Vergiffenis en eeuwige geborgenheid

Goden, goden mijn

Deze paragraaf werd geschreven toen Boelgakov reeds wist dat hij stervende was ten gevolge van zijn nefrosclerose. Volgens sommige bronnen zou dat de reden zijn waarom hij zelf beslist heeft om de laatste regel ervan onvoltooid te laten. In het originele manuscript staat er: «En zonder spijt verlaat hij de nevelen, de moerassen en stormen dezer aarde en geeft zich licht van hart over aan de armen van de dood, wetend dat die alleen [...]»

Boelgakovs echtgenote Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970) zou erop aangedrongen hebben de zin af te maken en in de meeste gedrukte Russische versies van de roman zou hij dan ook eindigen met de woorden «<успокоит его.>» of «<hem kan tot rust brengen.>», weliswaar tussen duidelijk gemarkeerde teksttekens.

In de Engelse vertalingen wordt de zin gewoon afgerond met «can comfort you» (Glenny) of «can bring him peace» (Pevear en Volokhonsky). En ook de Fransen kunnen het niet hebben dat een zin zonder einde blijft:, want ook de Franse lezer krijgt een netjes afgeronde zin met «lui apportera la paix».

Korovjev, de donkerpaarse ridder

Wanneer ze Moskou verlaten veranderen al de leden van Wolands gezelschap en krijgen ze hun oorspronkelijke gedaante weer terug. Korovjev verandert in in een donkerpaarse ridder met een zeer somber gezicht, dat nimmer glimlacht.

Dat doet denken aan de ridder Samson in de roman Don Quichote van Miguel de Cervantes Saavedra (1547-1616), die Boelgakov voor toneel bewerkt heeft. In dat verhaal vermomd Samson zich als de Ridder van de Witte Maan die met Don Quichote duelleert en wint, waardoor Don Quichote in treurnis vervalt en sterft.

Een woordspeling die niet zo best aankwam

Korovjev had een misplaatst grapje gemaakt. In een gesprek over het licht en het duister maakte hij «een woordspeling die niet zo best aankwam».

De beschrijving van de kleding van Korovjev, de gouden ketting van de teugels en het gebruik van het woord ridder zouden al een verwijzing kunnen zijn naar de vrijmetselarij, maar de woordspeling over het licht en het duister is er vrijwel zeker een.

In het jaar 1946 schreef Albert Mackey (1807-1881), een vooraanstaand vrijmetselaar uit Charleston, South Carolina, in zijn Encyclopedia of Freemasonry: «Vrijmetselaars worden vooral de Zonen van het Licht genoemd, omdat zij in het bezit zijn van de ware betekenis van het symbool. Er wordt gesteld dat de oningewijden die deze kennis niet hebben ontvangen zich in de duisternis bevinden.» Terwijl de vrijmetselaar zich door de verschillende gradaties van de Loge omhoog werkt, ontvangt hij het ware licht en wordt hij als verheven beschouwd boven mensen aan wie de mysteries van de vrijmetselarij niet zijn geopenbaard.

Over leerstellingen als deze mogen geen grappen gemaakt worden. Artikel 16 van de Gedragscode voor vrijmetselaars vermeldt, onder de titel Geen grappen of onkiese verhalen: «Waarom? De grote lessen van de vrijmetselarij, die worden onderwezen tijdens onze rituelen, mogen nooit worden vernederd door lichtzinnigheden of guitigheden. De logekamer is niet de geschikte locatie voor het vertellen van grappen, guitigheden, onstuimigheden noch onkiese verhalen.».

De interesse van Boelgakov voor de symbolen van de vrijmetselarij kan onder meer verklaard worden door het feit dat zijn vader Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), die theoloog en kerkhistoricus was, in 1903 een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev.

U kan méér lezen over de vrijmetselarij in De meester en Margarita in de sectie Context van de «Master & Margarita» website.

Behemoth, de beste nar die de aarde ooit gezien had

Behemoth verandert in een tengere jongen, een demonenpage, en de «beste nar die de aarde ooit gezien heeft».

Deze transformatie kan geïnspireerd zijn door de figuur van Tijl Uilenspiegel. Het gelijknamige symfonisch gedicht dat componist Richard Strauss (1864-1949) had gemaakt op basis van de roman van de Vlaamse schrijver Charles de Coster (1827-1879) was - en is nog steeds - erg populair in Rusland.

Azazello, de demon van de waterloze woestijnen

Azazello verliest zijn slagtand. Zijn beide ogen waren leeg en zwart en zijn gezicht was wit en koud en hij toonde zich «als demon van de waterloze woestijnen, een demon en moordenaar».

Dat is een verwijzing naar het apocriefe Boek van Henoch, waarin Azazel door de aartsengel Rafael, op vraag van God, in het eeuwige duister wordt gegooid en verzwindt in de woestijn. In de Hebreeuwse Bijbel wordt daarnaar verwezen in connectie met een bok die weggezonden wordt. In Leviticus 16:10 staat geschreven: «De bok die door het lot bestemd is voor Azazel moet levend voor de Heer blijven staan om verzoening mee te bewerken, en daarna de woestijn in worden gestuurd, naar Azazel».

De eerste keer dat Boelgakov met de idee speelt om deze figuur een rol te geven in zijn roman dateert van 1930. In een ruwe schets die bewaard is gebleven schreef hij toen:

«De ontmoeting van dichter met Woland
Margarita en Faust
Zwarte mis
Gij zult de heuvels niet verhogen. Noch zult gij luisteren naar de massa. Maar gij zult luisteren naar romantiek.
Margarita geit
Kersen. Rivier. Verzen. Geschiedenis met lippenstift»

Een stenig, vreugdeloos bergplateau

Boelgakov bedoelt hiermee meer dan waarschijnlijk Mont Pilatus aan het meer van Luzern in Zwitserland. Al heeft de naam van deze berg vermoedelijk niets met Pontius Pilatus te maken. Volgens het apocriefe boek Mors Pilati of De dood van Pilatus zou het lichaam van Pilatus, na eerdere pogingen om het eerst in Rome en nadien in Frankrijk te dumpen, naar Losania gebracht zijn en daar in de bergen begraven zijn. Maar waarschijnlijk is Losania Lausanne, en niet Luzern. De naam van de berg in Luzern is meer dan waarschijnlijk afgeleid van Mons Pilateus, wat De berg met de hoed betekent. Omdat de wolken ’s middags heel vaak een soort van kap rond de bergtop vormen.

Maar dat kan de aanhangers van folklore in Luzern niet deren. Volgens de overlevering ontgraaft de duivel elk jaar op Goede Vrijdag het lichaam van Pilatus en zet het om een stenen troon terwijl Pilatus zijn handen wast.

Mont Pilatus
Mont Pilatus

Twaalfduizend manen

Margarita maakt hier een rekenfout: «twaalfduizend manen», dat is duizend jaar. Maar Pilatus zit al tweeduizend jaar op de berg, zodat ze dus «vierentwintig duizend manen» had moeten zeggen..

Romantische meester!

Boelgakov wil zich hier duidelijk afzetten tegen het Sociaal Realisme van zijn tijd, en identificeert zich liever met de Romantici van de 19de eeuw, zoals Nikolaj Vasiljevitsj Gogol (1809-1852) of Ernst Theodor Amadeus Hoffman (1776-1822). De individuele visie van de kunstenaar was voor hem van levensbelang. Boelgakov had een artikel over Hoffman gelezen waarvan hij enkele ideeën in de roman wou verweven: een echte kunstenaar is gedoemd tot eenzaamheid en de kunst staat machteloos wanneer ze geconfronteerd wordt met een realiteit die kunst wil vernietigen, de kunstenaar is niet van de gewone wereld en helderheid en rust zijn noodzakelijk voor de creativiteit, en tenslotte heeft een geniaal man twee mogelijkheden: zich aanpassen aan de realiteit en een filistijn worden of sterven vooraleer hij gek wordt. Ook de romantische idee van de kunstenaar als werktuig van goddelijke inspiratie en van het kunstwerk als een revelatie die aan de artiest gegund wordt is aanwezig.

s Avonds naar Schubert luisteren

Franz Schubert (1797-1828) is de broemde Oostenrijkse romantische componist waarmee Boelgakov paralellen vertoonde. Hij stierf erg jong, had veel gedichten van Goethe op muziek gezet - ook een van Faust - en hij leed aan depressies. Melancholische zelfmoord en de dood waren zijn thema’s.

Franz Schubert
Franz Schubert

Woland stortte zich in de afgrond

Deze scène komt overeen met het hoogtepunt uit de concertopera La damnation de Faust van de Franse componist Louis Hector Berlioz (1803-1869).

Het geheugen van de meester begon te vervagen

De rust van de meester gaat blijkbaar ten koste van zijn geheugen, maar dat geheugen hebben we nodig om zijn werk te kunnen bewaren - denk maar aan de vraag van Margarita in hoofdstuk 30.

De vijfde procurator van Judea, de ridder Pontius Pilatus

De roman die Boelgakov over de meester schrijft eindigt met net dezelfde woorden als de roman die de meester over Platus schrijft.

Vorige      Volgende