16. De terechtstelling

Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 16

De Schedelberg

De Schedelberg is ook bekend als Golgotha, het Aramese woord voor schedelplaats. Het Hebreeuwse woord gulgôlet betekent schedel. Een andere naam voor Golgota is Calvarië of Calvarieberg. In de bijbel staat dat deze plaats, waar de executies gebeurden, buiten Jeruzalem gelegen was, maar een precieze locatie werd niet gegeven.

In Kiev, de geboorteplaats van Boelgakov, is er ook een Schedelberg. Er wordt van gezegd dat het een verzamelplaats is voor heksen die er Satan’s heerschappij over de wereld bevestigen.

De ruiterafdeling

In de Russische tekst staat кавалерийская ала [kavaleriskijskaja ala] of de cavalerie ala, wat specifieker is voor het soort van ruiterafdeling dat hier bedoeld wordt. Ala komt van het Latijn en betekent vleugel - zowel van een vogel als van een leger. Ala en enkele afgeleide woorden zoals alares en alarii, werden in verschillende preiodes op verschillende wijzen gebruikt. Ten tijde van het Pilatusverhaal werden ala en alarii gebruikt om legeronderdelen aan te duiden die werden aangeleverd door de geallieerden, zowel te voet als te paard, en ze werden aangeduid met dextera ala (rechtervleugel) en sinistra ala (linkervleugel). De ruiterafdeling die hier bedoeld wordt is dus niet samengesteld uit Romeinse soldaten, maar uit geallieerden.

De Hebronpoort

De voornaamste poort die toegang geeft naar Jeruzalem is de Jaffapoort. De Arabische naam voor deze poort is Bab el-Halil of Hebronpoort. Hebron betekent de Geliefde, en refereert naar Abraham, de geliefde van God die begraven werd in Hebron. De Hebronpoort ligt aan de westkant van de stad en leidt nu naar de islamitische en Armeense wijken.

Met de Hebronpoort introduceert Boelgakov hier een anachronisme, want in werkelijkheid bestond deze poort nog niet ten tijde van de kruisiging van Jezus. De poort werd immers pas in 1538 gebouwd onder de 10de Sultan van het Osmaanse Rijk, Suleiman de Grote (1494-1566).

In Jeruzalem heerste onder de Ottomaanse sultans een tijdperk van religieuze vrede. Joden, christenen en moslims hadden vrijheid van religie.

De Kappadocische cohorte

Kappadocië of Cappadocië ligt in Midden-Anatolie, praktisch in het midden van Turkije. Cappadocië is ooit de machtigste provincie van Anatolië geweest. De provincie werd begrensd door de Zwarte Zee in het noorden, het Taurus gebergte in het zuiden, de Eufraat in het oosten en de zoutmeren in het westen. Het tegenwoordige Cappadocië is minder groot: het gebied bestaat uit een strook land tussen Kayseri en de drie grote meren in de omgeving, waarover de vulkanen Erciyas en de kleinere Hassan Dagi grote hoeveelheden as, modder en lava uitstortten tijdens de grootste vulkanische uitbarstingen in de geschiedenis.

In het Grieks en het Aramees

De drie ter dood veroordeelden hadden een wit bord om hun nek met het opschrift «misdadiger en oproerkraaier» dat in twee talen was opgesteld - het Grieks en het Aramees. In de eerste versie van de roman had Boelgakov het over drie talen - het Latijn, het Hebreeuws en het Grieks. Dat doet denken aan het evangelie van Lucas (23:38), die ook drie talen vermeldde, zij het met een andere tekst: «Dit is de koning van de Joden». Johannes (19:20) had het over ongeveer dezelfde tekst - «Jezus, de Nazareeër, koning van de Joden» -, maar in andere talen: het Aramees, het Latijn en het Grieks. Bovendien zou volgens het evangelie van Johannes deze tekst door Pontius Pilatus zelf zijn opgesteld. Toen de hogepriesters van de Joden protesteerden, zou hij hebben geantwoord: «Wat ik geschreven heb, blijft staan».

In de definitieve versie van De meester en Margarita koos Boelgakov voor twee talen, het Aramees en het Grieks, en een heel andere tekst: «разбойник и мятежник» [razbojnik i mjatezhnik] of bandiet en rebel.

De Syrische ala

Hier wordt het woord ala wel gebruikt door de Nederlandse vertalers, maar in de Russische tekst staat Ала пропустила всех во второй ярус [Ala propoestila vsech vo vtoroj jaroes] of de ala liet iedereen toe tot de tweede cirkel. Er staat dus nergens dat deze vleugel van Syrische afkomst was.

Een lang, als een scheermes zo scherp geslepen broodmes

Na de Hebronpoort is dit het tweede anachronisme in dit hoofdstuk, want in die tijd werd brood niet met een mes gesneden, het werd gewoon met de handen gebroken.

«Ik vervloek u, God!»

Wanneer Mattheus Levi God vervloekt en hem onrechtvaardig noemt, vallen sterke gelijkenissen op met een gedeelte van het werk van de Russische schrijver Vladimir Jakovlevitsj Zazoebrin (1895-1937). In zijn roman Два мира [Dva mira] of Twee werelden (1921) vertelt hij over een officier van het Witte Leger die tijdens de burgeroorlog voor een ikoon knielt en God vervloekt. «Ziet u? Ziet u onze kwellingen, gemene oude man? Hoe dom was ik toen ik nog in uw wijsheid en iw goedheid geloofde. Uw vreugde is het lijden van de mens. Neen, ik geloof niet in u. U bent de god van leugens, geweld, ontgoocheling. U bent de god van inquisiteurs, sadisten, beulen, rovers, moordenaars! U bent hun patroon en verdediger».

Zazoebrin was, net als Boelgakov, één van Stalin’s lievelingsschrijvers, al hield hij zich niet in om, onder meer met een geruchtmakende toespraak in 1926, het vernielen van de natuur door de grootschalige industrialiseringen aan de kaak te stellen.

De zon was verdwenen

Volgens het Evangelie van Lukas werd Jezus' dood gevolgd door duisternis en een aardbeving. Volgens Lukas was de duisternis het gevolg van een zonsverduistering. Lukas 23:44 - «Rond het middaguur werd het donker in het hele land omdat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan». Boelgakov schrijft dat de duisternis het gevolg was van «een donderwolk die de zon had opgeslokt». Toen hij The Life of Jesus Critically Examined van David Strauss (1808-1974) had gelezen had hij genoteerd dat, volgens Strauss, de zonsverduistering van Lukas nooit kon plaatsgevonden hebben. De terechtstelling vond immers plaats in de tijd van de volle maan van Pasen.

Het schrale Hinnomdal

Het dal van Hinnom is een diepe, nauwe ravijn in het zuiden van Jeruzalem. Tijdens het koningschap van Salomon was het de plaats waar de Israëlieten de heidense goden Moloch en Baal aanbaden met verschrikkelijke offerpraktijken zoals het levend verbranden van hun eigen eerstgeboren kinderen, bekend als «door het vuur gaan», onder meer vermeld in het Boek der Koningen 16:3 - «Want hij wandelde in den weg der koningen van Israël; ja, hij deed ook zijn zoon door het vuur gaan naar de gruwelen der heidenen, die de Heere voor de kinderen Israëls verdreven had» en 23:10 - «Hij verontreinigde ook Thofeth, dat in het dal der kinderen van Hinnom is, opdat niemand zijn zoon of zijn dochter voor den Molech door het vuur deed gaan.»

Jezus gebruikte het bekende beeld van de vuren in het dal van Hinnom als een allegorie voor het vuur dat God zou gebruiken voor de eeuwige straf.

Een emmer en een spons

Volgens het Evangelie kreeg Christus azijn, gedrenkt in een spons en op een rietstok gestoken.

Hij priemde de speerpunt soepel in Jesjoea’s hart

Boelgakov laat Jesjoea Ha-Notsri sterven door de steek van een speer, terwijl in het Evangelie van Johannes 19:34 de speer in Jezus’ zijde wordt gestoken wanneer hij al dood is.

«Hegemoon...»

Toen de beul de speerpunt soepel in zijn hart priemde, sidderde en fluisterde Jesjoea: «Hegemoon…». De laatste woorden die Boelgakov Jezus in de mond legt, zijn sterk verschillend van wat de evangelisten schreven. Volgens Mattheüs (27:46), (Marcus 15:33) en het apocriefe evangelie van Nicodemus (VIII, 3), riep Jezus: «Ηλει ηλει λεμα σαβαχθανι?» [Eli, Eli, lama sabachthani] of «Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?». Deze zin is een citaat van Koning David (1040 BC-970 BC) uit het boek Psalmen, hoofdstuk 22. 

De andere evangelisten beschrijven heel anders woorden. Lucas (23:43-46) schreef dat Jezus riep: «Vader, in uw handen beveel ik mijn geest» en volgens Johannes (19:30), zei Jezus: «Het is volbracht» nadat hij te drinken gekregen had.



Deze pagina delen |