1. Spreek nooit met onbekenden
Citaat
"Maar goed, wie zijt ge dan?
Deel van die kracht en sterkt'
die steeds het kwade wil
en steeds ten goede werkt."
Het citaat komt uit een scène getiteld De studeerkamer van Faust in het eerste deel van het drama Faust van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1842). De vraag wordt gesteld door Faust; het antwoord komt van de duivel Mephistopheles.
Spreek nooit met onbekenden
Deze titel is een ironische verwijzing naar de houding van veel Moskovieten in een periode waarin werkelijk een spionage-obsessie heerste.
Klik hier om meer te lezen over Russen en vreemdelingen
De Patriarchvijver
De vijver is gesitueerd in een park nabij Boelgakovs vroegere woning aan Bolsjaja Sadovaja ulitsa of Grote Tuinstraat. In het Russisch heet deze plaats Патриарши пруды (Patriarsji Proedi) of de Patriarchvijvers - in het meervoud, omdat er vroeger op deze plaats drie vijvers waren.
Veel straten, pleinen en gebouwen kregen in de Sovjetperiode een nieuwe naam. In de tijd toen Boelgakov zijn roman schreef heette de Patriarchvijver eigenlijk de Pioniersvijver. Boelgakov gebruikt in De meester en Margarita echter consequent de prerevolutionaire namen, die vaak een christelijk orthodoxe oorsprong hadden.
Klik hier om meer te lezen over de Patriarchvijver
Klik hier om een 360° foto van de Patriarchvijver te zien
Grijs zomertenue en onberispelijk dophoedje
De eerste van de twee personen aan de Patriarchvijer - even later weten we dat het om Michail Aleksandrovitsj Berlioz gaat - ziet eruit als een echte functionaris. Met de beschrijving van "brilleglazen van metafysische afmetingen" geeft Boelgakov een indicatie van zijn waardering voor deze figuren.
Hoeden werden na de revolutie niet veel meer gedragen, tenzij dan door intellectuelen van de oude stempel. Ze begonnen in de jaren '30 in de Sovjetunie echter weer ingang te vinden, vooral bij de nieuwe elite. In de Russische tekst staat dat de veertiger zijn hoed пирожком (pirozjkom) draagt, "als een pasteitje". Dat zou wel eens een satirische beschrijving kunnen zijn van de verburgerlijking van de revolutionaire intelligentsia die "maniertjes" begon te vertonen.
Overigens was Boelgakov zelf in gezelschap steeds zeer fatsoenlijk gekleed. Hij droeg niet alleen een hoed, maar ook een knijpbril.
Ruitjespet, houthakkershemd en zwarte gymnastiekschoenen
De tweede figuur - Ivan Bezdomny - beantwoordt aan het stereotype van de proletarische dichter die er veel minder bourgeois uitzag. De Nederlandse vertaler beschrijft een houthakkershemd, maar Boelgakov schrijft dat de dichter "в ковбойке" (v kovbojke) was, "in een geruit hemd". Wanneer u dat leest begrijpt u meteen dat het om een cowboyhemd gaat, want ковбойкa (kovbojka) of ruitjeshemd is afgeleid van ковбой (kovboj), de Russische transliterati van cowboy.
Michail Aleksandrovitsj Berlioz
Klik hier voor een uitgebreide beschrijving van Michail Aleksandrovitsj Berlioz
Massolit
Massolit is een verzonnen maar erg geloofwaardige samentrekking, het is een parodie op de vele dergelijke afkortingen die in het postrevolutionaire Rusland werden geïntroduceerd. Verder in het boek volgen er nog andere van die samentrekkingen zoals het Dramlithuis (het huis voor Dramaturgen en Literatoren) of findirector (financieel directeur), en zo verder.
Ivan Nikolajevitsj Ponyrjov
Klik hier voor een uitgebreide beschrijving Ivan Nikolajevitsj Ponyrjov
Spuitwater en bier
- Geeft u mij een spuitwater, zei Berlioz
- Hebben we niet, antwoordde de vrouw om duistere redenen gepikeerd.
- Heeft u bier? informeerde Bezdomny schor.
- Vanavond pas, antwoordde de vrouw.
- Wat heeft u dan wel? vroeg Berlioz.
- Abrikozensap, maar niet gekoeld, zei de gedienstige.
- Nou goed, geef op, snel!...
Boelgakov hoefde echt niet te overdrijven om dit gesprek op een parodie te laten lijken want dergelijke dialogen konden werkelijk dagelijks gehoord worden in de voormalige Sovjetunie. Zowel de situatie van het tekort aan goederen als de beschrijving van het gedrag van de protagonisten waren dagelijkse kost. Alleen in een берёзка (berjozka) of valutawinkel was er overvloed.
Klik hier om meer te lezen over de berjozkas
Kislovodsk
Letterlijk betekent Kislovodsk zure waters. Het was een populair kuuroord in de noordelijke Kaukasus, bekend om zijn minerale bronnen. Het Narzan mineraal water wordt hier gebotteld. Voor Russen met connecties was het Zuiden, met de Kaukasus, de Krim en Sotsji aan de Zwarte Zee, het meest prestigieuze vakantieoord.
Na de oprichting van de Союз советских писателей (Sojoez sovjetskich pisatelej) of Schrijversbond in 1932 konden schrijvers in de Sovjetunie een путёвка (poetjovka) voor Kislovodsk krijgen. Een poetjovka is een soort verwijskaart die de Sovjetburgers nodig hadden om naar een sanatorium te kunnen gaan. Een verblijf in een sanatorium was - en is in veel gevallen nog steeds - een combinatie van een vakantie aan zee met een door dokters vastgelegde процедура (protsedoera) of procedure. Dat is een min of meer coherent programma van kuren, bewegingsoefeningen en diverse gezondheidsbehandelingen.
Een groot opgezet dichtwerk met antigodsdienstige strekking
Antireligieuze demonstraties van allerlei soort waren een wijdverbreid fenomeen in de Sovjetunie van die tijd, zoals de beeldenstormende poëzie van Demjan Bednyj (1883-1945), pseudoniem van Efim Aleksandrovitsj Pridvorov. In zijn dagboek uit Boelgakov zijn verontwaardiging hiervoor en hij noemt dit fenomeen een godslastering. Het is niet uitgesloten dat zijn eerste schetsen voor de roman ontstaan zijn als een reactie op deze ruwe propaganda.
Berlioz bestelde een gedicht bij gelegenheid van het feest van Pasen met het oog op propagandavoering. Dat was niet uitzonderlijk. In de Sovjetunie werden aan de vooravond van grote feestdagen vaak atheïstische literaire werken geschreven.
Lees meer over het atheïsme in de Sovjetunie door hier te klikken.
Je reinste mythe
De uitspraak dat Jezus als persoon een mythe is komt uit de theorie van Bruno Bauer (1809-1882), een Duits theoloog, filosoof en historicus en leerling van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) die hem ooit nog een academische prijs gaf omdat hij in een filosofisch essay kritiek had gegeven op Immanuel Kant (1724-1804). Kant had zich ondermeer ingespannen om het bewijs te leveren dat God bestaat. Maar Bauer voerde ook hevige polemieken met anderen die, zoals hijzelf, stelden dat de historische Jezus niet bestaan heeft, zoals David Strauss (1808-1874).
Philo van Alexandrië
Philo van Alexandrië (20 BC-54) was een Grieks filosoof van Joodse afkomst, een bijbel exegeet en een theoloog. Hij beïnvloedde zowel de Neo-Platonisten als de vroege Christelijke denkers.
Josefus Flavius
Josefus Flavius (57-100) was een Joods generaal en historicus, geboren in Jeruzalem, hij is de schrijver van De Joodse Oorlog (ISBN 9026311524) en Geschiedenis van de Joden (ISBN 9026314159). Eigenlijk vergist Berlioz zich hier wanneer hij zegt dat de "schitterende erudiet" Flavius nooit een woord heeft gezegd over het bestaan van Jezus, want Christus wordt wel degelijk vermeld in dit laatste werk.
Tacitus' Annales
Annales is een werk van de Romeinse historicus Cornelius Tacitus (55-120) dat de jaren 14 tot 66 behandelt. Hij schreef ook Geschiedenis, en dat ging over de jaren 69-70. Van de Annalen zijn de jaren 14-37 [Tiberius] en 47-66 [Claudius en Nero] bewaard gebleven, maar met lacunes. Moderne geschiedkundigen geloven niet dat de passage waarnaar Berlioz verwijst een "zeer late inlas" is.
Klik hier om Geschiedenis te downloaden van het Project Gutenberg
Osiris
In het Oude Egypte was Osiris de beschermer van de dood, hij was broer en tevens echtgenoot van Isis, en vader van Horus, de god met het hoofd van een valk.
Thammoez
Thammoez is een Syrisch-Phoenicische halfgod. Zijn Griekse equivalent Adonis is wellicht beter bekend.
Mardoek
Mardoek is een Babylonische zonnegod, leider van een revolte tegen de oude godheden en de grondlegger van een nieuwe orde.
Witzli-Poetzli
Witzli-Poetzli, die soms ook omschreven wordt als Huitzilopochtli, is de oorlogsgod van de Azteken, aan wie mensenoffers werden gebracht.
Een knop in de vorm van een poedelkop
In Goethe's Faust verschijnt Mephistopheles voor het eerst aan Faust door de vorm van een zwarte poedel aan te nemen.
Een vreemdeling
Vreemdelingen wekten in de Sovjetunie zowel nieuwsgierigheid als achterdocht op. Omdat ze zowel de schone schijn en de glamour van het buitenland vertegenwoordigden, maar ook een risico op spionage. Praten met vreemdelingen kon iemand moeilijkheden bezorgen met de geheime politie. Er kwamen maar zelden vreemdelingen op bezoek, en zij die het deden moesten zich laten registreren bij de autoriteiten, in speciale hotels verblijven, en ze werden van nabij in de gaten gehouden.
Een buitenlander wordt in het Russisch tegenwoordig meestal aangeduid met het woord иностранец (inostranjets), maar vroeger werd het woord немец (nemets) gebruikt. Dat laatste had echter een dubbele betekenis, het betekende, naast buitenlander, ook Duitser. Wanneer Ivan in het eerste hoofdstuk van De meester en Margarita aan Woland vraagt "Вы немец?", dan kan dat dus "bent u Duitser?" betekenen, maar net zo goed "bent u vreemdeling?". Немец (nemets) zou afgeleid zijn van het werkwoord неметь (nemet), dat verstommen betekent. Een nemets is dan een stomme, in de zin van iemand die geen Russisch spreekt.
hoofdstukken
- Inleiding
- 1 Spreek nooit met onbekenden
- 2 Pontius Pilatus
- 3 Het zevende bewijs
- 4 Achtervolging
- 5 Het gebeurde in Gribojedov
- 6 Als gezegd: schizofrenie
- 7 En dat huis dat is niet pluis
- 8 Tweegevecht tussen professor en poëet
- 9 Korovjev met zijn streken
- 10 Berichten uit Jalta
- 11 Ivans splijting
- 12 Zwarte magie en haar ontmaskering
- 13 De held van het verhaal doet zijn intrede
- 14 Hulde aan de haan
- 15 De droom van Nikanor Ivanovitsj
- 16 De terechtstelling
- 17 Een onrustig dagje
- 18 Onfortuinlijke bezoekers
- 19 Margarita
- 20 Azazello's balsem
- 21 Al vliegend
- 22 Bij kaarslicht
- 23 Grand gala ten huize van Satan
- 24 De meester ontboden
- 25 Hoe de procurator trachtte ...
- 26 De begrafenis
- 27 Het einde van appartement No. 50
- 28 De laatste avonturen van Korovjev en ...
- 29 Het lot van de meester en Margarita ...
- 30 Hoogste tijd
- 31 Op de Mussenheuvels
- 32 Vergiffenis en eeuwige geborgenheid
- Epiloog

