5. Het gebeurde in Gribojedov

Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 5

Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov

De dramaturg, dichter en diplomaat Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov (1795-1829) is wellicht het best bekend omwille van zijn komedie Горе от ума [Gorje ot oema] of Verdriet door Verstand, het eerste echte meesterwerk uit het Russisch theater.

Maar het Gribojedovhuis heeft nooit echt bestaan. Wanneer we de routebeschrijving van Boelgakov volgen, komen we aan Tverskoj Boulevard 25. Daar staat een huis dat aan de beschrijving beantwoordt: het Herzenhuis, waar Aleksandr Ivanovitsj Herzen (1812-1870), een andere Russische schrijver, geboren werd in 1812.

Ook qua bestemming komt het Herzenhuis overeen met het huis van Gribodejov. In de jaren '20 waren in dit huis veel literaire organisaties ondergebracht. De Российская Ассоциация Пролетарских Писателей (РАПП) [Rossiskaja Assotsiatsija Proletarskich Pisatelej (RAPP)] of de Russische vereniging van proletarische schrijvers, verder de Московская Ассоциация Пролетарских Писателей (MAPP) [Moskovskaja Assotsiatsija Proletarskich Pisatelej (MAPP)] of de Vereniging van proletarische schrijvers van Moskou en de Литературный Организация Красной Армии и Флота(ЛОКАФ) [Literatoerni Organizatsia Krasnoj Armi i Flota (LOKAF)] of de Literaire Unie van het Rode Leger en de Zeemacht. Boelgakov heeft zijn fictieve MASSOLIT gebaseerd op de RAPP en de MAPP.

In De meester en Margarita geeft Boelgakov geen verklaring voor de afkorting MASSOLIT. Maar het zou wel eens Мастера Социалистической литературы [Mastera Sotsialistitsjeskoj literatoery] of Meesters voor Socialistische Literatuur kunnen betekenen, naar analogie van de Мастера Коммунистической Драмы (МАСТКОМДРАМ) [Mastera Kommoenistitsjeskoj Dramy (MASTKOMDRAM)] of Meesters voor Communistisch Drama, een vereniging die wél echt bestond in de jaren '20.

Tot 1931 was er in het Herzenhuis ook een schrijversrestaurant gevestigd. Dat werd indertijd door Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1894-1930) nog belachelijk gemaakt in zijn satirisch gedicht Herzenhuis. Sinds 1930 is er het Maxim Gorki Literair Instituut gevestigd, dat aspirant-schrijvers opleidt.

Een armetierige tuin

Boelgakov gebruikt het begrip чахлый сад [tsjachli sad] of onvolgroeide tuin. De voortuin van het Herzenhuis kan dezer dagen zeker niet «onvolgroeid» of «armetierig» genoemd worden. Ik weet niet hoe het was in de tijd van Boelgakov, maar het lijkt er sterk op dat hij met deze omschrijving de polemiek wou aangaan met Vladimir Majakovski  (1893-1930), meer bepaald omwille van de optimistische pathos die deze laatste vertoonde in zijn beroemde versregels uit het gedicht Verhaal van kameraad Chrenov.

«Ik weet - de stad zal er komen
Ik weet - de tuin zal bloeien
Wanneer er zulke mensen
In het Sovjetland bestaan.»

Dit gedicht uit 1929 bewierookt de opbouw van de Siberische industriestad Novokoeznetsk, die toen nog Koeznetsk heette. De stalinistische industrialisatie zou Koeznetsk in de jaren 1930 omvormen tot een belangrijk centrum van steenkoolwinning en industrie, en hanteerde bij haar urbanisatie de principes van de Garden City of tuinstad. Dat was een methode van stedebouwkundige planning, ontwikkeld in 1898 door de Engelse Sir Ebenezer Howard (1850-1928). Tuinsteden moesten geplande, zelfvoorzienende gemeenschappen zijn omringd door greenbelts of groene gordels, en met proportionele zones voor bewoning, industrie en landbouw. Vooral tegenover dat proportionele stond Boelgakov vrij sceptisch, en hij verweet Majakovski dat hij een ode had geschreven aan een stad die hij nooit zelf bezocht had.

Uiteindelijk zou Boelgakov het gelijk aan zijn kant krijgen met zijn scepticisme. Ondanks de groene gordel heeft Novokoeznetsk nu één van de hoogste concentraties luchtvervuiling van Rusland. Volgens een onderzoek uit 1997 bedroeg het zwavelgehalte bij één van de fabrieken 312 maal de toegestane norm, het fluoridegehalte bij een farmaceutische fabriek 300 maal, en het benzopyreengehalte van de stad 10 maal.

Onderstaande video over Novokoeznetsk werd gemaakt in 1949 om 20 jaar Stalinstad te verheerlijken. Na 39 seconden hoort u bovenstaande versregels van Majakovski.

Het vers van Majakovski werd opnieuw zeer populair in 2014 bij critici van het regime van Vladimir Poetin. Het werd gretig hernomen op blogs en sociale media toen bleek dat, amper 6 weken na de Olympische Winterspelen in Sotsji, de vrijwel volledige infrastructuur die daarvoor was gebouwd verworden was tot een spookstad. De organisatie van deze spelen had 51 miljard dollar gekost.

M.V. Podlozjnaja

Deze naam is niet zonder betekenis: het Russische woord подложный [podlozjnij], in het vrouwelijk подложная [podlozjnaja] betekent vals, onecht, vervalst.

Perelygino

Met deze naam parodieert Boelgakov duidelijk het echt bestaande Peredelkino, het schrijversdorp buiten Moskou waar veel gezagsgetrouwe auteurs een buitenhuis kregen toegewezen. Het was een gepriviligieerd en zeer gegeerd oord.

De naam Perelygino is niet zomaar een simpele vervorming van Peredelkino, want het Russische woord лгун [lgoen] betekent leugenaar. In één van de eerdere versies van de roman heette het schrijversdorp overigens Перевракино [Perevrakino], en dat komt van van враки [vraki] of leugens. Het komt er dus op neer dat Perelygino zoveel betekent als Leugenaarsdorp.

In 1958 werd het wereldberoemd toen Boris Pasternak (1890-1960) de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Hij had daar zijn datsja en heeft er zijn boek Dokter Zjivago geschreven. Peredelkino is nu een prestigieuze plek voor een buitenhuis. Omdat de schrijvers geen geld hebben om «hun» huis te kopen, nemen de nieuwe rijken er bezit van de oude houten datsja's, breken ze af en zetten er grote stenen paleizen voor in de plaats.

Jalta, Soeoek-Su... (Winterpaleis)

Aan deze lijst van vakantieoorden in de Krim, de Kaukasus en Kazakhstan, voegt Boelgakov ongegeneerd het Winterpaleis in Leningrad toe, de vroegere residentie van de tsaar.

Jalta, Soeoek-Su... (Winterpaleis)

Aan deze lijst van vakantieoorden in de Krim, de Kaukasus en Kazakhstan, voegt Boelgakov ongegeneerd het Winterpaleis in Leningrad toe, de vroegere residentie van de tsaar.

Een restaurant, en wat voor een!

Zelfs tot in de laatste dagen van de Sovjetunie behoorden de restaurants van de Schrijversbond, de Bond van Journalisten, de Bond van Cineasten en de Acteursbond tot de beste en de goedkoopste in Moskou, maar om er binnen te geraken had je een pasje van de bond nodig.

Amvrosi en Foka

Amvrosi komt van het Griekse αμβροσία [amvrosia] of onsterfelijk. Het was ook de naam van het eten van de goden dat onsterfelijkheid bood aan al wie ervan at. Foka is de naam van de held uit de fabel De Vissoep van Demjan van de bekendste Russische fabeldichter Ivan Andrejevitsj Krylov (1769-1844). Foka verwerpt overdaad, nota bene van voedsel.

Het Colosseum, waar een of andere jonge vlerk je met een tros druiven op de smoel slaat

Sommige Boelgakovkenners denken dat met het Колизей [Kolizej] of Colosseum het restaurant van het hotel Metropol wordt bedoeld. Het is echter waarschijnlijker dat Boelgakov het Дом Союзов [Dom Sojoezov] of Huis van de Bonden viseerde, en meer bepaald de beroemde Колонный зал [Kolonnyj zal] of Zuilenhal van dat gebouw. Want Колизей zou wel eens een samentrekking kunnen zijn van Колонный зал.

Op 17 augustus 1934 ging in die zaal het eerste Congres door van de pas opgerichte Союз советских писателей [Sojoez Sovietskich Pisatelej] of Sovjet Schrijversbond. Boelgakov was daar niet voor uitgenodigd, maar had wel vernomen hoe het daar aan toe was gegaan. De afgevaardigden werden er behoorlijk verwend. Per persoon en per dag werd er 40 roebel aan voeding besteed. Ter vergelijking: een gewoon diner kostte toen ongeveer 85 kopeken, en in een sjiek restaurant betaalde je er ongeveer 5 roebel voor. Het incident met de tros druiven verwijst naar het slotbanket van het Congres in de Zuilenhal. Veel aanwezigen waren dronken en een jonge dichter had een mep gegeven aan Aleksandr Jakovlevitsj Tairov (1885-1950), de directeur van het Камерный театр [Kamernyj teater] of Kamertheater. Tairov had in 1928-1929 meer dan 60 keer het stuk Het paarse eiland van Boelgakov opgevoerd.

Daarin zaten twaalf literatoren

“Daarin zaten twaalf literatoren, in vergadering bijeen, gekweld te wachten op Michail Aleksandrovitsj Berlioz.” Deze zin is een typisch voorbeeld van het satirische stijlkenmerk om situaties van de ene wereld over te plaatsen naar de andere. De schrijvers in Gribojedov lijken wel de apostelen die op Jezus zitten te wachten voor het Laatste Avondmaal.

Klik hier voor een meer uitgebreide voorstelling van de literatoren

Mstislav Lavrovitsj

Mstislav Lavrovitsj is een parodie op Vsevolod Vitaljevitsj Visjnevskii (1900-1951), schrijver van romans en toneelstukken en aartsrivaal van Boelgakov. Hij verhinderde dat Boelgakovs stukken Бег (Beg) of De Vlucht en Мольер (Molière) konden opgevoerd worden.

Kljazma

De Kljazma is een rivier die niet ver van Moskou ontspringt en 686 km verder uitmondt in de Oka, die zelf dan uitmondt in de Volga. Boelgakov situeert zijn Perelygino aan de oever van deze rivier, hoewel het echte Peredelkino aan de andere kant van Moskou, in het zuidwesten ligt.

Datsjas

Een datsja is een zomerhuis op de Russische buiten. De Russische gewoonte om er een buitenhuis op na te houden ontstond in de eerste jaren na de bouw van Sint Petersburg. Het woord дача [datsja] komt van дать [dat], dat geven betekent. Tsaar Peter de Grote (1672-1725) gaf stukken land buiten de stad weg aan hoge staatsfunctionarissen om daar een villa op te kunnen bouwen. Zo bond hij zijn mensen aan zich en kon hij tegelijkertijd zijn nieuwe stad uitbreiden.

Tot ver in de twintigste eeuw was de datsja een begeerd, maar ook een ongemakkelijk bezit. Het leven op de datsja werd door de autoriteiten geassocieerd met nietsdoen en met het onproductieve gebruik van land. Volgens de communistische ideologie behoorde vrije tijd in dienst te staan van de opbouw van de socialistische maatschappij en de persoonlijke ontwikkeling tot een goed staatsburger. Maar, zoals zo vaak, konden gezagsgetrouwe functionarissen, militairen en schrijvers vaak wel genieten van de geneugten.

De sfeer op een datsja in de Stalinperiode wordt bijzonder goed weergegeven in de film Утомлённые солнцем [Oetomljonnye Solntsem], ook bekend als Burnt By The Sun of Soleil Trompeur van cineast Nikita Sergejevitsj Michalkov uit 1994, die zich bijna volledig in en rond een datsja in 1936 afspeelt.

Klik hier om meer te lezen over de Russen en hun datsja
Klik hier om meer te lezen over Soleil Trompeur

Zjeldybin

Ik weet (nog) niet of er een reëel prototype bestaat voor de letterkundige Zjeldybin, de plaatsvervanger van Berlioz bij Massolit, die telefonisch was weggeroepen bij zijn zieke echtgenote.

Hallelujah

Deze charleston, geschreven door Vincent Youmans (1898-1946) en waar Boelgakov bijzoonder veel van hield, komt drie keer voor in het boek. Via onderstaande link kan je er meer over lezen, je kan hem beluisteren en zelfs zien hoe de jazzband in Gribojedov hem vertolkt.

Klik hier om meer te lezen over Hallelujah

«Karbonade eenmaal! Sjasliek tweemaal! Van de haas driemaal!». Zo commandeerde een stem in de drukte van het restaurant van Gribojedov terwijl de jazzband Halleluja speelde. Normaal gesproken niks om er een commentaar aan te wijden, tot ik merkte dat in de Engelse en Franse vertalingen andere gerechten besteld worden – en dat die vaak helemaal niet in Boelgakov’s tekst voorkomen. Kijk even:

«Karbonade eenmaal! Sjasliek tweemaal! Van de haas driemaal!» (Nederlands, Fondse en Prins)
«Chops once! Kebab twice! Chicken a la King!» (Engels, Glenny)
«One Karsky shashlik! Two Zubrovkas! Home-style tripe!» (Engels, Pevear)
«Une brochette à la kars, une ! Deux vodka Zoubrovka, deux ! En flacons de maîtres!» (Frans, Ligny)

In de Russische brontekst lezen we:«Карский раз! Зубрик два! Фляки господарские», wat als volgt vertaald zou moeten worden:

«Karski sjasliek eenmaal! Zoebrovka tweemaal! Een Flijaki gospodarskje!»

Karski sjasliek is een vleesspies op Karische wijze - bereid zoals aan de Karische zee (de Noordelijke ijszee) dus. Een vreemd gerecht, want op die plaats in het hoge noorden van Siberië verwacht je eerder vis- dan vleesgerechten.

Zoebrovka is een Poolse vodka met een tinctuur (alcoholische oplossing) van Hierochloe odorata, ook wel veenreukgras of bizongras genoemd. Daarom mag hij niet in de Verenigde Staten worden ingevoerd, want veenreukgras bevat, zoals veel gras- en weideplanten, coumarine. Dat is de stof die verantwoordelijk voor de typische hooigeur van drogend en gedroogd gras, maar die ook kankerverwekkend is.

Het is tenslotte geen wonder dat de vertalers geen raad wisten met Flijaki gospodarskje. De Engelse home-style tripe vertaling van Pevear zit blijkbaar het dichtst bij de waarheid. Het is een soepje van ingewanden en je hebt er voor nodig: 1kg runderingewanden, 400 gram groenten, 500 gram beenderen van rund, 60 gram vet, 30 gram bloem, muskaatnoot, rode en zwarte peper, gember, oregano, zout, en 50 gram Zwitserse kaas. Приятного аппетита! [Priatnevo appetita!] of Smakelijk!

Een knappe man met een dolkvormige baard

De persoon die model stond voor Archibald Archibaldovitsj was Iakov Danilovitsj Rozental (1893-1966), bijgenaamd de Baard. Daarom noemde Boelgakov hem soms de piraat.

Iakov Rozental was van 1925 tot 1931 de directeur van het restaurant van het Hertzenhuis dat model stond voor Gribojedov, en van het restaurant van de Journalistenbond. De Boelgakovs kenden hem goed, Elena Sergejevna vermeldde hem in haar dagboek.

O goden, goden, geeft mij vergif!

De verteller citeert hier nogmaals de woorden uit Verdi's Aïda die Pilatus in de roman uitspreekt, in hoofdstuk 2.

Het telegraafkantoor geen overlast aandoen

De roman is doorspekt met referenties naar werken van andere Russische schrijvers. Hier parodieert Boelgakov de dichter Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1893-1930), waarmee hij vaak ging biljarten, maar die in 1928 mee opriep tot het verbieden van Boelgakov's toneelstuk De dagen van de Toerbins. Majakovski pleegde zelfmoord in 1930. Uit een onafgewerkt gedicht dat hij had nagelaten komt de volgende passage:

«… wat zal ik nog met express telegrammen
je wakker maken en je lastigvallen.»

Wij, wij leven nog...

Hier citeert Boelgakov uit de novelle De dood van Iwan Iljitsj van Lev Nikolajevitsj Tolstoj (1828-1910). Het dateert uit uit Tolstojs late periode en wordt beschouwd als een van beste werken. De personages uit dit verhaal had precies dezelfde reactie bij de dood van Iwan Ilitsj: iedereen die ervan hoorde dacht: «Wel, hij is dood, maar ik leef nog!»

Wat was dat nou voor een naam met een W?

«We, Wi, Wa, Wo... Wagner?» Een nieuwe referentie naar een ander literair werk. Dit keer naar Goethe’s Faust. Wagner is de onderzoeksassistent van dokter Faust.

Koetsiers

De paardenkoetsen werden steeds meer verdrongen door de auto, maar tot 1940 waren ze nog steeds volop te zien in het straatbeeld van Moskou

Rjoechin

Door het gesprek met het standbeeld van Poesjkin maakt Boelgakov duidelijk voor wie Rjoechin staat. Het gaat om Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1893-1930) die in 1924, ter gelegenheid van de viering van de 125ste verjaardag van Poesjkin's geboorte, het gedicht Jubeljarig schreef waarin hij 's nachts Poesjkin van zijn sokkel aan Tverskaja bulvar licht en hem op een wandeling door Moskou deelgenoot maakt van zijn inzichten.

Het bekvechten tussen Rjoechin en Ivan Bezdomny is een parodie van de vaak wisselende relatie tussen Majakovski en een andere dichter, namelijk Aleksandr Ilitsj Bezymenski (1898-1973), die reeds eerder op deze pagina werd vermeld als de Naamloze.



Deze pagina delen |