29. Het lot van de meester en Margarita wordt beslist

Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 29

Een der fraaiste bouwwerken in Moskou

Boelgakov beschrijft hier het Pasjkovhuis in de Mochovajastraat in Moskou. Het werd gebouwd tussen 1784 and 1787, en was dus inderdaad ongeveer 150 jaar oud toen Boelgakov zijn roman schreef. Het huis werd gebouwd op de helling van de Vagankovsky heuvel tegenover de Borovitsky poort in opdracht van Peter Jegorovitsj Pasjkov (1726-1790),, een gepensioneerd officier en zoon van een ordonnans van tsaar Peter I (1672-1725). In 1812 werd het gebouw door brand vernield tijdens de inval van Napoleon. Daarna kocht de overheid het gebouw, renoveerde het en richtte er een school voor kinderen van edelen in. Daarna werd het de eerste openbare bibliotheek die ook een reëel cultureel centrum voor Moskou bleek te zijn. Prominente Russische schrijvers en wetenschappers kwamen er studeren.

Later werd het huis een onderdeel van het Roemjantsev Museum, en Boelgakov bezocht het vaak in de jaren '20, toen het de Lenin Bilbiotheek was geworden. Vandaag geeft het onderdak aan de manuscriptencollectie van de Staatsbibliotheek met inbegrip van - zeer gepast - het archief van Boelgakovs manuscripten .

Het gebouw, ontworpen door Vasili Ivanovitsj Bazjenov (1737-1799), is in neo-classisistische stijl, met zuilen, urnen en terassen die doen denken aan het oude Rome. Het had een tuin met vijvers maar daar is vandaag niet veel meer van te merken. Het Pasjkovhuis kijkt nu uit over een onophoudelijke stroom van autoverkeer.

Klik hier voor meer informatie over het Pasjkovhuis


Zwarte soutane en lange brede degen

De zwarte soutane en de degen stemmen overeen met de uitdossing van een Ridder van Kadosh of Ridder van de witte en de zwarte adelaar, de 30ste graad in de vrijmetselaarsloge van de Ancient and Accepted Scottish Rite of de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.

De interesse van Boelgakov voor de symbolen van de vrijmetselarij kan onder meer verklaard worden door het feit dat zijn vader Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), die theoloog en kerkhistoricus was, in 1903 een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev. In dit artikel had de vader van Boelgakov onder meer de inwijding in de 30ste graad tot Ridder van Kadosh beschreven.

Klik hier om méér te lezen over de vrijmetselarij in De meester en Margarita


De spitse kin op de vuist steunend

Woland bootst nauwkerurig de houding na van het beeld De Denker van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917). Dat beeld is het centrale deel van zijn Hellepoort.

Klik hier om meer te lezen over de Hellepoort


Slooprijpe krotjes

Tussen de paleizen kan Woland vanuit het Pasjkovhuis ook de Храм Христа Спасителя [Chram Christa Slasitelja] of de Christus-Verlosser Kathedraal zien. Niet meteen een «slooprijp krotje» zal u denken, maar dan moet u het verhaal van deze kathedraal leren kennen.

Het verhaal van de Christus Verlosser Kathedraal is het vermelden waard, al was het maar om de grootheidswaanzin en de absurde ideeën van Stalin te illustreren.

Klik hier om het verhaal van deze kathedraal te lezen


Geef mij Rome maar

Woland en Azazello overschouwen Moskou terwijl Torgsin en Gribojedov in brand staan.Het doet denken aan hoe keizer Nero (37-68) in het jaar 64 Rome overschouwde nadat hij de stad zelf in brand had gestoken. Oorspronkelijk had Boelgakov gepland om dat ook met Moskou te laten gebeuren in de roman.


Niet het licht komt hem toe, rust komt hem toe.

De literatuuronderzoekers verschillen van mening over het lot dat de meester te wachten staat.. Sommigen denken dat rust minder is dan licht omdat hij dan niet verder kan schrijven. Anderen zeggen dan weer dat rust een beloning is voor een creatief denker.

Boelgakovexpert Boris Vadimovitsj Sokolov (°1957), de auteur van de Boelgakov Encyclopedie, ziet een verband met de vrijmetselarij, hoewel hij dat niet zo duidelijk aantoont. Hij argumenteert dat vrijmetselaars worden beschouwd als «kinderen van het licht» en ziet een verband met de Faust van Johann Wolfgang Goethe (1749-1832). Welk verband, dat verduidelijkt hij niet.

In elk geval was Goethe een vooraanstaand vrijmetselaar. Op 23 juni 1780, de vooravond van het feest van Johannes de Doper, de belangrijkste feestdag van het jaar voor de Duitse vrijmetselaars, trad hij toe tot Amalia, een loge in Weimar. Hij had wel gevraagd om geen blinddoek te moeten dragen bij zijn inwijding. Hij beloofde op zijn erewoord dat hij zijn ogen gesloten zou houden. Goethe heeft veel gedichten geschreven ter gelegenheid van maçonnieke gebeurtenissen. Zo schreef hij in 1830 bijvoorbeeld Dem würdigen Bruderfeste: «Fünfzig Jahre sind vorüber», een poëtische dankrede bij zijn 50-jarig jubileum als vrijmetselaar.

De Belgische wiskundige, hoogleraar logica en wetenschapsfilosofie Jean Paul Van Bendegem (°1953), een eminent vrijmetselaar, zegt over de betekenis van het licht: «Het licht speelt een grote rol in de vrijmetselarij. Een nieuw lid krijgt bij zijn inwijding 'het licht', een ritueel dat zijn oorsprong vindt in het verlichtingsdenken. Vrijmetselaars gebruiken het licht echter ook in de Bijbelse betekenis. Ze laten zich inspireren door het evangelie van Johannes: 'Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen'.» Als deze stelling terecht is, zou de meester dus geen toegang gekregen hebben tot de «hemelse majesteit», en is rust dus een mindere beloning dan licht.

De Russische criticus Jevgeni Kantsjoekov, bijvoorbeeld, schreef in 1991 in zijn artikel Расслоение мастера [Rasslojenije mastera] of De gelaagdheid van de meester, gepubliceerd in het literair tjdschrift Литературное обозрение [Literatoernoje obozrenije] of Literaire recensie, dat de vrede voor de meester een soort straf was. Hij vergeleek daarvoor de lotsbestemming van Mattheus Levi met die van de meester. Levi bood weerstand, pleegde verzet en bleef schrijven, en hij mocht zich dus bij Jesjoea in het licht vervoegen. De meester gaf op, verbrandde zijn manuscript en wendde zich af van zijn roman. Hij toonde dus lafheid, de «grootste ondeugd», en verdiende daarom het licht niet.


Het standbeeld van Timirjazev

Korovjev bedoelt het standbeeld van de botanicus Kliment Arkadjevitsj Timiriazev (1843-1920), op Tverskoi Boulevard nabij de Nikitskipoort in Moskou.



Deze pagina delen |