13. De held van het verhaal doet zijn intrede (vervolg)
Nederlands > De roman > Aantekeningen per hoofdstuk > Hoofdstuk 13 (vervolg)
Varenka... Manetsjka, met die streepjesjurk
De meester herinnert zich nauwelijks de naam van de vrouw waarmee hij samen was voor hij Margarita ontmoette. Het is mij niet bekend of Boelga-kov met Varenka of Manetsjka, "met die streepjesjurk” een concrete per-soon bedoelde. Varenka en Manetsjka zijn beide Russische koosnaamp-jes, respectievelijk voor Barbara en Maria.
Deze passage doet denken aan een scène uit De Terugkeer, een roman van Andrei Bely (1880-1934), pseudoniem van Boris Nikolajevitsj Bugajev, waarin de held, Evgenij Handrikov na een verblijf in een psychiatrische in-richting niet meer wist hoe zijn vrouw heette, maar zich nog wel de kleur van haar jurk herinnerde.
Mijn maîtresse
De verhouding van de meester en Margarita komt overeen met deze van Boelgakov zelf met Elena Sergejevna Sjilovskaja, die haar goedgeplaatste militaire echtgenoot in de steek liet voor de relatief minder goed boerende schrijver. Aanvankelijk was hun relatie moeilijk (ze waren beiden gehuwd), maar uiteindelijk werd Elena Sergejevna toch Boelgakovs vrouw. Het per-sonage van Margarita verscheen pas in de roman na de kennismaking van Boelgakov en Sjilovskaja.
Hij zou niemand ooit haar naam vertellen
We komen de naam van de geliefde van de meester later te weten, in Boek Twee, maar het is niet de meester die hem onthult.
Het bureau... boeken en nog eens boeken tot aan de beroete zoldering
De meester herinnert zich "het bureau... en boeken en nog eens boeken vanaf de gebeitste vloer tot aan de beroete zoldering." Deze beschrijving komt zeer goed overeen met de studeerkamer van Boelgakov zelf.
Een roman over zo’n vreemd onderwerp
Het beleid tegenover literatuur dat door de communistische partij in 1928 werd aangenomen wordt gekenmerkt door de term Социальный заказ (sotsialnij zakaz) of de sociale opdracht. Het lag in de lijn van het eerste vijf-jarenplan, en de uitwerking werd verzekerd door de schrijversbond RAPP en de uitgeverijen. Onder dit beleid werden specifieke thema’s opgelegd aan schrijvers met de bedoeling van de socialistische opbouw te stimu-leren. Het thema dat Bezdomny moest behandelen hield verband met de staatsideologie tegenover godsdienst. Hoewel de Sovjetunie officieel een atheïstische staat was, steunden de leiders van de Schrijversbond het behandelen van een dergelijke thema, tenminste voor zover het werd geschreven vanuit de juiste marxistische visie.
Boelgakov neemt deze sociale opdracht specifiek op de korrel wanneer zijn held, de meester, zich herinnert dat de redacteur van de uitgeverij waaraan hij zijn manuscript had aangeboden, hem de zijns inziens volkomen idiote vraag stelde “wie hem had aangezet tot het schrijven van een roman over zo’n vreemd onderwerp”. Een boek over Pilatus maakte duidelijk geen deel uit van zijn sociale opdracht.
Er zijn nogal veel overeenkomsten tussen Boelgakovs leven en dat van de meester. De eerste roman van Boelgakov, De Witte Garde, werd slechts gedeeltelijk gepubliceerd in een magazine in 1925, maar hij las het voor in verschillende literaire groeperingen, en in het algemeen kreeg hij te horen dat een dergelijk onderwerp nooit gepubliceerd zou geraken. De echte aanvallen kwamen echter in 1926 wanneer Boelgakov er een succesvol to-neelstuk van maakte in het Moskouse Kunsttheater onder de naam De Da-gen van de Toerbins. Een vreemder onderwerp kon er in die tijd nauwelijks bedacht worden: het ging immers over de lotgevallen van een pro-monar-chistische familie in Kiev tijdens de burgeroorlog. De aanvallen op de meester die hier worden beschreven zijn duidelijk weerspiegelingen van de kritieken die Boelgakov zelf had gekregen.
Ariman
Het prototype van Ariman was de criticus Leopold Leonidovitsj Averbatsj (1903-1939), secretaris van de schrijversbond RAPP, de Российская Ассоциация Пролетарских Писателей of de Russische Vereniging van Proletarische Schrijvers. Boelgakov gaf hem de naam van de Perzische slechte geest Ariman. Averbatsj vervolgde Boelgakov hardnekkig in zijn geschriften. In 1926 schreef hij За пролетарскую литературу (Za proletarskoejoe lieratoeri) of Over de proletarische literatuur.
Met rode bloemblaadjes bezaaide titelblad
Schuine regen
Het beeld van de schuine regen is ontleend aan het gedicht Naar huis! van Vladimir Vladimirovitsj Majakovski (1893-1930). Boelgakov moet het ge-kend hebben van de tijdschriftpublicatie in 1926. Toen Majakovski het later bundelde schrapte hij op aanraden van zijn vriend Osip Maksimovitsj Brik (1888-1945) de slotregels, de beste van het gedicht. Ze luiden:
Ik wil begrip van mijn land, meer niet.
En wat
als begrip uitblijft?
Dan passeer ik vergeefs
zijn grondgebied
zoals regen
schuin overdrijft.
Het lijkt erop dat Boelgakov zich via de meester met deze regels identifi-ceert.
Pilatisme
Boelgakov's archief bevat uittreksels van de krant Rabosjaja Moskva, met onder meer een artikel Wij zullen staken en vechten tegen het Boelga-kovisme! [Oedarim po boelgakovshtsjinje!]. In de roman schrijft Lavrovitsj een krantenartikel waarin hij voorstelt "te staken en te vechten tegen het Pilatisme" [Oedarit' po pilatsjinje]. Boelgakov voelde zichzelf, zoals de meester, aangevallen in de pers. In zijn brief aan de sovjetautoriteiten in 1930 wist hij zelfs precies hoe vaak. Hij had, in tien jaar schrijversschap, 301 artikelen over zichzelf gelezen - 3 ervan waren lovend en 298 vijandig en beledigend. Zijn toneelstukken werden overigens haast allemaal verbo-den.
Ondertekend met M.Z.
In de Nederlandse vertaling van De meester en Margarita worden de initia-len "M.Z." vermeld, maar in de Franse en Engelse vertalingen van het boek staan de initialen "N.E.". In Russische uitgaven vinden we beide terug. In de Russische tekst op het internet staat подписанная буквами "Н.Э." of ondertekend met de initialen "N.E.", maar in veel gedrukte versies van de roman lezen we подписанная буквами "М.З." of ondertekend met de ini-tialen "M.Z.". Wie N.E. is weet ik (nog) niet, maar M.Z. staat voor M. Zagors-kij, een schrijver en criticus die felle kritieken had geschreven op Boelga-kov's toneelstuk De dagen van de Toerbins.
In een eerdere versie van de roman bedacht Boelgakov deze figuur met een naam die overeenstemde met de initialen Z.M.. Hij heette daarin im-mers З. Мышьяк (Z. Mysj'jak), wat zoveel betekent als Z. Arsenicum.
Een militante oud-gelovige
De староверы (starovjery) of старообрядцы (staroobrjadtsy), of de oud-gelovigen braken met de Russisch-Orthdoxe kerk in het midden van de 17de eeuw uit protest tegen de hervormingen van de patriarch Nikon van Moskou, geboren Nikita Minin (1605-1681). Latoenski gebruikt deze term hier een beetje ijdel. Op 5 oktober 1926 werd Boelgakov op gelijkaardige wijze bestempeld als een militante witte gardist doorde criticus Aleksander Robertovitsj Orlinski in Nasja Gazeta. Boelgakov's toneelstuk De Dagen van de Toerbins werd toen omschreven als een "politieke demonstratie waarin de auteur knipoogt naar de overblijfselen van de Witte Garde".
Vreugdeloze herfstdagen braken aan
Deze tijd van het jaar is erg betekenisvol voor de Russische lezers, want in de herfst en in de lente verhoogde het aantal arrestaties steeds drastisch, omdat de regering de aandacht wilde afleiden van haar economische en culturele tekortkomingen.
Aloisi Mogarytsj
Het kan de lezer verbazen waarom ik het personage Aloisi Mogarytsj op deze plaats vermeld. In de Nederlandse vertaling - en ook in veel andere - verschijnt hij immers pas in hoofdstuk 24, wanneer de meester en Margarita terug verenigd worden. Maar in de oospronkelijke Russische tekst verschijnt Aloisi Mogarytsj reeds hier. Hij duikt op in het tuintje van de meester, stelt zich voor als een journalist, en blijkt verbazend veel te weten over de werkwijze en de criteria die gehanteerd worden door de autoriteiten om manuscripten te verbieden. De meester vertelt aan Ivan dat hij zelfs bevriend met hem geraakt.
Klik hier om dit loose end te lezen
Klik hier om meer te lezen over Aloisi Mogarytsj
Klik hier om de ontmoeting tussen de meester en Mogarytsj te bekijken
En begon ze te verbranden
Boelgakov deed dit zelf met enkele van zijn eigen manuscripten, waaronder een vroegere versie van De meester en Margarita, in 1930, toen zijn werk volledig verbannen was uit de theaters.
Er werd op mijn raam geklopt
Het vervolg krijgt alleen Ivan te horen. Maar voor de Russische lezer is het duidelijk dat de meester gearresteerd werd. Als hij daarna naar zijn woning terugkeert blijkt deze door een ander te zijn bewoond: “Uit mijn vertrekken klonk grammofoonmuziek”. De toedracht wordt in Boek Twee onthuld, wanneer Aloisi Mogarytsj bij Woland ter verantwoording geroepen wordt.
Half januari…
Uit het eerste hoofdstuk weten we dat Ivan werd geïnterneerd op de vijftiende dag van Nisan. Met de aanduiding "half januari" weten we nu ook dat de meester drie maanden ergens anders heeft doorgebracht.
… zat ik in deze zelfde jas, maar dan zonder knopen
Deze laconieke referentie is de enige indicatie van waar de meester die drie maanden heeft doorgebracht. Het was immers de gewoonte om broeksriemen, schoenveters en knopen van de kleding van diegenen die werden "vastgehouden voor ondervraging".
De angst had iedere vezel van mijn lichaam in zijn greep
Veel van de details van de angstaanvallen die de meester beschrijft zijn autobiografisch. In het midden van de jaren '30 leed Boelgakov zelf aan agorafobie en werd hij op diverse manieren behandeld.
hoofdstukken
- Inleiding
- 1 Spreek nooit met onbekenden
- 2 Pontius Pilatus
- 3 Het zevende bewijs
- 4 Achtervolging
- 5 Het gebeurde in Gribojedov
- 6 Als gezegd: schizofrenie
- 7 En dat huis dat is niet pluis
- 8 Tweegevecht tussen professor en poëet
- 9 Korovjev met zijn streken
- 10 Berichten uit Jalta
- 11 Ivans splijting
- 12 Zwarte magie en haar ontmaskering
- 13 De held van het verhaal doet zijn intrede
- 14 Hulde aan de haan
- 15 De droom van Nikanor Ivanovitsj
- 16 De terechtstelling
- 17 Een onrustig dagje
- 18 Onfortuinlijke bezoekers
- 19 Margarita
- 20 Azazello's balsem
- 21 Al vliegend
- 22 Bij kaarslicht
- 23 Grand gala ten huize van Satan
- 24 De meester ontboden
- 25 Hoe de procurator trachtte ...
- 26 De begrafenis
- 27 Het einde van appartement No. 50
- 28 De laatste avonturen van Korovjev en ...
- 29 Het lot van de meester en Margarita ...
- 30 Hoogste tijd
- 31 Op de Mussenheuvels
- 32 Vergiffenis en eeuwige geborgenheid
- Epiloog
