15. De droom van Nikanor Ivanovitsj
Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 15
De titel
Toen de roman voor het eerst werd gepubliceerd in 1966, luidde de titel van dit hoofdstuk kortweg Nikanor Ivanovitsj, omdat de beschreven droom - en trouwens het grootste deel van de tekst van dit hoofdstuk - was gecen-sureerd.
Maar had eerst nog elders vertoefd
De aandachtige lezer weet al lang waar “elders” Nikor Ivanovtsj vertoefd heeft voor hij naar het hospitaal van dokter Stravinski wordt gebracht. Het is de Главное управление государственной безопасности (ГУГБ) of Hoofddirectoraat voor Staatsveiligheid (GUGB), de geheime politie die ge-organiseerd werd door het Народный комиссариат внутренних дел (НКВД) of het Volkscommissariaat voor Interne Zaken (NKVD). dat zijn kan-toren had op het Loebjankaplein.
De ondervraging waarmee dit hoofdstuk start is erg onpersoonlijk - In het Nederlands kennen we het woord “men” om dit onpersoonlijke uit te druk-ken zoals in "men” vroeg, “men” verzocht hem…, In het Russisch wordt dat uitgedrukt door de derde persoon meervoud van de werkwoorden zonder onderwerp te gebruiken.
De toon van de onpersoonlijke “men” is nu eens dreigend, dan weer ver-trouwelijk, wat toen ook een vertrouwde ondervragingstechniek van de geheime politie was. In de droom van Nikor Ivanovtsj komt die combinatie ook voor. En Nikanor Ivanovtsj herbeleeft het dan op het podium, als een allusie op de showprocessen die Stalin liet opvoeren in de late jaren ’30.
Quinquets
De Franse scheikundige Joseph Louis Proust (1754-1826) vond in 1780 de olielamp met een zijreservoir uit: De olie, die hoger lag dan de bek, werd daar naartoe geduwd door zijn eigen gewicht. Nadien verbeterde de Zwitserse fysicus en scheikundige François Pierre Ami Argand (1755-1803) deze lamp gevoelig zodat ze een gelijkmatiger verbranding kreeg en meer licht gaf. In Frankrijk kent men deze Argand echter nauwelijks, omdat de Franse apotheker Antoine Quinquet (1745-1803) de verbeteringen van zowel Proust als Argand samenvoegde en de Quinquetlamp uitbracht in 1784. Tot op vandaag wordt er door Britse, Zwitserse en Franse antiquairs gediscussieerd over de legitimiteit van de benaming Quinquets want, behalve de Fransen, beschuldigen alle anderen Quinquet van industriële spionage.
In 1783 hadden zowel Antoine Quinquet als Ami Argand samen reeds meegewerkt aan de bouw van de ballon die Jacques Étienne Montgolfier (1745–1799) aangeboden had aan de Franse koning.
P[r]olezjnjev
De “ontredderde secretaris van het huisbestuur” heet Polezjnjev in de Ne-derlandse vertaling. Een drukfoutje wellicht, want in het Russisch staat er Пролежнев of Prolezjnjev. Maar, met of zonder “r”, veel belang heeft dat niet, want zowel пролежать (met “r”) als полежать (zonder “r”) waarvan de naam kan afgeleid zijn betekenen zoveel als luieren of blijven liggen. Wat meteen weer aanduidt op welk niveau Boelgakov deze functionarissen inschatte.
Geef je vreemde valuta maar hier
In 1929 startte de OGPU (NKVD) een campagne om vreemde valuta, goud en juwelen van de bevolking te confisqueren. De verdachte валючыки (valjoetsjiki) of speculanten met vreemde valuta werden gedurende meerdere weken in de cel gestopt tot ze “vrijwillig” afstand deden van hun buitenlandse deviezen en hun waardevolle voorwerpen. Er werden zeer diverse methoden gebruikt om hen zo ver te krijgen, zoals het geven van gezouten voedsel en geen water. Meer sinistere methodes zijn beschreven in het boek Ik spreek voor de Zwijgenden (1935) van professor Vladimir Vjatsjeslavovitsj Tsjernavin, een tijdgenoot van Boelgakov.
Ik spreek voor de Zwijgenden werd in 1964 herdrukt in Readings in Russian Civilization, een historische tekst in drie boekdelen gepubliceerd door de van oorsprong Tsjechische professor Thomas Riha, docent Rusische geschiedenis in Denver, aan de University of Colorado. In maart 1970 verdween Thomas Riha spoorloos.
In een schouwburgzaal
Misschien staat de schouwburg voor de OGPU/NKVD methodes, met ver-zonnen aanklachten en processen waarvoor een scenario bestond. In elk geval wordt de gevangenis waar Nikanor Ivanovitsj vastgehouden wordt, dubbel gemaskeerd - in een schouwburg en in een droom - maar dat mocht de censoren niet misleiden. Ze werd geschrapt bij de publicatie van de roman in 1966.
Alleen mannen - ze droegen allemaal baarden
Nog een verwijzing naar het feit dat het theater in feite een de gevangenis is. In theaters worden mannen en vrouwen immers niet gescheiden, in gevangenissen wel. De baarden kunnen enerzijds het gevolg zijn van het feit dat de gevangenen zich niet konden scheren, maar het kon ook wel eens suggereren dat de speculanten in vreemde valuta. zogenaamde oud-gelovigen waren, zoals zoveel kooplui, of Joden.
Zit u? Ja, we zitten!
Nogmaals het gebruik van het werkwoord “zitten” om de gevangenis aan te duiden. De Sovjetburgers hoefden het woord “gevangenis” er niet aan toe te voegen. "Jij zit" betekende "jij zit in de gevangenis."
Sergej Gerardovitsj Dunchill
Deze naam klinkt erg on-Russisch, en is misschien een combinatie van [Isadora] Duncan en [Winston] Churchill.
Charkov
Charkov, waar Dunchill’s maîtresse Ida Herculanovna Vors vandaan komt, is een industriestadje in Oekraïne.
Ida Herculanovna Vors
Dunchill's maîtresse Ida Herculanovna Vors heeft een bijzonder bizarre naam. Herkulan is extreem zeldzaam, en ворс (vors) betekent pluisje.
Savva Potapovitsj Koerolesov
De familienaam van de artiest Savva Koerolesov komt van het werkwoord куролесить (kurolesit), en dat betekent zoveel als streken uithalen of de beest uithangen. Hij werd reeds in hoofdstuk 13 geïntroduceerd.
Ridder Schraalhans
Ridder Schraalhans is de vertaling die Charles B. Timmer gaf aan de titel van Poesjkins kleine versdrama Скупой Рыцарь (Skoeloj Ritsar) of De Gierige Ridder uit 1830, waaruit de hier geciteerde versregels werden overgenomen. Het handelt over een duivelse en destructieve fascinatie voor goud. Een niet zo sympathieke vader - de baron - weigert zijn zoon - Albert - te helpen, hoewel hij het zich goed kan veroorloven. Poesjkin had dezelfde problemen met zijn vader. De baron en Albert staan op het punt om een duel aan te gaan, dat op het laatste moment wordt afgewend. Maar de baron overlijdt vlak erna - een natuurlijke dood.
Dit versdrama werd door Sergej Rachmaninoff in 1905 als libretto gebruikt voor zijn gelijknamige opera
Zoals een losbol ‘t rendez-vous verbeidt
Deze woorden zijn de eerste twee regels van de tweede scène uit De Gie-rige Ridder. Ze zijn het begin van een lange monoloog van de baron. In het Russisch klinken ze zo:
Как молодой повеса ждет свиданья
С какой-нибудь развратницей лукавой
Klik hier indien u De Gierige Ridder in het Russisch wil horen
Klik hier indien u De Gierige Ridder in het Russisch wil lezen
Dus Poesjkin gaat de huur betalen?
Poesjkin's naam duikt vaak op in het dagelijkse taalgebruik, waarin hij ste-vig ingeburgerd zit zoals Boelgakov reeds aanduidde: "Dus Poesjkin gaat de huur betalen? Dus Poesjkin heeft het lampje op de trap eruit gedraaid? Dacht u soms dat Poesjkin de stookolie gaat aanschaffen?" De naam Poesjkin betekent dan zoveel als niets of niemand.
Klik hier om de Poesjkinpagina te lezen
Nikolaj Kanavkin
Boelgakovs beschrijving hier zou kunnen geïnspireerd zijn op de lotgeval-len van zijn vriend Nikolai Nikolajevitsj Liamin (1892-1941), literatuurexpert en vertaler, die in 1931 twee weken vastzat. Liamins echtgenote, de arties-te Natalia Abramovna Liamina-Oesjakova (1899-1990) was afkomstig van een koopmansfamilie, en haar tante was al gearresteerd. Ze zochten een halssnoer. Liamin had tijdens zijn verhoor niet over zijn tante gesproken, maar op een bepaald moment werd ze binnengebracht. Vandaar de be-schrijving van Boelgakov om “haar op te halen en haar te vragen voor een optreden in het vrouwen-theater”.
Toen het appartement van Liamin werd doorzocht, vond men alleen wat goedkopere juwelen, en werd hij vrijgelaten
Nikolai Liamin was een man met een brede interesse die verschillende ta-len sprak en een rijke bibliotheek had verzameld. Boelgakov richtte zich vaak tot hem voor advies.
Gouden bergen liggen daar
Deze regels komen uit een aria van Hermann, hoofdpersonage uit Schop-penvrouw, een opera van Pjotr Iljitsj Tsjakovski. Het libretto, geschreven door zijn broer Modest Iljitsj Tsjakovski, is gebaseerd op het gelijknamige versdrama van Aleksandr Poesjkin.
Klik hier indien u Schoppenvrouw in het Russisch wil horen
hoofdstukken
- Inleiding
- 1 Spreek nooit met onbekenden
- 2 Pontius Pilatus
- 3 Het zevende bewijs
- 4 Achtervolging
- 5 Het gebeurde in Gribojedov
- 6 Als gezegd: schizofrenie
- 7 En dat huis dat is niet pluis
- 8 Tweegevecht tussen professor en poëet
- 9 Korovjev met zijn streken
- 10 Berichten uit Jalta
- 11 Ivans splijting
- 12 Zwarte magie en haar ontmaskering
- 13 De held van het verhaal doet zijn intrede
- 14 Hulde aan de haan
- 15 De droom van Nikanor Ivanovitsj
- 16 De terechtstelling
- 17 Een onrustig dagje
- 18 Onfortuinlijke bezoekers
- 19 Margarita
- 20 Azazello's balsem
- 21 Al vliegend
- 22 Bij kaarslicht
- 23 Grand gala ten huize van Satan
- 24 De meester ontboden
- 25 Hoe de procurator trachtte ...
- 26 De begrafenis
- 27 Het einde van appartement No. 50
- 28 De laatste avonturen van Korovjev en ...
- 29 Het lot van de meester en Margarita ...
- 30 Hoogste tijd
- 31 Op de Mussenheuvels
- 32 Vergiffenis en eeuwige geborgenheid
- Epiloog




