo zou ze ooit een notoire Romeinse prostituee, Scylla, hebben uitgedaagd tot een sexcompetitie. Scylla gaf het op na 25 mannen, maar Messalina ging door tot het ochtendgloren. Uitendelijk werd ze terechtgesteld toen Claudius hoorde dat ze een samenzwering tegen hem op het getouw gezet had. Haar dochter Claudia Octavia (39-62) zou nadien de eerste vrouw van keizer Nero (37-68) worden.

Maljoeta Skoeratov

Maljoeta Skoeratov met zijn "werkelijk vlammende baard" is de bijnaam van de beruchte historische figuur Grigori Loekjanovitsj Skoeratov-Belski (?-1573), de rechterhand van Иван Грозный (Ivan Groznij) of Ivan de Verschrikkelijke (1530-1584), de eerste Russische heerser die zich als Ivan IV tot tsaar liet kronen. Ivan IV had zogenaamde опричнина (opritsjina) ingesteld, een nieuwe organisatie van de staat die onder meer in een geheime politie voorzag. Skoeratov stond aan het hoofd van de opritsjniks, een speciaal korps dat de bevolking terroriseerde met brandstichtingen, plunderingen en moorden. Hij wurgde eigenhandig de Orthodoxe aartsbisschop Filip II (1507-1569).

Maljoeta Skoeratov benadert Filip II
Maljoeta Skoeratov benadert Filip II

De laatste twee gasten

De laatste twee gasten worden in de roman niet met name genoemd. Maar uit de dialoog tussen Margarita en Korovjev komen we te weten dat het om de Volkscommissaris van Binnenlandse Zaken en hoofd van de geheime politie NKVD Henrich Grigorjevitsj Jagoda (1891-1938) gaat en zijn secretaris Pavel Pavlovitsj Boelanov (1895-1938). Beiden waren in ongenade gevallen en werden ervan beschuldigd om de kantoormuren van Nikolaj Ivanovitsj Jezjov (1936-1938), Jagoda's opvolger, met vergif te hebben besprenkeld. In 1938 werden ze tijdens berucht geworden showprocessen (waaraan ze oorspronkelijk zelf nog als ondervragers hadden meegewerkt) tot de kogel veroordeeld. Jagoda was een notoir gokker en vrouwenloper.

Filmregisseur Joerij Kara (°1954) geeft echter een andere visie op de laatste twee gasten in zijn film Master i Margarita. Hij toont Adolf Hitler (1889-1945) en Joseph Stalin (1887-1953) die hun opwachting maken bij Margarita. Volgens Kara dacht Boelgakov aan hen toen hij schreef: «De laatste twee gasten kwamen de trap op!». Maar hij zou de namen can deze twee dictators niet hebben willen noemen omdat ze, toen de roman geschreven werd, nog steeds in leven waren.

Uw webmaster ondertitelde deze film in het Nederlands, Engels, Italiaans, Frans, Duits en Italiaans. Met een klik op onderstaande knop kan u de DVD bestellen in onze web shop.

Order DVD

De muren van zijn werkvertrek met vergif besproeien

Het verhaal van de mannen die de muren van een kantoor besproeien met vergif is gebaseerd op echte beschuldigingen die in maart 1938 werden geuit op het proces van de zogenaamde Zaak van het Anti-Sovjet Blok van Rechtsgezinden en Troskisten, ook wel het Proces van de 21 genoemd, met als voornaamste beschuldigden Nikolaj Ivanovitsj Boecharin (1888-1938), Aleksej Ivanovitsj Rykov (1881-1938) en Henrich Grigorjevitsj Jagoda (1891-1938).

Jagoda was uit zijn ambt gezet als hoofd van de geheime dienst NKVD in 1936 en vreesde beschuldigd te worden van onder meer de moorden op Sergej Kirov (1886-1934) en schrijver Maksim Gorki (1868-1936). Daarom had hij zijn secretaris Pavel Petrovitsj Boelanov (1936-1938) opdracht gegeven om de wanden van het kantoor van zijn opvolger Nikolaj Ivanovitsj Jezjov (1895-1940) met vergif te besproeien. Jagoda en Boelanov werden veroordeeld tot de dood met de kogel. Boelgakov begreep de farce van de opgezette beschuldigingen, en Jagoda en Boelanov vervoegen de rij van de vermeende gifmengers op het bal.

Twee bavianen met manen als van leeuwen

De Nederlandse vertalers gingen hier nogal vrij te werk, want in de Russische tekst is geen sprake van bavianen. Er staat Два гамадрила [dva hamadrila] of twee hamadryaden. Hamadryaden zijn wezens uit de Griekse mythologie die in bomen leven. Het is een speciale nymfensoort. Hamadryaden waren vanaf hun geboorte verbonden aan een specifieke boom. Wanneer hun boom stierf, stierven ze zelf ook. Daarom straften de dryaden en de goden elk sterfelijk wezen dat bomen beschadigde.

Hurkdansen

Boelgakov is hier iets specifieker dan de Nederlandse vertalers laten uitschijnen. Hij zegt niet dat de ijsberen hurkdansen, maar dat ze de камаринская [kamarinskaja] dansen.

Het woord kamarinskaja is afgeleid van de naam van de stad Kamarino. De kamarinskaja is een Russisch danslied met een kort, steeds weer herhaald deuntje en nogal ruige woorden. Eén versie ervan klinkt als volgt: «Wat een rare vent ben jij, boer van Kamarino, zoals je door de straat strompelt. Ik loop naar de drankwinkel met hoofdpijn, want zonder drank kan een boer niet leven.» of nog: «O jij hoerenzoon, moezjik [boer] van Kamarino…»

Wanneer op bruiloften de kamarinskaja wordt gezongen en gedanst, dan wordt er niet te veel op de juiste passen gelet. Groteske stappen, het op- en neerschokken van de schouders, en bij momenten lelijke en stuitende bewegingen - het kan allemaal.

De Russische componist Michail Ivanovitsj Glinka (1804-1857) schreef in 1848 het symfonisch gedicht Kamarinskaja waarin hij dit Russische volksdeuntje verwerkte.

Michail Ivanovitsj Glinka
Michail Ivanovitsj Glinka

Een goochelende salamander die niet in het haardvuur verbrandde

Op het bal ziet Margarita een goochelende salamander die niet brandt in het vuur. In de middeleeuwse overlevering dacht men dat salamanders vuur konden overleven.

Een ander detail dat interessant kan zijn is het feit dat de vuurvaste salamander het symbool was van de Franse koning François I (1494-1547), de grootvader van Marguerite de Valois (1551-1615) en broer van Margarita van Navarra (1492-1549).

François I
François I

Zijn voeten staken in gelapte pantoffels

Leerlingen die worden ingewijd in de eerste graad van de vrijmetselarij, moeten hun rechterschoen vervangen door een pantoffel.

Op de schotel een afgesneden hoofd

Het hoofd van Berlioz op een schotel doet natuurlijk denken aan het Bijbelse verhaal van Salome die het hoofd van Johannes de Doper op een schotel wou zien.

Salome met het hoofd van Johannes de Doper
Salome met het hoofd van Johannes de Doper

Het gebruik om de schedel als drinkbeker te gebruiken herinnert aan het verhaal van de laatste heidense prins van het land van Roes, prins Svjatoslav I van Kiev (942-972) de vader van Prins Vladimir Svjatoslav de Grote (956-1015) (zie hoofdstuk 18). De prins werd in een hinderlaag gelokt en gedood door de Petsjenegen, een nomadenvolk van Turkse oorsprong, toen hij de eilanden nabij Chortitsa wou oversteken in 972. De Nestorkroniek, een Russisch manuscript uit de 12de eeuw dat de de christelijk geïnterpreteerde geschiedenis van het land van Roes beschrijft, vermeldt dat Koerija, de khan van de Petsjenegen, van zijn schedel een kelk liet maken.

Prins Svjatoslav
Prins Svjatoslav

Een ieder krijgt naar zijn geloof

De woorden van Woland: «Een ieder krijgt naar zijn geloof» zijn een nogal vrije interpretatie van Mattheüs 9:29: «U geschiede naar uw geloof».

Baron Meigel

Het levende voorbeeld voor de figuur van Baron Meigel isBaron Boris Sergejevitsj (von) Steiger (1892-1937). Die werkte in de jaren '20 en '30 in Moskou aan het Народный комиссариат просвещения (Наркомпрос) [Narodny kommisariat prosveshcheniya] (Narkompros) Volkscommissariaat voor onderwijs, waar hij verantwoordelijk was voor de Externe relaties, Tegelijk werkte hij ook als een agent voor de Объединённое государственное политическое управление (ОГПУ) [Obedinjonnoje gosoedarstvennoje polititsjeskoje oepravlenje] (OGPU) of Verenigde Politieke Staatsadministratie, de geheime dienst die in 1934 onderdeel werd van de beruchte NKVD. In 1937 werd Steiger gearresteerd en geëxecuteerd.

Boris Sergejevitsj (von) Steiger
Boris Sergejevitsj (von) Steiger

Steiger wordt meermaals vermeld in de dagboeken van Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970). Hij onderhield regelmatig contact met de Amerikaanse ambassade en bracht verslag uit over vreemdelingen die iets met het theater te maken hadden, en over de Sovjetburgers die met de ambassade contact hadden.

Een zwarte chlamys en een stalen zwaard

Op het moment dat Woland de schedelbeker aan zijn lippen zette, vond er een metamorfose plaats. Het verstelde hemd en de gelapte pantoffels waren verdwenen. Woland droeg een zwarte chlamys en aan zijn heup hing een stalen zwaard.

Een chlamys was een korte ruiter- en reismantel van de oude Grieken, die uit Macedonië of Thessalië stamde. Het bestond uit een rechthoekig stuk doek, dat over de linkerschouder werd geworpen en met een kledingspeld op de rechterschouder werd samengehouden.

De zwarte chlamys en het zwaard stemmen overeen met de uitdossing van een Ridder van Kadosh of Ridder van de witte en de zwarte adelaar, de 30ste graad in de vrijmetselaarsloge van de Ancient and Accepted Scottish Rite of de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.

Marcus Aurelius gehuld in een chlamys
Marcus Aurelius gehuld in een chlamys

Drink!

Woland zette eerst zelf de schedel aan zijn lippen, maar daarna gaf hij de bokaal aan Margarita en beval haar te drinken.  Dat verwijst naar de bezegeling van de broederschap door de vermenging van het bloed tijdens de initiatie tot leerling-vrijmetselaar. De vermenging wordt symbolisch uitgebeeld door een beker rode wijn waarvan de achtbare meester en de kandidaat samen drinken.

Ook in het rituaal voor de graad van Ridder van het Oosten en het Westen, de 17de graad in de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, speelt het bloed een belangrijke rol. De Opzieners brengen de kandidaat naar een bekken, waar ze een mesje en een weinig rode wijn gereed houden. Ze naderen dan de kandidaat, laten enige druppels op zijn arm vallen terwijl zij net doen alsof zij hem aderlaten. Als het «bloed» zichtbaar stroomt vangen ze het op in een doek, laten die aan de kandidaat zien en zeggen: «Men moet nooit bang zijn om zijn bloed te vergieten om wonderbaarlijke dingen te kunnen aanschouwen».

Vorige      Volgende