24. De meester ontboden

Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 24

De titel van het hoofdstuk

In het Russisch luidt de titel van dit hoofdstuk: Извлечение мастера [Izvletsjenije mastera] of De extractie van de meester. Hij wordt losgemaakt van het gekkenhuis, van de greep van de geheime politie, en uiteindelijk van zijn leven in Moskou. Het werkwoord извлечь [isvletsj] of uittrekken wordt normaal gebruikt om bijvoorbeeld het uittrekken van een splinter aan te duiden, of het onttrekken van erts, of het trekken van een vierkantswortel.


Noblesse oblige

Boelgakov schreef Ноблесс оближ [Nobless obleezh], en dat is de Russische transliteratie van het Franse noblesse oblige, dat vertaald kan worden als «de adel heeft zijn verplichtingen». Over het algemeen wordt het gebruikt om te zeggen dat men zich moet gedragen op een manier die overeenkomt met zijn positie en met de reputatie dat men verdiend heeft.


In een wijnglas

Aangezien de adel zo zijn verplichhtingen heeft, beschreef Boelgakov niet zomaar een wijnglas. Hij schreef dat Behemoth «een doorzichtige vloeistof uitschonk» in een лафитный стакан [lafitni stakan] of een Lafite glas. Dat is een glas met een inhoud van 125-150 ml with, conish van vorm en met een dikke bodem, vaak van donker glas of metaal. Het woord лафитный [lafitni] is de Russische transliteratie van Lafite, ontleend aan het befaamde Franse wijnhuis Château Lafite, gesitueerd in het al even befamde wijndorp Pauillac in de Médoc regio.

De doorzichtige vloeistof was geen wodka, overigens, het was «pure wijngeest».


Negentien dagen durende zwerftocht door de woestijn

Negentien dagen is een nogal komische vervorming van de welgekende voorbeelden. Meestal wordt zo’n legendarische zwerftocht met een rond getal omschreven - veertig dagen, bijvoorbeeld, of veertig jaar. En het voedsel is dan bijvoorbeeld manna of wilde honing, zeker geen vlees van eeh gedode tijger.


Een tijger in de woestijn

Behemoths verhaaltje refereert naar een incident in de Bijbel wanneer Jezus weggeleid wordt in de woestijn «om verzocht te worden van den duivel» (Mattheüs 4:1-11). Hij vast veertig dagen en veertig nachten. Satan spreekt tot hem: «Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg, dat deze stenen broden worden.» Maar Jezus weigert om zijn macht te demonstreren. Satan toont Jezus dan alle koninkrijken van de wereld en belooft hem dat alles van hem kan worden «indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden». Maar Jezus weigert en de duivel verlaat hem.


De geschiedenis zal oordelen

In het Russisch staat hier letterlijk: «История рассудит нас» of «De geschiedenis zal ons beoordelen». Deze zin refereert natuurlijk op een komische manier naar de leugens die Behemoth net verteld heeft, maar in de context van de Sovjetunie en van deze roman krijgt hij een grotere weerklank.

De officiële Sovjet ideologen herschreven de geschiedenis geregeld. Er deed zelfs een grapje de ronde dat het «in het Westen misschien wel moeilijk was om de toekomst te voorspellen, maar dat het in Rusland nog moeilijker was om het verleden te voorspellen». De droom van de dissidenten lag vervat in de idee dat de geschiedenis het laatste woord zou krijgen, en aan hun kant zou staan. De roman zelf is trouwens een variant van historische feiten die vaak doet nadenken over het belang van de betrouwbaarheid van de bronnen.

In het Italiaans klinkt deze zin als«Ai posteri l'ardua sentenza». Dat is een regel uit het gedicht Il cinque maggio of De vijfde mei van de Italiaanse dichter Alessandro Manzoni (1785-1873). 5 mei 1821 was de sterfdatum van Napoleon Bonaparte (1769-1821).


Manuscripten verbranden niet

Рукописи не горят [Roekopisi ne gorjat] - deze zin werd een populair gezegde in de Sovjetunie na het verschijnen van De meester en Margarita. Het werd een standaardcommentaar voor schrijvers waarvan het werk gevaarlijk werd geacht voor de regering.

Veel van deze schrijvers zetten nooit hun verhalen of gedichten op papier. Ze memoriseerden hun werk zodat de geheime politie nooit kopieën van geschriften vond. Deze werkwijze hielp om hun verhalen voor vele jaren te bewaren. Met het gevolg dat «manuscripten niet verbranden» want, wat er ook gebeurde met de geschreven tekst van het werk, het bleef steeds bestaan in het hoofd van de auteur.

Deze scène zou kunnen geïnspireerd geweest zijn door de controverse rond Le Diable au XIXème siècle, het anti-maçonnieke werk dat Marie Joseph Gabriel Antoine Jogand-Pagès (1854-1907), beter bekend als Léo Taxil, onder de schuilnaam Docteur Bataille had gepubliceerd in 1895. In dat boek had Taxil beweerd dat Albert Pike (1809-1891), de Grootmeester van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus in South Carolina, zijn instructies rechtstreeks van de duivel kreeg. Zo zou hij de oorspronkelijke Maçonnieke Oorkonde uit de handen van Lucifer hebben gekregen, terwijl zich een scherpe geur van zwavel verspreidde.

De interesse van Boelgakov voor de symbolen van de vrijmetselarij kan onder meer verklaard worden door het feit dat zijn vader Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), die theoloog en kerkhistoricus was, een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev in 1903. In dit artikel had de vader van Boelgakov verwezen naar Léo Taxil en Le Diable au XIXème siècle.

Klik hier om méér te lezen over de vrijmetselarij in De meester en Margarita


Zelfs ‘s nachts als de maan schijnt heb ik geen rust

De meester, de held van de roman, citeert hier zijn eigen held, Pilatus, en hij voert ook dezelfde beweging uit: hij wendde zich «handenwringend tot de verre maan». Dit is één van de sleutels om de gelijkenis tussen beide «helden» te kunnen maken. Geen van beide is «heldhaftig» in de klassieke zin van het woord en ze beschouwen ook allebei zichzelf als een soort lafaard.


In ondergoed maar met een koffer in de hand

Heel wat mensen in de Stalinperiode hielden altijd ergens een koffertje met warme kleren in gereedheid voor het geval de geheime dienst NKVD aan de deur zou kloppen om hen mee te nemen.


Aloisi Mogaritsj

Wie De meester en Margarita in het Nederlands of in het Engels leest, maakt pas kennis met Aloisi Mogarytsj in dit hoofdstuk. In de Russische versie vertelt de meester echter reeds over hem tijdens zijn ontmoeting met Ivan in het ziekenhuis van dokter Stravinski in hoofdstuk 13.

Deze scène is één va de vele zogenaamde losse eindjes in De meester en Margarita. Aangezien Boelgakov overleed nog vóór hij de eindredactie van de tekst had kunnen voltooien, vertoont de roman een aantal imperfecties. Het voortdurend herschrijven, inkorten en weer uitbreiden van de roman zorgde voor een aantal losse eindjes en zelfs enkele contradicties in de tekst. 

Via onderstaande link kan je deze vergeten vertaling lezen. De tekst in het blauw komt niet voor in de Engelse en de Nederlandse vertaling. Bedenk bij het beoordelen ervan dat hij vertaald werd door iemand die pas het eerste jaar Russisch achter de rug heeft... :-)

Klik hier om dit loose end te lezen
Klik hier om meer te lezen over Aloisi Mogarytsj
Klik hier om de ontmoeting tussen de meester en Mogarytsj te bekijken


Bruderschaft met iemand gedronken

Het woord bruderschaft wordt hier niet vertaald in het Russisch, maar letterlijk fonetisch getranslitereerd als брудершафт [broedersjaft].

Daarmee wordt duidelijk dat het niet om een gewone verbroedering gaat, maar om de typisch Duitse manier, waarbij twee drinkers hun armen in elkaar verstrengelen waarna ze elkaar zullen beginnen te tutoyeren.


Geen documenten - geen mens

In de Sovjetperiode was het, méér nog dan nu, van groot belang voor de burgers om de juiste documenten te hebben indien ze geen last wilden krijgen. De typische documenten vermeldden de woonplaats, nationaliteit en beroep. Zegels, data en officieel taalgebruik waren essentieel, zoals blijkt uit de discussie over het certificaat voor Nikolai Ivanovitsj. Wie geen documenten had liep een groot risico om last te krijgen met de politie. Documenten konden letterlijk een zaak van leven of dood zijn in de Sovjetunie.

De paspoortenkwestie leidt, na het uiteenvallen van de Sovjetunie, nog regelmatig tot discussies en soms moeilijkheden met de politie op straat. Of tot lange procedurele stappen wanneer je Russische certificaties nodig hebt voor gebruik in het buitenland.

Sommige documenten die in België door het gemeentebestuur worden bijgehouden, en waarvan je op eenvoudig verzoek een gecertifieerd afschrift krijgt - zoals de geboorteakte - moet je in Rusland zelf bijhouden. Voor andere documenten - zoals het bewijs van nationaliteit, het bewijs van woonplaats of het bewijs van burgerlijke stand - gebruikt men in Rusland het binnenlands paspoort, dat dus nog altijd een document is dat veel méér informatie bevat dan in andere landen gebruikelijk is.


Toen boven haar een andere deur dichtsloeg

Deze zin verraadt dat De meester en Margarita geen volledige eindredactie heeft gehad. Een «in ondergoed geklede man» met een koffer in de hand en een pet op het hoofd (Mogarytsj) «dendert over de trap naar beneden, botst tegen Annoesjka op en zwiept haar opzij, zodat ze met haar achterhoofd tegen de muur smakt». Maar enkele pagina's eerder werd beschreven hoe Mogarytsj door Azazello «uit het raam wordt gedreven». Hij kan dus moeilijk de deur achter zich dichtgeslagen hebben en dan op de trap tegen Annoesjka opbotsen.


Ook de auto op de binnenplaats was verdwenen

En ook dit is een voorbeeld van het ontbreken van een eindredactie. «Ook de auto op de binnenplaats was verdwenen», staat er, terwijl onmiddellijk daarna beschreven wordt hoe Azazello en Hella in diezelfde auto op de binnenplaats afscheid nemen van Margarita. Waarschijnlijk heeft Boelgakov in een latere versie de beschrijving van dit afscheid toegevoegd, maar is hij vergeten om het zinnetje dat er vlak vóór stond te schrappen.


Annoesjka

Annoesjka kennen we nog van in hoofdstuk 3. Zij had de zonnebloemolie gemorst waarover Berlioz uitgleed.

Annoesjka is, samen met professor Koezmin, de enige figuur die door de schrijver uit het echte leven werd geplukt zonder aanpassingen. Boelgakovs eerste vrouw herinnert zich een Annoesjka Gorjatsjeva die in het nummer 48 rechtover hen woonde. Haar flat was een soort arbeiderswoning met 7 kamers naast een centrale gang. Annoesjka Gorjatsjeva had een zoon die zij vaak sloeg. Zij stookten hun eigen vodka, waren vaak dronken, vochten dan en maakten veel lawaai.

Boelgakov kon zich behoorlijk ergeren aan die echte Annoesjka, zoals blijkt wat hij noteerde in zijn dagboek op 29 oktober 1923: «De eerste verwarmde dag werd gekenmerkt door het feit dat de beruchte Annoesjka het keukenraam de hele nacht wijd open liet staan. Ik weet werkelijk niet wat te doen met het tuig dat hier woont.»

Klik hier om meer over Annoesjka te lezen



Deze pagina delen |