30. Hoogste tijd

Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 30

Hoogste tijd

Door de woordkeuze voor de titel van dit hoofdstuk missen de Nederlandse vertalers de verwijzing naar Aleksandr Sergejevitsj Poesjkin (1799-1837) die Boelgakov in de oorspronkelijke tekst heeft vervat. In het Russisch heet dit hoofdstuk Пора! Пора! [Pora! Pora!] of Het is tijd! Het is tijd!. Dat is een duidelijke verwijzing naar het gedicht Het is tijd, mijn vriend, het is tijd! dat Poesjkin schreef in 1834.

Klik hier om het gedicht in het Russisch te beluisteren
Klik hier om het gedicht in het Russisch te beluisterenin een gezongen versie

Een dergelijke luistervink ontbrak

Blijkbaar mag de meester vanaf nu gerust zijn. Er zullen geen duistere krachten meer op de loer liggen om hem te verraden.

Aloisi, ben je thuis?

De persoon die Aloisi wil spreken vlucht meteen weg wanneer hij hoort wat er met zijn vriend gebeurd is. Het is duidelijk dat hij niet wil geassocieerd worden met iemand die gearresteerd is. Margarita vraagt naar zijn naam, maar die blijft uiteraard geheim.

Vrede zij met u

Boelgakov legt hier speels een traditionele Hebreeuwse groet in de mond van een duivel. De verrezen Christus had deze woorden ook gebruikt wanneer hij weer aan zijn leerlingen verscheen (Lukas 24:36 - «En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!», of Johannes 20:26) - «En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: Vrede zij ulieden!». Ze komen ook regelmatig terug in de katholieke misvieringen.

Falerner wijn, bloedrood

Boelgakov dacht oorspronkelijk dat de Falerner wijn rood van kleur was. Toen hij ontdekte dat deze wijn echter donker amberkleurig was, wijzigde hij hem in Caecuba. Hij wou immers een wijn gebruiken die de kleur had van bloed. Jammer genoeg overleed Boelgakov nog vóór hij deze wijziging overal kon doorvoeren. In hoofdstuk 25 lost hij dat op door deverandering van wijn te integreren in de dialoog tussen Pilatus en Afranius, maar precies in hoofdstuk 30, waar de kleur van belang is, werd de tekst niet gewijzigd.

Hoofdstuk 25 -

«Een voortreffelijke wijn, procurator. Een Falerner?»
«Caecuba, dertig jaar oud», antwoordde de procurator minzaam.

Hoofdstuk 30 -

«Messire stuurt u een geschenk» - deze woorden sprak hij tot de meester - «een fles wijn. Let wel, het is dezelfde wijn die de procurator van Judea dronk. Falerner».

En hoewel deze wijn niet de gewenste kleur had, staat er toch meteen bij dat ze zagen «hoe alles bloedrood kleurde» wanneer ze door de glazen naar het licht in het raam keken.

De Falerner was de beroemdste wijn uit de Oudheid en kwam uit de streek van Campania. Meer dan 3000 jaar geleden werden daar door de Grieken de Aglianico en de Falanghina druiven aangeplant. Dit gebied is genaamd Falerno del Massico en is één van de kleinste d.o.c. gebieden van Italië. Er wordt een gamma wijnen gepresenteerd waarbij traditie, moderne vinificatie en biologische cultivatie een belangrijke rol spelen. De meest gerenommeerde Falerner van vandaag is de Falerno del Massico van Villa Matilde, die gemaakt wordt van Aglianico en Piedirosso. Er bestaat ook een witte Falerner.

De Caecuba was ook een sterke wijn uit de streek van Larium, maar volgens mijn informatie blijkt die nu niet meer geproduceerd te worden.

U kunt toch denken? Hoe kunt u dan dood zijn?

Azazello maakt een toespeling op een uitspraak van René Descartes (1596-1650). gelatiniseerd tot Renatus Cartesius. Hij was een Franse wis- en natuurkundige en filosoof, een van de belangrijkste van zijn tijd. Met zijn stelling: «Cogito ergo sum» of «Ik denk, dus ik ben» nam Descartes een dualistisch standpunt in; hij scheidde de geest van het lichaam. Hij stelde dat men aan letterlijk alles moet twijfelen, dus ook of het lichaam waar men in zit wel bestaat en of we niet allemaal dromen.

Maar zul je er geen woord van vergeten?

In hoofdstuk 24 werd reeds gezegd wat dissidente schrijvers in de Sovjetunie deden om niet betrapt te worden. Veel van hen zetten nooit hun verhalen of gedichten op papier. Ze memoriseerden hun werk zodat de geheime politie nooit kopieën van geschriften vond. Dat verklaart Margarita’s vraag of de meester «er geen woord van zal vergeten»”.

Veel schrijvers gaven ook aan verschillende vertrouwde vrienden verschillende gedeelten van hun werk.

Durf eens! Ik hak je hand af!

Dit is de eerste en de enige keer dat in de roman één van de duivelse personages tekeer gaat tegen een teken van christelijke symboliek.



Deze pagina delen |