18. Onfortuinlijke bezoekers (vervolg)

Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 18 (vervolg)

Jaquet of een zwart jasje?

Op 29 maart 1935 werden Boelgakov en zijn vrouw uitgenodigd op een receptie die op 23 april zou georganiseerd worden in de residentie van de Amerikaanse ambassadeur. Aan de uitnodiging was een nota toegevoegd met de vermelding: «jaquet of zwart jasje». Elena Sergejevna schreef daarover, «Misja was er bang voor dat die toevoeging alleen voor hem bestemd was. En ik heb hard geprobeerd om snel voor hem een jaquet te «creëren». Maar de kleermaker kon de juiste stof niet vinden en hij moest erheen in een gewoon kostuum».

Diezelfde receptie van 23 april inspireerde Boelgakov voor zijn beschrijving van het Grand gala ten huize van Satan in hoodstuk 23. Op het einde van de receptie ontmoetten Boelgakov en zijn vrouw voor het eerst de eerder vermelde Steiger: «We vertrokken om halfzes in één van de auto's van de ambassade. Bij ons in de auto was een man die we niet kennen, maar die iedereen in Moskou kent. Zijn naam zou Steiger zijn. Hij zat naast de chauffeur en wij zaten op de achterbank».

Een zwarte jaquet of jasje en lakschoenen zijn ook de voorgeschreven kleding voor logebroeders in de vrijmetselarij. Later in de roman, op het Grand gala ten huize van Satan, zullen alle mannelijke gasten zo uitgedost zijn.

De interesse van Boelgakov voor de symbolen van de vrijmetselarij kan onder meer verklaard worden door het feit dat zijn vader Afanasi Ivanovitsj Boelgakov (1859-1907), die theoloog en kerkhistoricus was, een artikel had geschreven over De moderne vrijmetselarij in haar relatie met de kerk en de staat, dat gepubliceerd werd in de Akten van de Theologische Academie van Kiev in 1903.

Klik hier om méér te lezen over de vrijmetselarij in De meester en Margarita.


Grote glas-in-loodramen, de tafel gedekt met een altaarkleed

Bij de eeuwwisseling hadden veel huizen in Moskou glas-in-lood ramen - het huis waar Boelgakov woonde echter niet. De kerkachtige sfeer bereidt de lezer voor op de zwarte mis uit hoofdstuk 23.

In 1926, twee jaar vóór Boelgakov aan De meester en Margarita begon te schrijven, werden in Leningrad een aantal vrijmetselaars gearresteerd door de OGPU, de voorloper van de geheime politie NKVD. Eén van de arrestanten was de advocaat Boris Viktorovitsj Kiritsjenko (1883-1941?), die door het leven ging onder de schuilnaam Boris Viktorovitsj Astromov. In het verslag van de OGPU kan de volgende beschrijving worden gelezen:  «Het interieur van deze vrijmetselaarsloge zou een aanwinst zijn voor gelijk welk museum. We zagen hier oude portretten van de grote vrijmetselaars, die thuishoren in de gelederen van de dwepers van het genie. We zagen hier geheime lampen van 300 jaar oud, astrale knopen, de echte ringen van Cagliostro, Indiase harsen en Japanse wierook, de gebeentesleutels van de Jezuïeten, Tangar beeldjes, wandtapijten geborduurd in blauw goud, en zelfs de originele eed van trouw van de Maltezer ridders, ondertekend door Paul I. »

In een eerdere versie van De meester en Margarita vulden soortgelijke voorwerpen het appartement op Sadovaja: veel tapijten, een gouden kelk op een sokkel voor de heilige gaven, de katholieke zwarte soutane van Woland, gemaakt van gouden brokaat met omgekeerde kruisen, en een kat met turkooise ogen zittend op een bank. En Sokov, de buffetchef van het Variététheater, zag bij het verlaten van het appartement een tempel, waar hij, in plaats van een icoon, «een foto met de heiligste inhoud» zag.


Een dodenmis

Sokov ruikt parfum en wierook, en vraagt zich af of er een dodenmis voor Berlioz aan de gang is. In de Russisch tekst staat er панихида [panichida]. Dat is een speciale mis in de Orthodoxe Kerk om een dode te herdenken, meestal gehouden tussen het overlijden en de begrafenis. Maar een panichida kan ook op andere ogenblikken passend gehouden worden, zoals zes maanden na het overlijden, of op de eerste verjaardag ervan. Veel Orthodoxe christenen vieren elk jaar een panichida voor een geliefde overledene, als om de verjaardag in het eeuwige leven te vieren.


Geitekaas is nooit groen van kleur!

In het Russisch staat: «Брынза не бывает зеленого цвета!» of «Brynza heeft geen groene kleur!». Boelgakov gebruikt het woord geitekaas niet. Брынза [Brynza] is schapen- of geitenkaas die vaak gemaakt wordt in Slowakije, Roemenië en Moldavië, maar ook in Polen, Oekraïne, Hongarije en een deel van Moravië. Deze kaas wordt gerijpt in pekel en heeft dus een zoute, maar tegelijk ook romige smaak. Hij kan zacht en smeerbaar zijn, maar ook halfdroog en kruimelig.


We kregen steur van tweede versheid gestuurd

Steur van tweede versheid of, in het Russisch: Осетрину прислали второй свежести [Osetrinoe prislali vtoroj svezjesti], werd één van de populaire oneliners in de Sovjetunie na de eerste publicatie van De meester en Margarita. In de Sovjetunie werden bijna alle waren in kwaliteitscategorieën ingedeeld. Daardoor kon men aan de mindere categorieën toch nog een positieve benaming geven.

Ook reeds in de 19de eeuw bestonden er uitdrukkingen als «gedeeltelijk verse eieren». In 1895 had George du Maurier (1834-1896) een cartoon gepubliceerd in het Britse humoristische magazine Punch met als titel True Humility, ook bekend als The Curate's Egg. Een timide dorpspastoor kreeg een ontbijt aangeboden bij zijn bisschop, maar het eitje dat hij gekregen had was niet vers. De bisschop zei: «Ik ben bang dat u een slecht ei heeft gekregen, Mr Jones». Maar de pastoor, die blijkbaar bang was om zijn meerdere te ontstemmen, antwoordde: «O, neen, Heer, ik kan u verzekeren dat sommige delen ervan heerlijk zijn!»


Een roemer wijn?

Woland begint Sokov te onderwerpen aan een ondervraging die doet denken aan de test die vrijmetselaars ondergaan vóór ze worden ingewijd als Ridder van Kadosh of Ridder van de witte en de zwarte adelaar, de 30ste graad in de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus. Zij worden dan onder meer beoordeeld op hun houding tegenover de Zeven hoofdzonden: hoogmoed , hebzucht, onkuisheid, afgunst, gulzigheid, gramschap en vadsigheid. Sokov, die geen wijn drinkt en niet geïnteresseerd lijkt in vrouwen, vertoont echter tekenen van hebzucht, en werd boos toen Woland hem vroeg wanneer hij ging sterven. Hij slaagt dus niet voor de test en zal het licht niet zien.


Het is het binomium van Newton niet!

Ook de uitdrukking бином Ньютона! [binom Njoetona!] of het binomium van Newton! werd ook een populaire uitdrukking in Rusland na de eerste publicatie van de roman. Uit wat hierna volgt zal blijken dat alles eenvoudiger is dan het binomium van Newton, ook het voorspellen, van iemands dood.

Het binomium van Newton is een vrij ingewikkelde wiskundige formule van Isaac Newton (1643-1727) waarmee de macht van de som van twee grootheden kan worden uitgedrukt in een som van termen waarin de machten van de grootheden afzonderlijk voorkomen.


Hella

De naam is ontleend uit het artikel over magie in de Энциклопедический словарь Брокгауза и Ефрона - de Brokhauz-Efron encyclopedie. Dat is een encyclopedie van 86 volumes, die kan beschouwd worden als het Russische equivalent van de Encyclopaedia Brittanica. Onder het trefwoord чародейство [tsjarodejstvo] of tovenarij staat daarin vermeld dat Hella de naam was die gegeven werd op het eiland Lesbos aan te vroeg gestorven meisjesvampieren.

Klik hier voor meer informatie over Hella


Een fluwelen baret met een verfomfaaide haneveer

Wanneer de buffetmeester het appartement verlaat, merkt hij plots dat hij een fluwelen baret draagt met een verfomfaaide haneveer. Dat is beduidend minder waardig dan de «breedgerande hoed van zwart vilt, met een pluim van rode struisvogelveren aan de linkerkant» die de ridders van Kadosh volgens de voorschriften moeten dragen tijdens de rituelen van de vrijmetselaars.


De baret veranderde in een zwart katje

Boelgakov inspireerde zich voor dit detail op de roman Московский чудак [Moskovskij Tsjoedak] of De Zonderling van Moskou van de Russische schrijver Boris Nikolajevitsj Boegajev (1880-1934), die bekend werd onder het pseudoniem Andrei Bely.

In De Zonderling van Moskou zet de eigenzinnige professor Korobkin een kat op zijn hoofd in plaats van zijn bonten muts. De figuur van professor Korobkin was op de vader van Bely, Nikolaj Vasiljevitsj Boegajev (1837-1903), een vooraanstaand Russisch wiskundige. Vader Boegajev was een gedenkwaardig figuur met een leven vol schandalen. Hij werd zelf niet echt bewonderd om zijn voorkomen, maar hij had een briljante en mooie vrouw en de Boegajevs behoorden tot de gewaardeerde sociale klasse.


Professor Koezmin

Net als Annoesjka is Koezmin een persoon uit het echte leven van Boelgakov waarvan hij de naam in de roman niet veranderd heeft. Koezmin was één van de artsen die Boelgakov behandelden op het einde van zijn leven.


Een klein wit herenhuis

De apotheek waarvan sprake is in De meester en Margarita behoorde toe aan een zekere Roebanovski en was gevestigd in Bolsjaja Sadovaja oelitsa nr. 1. Het huis waar Boelgakov de praktijk van dokter Koezmin situeerde was in Bolsjaja Sadovaja oelitsa nr. 5, dat was het huis waar Elena Sergejevna Sjilovskaja (1893-1970), de derde vrouw van Boelgakov, woonde. Beide gebouwen werden gesloopt om plaats te maken voor het Hotel Pekin, één van de grootste hotels van Moskou. In het echt woonde dokter Koezmin in Sadovo Koedrinskaja oelitsa 28.


Professor Boere

Ik weet (nog) niet of er voor dit personage een reëel prototype bestaat.


«Hallelujah!»

Het is de tweede keer dat dit liedje in het boek vermeld wordt. Deze charleston van Vincent Youmans (1898-1946) komt drie keer voor in het boek.

Klik hier om deze charleston te horen en te zien


Syncopisch in de weer

Het woord syncopisch komt van het Griekse werkwoord συγκόπτω [synkopto], dat afkorten betekent. In de muziek wordt deze term gebruikt om een accent te verleggen, of om een accent op een andere dan de gebruikelijke of verwachte plaats aan te brengen.


(ik maak geen grapje)

Dit is één van de weinige keren dat de verteller zich aan een commentaar waagt op wat er gebeurt. Alsof de lezer, die ondertussen al onthoofdingen, massahypnoses en nog meer duivelse dingen heeft geslikt, nu plots niet zou geloven dat een mus “een hoopje deponeerde” in een inktpot.


Bloedzuigers

De medicinale bloedzuiger Hirudo medicinalis en zijn verwanten Hirudo verbana, Hirudo troctina en Hirudo orientalis werd gebruikt voor aderlatingen. Men zette de bloedzuiger op de huid en hij zoog het bloed op. Daarna werd het bloed eruit geduwd want anders zou de bloedzuiger verzadigd zijn. Aan de hand van het bloed werd de ziekte vastgesteld. Vroeger kon men bloedzuigers in de apotheek kopen. In sommige grote Amerikaanse staten en in Azië wordt de bloedzuiger nog gebruikt. Weliswaar in veel mindere mate dan vroeger, vooral als men weet dat honderddertig jaar geleden alleen al in de Parijse ziekenhuizen zo’n zes miljoen bloedzuigers werden gebruikt.

Ironisch genoeg kent de moderne geneeskunde opnieuw het gebruik van medicinale bloedzuigers. De medicinale bloedzuiger beschikt over een stof, het zogenaamde hirudine die de bloedstolling tegengaat. Bloedzuigers kunnen helpen om de bloeddruk te regelen, bijvoorbeeld na plastische chirurgie, of om de bloedcirculatie te bevorderen bij orgaanoperaties of bij het heraanhechten van oogleden, vingers en oren.

Vorige pagina hoofdstuk 18



Deze pagina delen |